Выбрать главу

‘En dat zijn ze nog niet, volgens jou?’ mompelde Taim. Opnieuw negeerde Rhand hem. Ditmaal omdat hij zelf het antwoord ook niet wist. ‘En ik wil niemand dood zien of gestild omdat zijn hoofd te groot was voor zijn pet. Druk ze dat op het hart. Ik hou jou voor hen verantwoordelijk.’

‘Zoals u wenst,’ zei Taim opnieuw schokschouderend. ‘Sommigen zullen vroeg of laat toch sterven, tenzij je van plan bent ze eeuwig in dit hokje te houden. Ook dan zullen sommigen waarschijnlijk sterven. Het is bijna onvermijdelijk, tenzij ik meer tijd voor de lessen neem. Je hoeft niet zo voorzichtig met hen om te springen wanneer je mij laat zoeken.’

Voor de zoveelste keer. Rhand keek naar de leerlingen. Een zwetende, lichtblonde jongeman met blauwe ogen had er veel moeite mee de rotssteen op de goede plek te plaatsen. Steeds weer verloor hij zijn greep op saidin en de rots bewoog met kleine sprongetjes over de grond. Over een paar uur zou de wagen met nieuwkomers uit het paleis aankomen. Ditmaal waren het er vier. Sommige dagen slechts drie, of twee, al waren de aantallen geleidelijk groter geworden. Achttien sinds hij Taim zeven dagen geleden hierheen had gebracht, en slechts drie van hen konden leren geleiden. Taim hield vol dat het er opmerkelijk veel waren als je bedacht dat ze gewoon Caemlin binnenliepen en zochten naar hun juiste kans. Hij had er ook verscheidene malen op gewezen dat ze zich met deze stroom pas over een jaar of zes met de Witte Toren konden meten. Rhand hoefde er niet aan herinnerd te worden dat ze geen zes jaar meer hadden. En hij had ook geen tijd om ze langer over de lessen te laten doen. ‘Hoe zou jij het doen?’

‘Doorgangen gebruiken.’ Taim had dat meteen geleerd. Hij had alles wat Rhand hem had getoond heel snel door. ik kan elke dag twee, zelfs drie dorpen bezoeken. In het begin zal een dorp gemakkelijker zijn dan kleine stadjes. Ik laat Flinn hier voor de lessen. Hij is het verst, ondanks wat je hebt gezien. Ik neem Gradi, Hopwil of Mor mee. Je zult me wat goede paarden moeten verschaffen. Die knol van de kar is waardeloos.’

‘Maar wat ben je dan van plan? Gewoon naar binnen rijden en verkondigen dat je geleiders zoekt? Je hebt geluk, als de dorpelingen je niet meteen op willen hangen.’

‘Ik kan best wat omzichtiger zijn als ik wil,’ zei Taim droog, ik zal zeggen dat ik mannen kom halen die de Herrezen Draak willen volgen.’ Iets omzichtiger? Een heel klein ietsje. ‘Dat zal mensen net voldoende afschrikken om me niet aan te vliegen en dat geeft mij de kans de mannen die willen mee te nemen. Bovendien wordt dan iedereen uitgeschift die niet bereid is je te steunen. Ik neem niet aan dat je van plan bent mannen op te leiden die zich bij de eerste de beste gelegenheid tegen je keren.’ Hij trok vragend een wenkbrauw omhoog, maar wachtte niet op een overbodig antwoord. ‘Als ik ze eenmaal veilig uit het dorp weg heb, kan ik ze door een poort hierheen brengen. Misschien zullen enkelen in paniek raken, maar daarna zullen ze ook niet al te moeilijk zijn om aan te pakken. Als ze er eenmaal mee hebben ingestemd een geleider te volgen, kunnen ze niet dwars gaan liggen en me beletten hen te beproeven. De mannen die het niet halen, kan ik naar Caemlin doorsturen. Het wordt tijd dat je een eigen leger opricht en niet meer van anderen afhankelijk bent. Bashere kan van gedachten veranderen en dat zal hij doen als koningin Tenobia hem dat opdraagt. En niemand weet wat die zogenaamde Aiel zullen uitspoken.’ Ditmaal wachtte hij even maar Rhand hield zijn mond stijf dicht. Hij had diezelfde gedachten al gekoesterd maar daarbij zeker niet aan de Aiel gedacht. Dat hoefde Taim echter niet te weten. Na een korte stilte ging de man door alsof hij het hele onderwerp nooit had genoemd: ik sluit een weddenschap met je af. Jij bepaalt de inzet. De eerste dag dat ik mannen werf, vind ik er evenveel die het kunnen leren als er in een maand uit zichzelf Caemlin binnenlopen. Als Flinn en enkele anderen gereed zijn om er ook zonder mij op uit te trekken...’ Hij stak beide handen op. ik evenaar de Witte Toren binnen een jaar. En iedere man zal een wapen zijn.’

Rhand aarzelde. Het was gevaarlijk Taim eropuit te laten trekken. De man was veel te driftig. Wat zou hij doen als hij op een wervingstocht een Aes Sedai tegenkwam? Zou hij zich wel aan zijn belofte houden en haar leven sparen? En wat zou er gebeuren als zij ontdekte wie hij was? Stel dat ze hem afschermde en gevangennam? Dat was een verlies dat Rhand zich niet kon veroorloven. Hij kon geen leerlingen oefenen en daarnaast ook nog al het andere afhandelen. Zes jaar, om er evenveel te krijgen als de Witte Toren. Tenzij de Aes Sedai deze plek eerder vonden, alles zouden vernietigen en de leerlingen zouden stillen voor die zich goed konden verdedigen. Of minder dan een jaar. Eindelijk knikte hij. Lews Therins stem was een razend gezoem in de verte. ‘Je krijgt je paarden.’

12

Vragen en antwoorden

‘En?’ zei Nynaeve zo geduldig als ze kon. Ze zat stil op haar bed en hield met moeite haar handen in de schoot. Ze onderdrukte een geeuw. Het was erg vroeg en ze had de laatste drie nachten niet best geslapen. De rieten kooi was leeg, de zangmus in vrijheid gesteld. Zij wilde ook graag vrij zijn. ‘En?’

Elayne zat geknield op haar eigen bed met haar hoofd en schouders uit het venster aan het steegje achter het huis. Van daaruit kon ze nog net de achterzijde van de Kleine Toren zien, waar de meeste Gezetenen deze vroege ochtend de gezant van de Toren ontvingen. Er was niet veel te zien, maar genoeg om iets van de ban rond de herberg te ontwaren. Het was het soort weving dat iedere poging tot afluisteren met behulp van de Kracht verhinderde. Dat was de prijs van het delen van kennis.

Na een tijdje ging Elayne weer op haar hielen zitten. De teleurstelling viel van haar gezicht af te lezen. ‘Niets. Je zei dat die stromen er ongemerkt doorheen kunnen glippen. Ik geloof niet dat ik ben opgemerkt, maar ik hoorde helemaal niets.’

Dat laatste was gericht tot Moghedien die op het wankele krukje in de hoek zat. De afwezigheid van zweet op haar gezicht ergerde Nynaeve mateloos. Ze beweerde dat je lange tijd met de Kracht moest werken voor je zó los van alles stond dat je hitte of kou kon vergeten. Dat klonk niet veel beter dan de vage beloften van de Aes Sedai dat het ‘uiteindelijk’ zou komen. Nynaeve en Elayne dropen van het zweet. Moghedien zag er even koel uit als op een vroege lentedag en Licht, dat was ergerlijk!

‘Ik zei dat dat zou moeten.’ Moghediens donkere ogen schoten verdedigend heen en weer, hoewel ze haar blik het meest op Elayne gericht hield; ze keerde zich altijd naar degene die de a’dam droeg. ‘Zóu moeten. Er zijn duizenden manieren om een ban te spinnen. Het kan dagen duren om daar een gat in te maken.’

Nynaeve kon nog net haar tong bedwingen. Ze waren het al dagen aan het proberen. Dit was de derde dag na Tarna Feirs aankomst, en de Zaal hield de boodschap van de Rode zuster en Elaida nog steeds geheim. Nou ja, Sheriam en Mijrelle en hun groepje wisten het wel – het zou Nynaeve niet verbazen indien ze het nog voor de Zaal hadden geweten – maar zelfs Siuan en Leane waren van de dagelijkse ontmoetingen uitgesloten. Dat zeiden ze tenminste. Nynaeve merkte dat ze aan haar rok zat te plukken en dwong haar handen tot rust. Ze moesten er op een of andere manier achter zien te komen wat Elaida wilde – en belangrijker nog, wat het antwoord van de Zaal was. Dat moest, hoe dan ook.

‘Ik moet gaan,’ zuchtte Elayne. ik moet nog een paar zusters laten zien hoe ik ter’angrealen maak.’ Er waren maar weinig Aes Sedai in Salidar die deze kunst verstonden, maar ze wilden het allemaal leren, en de meesten dachten dat ze het konden als Elayne het maar vaak genoeg voordeed. ‘Je kunt net zo goed deze nemen,’ voegde ze eraan toe en ze maakte de armband los. ik wil iets nieuws uitproberen als de zusters met me klaar zijn, en daarna heb ik een novicenklas.’ Ze klonk niet tevreden, niet zoals bij de eerste keer. Na elke klas kwam ze zo boos terug dat ze als een kat zat te blazen. De jongste meisjes waren te ijverig en vlogen al op iets af, terwijl ze er nog geen idee van hadden hoe ze ermee om moesten springen. De oudsten waren wat voorzichtiger, maar kibbelden vaker, of maakten er bezwaar tegen een opdracht van een zes of zeven jaar jongere vrouw uit te voeren. De laatste tijd mopperde Elayne over ‘dwaze novices’ en ‘koppige dwazen’ alsof ze al tien jaar Aanvaarde was. ‘Je hebt de tijd om vragen te stellen. Misschien heb je meer geluk met uitvinden hoe je een geleider kunt ontdekken dan ik.’