Выбрать главу

Lanfir dacht erover na, wandelde langs een van de flikkerende tenten en streek met haar vingers over het canvas terwijl het verdween. ‘Nee,’ zei ze uiteindelijk.

‘Maar...’

‘Je moet leren dit zelf te doen als we bij elkaar willen zijn.’

‘Wij willen niet bij elkaar zijn,’ zei hij vlak.

‘Je hebt die kracht voor jezelf nodig,’ zei ze, negerend wat hij had gezegd. ‘Je bent zwak zolang je in een van beide werelden vastzit.

Het zal je veel macht geven als je in staat bent hier te komen wanneer je wilt.’

‘Ik geef niet om macht, Lanfir,’ zei hij, en hij draaide mee om naar haar te blijven kijken terwijl ze doorliep. Ze was mooi. Niet zo mooi als Faile, natuurlijk, maar toch mooi.

‘O nee?’ Ze draaide zich naar hem om. ‘Heb je nooit bedacht wat je zou kunnen doen met meer kracht, meer macht, meer gezag?’

‘Dat zou me niet verleiden om...’

‘Levens redden?’ viel ze hem in de rede. ‘Voorkomen dat kinderen verhongeren? Zorgen dat de zwakkeren niet worden vertrapt, een einde maken aan het kwaad, eer belonen? De macht om mensen aan te moedigen eerlijk en rechtdoorzee met elkaar om te gaan?’

Hij liet zijn mond dichtvallen.

‘Je zou zoveel goed kunnen doen, Perijn Aybara,’ vervolgde ze. Ze liep naar hem toe, legde haar hand tegen zijn wang en ging met haar vingers door zijn baard.

‘Vertel me hoe ik kan doen wat Slachter doet,’ drong Perijn aan, die haar hand wegduwde. ‘Hoe verplaatst hij zich tussen werelden?’

‘Dat kan ik je niet uitleggen,’ zei ze, en ze draaide zich om, ‘want het is een vaardigheid die ik nooit heb hoeven leren. Ik doe het anders. Misschien kun je die kennis uit hem folteren. Ik zou maar opschieten, als je Graendal wilt tegenhouden.’

‘Tegenhouden?’ vroeg Perijn.

‘Besefte je het niet?’ Lanfir draaide zich weer naar hem om. ‘De droom die ze binnendrong, was niet van een van de mensen in dit kamp. Ruimte en afstand maken niet uit in dromen. Die droom die je haar zag binnendringen... die was van Davram Bashere. De vader van je vrouw.’

En daarmee verdween Lanfir.

23

Op de rand van de tijd

Gawein schudde aan Egwenes schouder. Waarom kwam ze niet in beweging? Wie die man ook was in dat pantser van zilveren schijfjes, hij kon vrouwelijke geleiders voelen. Hij had Leane bespeurd in de duisternis, dan kon hij ook Egwene voelen. Licht, hij hoefde alleen maar even de tijd te nemen om wat uitgebreider om zich heen te speuren.

Ik gooi haar over mijn schouder als ze niet meekomt, dacht hij. Het Licht sta me bij, ik zal het doen, hoeveel lawaai het ook maakt. We worden toch gesnapt als we...

De man die zich Bao noemde liep weg en sleepte Leane – nog altijd in Lucht gehuld – achter zich aan. De anderen volgden hem en lieten de verschrikkelijke, verkoolde overblijfselen van de gevangenen liggen.

‘Egwene?’ fluisterde Gawein.

Ze keek hem aan met een kille kracht in haar ogen en knikte.Licht! Hoe kon ze zo rustig blijven, terwijl hij zijn kiezen op elkaar moest bijten om niet te gaan klappertanden?

Ze wurmden zich op hun buik achteruit onder de kar vandaan. Egwene keek in de richting van de Sharanen. Haar kille gevoel van beheersing straalde uit in zijn geest via de binding. Dit gevoel was over haar gekomen sinds ze de naam van die man had gehoord. Er was een plotselinge steek van schrik door haar heen gegaan, gevolgd door grimmige vastberadenheid. Hoe luidde die naam ook alweer? Barid nog iets? Gawein dacht dat hij hem eerder had gehoord.

Perijn wilde Egwene deze dodelijke valstrik uit hebben. Hij legde de zwaardhandmantel om haar schouders. ‘De beste weg hier vandaan is recht naar het oosten,’ fluisterde hij. ‘Om de keukentent heen – wat ervan over is – en dan naar de rand van het kamp. Ze hebben een wachtpost opgezet naast wat ons Reisterrein was. We gaan daaromheen naar de noordkant.’

Ze knikte.

‘Ik ga voorop om te verkennen, jij volgt,’ zei Gawein. ‘Als ik iets zie, gooi ik een steen jouw kant op. Luister goed of je die hoort, ja? Tel tot twintig, en kom dan langzaam achter me aan.’

‘Maar...’

‘Nee, jij mag niet voorop, voor het geval we geleiders tegenkomen. Ik moet voorop.’

‘Doe dan in ieder geval je mantel aan,’ fluisterde ze.

‘Ik red me wel,’ fluisterde hij terug, en hij glipte weg voordat ze nog meer tegenwerpingen kon maken. Hij voelde haar steek van ergernis wel, en hij vermoedde dat het laatste woord hier nog niet over gezegd was. Nou, als ze dit overleefden, zou hij haar preek blijmoedig ondergaan.

Toen hij een stukje bij haar vandaan was, deed hij een van de ringen van de Bloedmessen om. Hij had hem geactiveerd met bloed, zoals Leilwin had gezegd dat nodig was.

Ze had ook gezegd dat het hem zijn leven kon kosten.

Je bent een dwaas, Gawein Trakand, dacht hij toen er een tintelend gevoel door zijn lichaam trok. Hoewel hij de ter’angreaal slechts één keer eerder had gebruikt, wist hij dat zijn omtrek nu donker en wazig was geworden. Als mensen zijn kant op keken, zou hun blik niet bij hem blijven hangen. Het werkte vooral goed in schaduwen. Voor één keer was hij blij dat die wolken het licht van de maan en sterren tegenhielden.

Hij liep heel behoedzaam door. Eerder die nacht, toen hij de ring voor het eerst had uitgeprobeerd terwijl Egwene sliep, had hij binnen een paar passen van schildwachten met lantaarns kunnen komen. Een van hen had recht naar Gawein gekeken, maar hem niet gezien. In zoveel duisternis had hij evengoed onzichtbaar kunnen zijn.

Met de ter’angreaal kon hij zich ook sneller bewegen. De verandering was klein, maar merkbaar. Hij kon niet wachten om dit vermogen uit te proberen in een tweegevecht. Hoeveel van die Sharanen zou hij aankunnen met zo’n ring om? Tien? Twee?

Maar dat zou afgelopen zijn zodra een van die geleiders je kookte, hield Gawein zich voor. Hij pakte een paar kiezels van de grond om achterom te gooien naar Egwene als hij een vrouwelijke geleider zag.

Hij liep in een bocht om de kooktent, over het pad dat hij eerder had verkend. Het was belangrijk dat hij zichzelf er steeds aan bleef herinneren dat hij voorzichtig moest zijn. Eerder had de kracht van de ter’angreaal hem te stoutmoedig gemaakt. Het was nogal een roes om te weten hoe snel hij zich kon voortbewegen.

Hij had zich voorgehouden dat hij de ringen niet zou gebruiken, maar dat was tijdens de strijd geweest, toen hij in de verleiding was gekomen om te proberen naam te maken. Dit was anders. Dit was voor de bescherming van Egwene. Hiervoor kon hij wel een uitzondering maken.

Zodra ze tot twintig had geteld, liep Egwene de duisternis in. Ze was niet zo goed in sluipen als Nynaeve en Perijn, maar ze kwam wel uit Tweewater. Elk kind in Emondsveld leerde hoe je door de bossen moest lopen zonder het wild op te schrikken.

Ze richtte haar aandacht op het pad voor haar, tastend met haar tenen – ze had haar schoenen uitgetrokken – om droge bladeren en takjes te ontwijken. Ze hoefde er helemaal niet bij na te denken, maar daardoor hadden haar gedachten helaas vrij spel.

Een Verzaker leidde de Sharanen. Zijn woorden deden vermoeden dat hun hele natie hem volgde. Dit was even erg als de Seanchanen. Erger nog. De Seanchanen vingen en gebruikten Aes Sedai, maar ze slachtten niet met zoveel achteloosheid burgers af.

Egwene móést dit overleven en ontsnappen. Ze moest verslag uitbrengen aan de Witte Toren. De Aes Sedai zouden het tegen Demandred moeten opnemen. Het Licht geve dat er voldoende zusters aan de eerdere strijd waren ontkomen.

Waarom wilde Demandred die boodschap aan Rhand sturen? Iedereen wist waar de Herrezen Draak was.

Egwene kwam bij de kooktent aan en sloop eromheen. Verderop stonden wachters te kletsen. De Sharaanse tongval was vreemd monotoon, alsof die mensen helemaal geen gevoel hadden. Het leek wel of... of de muziek uit hun spraak weg was. Muziek waarvan Egwene niet had beseft dat die er doorgaans doorheen klonk.

Degenen die spraken waren mannen, dus hoefde ze zich waarschijnlijk geen zorgen te maken dat ze haar vermogen om te geleiden konden voelen. Toch had Demandred dat wel gedaan bij Leane, maar misschien had hij er een ter’angreaal voor. Dergelijke dingen bestonden.