Выбрать главу

Aviendha’s zicht klaarde net voldoende op om de vrouw beter te kunnen zien – een lang gezicht en donker haar – voordat haar weving doel trof en de ledematen van de vrouw van haar lichaam werden gescheurd. Een smeulende arm vloog met een spoor van zwarte rook erachteraan draaiend door de lucht en viel op de grond.

Aviendha hoestte en liet de cirkel los. ‘Heling!’ zei ze, terwijl ze overeind krabbelde.

Bera Harkin was als eerste bij haar, en Aviendha trilde toen er een Helende weving over haar heen werd gelegd. Ze zoog haar adem naar binnen toen haar roodverkleurde huid en haar verschroeide ogen werden hersteld. Ze knikte dankbaar naar Bera, die ze nu duidelijk kon zien.

Voor haar liep Sarene – een Aes Sedai met een druppelvormig gezicht en talloze donkere vlechtjes – naar de twee lijken toe. Ze schudde haar hoofd. ‘Duhara en Falion. Gruwheren geworden.’

‘Is er een verschil tussen Gruwheren en de Zwarte Ajah?’ vroeg Amys.

‘Natuurlijk,’ antwoordde Sarene op kalme toon.

De anderen hielden nog altijd de Ene Kracht vast, in de verwachting dat er nog een aanval zou komen. Aviendha dacht niet dat dat zou gebeuren. Ze had die kreet van verbazing gehoord, had de paniek bespeurd in de wijze waarop de laatste vrouw – de sterkste van de drie – was gevlucht. Misschien had ze niet al zo snel zoveel krachtige tegenstand verwacht.

Sarene schopte tegen de arm die van Falion was geweest. ‘We hadden ze beter levend kunnen vangen om ze te ondervragen. Dan hadden we vast kunnen ontdekken wie die derde vrouw was. Heeft iemand haar herkend?’

Leden van de groep schudden hun hoofd. ‘Ze stond niet op de lijst van ontsnapte leden van de Zwarte Ajah,’ zei Sarene. ‘Ze had een opvallend gezicht, zo bol, zo onaantrekkelijk, ik zou me haar vast hebben herinnerd als ik haar eerder had gezien.’

‘Ze was sterk,’ zei Aviendha. ‘Heel sterk.’ Ze vermoedde dat het een Verzaker was geweest. Maar het was beslist niet Moghedien geweest, en ze voldeed ook niet aan de beschrijvingen van Graendal.

‘We splitsen ons op in drie cirkels,’ besloot Aviendha. ‘Bera leidt een ervan, Amys de andere. Ja, we kunnen nu cirkels vormen die groter zijn dan dertien, maar dat lijkt me verspilde moeite. Ik heb niet zoveel kracht nodig om te doden. Een van onze groepen valt de Trolloks beneden aan. De andere twee geleiden niet, maar verstoppen zich in de buurt om een oogje in het zeil te houden. Hopelijk kunnen we de vijandelijke geleider laten denken dat we nog steeds één grote cirkel vormen, dan kunnen de andere twee haar van de zijkanten aanvallen als ze iets probeert.’

Amys glimlachte. Ze herkende dit als een veelgebruikte aanvalstechniek van de Speervrouwen. Ze leek er niet bepaald mee te zitten om Aviendha’s bevelen op te volgen nu haar ergernis over Rhands aanmatigende houding was verdwenen. Eigenlijk leken zij en de andere vier Wijzen voornamelijk trots.

Terwijl Aviendha’s team haar gehoorzaamde, bespeurde ze dat er weer werd geleid op het slagveld. Cadsuane en haar volgelingen vonden dat ze boven Rhands bevelen stonden. Ze vochten terwijl een andere groep Aes Sedai en Asha’man Poorten openhield om de Doinaanse en Tyreense legers door te laten.

Er waren te veel mensen op allerlei plekken aan het geleiden. Dat zou liet lastiger maken de plaats te bepalen waar een aanval van een Verzaker vandaan kwam.

‘We moeten een Reisterrein opzetten,’ zei Aviendha, ‘en strikt de hand houden aan wie er geleidt en waar. Zo weten we dat er iets mis is zodra we iemand voelen geleiden.’ Ze drukte haar hand tegen haar hoofd. ‘Dat zal heel lastig te organiseren zijn.’

Amys’ glimlach verbreedde. Jij hebt nu het bevel, Aviendha, leek die glimlach te zeggen. Jij mag de kopzorgen van het leiderschap dragen.

Rhand Altor, de Herrezen Draak, wendde zich af van Aviendha en liet haar en Ituralde aan hun strijd. Hij had een andere strijd om naartoe te gaan.

Eindelijk was de tijd daar.

Hij stapte naar de voet van Shayol Ghul. Boven hem zat een zwart gat in de berghelling, de enige weg naar de Doemkrocht.

Moiraine kwam bij hem staan en trok haar wapperende stola dichter om zich heen toen de wind aan de blauwe franje trok. ‘Denk eraan, dit is niet de Bres, dit is niet de kerker van de Duistere. Dit is alleen maar de plek waar zijn aanraking van de wereld het sterkst is. Hij heeft hier macht.’

‘Hij raakt nu de hele wereld aan, in meer of mindere mate,’ zei Rhand.

‘En dus zal zijn aanraking hier sterker zijn.’

Rhand knikte en legde zijn hand op de dolk aan zijn riem. ‘Niet geleiden totdat we de Duistere rechtstreeks aanvallen. Indien mogelijk wil ik een gevecht zoals tijdens de Reiniging voorkomen. Wat er nu komt, zal al mijn kracht vergen.’

Nynaeve knikte. Ze droeg haar juwelen met angrealen en ter’angrealen op een geel gewaad, veel mooier dan ze zichzelf ooit had toegestaan in hun tijd in Tweewater. Ze zag er in zijn ogen vreemd uit zonder haar vlecht, nu haar haar nog amper tot haar schouders kwam. Ze leek wat ouder. Dat zou eigenlijk niet zo moeten zijn, want een vlecht was een teken van volwassenheid in Tweewater. Waarom zou Nynaeve er dan ouder uitzien zónder die vlecht?

Thom kwam naast Rhand staan en tuurde omhoog naar het gat in de rotsen. ‘Ik vermoed dat ik niet met je mee naar binnen ga.’ Moiraine keek hem aan en tuitte haar lippen.

‘Iemand zal de ingang van de grot moeten bewaken, mijn vrouw,’ legde Thom uit. ‘Die richel daar, pal naast de ingang, biedt een uitstekend uitzicht over het slagveld. Ik kan naar de strijd beneden kijken en misschien een paar mooie ballades componeren.’

Rhand glimlachte om de fonkeling van vermaak in Thoms ogen. Ze stonden op de rand des tijds zelf, en toch kon Thom Merrilin nog glimlachen.

Boven hen kolkten donkere wolken om de top van Shayol Ghul heen. De duisternis bestookte de zon zodat die bijna onzichtbaar was, bijna geheel verscholen achter een volmaakte deken van vergetelheid.

Rhands troepen kwamen tot stilstand en staarden vol angst naar de lucht, en zelfs de Trolloks keken grauwend en joelend omhoog. Maar toen de zon langzaam uit haar gevangenschap tevoorschijn kwam, werd de felle strijd in de vallei beneden hervat. Het licht kondigde Rhands bedoelingen aan, maar de dolk zou hem voor de ogen van de Duistere verbergen. Hopelijk zouden de leiders van de Schaduw zich richten op de strijd en aannemen dat Rhand de uitkomst daarvan wilde afwachten voordat hij toesloeg.

‘Nu?’ vroeg Nynaeve, opkijkend naar het smalle stenen pad naar de grot.

Rhand knikte en ging voorop. De wind stak op en gierde om het viertal heen terwijl ze het pad beklommen. Hij had zijn kleding heel zorgvuldig gekozen. Zijn rode jas, met gouden doorns op de mouwen en reigers op de borst geborduurd, had Moiraine voor hem laten maken in Fal Dara. Het witte hemd met kant aan de voorzijde was van Tweewaterse makelij. Hij droeg Callandor op zijn rug en het zwaard van Laman op zijn heup. Het was lang geleden dat hij had besloten dit te dragen, maar het voelde goed.

De wind beukte tegen hem aan en dreigde hem in de diepte te duwen. Hij zette toch door, beklom de steile helling en klemde zijn kiezen op elkaar tegen de pijn in zijn zij. De tijd leek hier minder betekenis te hebben. Rhand kreeg het gevoel dat hij dagen had gelopen toen hij het eerste vlakke gedeelte voor de grot bereikte. Hij draaide zich om, legde zijn hand tegen de rotsen van de open muil en keek uit over de vallei.

Zijn troepen leken daar beneden zo kwetsbaar, zo nietig. Zouden ze lang genoeg kunnen volhouden?

‘Rhand...’ zei Nynaeve, die zijn arm pakte. ‘Misschien moet je even uitrusten.’

Hij keek omlaag en volgde haar blik naar zijn zij. Zijn wond, de oude wond, was weer opengegaan. Hij voelde bloed in zijn laars. Het was langs zijn zij gelopen, langs zijn been omlaag, en als hij zijn voet verplaatste liet hij een bloedige laarsafdruk achter.

Bloed op de rotsen...

Nynaeve sloeg haar hand voor haar mond.

‘Het moet gebeuren, Nynaeve,’ zei Rhand, die zich omdraaide. ‘Je kunt het niet tegenhouden. De voorspelling zegt niet of ik dit overleef. Ik heb dat altijd vreemd gevonden, jij niet? Waarom wordt er wel gesproken over mijn bloed, maar niet over wat daarna komt?’ Hij schudde zijn hoofd en haalde Callandor uit de schede op zijn rug. ‘Moiraine, Nynaeve, willen jullie me je kracht lenen en je bij me aansluiten in een cirkel?’