Выбрать главу

‘Je moet dood!’ schreeuwde de vrouw. ‘Je zou al dood moeten zijn. Dit kan niet!’

Perijn verdween en liet een standbeeld van zichzelf achter. Hij verscheen naast de tent, waar Gaul met behoedzame ogen en een geheven speer stond toe te kijken. Perijn zette een muur tussen hen en de vrouw, kleurde die om hen te verbergen en maakte een barrière om geluid tegen te houden.

‘Ze kan ons niet meer horen,’ zei Perijn.

‘Je bent hier sterk,’ zei Gaul peinzend. ‘Heel sterk. Weten de Wijzen dit?’

‘Ik ben nog een jonge welp, vergeleken met hen.’

‘Misschien,’ zei Gaul. ‘Ik heb ze niet gezien, en ze spreken niet over deze plek met mannen.’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Veel eer, Perijn Aybara. Je hebt veel eer.’

‘Ik had haar gewoon moeten neerslaan,’ zei Perijn toen Hartszoeker zijn standbeeld verwoestte en er met een verward gezicht naartoe liep. Ze draaide om haar as en speurde met wilde ogen om zich heen.

‘Ja,’ beaamde Gaul. ‘Een strijder die geen Speervrouwe wil aanvallen is een strijder die haar eer ontzegt. Natuurlijk zou de grotere eer voor jou zijn als je...’

Haar gevangen zou nemen. Zou hij dat kunnen? Perijn haalde diep adem en dook achter haar op, waarbij hij zich lianen voorstelde die om haar heen groeiden en haar vasthielden.

De vrouw vervloekte hem schreeuwend en hakte met onzichtbare messen op de lianen in. Ze stak haar hand naar Perijn uit, en hij verplaatste zich opzij.

Zijn voeten knerpten op bevroren plekjes op de grond die hij nog niet had opgemerkt, en onmiddellijk draaide ze zich naar hem toe en stuurde een volgende weving van lotsvuur op hem af. Slim, dacht Perijn, die ternauwernood het licht wist om te buigen. Het raakte de heuvel achter hem en boorde er een gat dwars doorheen.

Hartszoeker ging grauwend door met de weving, haar lelijke gezicht verwrongen. De weving boog terug naar Perijn, maar hij klemde zijn kiezen op elkaar en hield hem op afstand. Ze was sterk. Ze duwde hard, maar uiteindelijk liet ze hijgend de weving los. ‘Hoe... hoe kun je nou...’

Perijn vulde haar mond met dolkwortel. Dat was moeilijk; iets aan een persoon veranderen was altijd moeilijk. Maar dit was veel eenvoudiger dan te proberen haar in een dier of zoiets te veranderen.

De vrouw bracht haar hand naar haar mond en er verscheen paniek in haar ogen. Ze begon te spugen en te kokhalzen en opende toen wanhopig een Poort.

Perijn gromde en stelde zich touwen voor die naar haar reikten, maar ze vernietigde ze met een weving van Vuur. Ze moest de dolkwortel eruit hebben gekregen. Ze dook door de Poort, en Perijn verplaatste zich tot hij er pal voor stond, klaar om erdoorheen te springen. Hij verstijfde toen hij zag dat de Poort midden tussen een gigantisch leger van Trolloks en Schimmen uitkwam. Het was nacht. Het Schaduwgebroed draaide zich gretig om naar de Poort.

Perijn stapte achteruit toen Hartszoeker haar hand voor haar mond sloeg en met een verschrikt gezicht nog meer dolkwortel ophoestte. De Poort ging dicht.

‘Je had haar moeten doden,’ zei Lanfir.

Perijn draaide zich om en zag de vrouw verderop staan, met haar armen over elkaar. Haar haar was van zilver naar donkerbruin verkleurd. Haar gezicht was ook veranderd. Het was nu iets meer zoals jaren geleden, toen hij haar voor het eerst had gezien.

Perijn zei niets en hing zijn hamer weer aan zijn riem.

‘Dit is een zwakte, Perijn,’ zei Lanfir. ‘Ooit vond ik dat innemend bij Lews Therin, maar dat verandert niets aan het feit dat het een zwakte is. Je moet je eroverheen zetten.’

‘Dat zal ik doen,’ snauwde hij. ‘Wat deed ze daarboven, bij die lichtbollen?’

‘Dromen binnendringen,’ antwoordde Lanfir. ‘Ze was hier lijfelijk. Dat geeft je bepaalde voordelen, vooral wanneer je met dromen speelt. Die sloerie. Ze denkt dat ze deze plek kent, maar het is altijd mijn plek geweest. Het zou beter zijn geweest als je haar had gedood.’

‘Dat was Graendal, of niet?’ vroeg Perijn. ‘Of was het Moghedien?’

‘Graendal,’ zei Lanfir. ‘Hoewel, nogmaals, we die naam niet meer mogen gebruiken. Ze heet nu Hessalam.’

‘Hessalam,’ zei Perijn onwennig. ‘Die naam ken ik niet.’

‘Het betekent “zonder vergiffenis”.’

‘En wat is jouw nieuwe naam? Hoe moeten we jou nu noemen?’

Daar bloosde ze warempel om. ‘Dat doet er niet toe,’ zei ze. ‘Je bent vaardig hier in Tel’aran’rhiod. Veel beter dan Lews Therin ooit was. Ik dacht altijd dat ik aan zijn zijde zou regeren, dat alleen een mannelijke geleider waardig genoeg voor me was. Maar de kracht die jij hier aan de dag legt... Ik denk dat ik jou wel kan aanvaarden als vervanger.’

Perijn gromde. Gaul was over de kleine open plek tussen de kamp-tenten komen aanlopen, met zijn speer geheven en zijn sjoefa voor zijn gezicht. Perijn wuifde hem naar achteren. Niet alleen was Lanfir in de wolfsdroom waarschijnlijk véél vaardiger dan Gaul, ze had nog niets echt dreigends gedaan.

‘Als je me in de gaten hebt gehouden,’ zei Perijn, ‘dan weet je ook dat ik behoorlijk gelukkig getrouwd ben.’

‘Dat heb ik gezien.’

‘Kijk dan niet zo naar me, alsof ik een stuk rundvlees ben dat op de markt aan een haak bungelt,’ grauwde Perijn. ‘Wat deed Graendal hier? Wat wil ze?’

‘Daar ben ik niet helemaal zeker van,’ zei Lanfir luchtig. ‘Ze heeft altijd drie of vier strategieën tegelijk in haar hoofd. Onderschat haar niet, Perijn. Ze is hier niet zo vaardig als sommige anderen, maar ze is wel gevaarlijk. Ze is een vechter. Anders dan Moghedien, die bij je zal wegvluchten wanneer ze maar kan.’

‘Dat zal ik in gedachten houden,’ zei Perijn, die naar de plek liep waar de Verzaker door een Poort was verdwenen. Hij porde in de sleuven die de Poort in de aarde had achtergelaten.

‘Jij zou dat ook kunnen, weet je,’ zei Lanfir.

Hij draaide zich met een ruk om. ‘Wat?’

‘Heen en weer gaan naar de wakende wereld,’ antwoordde ze. ‘Zonder hulp van iemand als Lews Therin.’

Het beviel Perijn niets hoe ze sneerde toen ze zijn naam uitsprak. Ze probeerde het te verhullen, maar hij rook de haat die van haar afwalmde als ze het over hem had.

‘Ik kan niet geleiden,’ zei Perijn. ‘Ik neem aan dat ik me zou kunnen voorstellen dat ik het kon...’

‘Dat zou niet werken,’ kapte ze hem af. ‘Er zijn grenzen aan wat je hier kunt bewerkstelligen, ongeacht hoe sterk je geest is. Het vermogen om te geleiden is niet iets van het lichaam, maar iets van de ziel. Maar tóch zijn er wegen waardoor iemand zoals jij lijfelijk heen en weer kan reizen tussen werelden. Degene die jij Slachter noemt doet het ook.’

‘Hij is geen Wolfsbroeder.’

‘Nee,’ zei ze. ‘Maar het lijkt erop. Ik zou je niet kunnen vertellen of iemand anders die vaardigheden al eens heeft gehad. De Duistere heeft... iets met die Slachter gedaan toen hij zijn ziel ving, of zijn zielen. Ik vermoed dat Semirhage ons er meer over had kunnen vertellen. Jammer dat ze dood is.’

Lanfir rook helemaal niet alsof ze het jammer vond. Ze keek naar de hemel, maar ze was kalm, niet ongerust.

‘Je lijkt niet meer zo bang om te worden gezien dan voorheen,’ merkte Perijn op.

‘Mijn vroegere meester is... bezig. Terwijl ik de afgelopen week naar je keek, heb ik zijn ogen amper op me gevoeld.’

‘Een wéék?’ vroeg Perijn geschokt. ‘Maar...’

‘De tijd verstrijkt hier anders dan in de wakende wereld,’ zei ze, ‘en de barrières van de tijd rafelen. Hoe dichter je bij de Bres komt, hoe meer de tijd zal vervormen. Degenen die Shayol Ghul naderen in de echte wereld, zullen het ook gaan merken. Voor elke dag die voor hen verstrijkt, verstrijken er mogelijk drie of vier voor de mensen verder weg.’

Een week? Licht! Hoeveel was er inmiddels gebeurd? Wie leefde er nog en wie was gesneuveld terwijl Perijn op jacht was? Hij zou op het Reisterrein moeten wachten tot zijn Poort openging. Maar als hij kon afgaan op de duisternis die hij door Graendals Poort had gezien, was het nu nacht. Perijns ontsnappingsweg zou pas over enkele uren opengaan.

‘Jij zou een Poort voor me kunnen maken,’ zei Perijn. ‘Een weg naar buiten en dan weer naar binnen. Zou je dat doen?’