Toch keek Elayne op van de leeggelopen reservetroepen, het kleine aantaI soldaten dat vrijgemaakt kon worden om vanuit het front naar achteren te gaan om te rusten. Hoe lang duurde dit al?
De wolken hadden de heldere hemel die haar vaak vergezelde weer overgenomen. Dat leek haar een slecht teken. ‘Die vervloekte wolken’, mompelde ze. ‘Hoe laat is het?’
‘Misschien twee uur na zonsondergang,’ antwoordde Birgitte. ‘Licht! Je had me uren geleden al naar het kamp moeten laten terugkeren, Birgitte!’
De vrouw keek haar kwaad aan, en Elayne herinnerde zich nog vaag dat Birgitte dat ook had geprobeerd, meerdere keren. Nou, het had nu geen zin meer om erover te ruziën. Elayne begon zich een beetje te herstellen en dwong zichzelf om met rechte rug op haar paard te zitten. Ze reden naar de kleine vallei tussen de heuvels nabij Cairhien, waar Bashere zijn bevelen uitdeelde.
Omdat ze niet op haar eigen benen vertrouwde, reed ze helemaal door naar de bevelstent en bleef in het zadel zitten terwijl ze Bashere aansprak. ‘Werkt het?’
Hij keek haar aan. ‘Ik neem aan dat ik niet langer op jou kan rekenen aan het front?’
‘Voorlopig ben ik te zwak om te geleiden. Het spijt me.’
‘Je hebt het al langer volgehouden dan je had moeten doen.’ Hij maakte een aantekening op zijn kaarten. ‘Maar goed ook. Ik denk eigenlijk dat jij de enige was die voorkwam dat de oostelijke flank instortte. Ik zal meer ondersteuning die kant op moeten sturen.’
‘Wérkt het?’
‘Ga maar kijken,’ zei Bashere, knikkend naar de helling.
Elayne klemde haar kiezen op elkaar, maar ze dreef Maanschaduw naar een plek waar ze een beter uitzicht had. Ze tilde haar kijkglas op met handen die véél erger trilden dan haar lief was.
Het Trollok-leger had zich op hun gebogen rij verdedigers gestort. Het natuurlijke gevolg daarvan was dat de infanterie naar achteren was gegaan en dat de kom zich had omgedraaid terwijl de Trolloks naar voren drongen. Daardoor had het Schaduwgebroed het gevoel gekregen dat ze in het voordeel waren en zagen ze de waarheid niet in.
Terwijl zij naar voren drongen, had de rij voetsoldaten zich om de flanken van de Trolloks heen gevouwen en hen omsingeld. Elayne had het belangrijkste gemist, toen Bashere de Aiel het bevel had gegeven aan te vallen. Hun snelle omtrekkende beweging om de Trolloks van achteren te bestoken had uitgepakt zoals gehoopt.
Elaynes troepen hadden de Trolloks volledig omsingeld. Een reusachtig kluwen deinend Schaduwgebroed vocht tegen het om hen heen opgestelde leger. Maar dat leger duwde de Trolloks tegen elkaar aan om hun bewegingen en hun vermogen om te vechten te belemmeren.
Het lukte. Licht, het lukte. De Aiel bestookten de achterhoede van de Trolloks en slachtten ze af. De strop was dichtgetrokken.
Maar wie blies er dan op die hoorns? Dat waren beslist Trollok-hoorns.
Elayne tuurde tussen het Schaduwgebroed, maar ze zag daar niemand die op een hoorn blies. Ze zag wel een paar dode Myrddraal vlak bij de Aiel. Een van Aludra’s draken – op een kar gezet en getrokken door twee paarden – stond bij de ruiters van de Bond. Ze hadden de karren op verschillende heuveltoppen gezet om omlaag te kunnen vuren tussen de Trolloks.
‘Elayne...’ zei Birgitte.
‘O, natuurlijk,’ zei Elayne, die het kijkglas liet zakken en het aan haar zwaardhand gaf. ‘Kijk maar. Het gaat goed.’
‘Elayne!’
Geschrokken besefte ze hoe ongerust haar zwaardhand was. Elayne draaide zich met een ruk om en volgde haar blik. Ze keek naar het zuiden, ver voorbij de stadsmuren. Dat hoorngeschal... het had te zacht geklonken, en Elayne had niet beseft dat het van achteren was gekomen.
‘O nee...’ zei Elayne, die haastig haar kijkglas weer optilde.
Haar, als een zwarte veeg aan de horizon, naderde het tweede Trollok-leger. Het moest in het zuidoosten zijn, vanwege de rivier.
‘Had Bashere niet gezegd dat ze hier morgen pas zouden aankomen?’ vroeg Birgitte. ‘Op z’n vroegst?’
‘Het maakt niet uit,’ zei Elayne. ‘Ze zijn er. We moeten ons voorbereiden om die draken de andere kant op te draaien! Stuur het bevel naar Talmanes en zoek heer Tam Altor op! Ik wil dat de mannen uit Tweewater gewapend en voorbereid zijn. En de kruisboogschutters. We moeten dat tweede leger vertragen, hoe dan ook.’
Bashere, dacht ze. Ik moet het Bashere vertellen.
Ze wendde Maanschaduw, maar haar rijdier draaide zo snel dat ze er duizelig van werd. Toen ze probeerde de Bron te omhelzen, lukte dat niet. Ze was zo moe dat ze al moeite had om de teugels vast te houden.
Hoe ze het ook voor elkaar kreeg, ze wist de heuvel af te komen zonder van haar paard te vallen. Birgitte was weggerend om haar bevelen door te geven. Mooi zo. Elayne reed het kamp in en stuitte op geruzie.
‘...geen zin om hiernaar te luisteren!’ riep Bashere. ‘Ik laat me toch in mijn eigen kamp niet beledigen, man!’
Het onderwerp van zijn verachting was niemand minder dan Tam Altor. De rustige Tweewaterse man keek naar Elayne, en zijn ogen werden groot alsof hij verbaasd was om haar hier te zien.
‘Majesteit,’ zei Tam. ik had gehoord dat u nog op het slagveld was.’ Hij wendde zich weer naar Bashere, die een rood gezicht kreeg, ik wilde niet dat je naar haar toe ging met...’
‘Genoeg!’ zei Elayne, die Maanschaduw tussen hen in stuurde. Waarom ruziede nu uitgerekend Tam met Bashere? ‘Bashere, het tweede Trollok-leger is bijna hier.’
‘Ja,’ zei Bashere met een diepe zucht. ‘Dat heb ik net gehoord. Licht, dit is een ramp, Elayne. We moeten via Poorten vertrekken.’ ‘We hebben de Kinsvrouwen uitgeput op onze snelle tocht hierheen, Bashere,’ zei Elayne. ‘De meesten kunnen nu nog amper voldoende geleiden om een kop thee te verwarmen, laat staan een Poort maken.’ Licht, en ik zou zelf die théé niet eens kunnen opwarmen. Ze dwong haar stem ferm te blijven. ‘Dat was onderdeel van de strategie.’
‘Ik... Ja, dat klopt,’ zei Bashere. Hij keek op zijn kaart. ‘Even nadenken. De stad. We trekken ons terug in de stad.’
‘En het Schaduwgebroed de tijd geven om uit te rusten, zich te verzamelen en ons aan te vallen?’ vroeg Elayne. ‘Dat is waarschijnlijk wat ze graag willen.’
‘Ik zie geen andere mogelijkheid,’ antwoordde Bashere. ‘De stad is onze enige hoop.’
‘De stad?’ vroeg Talmanes, die hijgend aan kwam rennen. ‘Jullie overwegen toch niet dat we ons terugtrekken in de stad?’
‘Waarom niet?’ vroeg Elayne.
‘Majesteit, onze infanterie heeft het net voor elkaar gekregen om dat Trollok-leger te omsingelen! Ze geven het alles wat ze hebben! We hebben geen ondersteunende troepen meer over en onze cavalerie is uitgeput. We kunnen ons nu niet meer uit die strijd losmaken zonder zware verliezen op te lopen. En dan zouden onze overlevenden in de stad zitten, ingeklemd tussen twee legers van de Schaduw.’
‘Licht,’ fluisterde Elayne. ‘Het lijkt wel alsof ze het zo bedoeld hadden.’
‘Volgens mij is dat ook zo,’ zei Tam zacht.
‘Niet dat weer!’ brulde Bashere. Hij leek helemaal niet zichzelf, hoewel Elayne wist dat Saldeanen soms opvliegend waren. Bashere leek haast een heel ander mens. Zijn vrouw was naar hem toe gekomen en stond met over elkaar geslagen armen naast hem, en allebei keken ze kwaad naar Tam.
‘Zeg wat je te zeggen hebt, Tam,’ zei Elayne. ik...’ begon Bashere, maar Elayne stak haar hand op.
‘Hij wist het, Majesteit,’ zei Tam zachtjes. ‘Dat is het enige logische
antwoord. Hij heeft de Aiel niet laten verkennen.’
‘Wat?’ vroeg Elayne. ‘Natuurlijk wel. Ik heb de verslagen van de verkenners gelezen.’
‘Die verslagen zijn nep, of er is in ieder geval mee geprutst,’ zei Tam. ‘Ik heb Bael gesproken. Hij zei dat geen van zijn Aiel in de laatste dagen van onze tocht hierheen nog op verkenning is uitgestuurd. Hij dacht dat mijn mannen dat hadden gedaan, maar dat is niet zo. Volgens Arganda hadden de Witmantels verkend, maar Galad zei dat het de Bond was geweest.’
‘Wij waren het niet,’ zei Talmanes fronsend. ‘Geen van mijn mannen is op verkenning geweest.’