Выбрать главу

Naast haar gebaarde Selucia: Pas op. Galgan komt eraan.

Fortuona bereidde zich voor toen Kapitein-generaal Galgan kwam aanrijden. Hij droeg een zwart pantser in plaats van een uniform zoals dat van Mart, en hij voelde zich daar overduidelijk wel op zijn gemak in. Gezagvol, bijna imponerend, was hij haar grootste tegenstrever en haar grootste hulpmiddel. Elke man met zijn rang zou een tegenstrever zijn, natuurlijk. Zo gingen die dingen, en zo hoorden ze ook te gaan.

Martrim zou nooit een tegenstrever zijn. Fortuona wist nog steeds niet wat ze daarvan moest denken. Een deel van haar – klein, maar niet krachteloos – dacht dat ze hem juist daarom zou moeten wegdoen. Was de Prins van de Raven niet bedoeld als maatstaf voor de Keizerin, iemand die haar sterk moest houden door een voortdurende dreiging te vormen?

Sa’rabat shaiqen nai batain pyast. Een vrouw is het meest vindingrijk met een mes op haar keel. Een gezegde van Varuota, haar bet-overovergrootmoeder.

Ze zou het vreselijk vinden om Martrim weg te doen. Dat kon trouwens toch niet tot ze een kind van hem had, want anders zou ze de voortekenen negeren.

Hij was zo’n vreemde man. Elke keer als ze dacht hem te kunnen voorspellen, bleek ze het weer mis te hebben.

‘Grootste,’ meldde Galgan, ‘we zijn bijna klaar.’

‘De Prins van de Raven is ontevreden over de vertraging,’ zei ze. ‘Hij vreest dat we ons te laat bij de strijd aansluiten.’

‘Als de Prins van de Raven enig wérkelijk inzicht heeft in legers en slagvelden,’ zei Galgan, en zijn toon gaf aan dat hij daar niet van overtuigd was, ‘dan zal hij beseffen dat het verplaatsen van een leger zo groot als dit bepaald geen eenvoudige opgave is.’

Totdat Martrim was gekomen, was Galgan in deze landen het hoogste lid van het Bloed geweest, op Fortuona na. Het zou hem vast niet bevallen dat hij ineens werd voorbijgestreefd. Tot nu toe had Galgan het bevel over hun legers gehad, en Fortuona had de bedoeling hem dat bevel te laten houden. Eerder vandaag had Galgan Mart gevraagd hoe hij hun legers zou verzamelen, en Mart had dat opgevat als een uitnodiging. De Prins van de Raven beende rond en gaf bevelen, maar hij vóérde niet het bevel, niet geheel. Galgan kon hem met één woord tegenhouden.

Dat deed hij niet. Het was duidelijk dat hij wilde zien hoe Mart het zou aanpakken. Galgan keek met samengeknepen ogen naar Mart. Hij wist nog niet goed hoe de Prins van de Raven in de bevelstructuur paste. Fortuona had daar nog geen beslissing over genomen.

Vlakbij veegde een windvlaag wat stof van de grond. Daardoor werd de kleine schedel onthuld van een knaagdier, die een stukje uit de grond opstak. Alweer een voorteken. Haar leven zat er de laatste tijd vol mee.

Dit was een voorteken van gevaar, natuurlijk. Het leek wel alsof ze door hoog gras liep, vol loerende lopar en valkuilen, bedoeld om onoplettende voorbijgangers in de val te laten lopen. Toen de Herrezen Draak voor de Kristallen Troon knielde, ging dat gepaard met het voorteken van perzikbloesems, het machtigste voorteken dat ze kende.

Soldaten trokken langs, officiers riepen bevelen in de maat van hun passen, en zelfs de kreten van de raken leken het ritme van de voetstappen te volgen. Dit was wat ze zou achterlaten, voor een onvoorspelbare oorlog in landen die ze nauwelijks kende. Haar grondgebied hier zou vrijwel onverdedigd achterblijven, met een buitenlander van onbewezen trouw aan het hoofd.

Grote veranderingen. Haar beslissingen konden een einde maken aan haar bewind en zelfs aan het hele Keizerrijk. Martrim begreep dat niet.

Roep mijn gemaal, gebaarde Fortuona, tikkend op de armleuning van haar troon.

Selucia gaf het bevel door aan een boodschapper. Na korte tijd kwam Mart aanrijden op zijn paard. Hij had het geschenk van een nieuw rijdier geweigerd, maar met goede reden. Hij had meer verstand van paarden dan de keizerlijke stalmeester zelf. Maar toch. Pips. Wat een dwaze naam.

Fortuona stond op. Meteen bogen degenen die om haar heen stonden. Galgan steeg af en zakte op zijn knieën. Alle anderen wierpen zich op de grond. Als de Keizerin opstond om iets te zeggen, volgde er een besluit van de Kristallen Troon.

‘Bloed en as,’ zei Martrim. ‘Nog meer gebuig? Hebben jullie niks helers te doen? Ik kan anders wel een stuk of twintig dingen voor jullie bedenken.’

Fortuona zag dat Galgan glimlachte. Hij dacht dat hij wist wat ze ging doen. Hij had het mis.

‘Ik noem je Knotai, want jij bent de brenger van vernietiging aan de vijanden van het Keizerrijk. Laat je nieuwe naam worden uitgesproken van nu tot in de eeuwigheid, Knotai. Ik verklaar dat Knotai, Prins van de Raven, de rang van Stafhouder van onze legers zal bekleden. Laat dat bekend worden gemaakt als mijn wil.’

Stafhouder. Dat betekende dat indien Galgan sneuvelde, Mart het bevel zou voeren. Galgan glimlachte niet meer. Hij zou over zijn schouder moeten blijven kijken, anders kon Mart hem uitschakelen en de macht overnemen.

Fortuona ging zitten.

‘Knotai?’ vroeg Knotai.

Ze keek hem kwaad aan. Hou voor één keer je mond, dacht ze vurig. Alsjeblieft.

‘Dat bevalt me wel,’ zei Knotai, die zijn paard wendde en wegdraafde.

Galgan besteeg zijn paard weer. ‘Hij zal moeten leren knielen,’ mompelde de generaal, en toen gaf hij zijn paard de sporen.

Het was een heel, heel kleine belediging, opzettelijk en berekend. Galgan had die woorden niet rechtstreeks aan Fortuona gericht, maar gedaan alsof hij in zichzelf sprak, door er geen ‘Grootste’ aan toe te voegen.

Maar Selucia gromde zachtjes en wiebelde met haar vingers.

Nee, antwoordde Fortuona, we hebben hem nodig.

Alweer leek Knotai niet te beseffen wat ze had gedaan, en wat het gevaar ervan was. Galgan zou met hem moeten overleggen over hun strategieën. De Stafhouder kon niet buiten vergaderingen worden gehouden, aangezien hij klaar moest zijn om op elk ogenblik de leiding over te nemen. Galgan zou naar zijn raadgevingen moeten luisteren en daar iets mee moeten doen.

Ze zette heel wat in op haar prins, in de hoop dat hij opnieuw dat onverwachte vernuft in de strijd aan de dag zou leggen waarmee hij zoveel indruk had gemaakt op Furyk Karede.

Dit is stoutmoedig, zei Selucia. Maar wat als hij faalt?

We falen niet, antwoordde Fortuona, want dit is de Laatste Slag.

Het Patroon had Knotai op haar pad gebracht, had haar in zijn armen geduwd. De Herrezen Draak had de waarheid over haar gezien en die uitgesproken: ondanks alle schijn van orde was haar bewind net een zwaar rotsblok in een wankel evenwicht. Ze moest de grootste moeite doen om te regeren over landen waar men niet gewend was aan militaire tucht. Het zou grote waagstukken vergen om orde te scheppen in de chaos.

Hopelijk zou Selucia het ook zo zien en haar niet openlijk hekelen. Fortuona zou echt een nieuwe Stem moeten zoeken, of iemand anders moeten aanstellen als Waarheidsspreker. Eén persoon in beide rollen was ongehoord. Het...

Ineens kwam Knotai terugrijden, met zijn hand op zijn hoed. ‘Tuon!’

Waarom heeft hij toch zoveel moeite met namen? vroeg Selucia, gebarend met haar vingers. Fortuona las bijna de zucht tussen die gebaren.

‘Knotai?’ vroeg Fortuona. ‘Je mag naderen.’

‘Dat is dan lekker,’ zei Knotai, ‘aangezien ik er al ben. Tuon, we moeten nu gaan. De verkenners zijn net teruggekomen. Egwenes leger zit in de nesten.’

Yulan reed vlak achter Knotai, steeg af en wierp zich op de grond.

‘Sta op,’ zei Fortuona. ‘Is dat waar?’

‘Het leger van de marath’damane heeft een ernstige nederlaag geleden,’ antwoordde Yulan. ‘De terugkerende Hemelvuisten hebben het tot in de bijzonderheden beschreven. De legers van de Amyrlin zijn verspreid, in chaos, en trekken zich snel terug.’