Выбрать главу

Eerst begreep ze het niet. Barsten in het steen? Natuurlijk had ze wel eerder barsten in steen gezien. En nu er de laatste tijd zoveel aardbevingen plaatsvonden, zou ze er waarschijnlijk nog veel meer gaan zien.

Maar er was wel iets opvallends aan. Egwene boog zich naar voren en zag dat de barsten leken te eindigen in niéts. Een diep zwart. Onnatuurlijk zwart.

‘Wat is dat?’ vroeg Egwene.

‘Ons volk heeft dit verschijnsel gemeld,’ zei Amys zachtjes. ‘Zij die vechten in Andor, en ook in de Verwoeste Landen met Rhand Altor. Het lijken wel breuken in het Patroon zelf. Ze blijven een poosje zo donker, en dan vervagen ze en worden het gewone barsten.’ ‘Het is een heel gevaarlijk teken,’ zei Bair. ‘We hebben een van de onzen naar de Grenslanden gestuurd, waar Lan Mandragoran vecht, om navraag te doen. Het lijkt erop dat de barsten daar het meest voorkomen.’

‘Ze verschijnen vaker als de Gruwheren vechten,’ vertelde Amys.

‘Als ze de weving gebruiken die lotsvuur wordt genoemd.’

Egwene staarde huiverend in de duisternis. ‘Lotsvuur verzwakt het Patroon. Tijdens de Oorlog van Kracht begonnen zelfs de Verzakers het gebruik ervan te vrezen, omdat ze mogelijk de hele wereld zouden laten ontrafelen.’

‘We moeten dit doorgeven aan al onze bondgenoten,’ zei Amys. ‘Ze moeten die weving niet meer gebruiken.’

‘Dat is al verboden voor Aes Sedai,’ antwoordde Egwene. ‘Maar ik zal bekendmaken dat niemand zelfs maar moet overwegen die regel te overtreden.’

‘Dat is verstandig,’ zei Melaine. ‘Voor een volk dat zoveel regels voor zichzelf heeft opgesteld, zijn de Aes Sedai er erg handig in om richtlijnen te negeren als hun omstandigheden het toelaten, heb ik gemerkt.’

‘We vertrouwen onze vrouwen,’ zei Egwene. ‘Ze zijn gebonden aan de Geloften, en daarnaast putten ze uit hun eigen wijsheid. Als Moiraine niet bereid was geweest om die regel soepel te hanteren, zou Perijn nu dood zijn. Datzelfde geldt voor Mart, als Rhand de regel had genegeerd. Maar ik zal met de vrouwen praten.’

Lotsvuur zat haar dwars. Niet omdat het bestond of om wat het deed. Het was heel erg gevaarlijk. Maar wat had Perijn ook alweer tegen haar gezegd in de droom? Het is alleen maar een weving...

Het leek oneerlijk dat de Schaduw toegang had tot zo’n wapen, een wapen dat het Patroon ontrafelde als het werd gebruikt. Hoe moesten ze daartegen vechten, hoe konden ze zoiets tegengaan?

‘Dit is niet de enige reden dat we je wilden spreken, Egwene Alveren,’ zei Melaine. ‘Heb je de veranderingen gezien in de Wereld der Dromen?’

Egwene knikte. ‘De storm wordt erger.’

‘We zullen hier in de toekomst niet vaak meer komen,’ zei Amys. ‘We hebben het besluit genomen. En ondanks ons geklaag bereidt de C lar’a’carn wel zijn legers voor om in beweging te komen. Het zal niet lang meer duren voordat we met hem meegaan naar de oorsprong van de Schaduw.’

Egwene knikte langzaam. ‘Dus het is zover.’

‘Ik ben trots op je, meisje,’ zei Amys. Amys, die taaie Amys, had lianen in haar ogen. Ze stonden op en Egwene omhelsde hen een voor een.

‘Het Licht behoede jullie, Amys, Melaine, Bair,’ zei Egwene. ‘Doe dc groeten aan de anderen.’

‘Dat zal gebeuren, Egwene Alveren,’ zei Bair. ‘Moge je water en schaduw vinden, nu en altijd.’

Een voor een vervaagden ze uit Tyr. Egwene haalde diep adem en keek omhoog. Het gebouw kreunde als een schip in een storm. De stenen zelf leken te verschuiven.

Ze had van deze plek gehouden. Niet van de Steen, maar van Tel’aran’rhiod. Ze had er zoveel van geleerd. Maar ze wist, terwijl ze zich voorbereidde op haar vertrek, dat het net een rivier was tijdens een gevaarlijke overstroming. Hij mocht dan vertrouwd en geliefd zijn, maar ze mocht zichzelf hier niet op het spel zetten. Niet zolang de Witte Toren haar nodig had.

‘En jij ook vaarwel, oude vriend,’ zei ze tegen de lucht. ‘Tot de volgende keer dat ik droom.’

Ze liet zichzelf wakker worden.

Gawein stond te wachten bij haar bed, zoals gebruikelijk. Ze waren weer in de Toren. Egwene was volledig aangekleed op haar bed gaan liggen, in de kamer naast haar werkkamer. Het was nog geen avond, maar ze had meteen op het verzoek van de Wijzen willen ingaan.

‘Hij is er,’ zei Gawein zachtjes, met een blik op de deur naar haar werkkamer.

‘Laten we dan maar naar hem toe gaan,’ besloot ze. Ze stond op en streek haar rokken glad. Ze knikte naar Gawein, en samen liepen ze de deur door om de Herrezen Draak te ontmoeten.

Rhand glimlachte toen hij haar zag. Hij werd vergezeld door twee Speervrouwen die Egwene niet kende.

‘Waar gaat dit over?’ vroeg Egwene vermoeid. ‘Kom je me overtuigen om de zegels te breken?’

‘Je bent cynisch geworden.’

‘De laatste twee keer dat we elkaar zagen,’ zei Egwene, ‘probeerde je nadrukkelijk om me woedend te maken. Moet ik dat dan nu niet weer verwachten?’

‘Ik probeer je niet woedend te maken,’ zei Rhand. ‘Luister. Hier.’ Hij haalde iets uit zijn zak. Een haarlint. Hij stak het naar haar uit. ‘Je keek er altijd zo naar uit om je haar te kunnen vlechten.’

‘Dus nu wil je zeggen dat ik een kind ben?’ vroeg Egwene geërgerd. Gawein legde geruststellend zijn hand op haar schouder.

‘Wat? Nee!’ Rhand zuchtte. ‘Licht, Egwene. Ik wil het goedmaken. Je bent als een zus voor me. Ik heb nooit broers en zussen gehad. Of althans, de ene die ik heb, kent me niet. Ik heb alleen jou. Alsjeblieft. Ik probeer je niet kwaad te maken.’

Heel even leek hij weer de jongen die hij lang geleden was. Een onschuldige, ernstige jongen. Egwene liet haar frustratie wegsmelten. ‘Rhand, ik heb het druk. Wij hebben het druk. Er is geen tijd voor dit soort dingen. Je legers zijn ongeduldig.’

‘Hun tijd komt binnenkort,’ zei Rhand, en zijn gezicht verhardde. ‘Voordat dit afgelopen is, zullen ze zich gaan afvragen waarom ze zo stonden te trappelen en zullen ze met weemoed terugkijken op deze rustige dagen van wachten.’ Hij hield nog steeds het lint in zijn hand, die nu een vuist werd. ‘Ik wilde alleen... Ik wilde niet naar mijn slagveld gaan terwijl we tijdens onze laatste ontmoeting ruzie hadden gehad, al was het dan over iets belangrijks.’

‘O, Rhand.’ Egwene stapte naar voren en pakte het lint aan. Ze omhelsde hem. Licht, maar hij was de laatste tijd moeilijk in de omgang geweest. Maar aan de andere kant had ze af en toe hetzelfde over haar ouders gedacht. ‘Ik steun je. Dat betekent niet dat ik met de zegels zal doen wat jij wilt, maar ik steun je wel.’

Egwene liet Rhand los. Ze zou géén tranen in haar ogen laten komen. Zelfs al leek dit een afscheid.

‘Wacht,’ zei Gawein. ‘Broers en zussen? Heb je die?’

‘Ik ben de zoon van Tigraine,’ antwoordde Rhand schouderophalend, ‘van toen ze naar de Woestenij ging en Speervrouwe werd.’ Gawein keek stomverbaasd, hoewel Egwene dit tijden geleden al had uitgevogeld. ‘Ben je Galads bróér?’ vroeg Gawein.

‘Halfbroer,’ zei Rhand. ‘Niet dat dat veel zal betekenen voor een Witmantel, denk ik. We hadden dezelfde moeder. Zijn vader, net als de jouwe, was Taringael, maar de mijne was een Aiel.’

‘Ik denk dat Galad je nog zou verbazen,’ zei Gawein zacht. ‘Maar Elayne...’

‘Ik wil je je eigen familiegeschiedenis niet vertellen, maar Elayne is niet aan me verwant.’ Rhand wendde zich tot Egwene. ‘Mag ik ze zien? De zegels? Voordat ik naar Shayol Ghul ga, wil ik ze nog een laatste keer zien. Ik beloof dat ik er niets mee zal doen.’

Met tegenzin haalde ze de zegels uit de buidel aan haar middel, waar ze ze meestal in bewaarde. Gawein, nog steeds met een verbaasd gezicht, liep naar het raam en deed het open om licht in de kamer te laten. De Witte Toren voelde bewegingloos... stil. De legers waren weg, de leiders ervan in oorlog.

Egwene pakte het eerste zegel uit en gaf het aan Rhand. Ze zou ze hem niet allemaal tegelijk geven. Voor de zekerheid. Ze vertrouwde wel op zijn woord, want hij was immers Rhand, maar... gewoon voor de zekerheid.