Выбрать главу

Hun overwinning op het noordelijke Trollok-leger was van korte duur geweest, want nu waren ze ver uitgespreid, uitgeput, en liepen ze groot gevaar om te worden omsingeld door het zuidelijke leger.

‘We hadden het bijna voor elkaar,’ zei Arganda hoofdschuddend. ‘We hadden het bijna gered.’

Hij droeg een pluim op zijn helm, de oude helm van Gallenne. Elayne was er niet bij geweest toen de Mayeense bevelhebber sneuvelde.

Dat was het frustrerende. Ze waren er dichtbij. Ondanks Basheres verraad, ondanks de onverwachte aankomst van het zuidelijke leger, hadden ze het bijna voor elkaar gehad. Als ze meer tijd had gehad om haar mannen op te stellen, als ze meer dan een kort ogenblik van rust hadden gehad tussen het verslaan van het noordelijke leger en vervolgens de strijd met dit zuidelijke...

Maar dat was niet het geval. Verderop streden de trotse Ogier ter bescherming van de draken, maar ook zij werden langzaam onder de voet gelopen. De oude schepsels begonnen om te vallen als gevelde bomen, omver getrokken door Trolloks. Een voor een stokten hun liederen.

Arganda drukte een bebloede hand tegen zijn zij. Hij was bleek en kon amper praten, maar zij had niet de kracht om hem te Helen. ‘Die zwaardhand van u is een demon op het slagveld, Majesteit. Haar pijlen vliegen als het licht zelf. Ik zou durven zweren...’ Arganda schudde zijn hoofd. Hij zou misschien nooit meer een zwaard hanteren, zelfs niet nadat hij was Geheeld.

Hij had met de andere gewonden meegestuurd moeten worden... ergens heen. Er was eigenlijk geen plek meer om ze naartoe te brengen, en de geleiders waren te moe om Poorten te maken.

Haar mensen braken op. De Aiel vochten in groepen, de Witmantels waren bijna omsingeld, de Wolvengarde was er al niet beter aan toe. De zware cavalerie van het Legioen van de Draak reed nog, maar Basheres verraad had hen geschokt.

Nu en dan werd er een draak afgevuurd. Aludra had ze terug gerold naar de top van de hoogste heuvel, maar de projectielen waren op en de geleiders hadden niet genoeg kracht om Poorten naar Baerlon te maken en nieuwe drakeneieren te gaan halen. Aludra had stukjes pantser afgevuurd totdat haar poeder bijna op was. Nu hadden ze alleen nog genoeg om heel af en toe een schot af te vuren.

De Trolloks zouden zich weldra door haar gelederen dringen en als uitgehongerde leeuwen haar leger verscheuren. Elayne keek toe vanaf een van de heuvels, bewaakt door tien van haar gardevrouwen. De rest was aan het vechten. Trolloks braken door de Aiel ten oosten van haar positie, vlak bij de draken op de heuvel. De beesten stormden de heuvel op, doodden de paar verdedigende Ogier aan die kant en brulden uitgelaten toen de drakenbedieners sabels trokken en grimmig de verdediging inzetten.

Elayne was nog niet klaar om afscheid te nemen van de draken. Ze putte kracht door de cirkel. Om haar heen kreunden vrouwen. Ze pakte maar een heel klein stroompje Kracht, veel minder dan ze had gehoopt, en richtte Vuur op de voorste Trolloks.

Haar aanval ging in een boog door de lucht op het Schaduwgebroed af. Ze had het gevoel dat ze probeerde een storm tegen te houden door in de wind te spugen. Die eenzame vuurbol trof doel.

De aarde eronder ontplofte, de helling werd opengescheurd en tientallen Trolloks werden de lucht in geslingerd.

Elayne schrok, waardoor Maanschaduw onder haar danste. Arganda vloekte.

Er kwam iemand naar haar toe rijden op een groot zwart paard, die ineens opdook alsof hij uit een rookwolk kwam. De man had een gemiddelde bouw en donkere krullen tot op zijn schouders. Logain oogde magerder dan de vorige keer dat ze hem had gezien, zijn wangen waren wat ingevallen, maar zijn gezicht was nog altijd knap.

‘Logain?’ vroeg ze geschokt.

De Asha’man maakte een scherp gebaar. Overal op het slagveld klonken ontploffingen. Elayne draaide zich om en zag meer dan honderd mannen in zwarte jassen door een grote Poort op haar heuvel komen.

‘Haal die Ogier terug,’ zei Logain. Zijn stem klonk hees en rauw. Die ogen van hem leken nu donkerder dan vroeger. ‘Wij houden deze heuvel wel vast.’

Elayne knipperde met haar ogen en knikte toen naar Arganda dat hij het bevel kon doorgeven. Logain zou me geen bevelen moeten geven, dacht ze verstrooid. Ze liet het maar even zo.

Logain wendde zijn paard en reed naar de zijkant van de heuvel om naar haar leger te kijken. Elayne volgde verdoofd. Trolloks vielen toen Asha’man vreemde aanvallen inzetten met Poorten die aan de grond vast leken te zitten. Ze stormden naar voren en doodden het Schaduwgebroed.

‘Je bent er slecht aan toe,’ gromde Logain.

Ze probeerde haar gedachten op een rijtje te krijgen. De Asha’man waren er. ‘Heeft Rhand jullie gestuurd?’

‘We hebben onszelf gestuurd,’ antwoordde Logain. ‘De Schaduw bereidt deze valstrik al heel lang voor, volgens aantekeningen in Taims werkkamer die ik met veel moeite heb weten te ontcijferen.’ Hij draaide zich naar haar toe. ‘We zijn als eerste naar jou toe gekomen. De Zwarte Toren staat naast de Leeuw van Andor.’

‘We moeten mijn mensen daar weghalen,’ zei Elayne, die probeerde na te denken ondanks het waas van vermoeidheid. Haar leger had een koningin nodig. ‘Moedermelk in een beker! Dit gaat ons veel kosten.’ Ze zou waarschijnlijk haar halve leger verspelen tijdens de aftocht. Maar beter de helft dan helemaal. ‘Ik zal mijn mannen in rijen terugroepen. Kunnen jullie genoeg Poorten maken om ze in veiligheid te brengen?’

‘Dat zal geen probleem zijn,’ zei Logain verstrooid, omlaag kijkend langs de heuvel. Zijn onbewogen gezicht zou indruk maken op elke zwaardhand. ‘Maar het zou een slachting worden. Er is geen ruimte voor een fatsoenlijke aftocht, en je gelederen zullen zwakker en zwakker worden naarmate je meer soldaten terughaalt. De laatsten zullen worden overstelpt.’

‘Ik zou niet weten wat we anders moeten,’ snauwde Elayne uitgeput. Licht! Nu was er eindelijk hulp gekomen, en dan ging zij snauwen. Hou op. Ze herpakte zich en rechtte haar rug. ‘Ik bedoel dat jouw aankomst, hoezeer die ook op prijs wordt gesteld, geen strijd meer kan keren die al zo ver heen is. Honderd Asha’man kunnen geen honderdduizend Trolloks tegenhouden. Als we onze gelederen beter kunnen opstellen, of in ieder geval een korte rusttijd voor mijn mannen zouden kunnen inlassen... maar nee. Dat is onmogelijk. We moeten ons terugtrekken. Behalve als u een wonder kunt regelen, heer Logain.’

Hij glimlachte, misschien omdat ze hem ineens ‘heer’ noemde. Toen draaide hij zich om. ‘Androl!’ blafte hij.

Een Asha’man van middelbare leeftijd kwam aanrennen, met aan zijn zijde een mollige Aes Sedai. Pevara? Elayne was te uitgeput om het te snappen. Een Róde?

‘Heer?’ vroeg Androl.

‘Ik moet die Trolloks lang genoeg ophouden om het leger de mogelijkheid te geven te hergroeperen, Androl,’ zei Logain. ‘Hoeveel zou een wonder me kosten?’

‘Nou, heer,’ zei Androl, wrijvend over zijn kin. ‘Dat hangt ervan af. Hoeveel van de vrouwen die daar zitten kunnen geleiden?’

Het was iets uit de legenden.

Elayne had wel gehoord van de grote werken die door cirkels van mannen en vrouwen waren verricht. Elke zuster in de Witte Toren werd onderwezen over die kunststukken uit het verleden. Het waren verhalen over andere tijden, betere tijden. Tijden toen de helft van de Ene Kracht niet werd gevreesd, toen twee helften van één geheel hadden samengewerkt om onvoorstelbare wonderen te scheppen.

Ze wist niet zeker of de tijden van de legenden echt waren teruggekeerd. De Aes Sedai in die tijden waren beslist niet zo ongerust geweest, zo wanhopig. Maar wat ze nu deden, boezemde Elayne diep ontzag in.

Ze sloot zich aan bij de cirkel, zodat die uit veertien vrouwen en twaalf mannen bestond. Ze had nauwelijks kracht over, maar haar stroompje voegde zich bij de steeds grotere stroom. Belangrijker nog, in een cirkel moest altijd minstens één vrouw meer zijn dan de mannen. En dus kon Logain, toen toen zij zichzelf er eenmaal aan had gekoppeld, er als laatste bijkomen en zijn aanzienlijke kracht aan de stroom toevoegen.