Выбрать главу

Uiteraard had Alanna elders eveneens resultaten geboekt. Het was noodzakelijk de meiden te dwingen weer te voorschijn te komen vanonder de tafels waar ze zich hadden verborgen. De vrouw die in elkaar was gezakt toen ze probeerde naar de keuken terug te kruipen, moest weer overeind worden geholpen. Ze maakten geen geluid, ze beefden slechts als blaadjes in een harde wind. Verin moest elke vrouw een duwtje geven om hen in beweging te zetten en herhaalde haar opdracht over de brandewijn en de thee driemaal eer Azril haar niet meer aanstaarde alsof er een tweede hoofd uit haar schouder groeide. De kin van de herbergier hing op zijn borst en zijn ogen leken zo uit de kassen te kunnen vallen. Verin keek naar Tomas en maakte een gebaar naar de wankelende man.

Tomas keek haar scheef aan – dat deed hij altijd wanneer ze hem verzocht kleine klusjes te doen, maar hij vroeg zelden naar het waarom van haar bevelen -, sloeg toen een arm rond de schouders van baas Dilham en vroeg vriendelijk en gemoedelijk of hij niet enkele bekers van zijn beste wijn samen met de zwaardhand wilde heffen. Een goede man, Tomas, zeer kundig op onverwachte gebieden. Ihvon zat met zijn rug tegen de muur en zijn laarzen op tafel. Het lukte hem een oog op de voordeur te houden en de ander op Alanna. Een heel waakzaam oog op Alanna. Hij was nog meer bekommerd om haar, nadat Owein, haar andere zwaardhand, in Tweewater was gestorven. Hij was eveneens zo verstandig behoedzaam om te springen met haar grillen en nukken, hoewel het haar meestal lukte die op andere dagen beter te beheersen. Alanna toonde in het geheel geen belangstelling voor het opruimen van de rommel die ze had gemaakt. Ze stond midden in de gelagkamer in het niets te staren, met de armen over elkaar. Voor ieder ander dan een Aes Sedai leek ze de rustige kalmte zelf. Op Verin maakte Alanna de indruk elk ogenblik te kunnen ontploffen. Verin tikte haar op de arm. ‘We moeten praten.’ Alanna keek haar aan, er lag niets te lezen in haar ogen, en gleed zwijgend terug de eetkamer in.

Achter zich hoorde Verin baas Dilham bevend zeggen: ‘Denk je dat ik kan verkondigen dat de Herrezen Draak mijn herberg heeft bezocht? Hij is immers binnen geweest.’ Heel even glimlachte ze, met hem zou alles wel goed komen. Haar glimlach verdween bij het dichtvallen van de deur, waardoor zij en Alanna van iedereen waren afgesloten. Alanna ijsbeerde reeds heen en weer in het kleine vertrek en de zijde van haar rijrok fluisterde als zwaarden die uit scheden gleden. Nu was er niets van kalme waardigheid te zien. ‘De onbeschaamdheid van die man. Zo volkomen onbeschaamd! Ons vast te houden! Ons te beperken!’

Verin keek haar lange tijd aan voor ze iets zei. Het had haar tien jaar gekost voor ze over Balinors dood heen was gekomen en Ihvon had gebonden. Alanna’s gevoelens waren al rauw geweest na Oweins dood en ze had het veel te lang opgezouten. De huilbuien die ze zichzelf had toegestaan na haar vertrek uit Tweewater waren niet genoeg om er los van te komen.

‘Ik neem aan dat hij ons uit de Binnenstad kan weren met bewakers bij de poorten, maar hij kan ons niet echt in Caemlin vasthouden.’

Dat kreeg de vernietigende blik die het verdiende. Ze konden zonder problemen vertrekken, want Rhand had zich nooit zo goed kunnen scholen dat hij had ontdekt hoe een ban werkte. Het zou wel inhouden dat ze de meisjes uit Tweewater moesten opgeven. Geen enkele Aes Sedai had zo’n schatkamer als Tweewater gevonden sinds... Verin kon zich niet eens voorstellen hoe lang. Misschien wel niet sinds de Trollok-oorlogen. Zelfs jonge vrouwen van achttien – de grens die ze voor zichzelf hadden getrokken – vonden het vaak moeilijk de beperkingen van het noviciaat te aanvaarden, maar als ze die grens met zo’n vijf jaar hadden bijgesteld, hadden zij en Alanna wel tweemaal zoveel meisjes mee kunnen nemen, zo niet meer. Vijf van de meisjes hier – vijf! – hadden de vonk vanaf hun geboorte, waaronder Marts zuster, Elle en de jonge Janse. Zij zouden uiteindelijk geleiden, of iemand het hun nou bijbracht of niet, en heel sterk worden. Zij en Alanna hadden er nog twee achtergelaten die over een paar jaar opgehaald moesten worden, wanneer ze oud genoeg waren om het ouderlijk huis te verlaten. Dat was echt wel veilig; de kunde vertoonde zich bij een ongeoefend meisje met de aangeboren gave heel zelden voor haar vijftiende. De anderen waren veelbelovende beloftes, allemaal. Tweewater was een bron van puur goud.

Nu ze de aandacht van de ander had getrokken, veranderde Verin van onderwerp. Ze was in ieder geval niet van plan die jonge vrouwen in de steek te laten, noch maar iets verder van Rhand weg te reizen dan noodzakelijk was. ‘Denk je dat hij gelijk heeft met die opstandelingen?’

Alanna’s vuisten verstrakten even op haar rok. ‘De mogelijkheid wekt mijn afschuw op! Zijn we werkelijk zo ver afgezakt...’ Haar stem stierf weg en ze klonk verloren. Haar schouders zakten. Tranen brandden net onder het oppervlak en werden nauwelijks bedwongen. Nu de boosheid van de ander was weggezakt, moest Verin haar vragen stellen voor die woede weer aanscherpte. ‘Heb je enig idee of jouw vleeshouwer je meer kan vertellen over wat er in Tar Valon gaande is, als je goed doorvraagt?’ De vrouw hoorde eigenlijk niet bij Alanna. Ze was een faktoor van de Groene Ajah en alleen ontdekt doordat Alanna een of ander noodteken buiten haar nering had opgemerkt. Natuurlijk had Alanna Verin niet verteld wat dat teken was. Verin zou ook vast en zeker zo’n soort teken van de Bruine Ajah niet hebben verraden.

‘Nee. Ze weet niet méér dan de boodschap die ze me heeft gegeven en daarna was haar mond zo droog dat ze amper woorden kon vormen. “Alle trouwe Aes Sedai dienen naar de Toren terug te keren. Alles is vergeven.” Dat was trouwens in wezen de kern.’ Een flits boosheid lichtte op in Alanna’s ogen, maar heel kort en niet zo fel als eerst. ‘Als al die geruchten er niet waren geweest, zou ik je nooit hebben laten weten wie zij is.’ Daardoor en doordat haar gevoelens haar parten speelden. Ze ijsbeerde gelukkig niet meer.

‘Ik weet het,’ zei Verin, die aan tafel ging zitten, ‘en ik zal het vertrouwen niet beschamen. Goed. Je zult het met me eens zijn dat deze boodschap de geruchten een grond van waarheid geeft. De Toren is gebroken. Naar alle waarschijnlijkheid zijn er ergens opstandelingen. De vraag is wat we ermee doen.’

Alanna keek haar aan of ze gek was geworden. En dat was geen wonder. Siuan moest door de Zaal van de Toren zijn afgezet, volgens de wetten van de Toren. Zelfs de aanduiding tegen de wetten van de Toren in te gaan, was ondenkbaar. Maar ja, een verdeelde Toren was eveneens ondenkbaar.

‘Als je nu geen antwoord hebt, denk er dan over na. En denk ook hieraan: Siuan Sanche was al vanaf het begin betrokken bij het zoeken naar de jonge Altor.’ Alanna wilde wat zeggen – ongetwijfeld wilde ze vragen hoe Verin dat wist en of zij er ook bij betrokken was geweest – maar Verin gaf haar niet de kans. ‘Alleen een simpele dorpszot zou geloven dat het geen rol heeft gespeeld bij haar ondergang. Zo’n grote samenloop van omstandigheden bestaat niet. Dus bedenk wat Elaida van Rhand vindt. Ze was van de Rode Ajah, weet je nog? Terwijl je erover nadenkt, moet je me vertellen wat je bedoeling is met hem te binden.’