Выбрать главу

‘En de Arinelle dan?’

‘Die wordt pas zo breed buiten Saldea,’ zei hij verstrooid. ‘Dit lijkt wel een oceaan tussen twee oevers. Ik moest er net nog aan denken hoe de Aiel moeten hebben opgekeken toen ze net over de Rug van de Wereld kwamen.’

Ze zwegen allebei een poosje.

‘Hoe erg is het?’ vroeg Elayne uiteindelijk.

‘Erg. Ik had het moeten beseffen, het Licht verzenge me. Ik had het moeten zien.’

‘Je kunt je niet op alles voorbereiden, Bashere.’

‘Nou,’ zei hij, ‘eigenlijk is dat nu net wat ik wél hoor te doen.’ Hun tocht oostwaarts vanuit het Breemwoud was verlopen zoals verwacht. Door de bruggen over de Erinin en de Alguenya in brand te steken, hadden ze grote aantallen Trolloks uitgeschakeld die achter hen aan wilden komen. Elayne was nu stroomopwaarts onderweg naar de stad Cairhien. Bashere had de bedoeling gehad hun laatste confrontatie met de Trolloks in de heuvels langs de weg te laten plaatsvinden, twintig roeden ten zuiden van Cairhien.

De Schaduw had dat voorzien. Verkenners hadden een tweede leger van Trolloks ontdekt, even ten noorden van hun huidige positie, Ze waren op weg naar het oosten, naar de stad Cairhien. Elayne had die stad van zijn verdedigers ontdaan om haar leger aan te vullen. Nu waren er alleen nog vluchtelingen, en het was er even druk als het in Caemlin was geweest.

‘Hoe komen ze daar?’ vroeg ze. ‘Die Trolloks kunnen niet uit Tarwins Kloof zijn gekomen.’

‘Daar is niet genoeg tijd voor geweest,’ beaamde Bashere.

‘Een andere saidinpoort?’ vroeg ze.

‘Misschien,’ zei Bashere. ‘Misschien niet.’

‘Hoe dan? Waar is dat leger vandaan gekomen?’ Het leger van Trolloks was bijna dichtbij genoeg om op de stadspoorten te kloppen. Lichtl

‘Ik heb de fout gemaakt te denken als een mens,’ zei Bashere. ‘Ik heb rekening gehouden met de snelheid van het Trollok-leger, maar niet met hoe de Myrddraal ze opdrijven. Een stomme fout. Het leger in het bos moet zich hebben opgesplitst en een deel ervan noordoostwaarts door de bossen naar Cairhien hebben gestuurd. Dat is het enige wat ik kan bedenken.’

‘Wij hebben ons zo snel verplaatst als mogelijk was,’ zei Elayne. ‘Hoe kunnen ze ons hebben ingehaald?’ Haar leger had Poorten. Ze konden niet iedereen erdoor verplaatsen, aangezien ze niet genoeg geleiders had om gedurende langere tijd Poorten open te houden, maar wél de bevoorradingswagens, de gewonden en de kampvolgers. Daardoor verplaatsten ze zich met de snelheid van geoefende soldaten.

‘We hebben ons zo snel verplaatst als véilig mogelijk was,’ verbeterde Bashere haar. ‘Een menselijke bevelhebber zou zijn troepen nooit op zo’n moordend tempo voortdrijven. Het terrein dat ze hebben doorkruist moet vreselijk zijn geweest. De rivieren die ze moesten oversteken, de bossen, de moerassen, Licht! Het moet een ware uitputtingsslag zijn geweest, die duizenden Trolloks heeft gekost. De Schimmen hebben die gok gewaagd, en nu hebben ze ons in de tang. De stad kan ook vernietigd worden.’

Elayne zweeg even. ‘Dat laat ik niét gebeuren,’ zei ze uiteindelijk. ‘Niet weer. Niet als we het kunnen voorkomen.’

‘Hebben we een keus?’

‘Ja,’ zei Elayne. ‘Bashere, jij bent een van de beste strategen die dit land ooit heeft gekend. Je hebt middelen die geen man ooit eerder heeft gehad. De draken, de Kinsvrouwen, Ogier die bereid zijn te strijden... Jij kunt dit laten slagen. Ik weet het gewoon.’

‘Je hebt verrassend veel vertrouwen in me, voor iemand die je pas zo kort kent.’

‘Rhand vertrouwt je,’ zei Elayne. ‘Zelfs in de duistere tijden, Bashere – toen hij bijna iedereen om hem heen met duisternis in zijn ogen bekeek – vertrouwde hij jou.’

Bashere leek ongerust. ‘Er is wel iets wat we kunnen doen.’

‘Wat dan?’

‘We gaan zo snel mogelijk naar Cairhien en vallen de Trolloks aan. Ze zijn moe, dat kan niet anders. Als we ze snel kunnen verslaan, voordat de horde vanuit het zuiden ons bereikt, lukt het ons misschien. Het zal moeilijk worden. Het noordelijke leger wil waarschijnlijk de stad in handen krijgen en die dan tegen ons gebruiken zodra de Trolloks uit het zuiden aankomen.’

‘Kunnen we geen Poorten openen naar de stad en die zo in handen krijgen?’

‘Dat betwijfel ik,’ antwoordde Bashere. ‘Niet nu de geleiders zo moe zijn. Bovendien moeten we die Trolloks in Cairhien per se vernietigen. Als we ze de tijd geven om uit te rusten, herstellen ze zich van hun tocht, krijgen versterking van de Trolloks uit het zuiden en zetten dan hun Gruwheren in om Cairhien te laten barsten als een overrijpe appel. Nee, Elayne. We moeten aanvallen en dat noordelijke leger verpletteren terwijl het zwak is. Pas dan kunnen we mogelijkerwijs standhouden tegen het zuidelijke leger. Als we falen, pletten die twee ons tussen hen in.’

‘Dat is dan een gok die we moeten wagen,’ zei Elayne. ‘Tref je voorbereidingen, Bashere. We zullen zorgen dat het lukt.’

Egwene stapte Tel’aran’rhiod binnen.

De Wereld der Dromen was altijd gevaarlijk geweest, onvoorspelbaar. De laatste tijd was dat nog meer het geval. De grote stad Tyr werd merkwaardig weerspiegeld in de droom: de gebouwen waren verweerd als door honderd jaar van stormen. De stadsmuren waren nu nog maar tien voet hoog, de bovenkanten afgerond en glad van de wind. De gebouwen binnen de muren waren geërodeerd en bestonden alleen nog uit funderingen en bergen verweerde stenen.

Verkild door de aanblik draaide Egwene zich om naar de Steen. Die stond er in ieder geval nog net zo bij als voorheen. Hoog, sterk, onaangeroerd door de slijtage van de wind. Dat stelde haar gerust.

Ze stuurde zichzelf naar het hart ervan. De Wijzen wachtten op haar. Dat was ook geruststellend. Zelfs in deze tijd van verandering en oproer waren zij standvastig als de Steen zelf. Amys, Bair en Melaine wachtten op haar. Ze hoorde een deel van hun gesprek voordat ze haar opmerkten.

‘Ik heb het net zo gezien als zij,’ vertelde Bair. ‘Hoewel ik het door de ogen van mijn eigen afstammelingen zag. Ik denk dat we het nu allemaal te zien krijgen als we voor de derde keer terugkeren. Dat zou dus vereist moeten zijn.’

‘Drie bezoeken?’ vroeg Melaine. ‘Dat is inderdaad een verandering. We weten nog steeds niet of het tweede bezoek nu dit zal tonen, of het vorige visioen.’

Zich ervan bewust dat ze afluisterde, schraapte Egwene haar keel. De vrouwen draaiden zich naar haar om en zwegen meteen.

‘Ik wilde jullie niet storen,’ zei Egwene, die tussen de pilaren door naar hen toe liep.

‘Geen punt,’ zei Bair. ‘We hadden zelf op onze woorden moeten passen. Wij zijn immers degenen die jou hier hebben uitgenodigd.’

‘Fijn om je te zien, Egwene Alveren,’ zei Melaine, die vol genegenheid glimlachte. De vrouw oogde zo ver in haar zwangerschap dat ze bijna op het punt moest staan om haar kinderen ter wereld te brengen. ‘Uit verslagen maak ik op dat je leger veel ji verdient.’

‘Het gaat goed,’ beaamde Egwene, die bij hen op de vloer ging zitten. ‘Jij krijgt je mogelijkheid ook nog wel, Melaine.’

‘De Car’a’carn wacht te lang,’ zei Amys fronsend. ‘De speren worden ongeduldig. We zouden tegen Zichtzieder moeten optrekken.’

‘Hij wil zich graag grondig voorbereiden,’ zei Egwene. Ze aarzelde. ‘Ik kan niet lang bij jullie blijven. Ik heb later vandaag een bespreking met hem.’

‘Waarover?’ vroeg Bair, die zich nieuwsgierig naar voren boog.

‘Dat weet ik niet,’ antwoordde Egwene. ‘Er lag een briefje van hem op de vloer van mijn tent. Hij zei dat hij me wilde spreken, maar niet als Draak en Amyrlin. Als oude vrienden.’

‘Zeg hem dat hij niet moet talmen,’ zei Bair. ‘Maar luister, er is iets waarover we met je moeten praten.’

‘Wat dan?’ vroeg Egwene nieuwsgierig.

‘Heb je wel eens zoiets gezien?’ vroeg Melaine, die zich concentreerde. Op de vloer tussen hen trokken barsten door het steen. Ze legde haar wil op aan de Wereld der Dromen en riep iets op waarvan ze wilde dat Egwene het zag.