En daarna... Nou, ze hoopte dat ze dan de meerderheid van die mannen in het gareel zouden hebben. Licht, wat een puinhoop. Mannelijke geleiders die onbeschaamd rondliepen! Lyrelle geloofde niet in dat fabeltje dat de smet was gezuiverd. Natuurlijk zouden die... mannen zoiets beweren.
‘Soms,’ mompelde Lyrelle, ‘wou ik dat ik terug kon gaan in de tijd. Ik zou mezelf een mep geven en deze opdracht nooit aannemen.’
Mijrelle lachte. Ze vatte dingen nooit zo ernstig op als ze zou moeten. Lyrelle ergerde zich omdat ze allerlei belangrijke gebeurtenissen in de Witte Toren had gemist tijdens haar lange afwezigheid. Een hereniging, een strijd tegen de Seanchanen... Dat waren tijden waarin je je leiderschap kon bewijzen, tijden waarin een vrouw haar kracht kon laten zien.
Tijden van chaos boden mogelijkheden. Mogelijkheden die nu buiten haar bereik lagen. Licht, wat een rotgedachte was dat.
‘We komen naar binnen,’ riep ze omhoog naar de muren aan weerskanten van de poort waar ze voor stond. Op gedempte toon zei ze tegen haar metgezellen: ‘Hou de Ene Kracht vast en wees op je hoede. We weten niet wat daar kan gebeuren.’ Haar vrouwen zouden het kunnen opnemen tegen een groter aantal ongeoefende Asha’man, als het zover kwam. Redelijkerwijs zou het niet zover moeten komen. Al waren die mannen natuurlijk hoogstwaarschijnlijk waanzinnig, dus misschien was het onverstandig om rede van hen te verwachten.
De grote poorten gingen open om hen binnen te laten. Het zei iets over de mannen van de Zwarte Toren dat ze hadden besloten eerst de muren rondom hun terrein te voltooien voordat ze de feitelijke toren bouwden.
Lyrelle gaf haar paard de sporen, en Mijrelle en de anderen volgden haar met veel hoefgeklepper. Ze omhelsde de Bron en gebruikte een nieuwe weving, waardoor ze het zou voelen als er in de buurt een man geleidde. Degene die de poort had geopend, was niet de jongeman die ze even eerder had gesproken.
‘Wat is dit?’ vroeg Lyrelle toen Pevara Tazanovni naar haar toe kwam. Lyrelle kende de Rode Gezetene, maar niet goed.
‘Er is me gevraagd om je te vergezellen,’ antwoordde Pevara vrolijk. ‘Logain dacht dat een bekend gezicht je misschien wat op je gemak zou stellen.’
Lyrelle onderdrukte een sneer. Aes Sedai hoorden niet vrolijk te zijn. Aes Sedai hoorden kalm, beheerst en hooguit streng te zijn. Een man hoorde naar een Aes Sedai te kijken en zich meteen af te vragen wat hij fout had gedaan en hoe hij het kon goedmaken.
Pevara reed met haar mee toen ze het terrein van de Zwarte Toren betraden. ‘Logain, die nu de leiding heeft, doet je de groeten,’ vervolgde Pevara. ‘Hij is ernstig gewond geraakt tijdens de aanval en is nog niet geheel hersteld.’
‘Komt het goed met hem?’
‘O, zeker. Over een dag of twee zou hij wel weer op de been moeten zijn. Hij zal de Asha’man aanvoeren wanneer ze zich aansluiten bij de Laatste Slag, vermoed ik.’
Jammer, dacht Lyrelle. De Zwarte Toren zou veel eenvoudiger te beheersen zijn zonder valse Draak aan het hoofd. Het zou beter zijn geweest als hij was gesneuveld.
‘Ik ben ervan overtuigd dat zijn hulp van pas zal komen,’ zei Lyrelle. ‘Maar zijn leiderschap... Nou, we zullen zien. Zeg eens, Pevara. Ik heb gehoord dat het binden van een mannelijke geleider anders is dan een binding met een gewone man. Heb jij het proces al doorlopen?’
‘Ja,’ antwoordde Pevara.
‘Is het dan waar?’ vroeg Lyrelle. ‘Gewone mannen kun je via de binding dwingen te gehoorzamen, maar die Asha’man niet?’
Pevara glimlachte haast mijmerend. ‘Ach, hoe zou dat zijn? Nee, je kunt een Asha’man niet dwingen via de binding. Je zult inventiever moeten zijn.’
Dat was niet best. ‘Hoe gehoorzaam zijn ze?’ vroeg Aledrin vanaf de andere kant.
‘Dat hangt van de man af, vermoed ik,’ antwoordde Pevara.
‘Als je ze niet kunt dwingen,’ vroeg Lyrelle, ‘gehoorzamen ze hun Aes Sedai dan wel in de strijd?’
‘Waarschijnlijk,’ zei Pevara, hoewel het een beetje dubbelzinnig klonk. ‘Ik moet jullie iets vertellen. De opdracht waarmee ik hierheen was gestuurd, dezelfde als die van jullie, is een dwaze onderneming.’ ‘O ja?’ vroeg Lyrelle vlak. Ze zou echt niet op het woord van een Rode vertrouwen na wat die Ajah Siuan had aangedaan. ‘Hoezo?’ ‘Ik stond er ooit net zo in als jullie,’ vertelde Pevara. ‘Ik wilde alle Asha’man wel binden in een poging om ze te beheersen. Maar zou je zomaar een stad in rijden en daar willekeurig vijftig mannen uitkiezen om ze als zwaardhanden te binden? Het binden van Asha’man alleen om het binden is dwaasheid. Je kunt ze er niet mee beheersen. Ik geloof best dat sommige Asha’man uitstekende zwaardhanden zullen zijn, maar – net als veel gewone mannen – andere ook niet. Ik raad jullie aan om af te zien van je voornemen om er zevenenveertig te binden, maar alleen diegenen te kiezen die het zelf willen. Dat levert betere zwaardhanden op.’
‘Dat is goede raad,’ gaf Lyrelle toe. ‘Maar, zoals je zelf al zei, de Asha’man zullen nodig zijn aan het front. Er is geen tijd te verliezen. We binden de zevenenveertig sterkste.’
Pevara zuchtte en zei verder niets terwijl ze langs enkele mannen in zwarte jassen reden, met twee spelden op hun hoge kragen. Lyrelles huid begon te kriebelen alsof er insecten onderdoor kropen. Mannen die konden geleiden!
Lelaine dacht dat de Zwarte Toren van groot belang zou zijn voor de Witte Toren. Nou, Lyrelle was niet Lelaines bezit. Ze was haar eigen persoon, en zelf ook een Gezetene. Als ze er iets op kon vinden om de Zwarte Toren rechtstreeks onder haar eigen gezag te brengen, dan kon ze zich misschien eindelijk onder de duim van Lelaine vandaan wurmen.
Met dat in het vooruitzicht was het binden van Asha’man de moeite waard. Licht, maar ze zou het niet prettig vinden. Ze moesten iets verzinnen om al die mannen te beheersen. De Draak zou inmiddels wel waanzinnig en onbetrouwbaar zijn geworden, besmet doordat de Duistere saidin had aangeraakt. Kon hij zodanig worden gemanipuleerd dat hij hun ook de rest van de mannen zou laten binden?
Geen beheersing via de binding... dat zal gevaarlijk worden. Ze stelde zich voor dat ze de strijd in ging met twee of drie dozijn Asha’man, gebonden en aan haar wil onderworpen. Hoe kon ze dat verwezenlijken?
Ze bereikten een rij mannen in zwarte jassen die aan de rand van liet dorp stonden te wachten. Lyrelle en de anderen reden naar hen toe en Lyrelle telde snel. Zevenenveertig mannen, inclusief de man die vooraan stond. Wat probeerden ze uit te halen?
De man vooraan draafde hun tegemoet. Hij was een potige vent van middelbare leeftijd. Hij zag eruit alsof hij onlangs een of andere beproeving had doorstaan: hij had wallen onder zijn ogen en een bleke huid. Maar hij oogde sterk en zijn blik was strak toen hij Lyrelle in de ogen keek en vervolgens een buiging voor haar maakte.
‘Welkom, Aes Sedai,’ zei hij.
‘En jij bent?’
‘Androl Genhald. Ik heb de leiding gekregen over uw zevenenveertig totdat ze zijn gebonden.’
‘Mijn zevenenveertig? Ik zie dat jullie de voorwaarden nu al zijn vergeten. We mogen elke soldaat of Toegewijde kiezen die we wensen, en niemand mag ons weigeren.’
‘Ja, inderdaad,’ zei Androl. ‘Dat is waar. Helaas zijn alle andere mannen in de Zwarte Toren ofwel volleerde Asha’man, of ze zijn weggeroepen voor dringende zaken. De anderen zouden natuurlijk de bevelen van de Draak opvolgen als ze hier waren. We hebben gezorgd dat er zevenenveertig voor u zijn achtergebleven. Of eigenlijk zesenveertig. Ik ben al gebonden door Pevara Sedai, begrijpt u.’
‘We wachten wel totdat de anderen terug zijn,’ antwoordde Lyrelle kil.
‘Helaas,’ zei Androl, ‘denk ik niet dat ze binnen afzienbare tijd zullen terugkeren. Als u nog mee wilt doen aan de Laatste Slag, zult u snel moeten kiezen.’
Lyrelle kneep haar ogen naar hem samen en keek toen naar Pevara, die haar schouders ophaalde.