Выбрать главу

Even leek Birgittes gezicht op een steen die alles verborg. Dat was al voldoende om Nynaeve te doen huiveren; Birgittes geheim ging met te veel pijn gepaard. Toen werd de steen weer vlees, en Birgitte zuchtte. ‘De tijd verandert alles. Ik herken nauwelijks de helft van de verhalen, en de andere helemaal niet. We spreken hier niet meer over.’ Dat was heel duidelijk geen voorstel.

Nynaeve deed haar mond open, hoewel ze niet wist wat ze moest zeggen – haar eigen ereschuld aan Birgitte betekende dat ze de pijn niet wilde verergeren, maar twee eenvoudige verzoeken waren nu geweigerd! Opeens klonk een vrouwenstem uit de ingang van de steeg. ‘Nynaeve, Janya en Delana willen je nu hebben.’ Nynaeve sprong bijna de lucht in; haar hart trachtte in haar keel te schieten.

In de ingang van de steeg leek Nicola in haar novicekleding even geschrokken. Net als Birgitte, maar die bestudeerde vervolgens vermaakt haar boog.

Nynaeve moest twee keer slikken voor ze een woord kon uitbrengen. Hoeveel had Nicola gehoord? ‘Als je denkt dat dit de juiste manier is om een Aanvaarde aan te spreken, Nicola, kun je maar beter snel een juistere manier Ieren, of het zal je geleerd worden.’ Het was echt iets voor een Aes Sedai om dat te zeggen, maar de donkere ogen van Nicola gleden schattend en onderzoekend over Nynaeve. ‘Het spijt me, Aanvaarde,’ zei ze toen, en ze maakte een knix. ik zal zorgvuldiger zijn.’

De knix was tot op de duim diep genoeg voor een Aanvaarde, en al klonk het koel, het was niet koel genoeg voor een berisping. Areina was niet de enige reisgenote geweest die teleurgesteld de waarheid over Elayne en Nynaeve had vernomen. Nicola had er echter mee ingestemd om het geheim te houden. Ze leek verbaasd te zijn dat het tweetal meende dat nog te moeten vragen. Nadat de proeven hadden uitgewezen dat zij kon geleiden, was het afwegen en schatten in haar ogen verschenen.

Nynaeve begreep het maar al te goed. Het ontbrak Nicola aan de ingeboren vonk – zonder lessen zou ze saidar nooit hebben aangeraakt – maar er werd al gesproken over haar belofte, over de kracht die ze op een dag zou bezitten als ze zich ertoe zette. Twee jaar terug zou ze vanwege haar grotere mogelijkheden dan enig andere novice sinds eeuwen, échte opwinding hebben veroorzaakt. Maar dat was vóór Elayne, Egwene, en Nynaeve zelf. Nicola zei er nooit iets over, maar Nynaeve was er zeker van dat ze vastbesloten was om Elayne en Nynaeve te evenaren, zo niet te overtreffen. Ze deed nooit iets ongepasts, maar het was vaak op het randje.

Nynaeve knikte haar kort toe. Haar begrip weerhield haar niet van de wens om die dwaze meid een driedubbele lading schapentongwortel te geven vanwege haar onnozelheid. ‘Zorg ervoor. Zeg de Aes Sedai dat ik zo bij ze ben.’ Nicola maakte wederom een knix, maar toen ze zich omdraaide, zei Nynaeve: ‘Wacht.’ Nicola bleef onmiddellijk staan. Het was er nu niet, maar Nynaeve was ervan overtuigd dat ze een flits had gezien, van... voldoening? ‘Heb je me alles verteld?’ ‘Ik werd gestuurd om u te zeggen om te komen, Aanvaarde, en dat heb ik gedaan.’ Zo nietszeggend als water van een week oud in een kan.

‘Wat zeiden zij? Hun precieze woorden.’

‘Precieze woorden, Aanvaarde? Ik weet niet of ik me de precieze woorden kan herinneren, maar ik zal het proberen. U moet bedenken dat zij het zeiden; ik herhaal het alleen maar. Janya Sedai zei iets van: “Als die dwaas niet gauw komt opdagen, zweer ik dat ze pas weer lekker zit als ze oud genoeg is om grootmoeder te zijn.” En Delana Sedai zei: “Ze zal al zo oud zijn voor ze besloten heeft om hier te komen. Als ze hier niet heel snel is, verwerk ik haar vel tot stofdoekjes.”’ Haar ogen waren de onschuld zelf, maar tegelijk heel oplettend. ‘Dat was iets meer dan een kwart uur geleden, Aanvaarde. Misschien iets langer.’

Nynaeve slikte bijna weer. Dat Aes Sedai nooit logen, betekende niet dat elk dreigement letterlijk moest worden genomen, maar niet veel mensen zouden het verschil kunnen zien. Bij iedereen, behalve bij Nicola, zou ze: ‘O Licht!’ hebben gejammerd en zich haastig uit de voeten hebben gemaakt. Maar niet onder die blik. Niet voor een vrouw die kennelijk een lijst van haar zwakheden opstelde, in dat geval hoef je niet voor me uit te rennen. Ga verder met je werk.’ Ze draaide haar rug naar Nicola’s knix alsof ze nergens over inzat, en zei tegen Birgitte: ik praat nog met je. Ik stel voor dat je tot dan de zaak laat rusten.’ Met wat geluk zou dat haar bij Uno vandaan houden. Met een heleboel geluk.

‘Ik zal je voorstel overwegen,’ zei Birgitte ernstig, maar er lag niets ernstigs in de mengeling van medeleven en vermaak op haar gezicht. Die vrouw kende de Aes Sedai. In zekere zin wist ze meer over hen dan de Aes Sedai zelf.

Er zat niets anders op dan dat maar te aanvaarden en het beste ervan te hopen. Toen Nynaeve de straat op stapte, sloot Nicola zich bij haar aan. ik zei dat je met je werk door kon gaan.’

‘Ze zeiden dat ik terug moest komen als ik u gevonden had, Aanvaarde. Is dat een van uw kruiden. Waarom gebruikt u kruiden. Is het omdat u niet kunt...? Vergeef me, Aanvaarde. Dat had ik niet mogen zeggen.’ Nynaeve keek met knipperende ogen naar de zak met ganzenmunt in haar hand – ze herinnerde zich niet die te hebben gepakt – en propte alles terug in haar beurs. Ze had de hele zak wel kunnen opkauwen. Ze lette niet op de verontschuldiging en aanleiding ervan; de eerste was beslist net zo vals als de ander opzet was. ik gebruik kruiden omdat Heling niet altijd nodig is.’ Zouden de Gelen het afkeuren als ze dat hoorden? Ze minachtten kruiden; ze leken alleen maar belangstelling te hebben voor ziekten die met Heling genezen konden worden. Zeker voor ziekten waar de Heling niet vergeleken mocht worden met een voorhamer die een walnoot kraakte. Waarom maakte ze zich trouwens zorgen over haar woorden, voor het geval Nicola die aan de Aes Sedai zou overbrengen? De vrouw was een novice, wat ze ook van haar en Elayne vond. Het maakte niet uit wat zij van hen vond. ‘Hou je mond,’ zei ze geërgerd. ‘Ik wil nadenken.’

Nicola zweeg terwijl ze zich een weg baanden door de drukke straat, maar het leek Nynaeve of ze treuzelde. Het kon verbeelding zijn, maar Nynaeves knieën begonnen te steken van de pogingen om niet voor haar uit te gaan lopen. Ze zou Nicola onder geen voorwaarde laten merken dat ze haast leek te hebben.

De hele toestand begon langzaam op haar in te werken. Van iedereen die gestuurd kon worden om haar te halen, was het moeilijk om je een erger persoon voor te stellen dan Nicola en haar ogen. Birgitte was waarschijnlijk al weggerend om Uno te zoeken. De Gezetenen hadden Tarna waarschijnlijk gezegd dat ze bereid waren om te knielen en Elaida’s ring te kussen. Sevé en Jaril vertelden Sheriam waarschijnlijk dat ze ‘Marigan’ nog niet van een wilde gans konden onderscheiden. Het was zo’n soort dag, en de laaiende zon stond slechts op een kwart van haar baan aan de wolkeloze hemel.

Janya en Delana wachtten haar op in de voorkamer van een klein huis dat zij deelden met nog drie andere Aes Sedai. Elk had een eigen slaapkamer, natuurlijk. Iedere Ajah had een huis voor haar bijeenkomsten, maar de Aes Sedai waren over het hele dorp verspreid, afhankelijk van wanneer ze aangekomen waren. Janya keek met gespitste lippen nadenkend naar de vloer en scheen zich niet bewust van hun aankomst. Maar Delana met haar bleek blonde haren – zo fijn dat je niet kon zeggen of er witte in zaten – richtte haar al even bleekblauwe ogen op hen zodra ze door de deur kwamen. Nicola schrok onwillekeurig op en daarover zou Nynaeve zich beter hebben gevoeld als ze zelf niet hetzelfde gedaan had. Gewoonlijk verschilden de ogen van de Aes Sedai niet van de anderen, maar als ze zich helemaal op jou richtten was het alsof er niets anders bestond dan jij alleen. Sommigen zeiden dat Delana zo goed was in onderhandelingen omdat beide partijen het met elkaar eens wilden worden, alleen maar om haar op te laten houden hen met die blik aan te staren. Je begon te denken over wat je verkeerd gedaan had, zelfs als je helemaal niets gedaan had. De lijst die in Nynaeves hoofd opdook, deed haar een net zo diepe knix maken als Nicola, voor ze er erg in had.