Выбрать главу

Galina aarzelde. Het zou veel beter zijn om Min te straffen; dat zou Altor echt pijn doen. Hij was zeker razend geweest toen hij zag hoe ze de vorige avond was gestraft voor haar uitbarsting, die weer was veroorzaakt doordat ze zijn afstraffing had gezien. Het was allemaal begonnen met Altors ontdekking dat Min in het kamp was, nadat een zwaardhand haar wat al te zorgeloos in het donker had laten rondwandelen en haar niet strikt in haar tent had vastgehouden. Wie zou ooit hebben gedacht dat Altor, afgeschermd en omsingeld, zo ontzettend razend zou worden? Hij probeerde niet alleen het scherm te breken, maar doodde zelfs met zijn blote handen een zwaardhand en verwondde er verschillende met het zwaard van de gedode man. Een was zo zwaar verwond dat hij bij het helen was gestorven. Dat alles was gebeurd in de paar tellen die de zusters nodig hadden om hun schok te overwinnen en hem met de Ene Kracht weer te binden. Als het aan haar had gelegen, zou Galina veel liever de andere zusters bij elkaar hebben geroepen en Altor al dagen geleden hebben gestild. Aangezien dat verboden was, wilde ze hem net zo lief zonder uiterlijke verwondingen bij de Toren afleveren, zolang hij redelijk beleefd bleef. Nog steeds wilde ze het netjes en zakelijk afhandelen en het zou veel nuttiger zijn Min hierheen te halen en hem te laten horen hoe ze brulde en huilde, waardoor hij wist dat haar pijn zijn schuld was, maar toevallig waren beide dode zwaardhanden van Erian geweest. De meeste zusters zouden het gevoel hebben dat zij de meeste rechten had. En Galina zelf wilde dat Erian Gliener met haar lieve poppengezicht zo snel mogelijk haar razernij kwijt was. Het was voor de rest van de tocht veel aardiger als dat porseleinen gezichtje onverstoord bleef. Galina knikte.

Rhand knipperde met zijn ogen bij het onverwacht binnenstromende zonlicht. Onwillekeurig kromp hij in elkaar. Hij wist wat hem te wachten stond. Lews Therin zweeg en werd stil. Rhand hield de leegte nog met zijn nagels vast, maar voelde maar al te goed zijn verkrampte spieren vlammen, terwijl hij overeind werd getrokken. Hij klemde zijn tanden op elkaar en probeerde niet zijn ogen dicht te knijpen voor wat hem de volle zon leek. De lucht rook heerlijk fris. Zijn doorweekte hemd kleefde kletsnat van het zweet aan zijn huid. Hij was niet geboeid, maar kon geen stap verzetten, al had zijn leven ervan afgehangen. Als hij met de Kracht niet overeind werd gehouden, was hij gevallen. Pas toen hij de lage zon zag, had hij er enig idee van hoe lang hij met zijn hoofd tussen zijn knieën in een plas zweet had gelegen. Hij merkte de zon echter maar heel even op. Onwillekeurig dwaalden zijn ogen naar Erian, zelfs nog voor ze vlak voor hem ging staan. De kleine slanke vrouw keek naar hem op. Haar donkere ogen waren een en al woede en hij kromp bijna opnieuw in elkaar. In tegenstelling tot de vorige avond zei ze niets, maar begon meteen. De eerste onzichtbare klap trof hem op de schouders, de tweede op de borst, de derde tegen zijn bovenbenen. De leegte verbrijzelde. Lucht. Alleen Lucht. Het klonk op die manier zachter. Elke klap door een hand die sterker was dan van een man voelde echter als een zweepslag. Al voor ze begon, liepen er opgezette striemen kriskras over zijn lichaam. Hij had geweten dat hij ze had, niet zo zacht als hij wilde, en zelfs in de leegte had hij willen huilen. Nu die verdwenen was, wilde hij echt janken.

Maar in plaats daarvan klemde hij zijn tanden op elkaar. Soms ontsnapte er gegrom uit hem en wanneer dat gebeurde verdubbelde Erians inspanning alsof ze nog meer wilde. Hij weigerde dat te geven. Hij kon niet voorkomen dat hij bij iedere slag van die onzichtbare zweep beefde, maar meer gunde hij haar niet. Hij keek haar strak aan en weigerde opzij te kijken of met zijn ogen te knipperen. Ik heb mijn Ilyena gedood, kreunde Lews Therin telkens wanneer een slag viel.

Rhand gebruikte zijn eigen uitroepen. Pijn vlijmde over zijn borst. Dit is het gevolg als je een Aes Sedai vertrouwt. Vuur trok een streep over zijn rug. Nooit meer, geen duim, geen haar. Een haal met een scheermes. Dit is het gevolg als je een Aes Sedai vertrouwt. Ze dachten hem te kunnen breken. Ze dachten dat hij nu wel naar Elaida zou kruipen! Hij dwong zich het moeilijkste te doen wat hij ooit had gedaan. Hij glimlachte. Het was alleen rond zijn mond te zien, maar hij bleef Erian recht aankijken. Hij glimlachte. Haar ogen werden groot en ze siste. De vlijmende klappen begonnen overal vandaan te komen.

De wereld was pijn en vuur. Hij kon niet meer zien, alleen voelen. Dodelijke pijn en pijn van de Duistere. Om de een of andere reden besefte hij dat zijn handen in hun onzichtbare boeien onbeheerst trilden, maar hij klemde met alle geweld zijn tanden op elkaar. Dit is bet gevolg... Ik ga niet schreeuwen! Ik ga niet schreeu...! Nooit meer, geen duim...! Geen duim, geen haartje! Nooit meer...! Ik ga niet...! Nooit m...! Nooit! Nooit! nooit!

Met dit besef begon hij te ademen. Lucht die hongerig door zijn neusgaten naar binnen golfde. Hij trilde, hij was een trillende vlam, maar het slaan was gestopt. Het kwam bijna als een schok. Het eind van iets dat voor een deel van zijn lichaam nooit zou eindigen. Hij proefde bloed en besefte dat zijn kaken bijna evenveel pijn deden als de rest van zijn lichaam. Goed. Hij had niet geschreeuwd. De spieren van zijn gezicht waren verkrampt tot een harde knoop. Het zou moeite kosten zijn mond open te doen, zelfs als hij dat had gewild. Eindelijk kon hij weer zien en toen vroeg hij zich af of hij zich van alles verbeeldde. Tussen de Aes Sedai stond een groep Wijzen die hun omslagdoeken goed schoven en de Aes Sedai aanstaarden met alle hooghartigheid die ze konden opbrengen. Hij bedacht dat ze echt moesten zijn – tenzij hij verzon dat Galina met zijn droombeeld stond te praten – en zijn eerste gedachte was: redding. Op de een of andere manier hadden de Wijzen... Het was onmogelijk, maar op de een of andere manier zouden ze... vervolgens herkende hij de vrouw bij Galina. Sevanna schreed op hem af, een glimlach rond haar volle wellustige lippen. De lichtgroene ogen keken hem strak aan vanuit een gezicht dat omkransd werd door haar als gesponnen goud. Rhand had nog liever in de snuit van een dolle wolf gekeken. Ze stond eigenlijk wat raar, iets voorovergebogen en de schouders naar achter. Ze keek naar zijn ogen. Opeens, al deed het nog zo’n pijn, wilde hij lachen. Hij zou het hebben gedaan als hij zeker had geweten welk geluid er uit zijn keel zou ontsnappen, wanneer hij zijn mond opendeed. Daar stond hij nu, een gevangene, half doodgeslagen, vol brandende striemen, een en al stekend zweet, terwijl een vrouw die hem haatte, die hem waarschijnlijk de schuld gaf van de dood van haar minnaar probeerde te zien of hij in haar hemd wilde gluren!

Langzaam streek ze met een nagel over zijn keel – eigenlijk zo ver mogelijk rond zijn nek als ze kon – alsof ze bedacht hoe het was als zij hem de keel afsneed. Passend, als hij aan Couladins lot dacht. ‘Ik heb hem gezien,’ zei ze met een tevreden zucht en een kleine rilling van genot. ‘Jullie hebben je aan jullie deel van de afspraak gehouden en ik ben de mijne nagekomen.’