Выбрать главу

Alle ogen richtten zich op Bashere.

‘Wie,’ vroeg Elayne, ‘heeft het terrein achter ons in de gaten gehouden, Bashere?’

‘Ik...’ Hij keek op, en zijn woede kwam weer omhoog, ‘Ik heb die verslagen ergens! Ik heb ze laten zien, en jij hebt ze goedgekeurd!’

‘Dit is allemaal te mooi,’ zei Elayne. Ze voelde een plotselinge kilte in haar binnenste. Hij verspreidde zich door haar lichaam naar buiten alsof er een ijzige windvlaag door haar aderen blies. Ze waren in de val gelokt. Geleiders die uitgeput waren, soldaten vast in felle gevechten, een tweede leger dat ongemerkt een dag eerder was aangekomen dan volgens vervalste verslagen verwacht...

Davram Bashere was een Duistervriend.

‘Bashere is ontslagen,’ verklaarde ze.

‘Maar...’ sputterde hij. Zijn vrouw legde haar hand op zijn arm en keek met vuur in haar ogen naar Elayne. Bashere wees naar Tam. ‘Ik heb wél de mannen uit Tweewater gestuurd! Tam Altor moet de schuldige zijn. Hij probeert je af te leiden, Elayne!’

‘Talmanes,’ zei Elayne, verkild tot op het bot, ‘wijs vijf Roodarmen aan om heer Bashere en zijn vrouw te bewaken.’

Bashere begon te vloeken. Elayne was verbaasd over haar eigen kalmte. Haar gevoel was verdoofd. Ze keek hem na toen hij werd afgevoerd.

Ze hadden hier geen tijd voor. ‘Verzamel onze bevelvoerders,’ zei Elayne tegen de anderen. ‘Galad, Arganda... maak dat Trollok-leger boven de stad af! Verspreid het nieuws onder de mannen. Gooi alles wat we hebben in die strijd! Als we de Trolloks in het komende uur niet verpletteren, sterven we hier!

Talmanes, die draken kunnen niet veel meer uithalen tegen de Trolloks nu we ze omsingeld hebben, want dan breng je onze eigen mensen in gevaar. Laat Aludra alle drakenkarren op de hoogste heuvel zetten om de nieuwe vijand te bestoken die vanuit het zuiden komt. Zeg de Ogier dat ze zich in een kring rond de heuvel met de draken opstellen om die te beschermen. Tam, zet je Tweewaterse boogschutters op de omringende heuvels. En laat het Legioen van de Draak de voorhoede vormen, met kruisboogschutters voorop en zware cavalerie erachter. Als het Licht het wil, zal dat voldoende zijn om tijd te rekken en de omsingelde Trolloks af te maken.’

Het zou erom spannen. Licht! Als dat tweede leger haar mannen omsingelde...

Elayne haalde diep adem en stelde zich open voor saidar. De Ene Kracht stroomde bij haar binnen, hoewel ze er maar een klein stroompje van kon vasthouden. Ze kon doen alsof ze niet uitgeput was, maar haar lichaam wist wel beter.

En toch zou ze hen aanvoeren.

27

Eigen vuur

Garet Brin beende door het kamp dat hij aan de Arafelse kant van zijn slagveld had opgezet, enkele honderden meters ten oosten van de voorde. Hij negeerde soldaten die hem begroetten. Siuan haastte zich aan zijn zijde mee, en aan zijn andere zijde liep een boodschapper die verslagen kwam brengen. Ze werden gevolgd door een groep wachters en bedienden met kaarten, inkt en papier.

Het hele verrekte landschap beefde van de ontploffingen van Kracht. Een ongelooflijke herrie en rampspoed... het leek wel of ze zich midden in een lawine van stenen bevonden.

De rook zat hem niet langer dwars. Die geur hing overal. Nu werden er in ieder geval een aantal branden geblust door de Seanchaanse geleiders, die zich bij de rivier hadden opgesteld en daar stromen water uit putten.

Verderop viel een rek vol paalwapens met veel gekletter op de grond toen een golf van de Ene Kracht in het kamp belandde. Brin struikelde. Aarde sproeide rondom hem en Siuan op en kiezels regt uden op zijn helm en borstplaat.

‘Blijf praten, man,’ snauwde hij tegen Holcom, de boodschapper.

‘Eh, ja, heer.’ De magere man had een gezicht als een paard. ‘De Aes Sedai op de Rode, Groene en Blauwe heuvel houden allemaal stand. De Grijzen hebben zich teruggetrokken en de Witten melden dat hun kracht uitgeput raakt.’

‘De andere Aes Sedai zullen ook wel moe worden,’ zei Siuan. ‘Ik sta er niet van te kijken dat de Witten het als eersten toegeven. Voor hen is het geen punt van schande, alleen maar een feit.’

Brin gromde en negeerde een volgende regen van klonten aarde. Hij moest doorlopen. De Schaduw had nu te veel Poorten. Ze zouden proberen zijn bevelscentra aan te vallen. Dat zou hij doen, als hij hen was. Het beste verweer op die strategie was om geen bevelscentrum te hébben, althans niet een dat gemakkelijk te vinden was.

Al met al ging de strijd eigenlijk zoals verwacht. Het was een verrassing wanneer dat gebeurde. Op een slagveld moest je meestal je tactieken bij elke nieuwe wending weer van de grond af aan opbouwen. Maar voor één keer was alles gladjes verlopen.

Aes Sedai bestookten de Sharanen vanaf de heuvels ten zuiden van de voorde, met versterking van een gestage stroom projectielen van boogschutters die vlak onder hen op de hellingen stonden. Daardoor kon de bevelhebber van de Schaduw – Demandred zelf – niet al zijn troepen tegen de verdedigers bij de rivier inzetten. En hij kon ook niet al zijn troepen inzetten tegen de Aes Sedai – die zouden gewoon weg Reizen – dus als hij zich daar volledig inzette, zou hij zichzelf blootgeven voor heel weinig winst. In plaats daarvan had hij zijn troepen opgesplitst, de Trolloks van zijn rechterflank naar de heuvels gestuurd – die zouden zware verliezen incasseren, maar het zou de Aes Sedai onder druk houden – en zijn Sharanen vooruitgestuurd om het tegen het grootste leger van de Witte Toren op te nemen.

De Seanchanen namen de aandacht van de vijandelijke geleiders bijna geheel in beslag. Dat voorkwam nog niet dat enkele Sharaanse geleiders vuur smeten op Brins kamp aan de overkant van de rivier. Het had geen zin om zich daar druk om te maken. Hij was hier even veilig als overal elders, behalve misschien als hij zich helemaal naar de Witte Toren terugtrok. Maar hij moest er niet aan denken om ergens veilig in een kamer te zitten, mijlenver van het slagveld.

Licht, dacht hij. Zo zullen bevelvoerders het in de toekomst waarschijnlijk doen. Een veilig hoofdkwartier dat alleen toegankelijk is via Poorten. Maar een generaal moest het getijde van het slagveld voelen. Dat lukte niet van mijlenver weg.

‘Hoe houden de piekeniers op de heuvels het vol?’ wilde hij weten.

‘Heel goed, heer,’ zei Holcom. ‘Nou, zo goed als te verwachten valt na het urenlang afweren van Trolloks.’ Brin had verdedigingsli nies van piekeniers halverwege de hellingen van de heuvels gezet. Alle Trolloks die door dat kordon wisten te komen, zouden worden neergeschoten door de boogschutters erboven, zonder dat het werk van de Aes Sedai verstoord hoefde te worden. ‘De piekeniers die de Rode Ajah verdedigen op de middelste heuvel zullen straks wel versterking nodig hebben, want er zijn er vrij veel gesneuveld tijdens de laatste aanval.’

‘Ze zullen het nog een tijdje moeten volhouden. Die Roden zijn fel genoeg om zelf af te rekenen met de Trolloks die nog door de piekeniers heen komen.’ Hoopte hij. Een volgende ontploffing plette een tent verderop. ‘Hoe zit het met de eskaders boogschutters daarboven?’ Brin schopte een omgevallen hellebaard opzij.

‘Bij sommige raken de pijlen op, heer.’

Daar kon hij niet veel aan doen. Hij keek naar de voorde, maar daar was het een en al verwarring. Het stak hem om zo dicht bij de gevechten te zijn en niet te weten hoe het zijn troepen verging.

‘Weet iemand wat er bij de voorde gaande is?’ brulde hij, zich om-ilraaiend naar zijn dienaren, ik zie geen moer, verdomme, alleen maar een gewoel van lichamen en die vuurbollen die heen en weer schieten en iedereen verblinden!’

Holcom verbleekte. ‘Die Seanchaanse vrouwen geleiden alsof ze een gloeiende pook in hun... Ik bedoel, ze maken het de Sharanen erg moeilijk, heer. Onze linkerflank heeft net een hoop gewonden geïncasseerd, maar ze lijken zich nu weer bewonderenswaardig te weren.’

‘Had ik Joni niet het bevel over de lansiers daar gegeven?’

‘Kapitein Shagrin is dood, heer,’ zei een andere boodschapper, die naar voren stapte. Hij had een wond in zijn hoofdhuid. ‘Ik kom er net vandaan.’