Ze bekeek zijn kleding met een langdurige blik, van top tot teen. Wat had iedereen hier toch tegen een goed hemd en een goede jas? Hij had niet eens dat oude ding aan dat hij op zijn bezoek naar Elayne had gedragen. Die jas had hij verbrand.
‘Grootste,’ zei Courtani. Ze was van het Hoge Bloed en mocht Tuon rechtstreeks aanspreken. ‘Moge u altijd blijven ademhalen. De Ravenprins heeft besloten dat hij zelf een bezoek moet brengen aan het slagveld, aangezien hij van mening is dat onze boodschappers en generaals tekortschieten.’
Mart haakte zijn duimen achter zijn riem en keek naar Tuon, terwijl er eindelijk een verzorger met Pips aankwam. Het zou verdomme eens tijd worden. Was die jongen onderweg soms ergens gaan eten, misschien even naar de voorstelling van een speelman wezen kijken?
‘Nou, waar wachten we dan op?’ vroeg Tuon. ‘Als de Prins van de Raven het slagveld wil zien, verwacht ik van de trouwe dienaren van het Keizerrijk dat ze zich haasten om hem daarheen te brengen.’
Courtani keek alsof ze een klap in haar gezicht had gekregen. Mart grijnsde naar Tuon, en zij schonk hem een glimlach. Licht, maar hij was gek op haar glimlach.
‘Ga je dan ook mee?’ vroeg hij aan Tuon.
‘Natuurlijk. Kun je één reden noemen waarom ik niet mee zou moeten gaan?’
‘Nee,’ zei Mart, vanbinnen kreunend. ‘Geen enkele reden, verdomme.’
29
Het verlies van een heuvel
Richt je aandacht op de Schimmen!’ riep Egwene terwijl ze een golf Lucht afschoot op de Trolloks die tegen de helling op klommen. De Trolloks hadden een gapend gat geslagen in de gelederen van piekeniers die de heuvel verdedigden en stroomden erdoor. Nu ze gewend waren geraakt aan aanvallende geleiders, doken ze ineen en zetten zich schrap. Dat gaf Egwene een goed uitzicht op de Myrddraal die zich helemaal in het midden van een vuist Trolloks verstopte. Hij droeg een bruine jas over zijn kleding en had een haak in zijn handen.
Geen wonder dat ik moeite had om hem te vinden, dacht Egwene, die het schepsel vernietigde met een weving van Vuur. De Halfman kronkelde stuiptrekkend en krijsend in het vuur, met zijn oogloze gezicht naar de hemel opgeheven. De vuist Trolloks om hem heen stortte ook op de grond.
Egwene glimlachte tevreden, maar haar blijdschap was van korte duur. Haar boogschutters hadden bijna geen pijlen meer, de rijen piekeniers waren gehavend en enkele Aes Sedai waren overduidelijk doodmoe. Een volgende golf Trolloks verving degene die Egwene had gedood. Zullen we nóg zo’n dag kunnen doorstaan?
Een banier lansiers brak ineens los van de linkerflank van Brins leger dat bij de rivier vocht. Op hun vlag stond de Vlam van Tar Valon. Dat was ongetwijfeld de eenheid zware cavalerie waar Brin zo trots op was. Hij had ze bij elkaar gesprokkeld en onder kapitein Joni Shagrin gesteld, en de elitetroep bestond uit een mengeling van doorgewinterde veteranen uit de cavalerie van verschillende landen en soldaten uit de Torenwacht.
De lansiers gingen om de Sharanen tegenover hen heen en reden als een dolle naar Egwenes heuvels, recht op de achterhoede af van het Trollok-leger dat haar positie aanviel. Pal achter hen, in het stof van de eerste, volgde een tweede eenheid cavalerie met de donkergroene banier van Illian. Het leek erop dat de generaal haar eindelijk wat versterking stuurde.
Maar... Wacht. Egwene fronste. Vanaf haar uitkijkpunt kon ze zien dat de linkerflank van het hoofdleger nu volkomen onbeschermd was. Wat doet hij? Een of andere... valstrik voor de Sharanen?
Als er al een valstrik was voorbereid, dan klapten de kaken daarvan niet dicht. In plaats daarvan stormde een Sharaanse cavalerie-eenheid naar Brins linkerflank en begon zwaar huis te houden onder de voetsoldaten die hun positie bij de rivier verdedigden. Maar toen zag Egwene nog meer beweging op het veld beneden, en dat vervulde haar pas echt van afgrijzen: een nog grotere banier Sharaanse cavalerie had zich losgemaakt van de vijandelijke rechterflank en was nu op weg naar de eenheid lansiers die Egwene te hulp kwam.
‘Gawein, waarschuw die lansiers... Dit is een valstrik!’
Maar er was geen tijd om iets te doen. Binnen enkele ogenblikken viel de Sharaanse cavalerie de lansiers van de Witte Toren van achteren aan. Tegelijkertijd hadden de achterste rijen Trolloks zich omgedraaid naar de aanvallende lansiers. Egwene zag dat deze Trolloks allemaal lange paalwapens droegen, waarmee ze het vlees van man en paard konden verscheuren. De voorste gelederen lansiers gingen in een bloederige chaos neer, en de Trolloks waadden tussen de lichamen door om de ruiters erachter van hun paarden te trekken en met hun wapens te doorsteken.
Egwene schreeuwde en putte zo veel mogelijk kracht in een poging het Trollok-leger te vernietigen. De andere vrouwen sloten zich bij haar aan. Het was aan beide kanten een slachting. Er waren gewoon te veel Trolloks, en de lansiers waren onverdedigd. Binnen enkele minuten was het voorbij. Slechts een paar ruiters hadden het overleefd en galoppeerden in volle vaart naar de rivier.
Dat schokte haar. Soms leken de legers te bewegen met de traagheid van reusachtige schepen in de haven, maar dan ineens nam de chaos het over en waren hele banieren dood.
Ze wendde haar blik af van de lijken beneden. De Aes Sedai op de heuveltoppen waren in gevaar. Toen de Trolloks hun aandacht weer op haar groep richtten, gaf Egwene het bevel om Poorten te maken. Ze riep de piekeniers terug en stuurde ze door de Poorten, terwijl haar boogschutters bleven schieten op de Trolloks beneden. Daarna bestookten Egwene en de overgebleven Aes Sedai de Trolloks lang genoeg om de boogschutters door de Poorten weg te krijgen.
Voordat ze door de Poort op haar heuvel stapte, keek Egwene nog een laatste keer naar het slagveld. Wat was hier nou net gebeurd? Ze schudde haar hoofd toen Gawein naar haar toe kwam, trouw als altijd. Hij had nog geen mogelijkheid gehad om zijn zwaard te trekken tijdens deze strijd. Dat gold ook voor Leilwin. De twee leken stilzwijgend te concurreren om wie de beste wachter was en bleven allebei aan Egwenes zijde. Het was ergerlijk, maar altijd nog beter dan Gaweins knorrige teleurstelling bij eerdere gevechten.
Maar hij zag wel bleek. Alsof hij iets onder de leden had. Had hij wel voldoende geslapen?
‘Ik wil naar het kamp om met generaal Brin te praten,’ zei Egwene. ‘Ik wil weten hoe dit kon gebeuren. En dan ga ik naar onze troepen die de voorde verdedigen, om de mensen te wreken die daar zojuist het leven hebben gelaten.’
Ze keken haar allebei fronsend aan.
‘Egwene...’ begon Gawein.
‘Ik heb nog kracht,’ viel Egwene hem in de rede. ‘Ik heb de sa’angreaal gebruikt om niet al te hard te hoeven werken. De mannen die daar strijden moeten me zien, en ik moet doen wat ik kan. Ik zal zoveel wachters meenemen als je wilt.’
Gawein aarzelde, keek Leilwin even aan, en knikte uiteindelijk.
Lan steeg af en gaf de teugels aan Andère, en toen liep hij langs de wachters – die geschokt leken om hem en zijn talloze mannen te zien, velen van hen bebloed – naar de bevelstent. De tent was weinig meer dan een afdak, aan alle kanten open, en soldaten liepen in en uit als mieren bij een mierenhoop. Het was warm in Shienar vandaag. Hij had al een tijdje niets meer van de andere fronten gehoord, maar hij wist wel dat dit vandaag niet het enige wanhopige gevecht zou zijn. Elayne vocht bij Cairhien, de Amyrlin aan de grens van Arafel.
Het Licht geve dat het hen beter verging dan Lan. In de tent stond Agelmar met kaarten overal om hem heen op de grond, en hij wees ernaar met een dunne stok en verplaatste stukjes gekleurde steen terwijl hij bevelen gaf. Renners kwamen aan en brachten het laatste nieuws over het verloop van de strijd. De beste strategieën hielden slechts stand totdat het eerste zwaard was getrokken, maar een goede generaal kon veldslagen bewerken zoals een pottenbakker klei be
werkte, door het getijde van soldaten bij te sturen.
‘Heer Mandragoran?’ vroeg Agelmar toen hij opkeek. ‘Licht, man! Je ziet eruit als de Verwording zelf. Ben je bij de Aes Sedai geweest voor Heling?’