Выбрать главу

Straks zou het nacht worden. Zou de Schaduw zich dan terugtrekken? De Trolloks konden ook in het donker vechten, maar die Sharanen waarschijnlijk niet. Mart gaf nog een reeks bevelen aan boodschappers, die door Poorten weggaloppeerden om ze af te leveren. Het leek wel alsof er slechts een paar tellen verstreken voordat zijn troepen beneden reageerden. ‘Zo snel...’ fluisterde Mart.

‘Dit zal de wereld veranderen,’ zei generaal Galgan. ‘Boodschappers kunnen ogenblikkelijk reageren, bevelvoerders kunnen hun slagen met eigen ogen bekijken en meteen hun strategieën aanpassen.’

Mart gromde instemmend. ‘Ik durf alleen te wedden dat het altijd nog de hele verrekte avond duurt om wat te eten uit de keukentent te krijgen.’

Galgan glimlachte warempel. Het zag eruit alsof er een rotsblok in tweeën spleet.

‘Zeg eens, generaal,’ vroeg Tuon. ‘Wat is uw inschatting van de vaardigheden van mijn gemaal?’

‘Ik weet niet waar u hem vandaan hebt, Grootste, maar hij is een diamant van grote waarde. Ik heb hem het afgelopen uur nauwlettend gevolgd terwijl hij de troepen van de Witte Toren redde. Ondanks zijn... ongebruikelijke stijl heb ik zelden zo’n begaafd bevelhebber gezien.’

Tuon glimlachte niet, maar hij zag aan haar ogen dat ze blij was. Wel mooie ogen, trouwens. En eigenlijk zou het hier misschien toch niet zo erg zijn, nu Galgan niet meer zo nors deed.

‘Bedankt,’ zei Mart binnensmonds tegen Galgan terwijl ze zich allebei naar voren bogen om het veld beneden te bestuderen.

‘Ik beschouw mezelf als een man van de waarheid, mijn prins,’ zei Galgan, die met een eeltige vinger over zijn kin streek. ‘U zult de Kristallen Troon goed dienen. Het zou jammer zijn als u te snel vermoord werd. Ik zal ervoor zorgen dat de eersten die ik achter u aan stuur nog maar pas zijn opgeleid, zodat u ze gemakkelijk kunt afweren.’

Mart voelde dat zijn ogen groot werden. Die man zei het volkomen openhartig, bijna met genegenheid. Alsof hij Mart een gunst bewees door te proberen hem te vermoorden!

‘De Trolloks hier,’ Mart wees naar een groepje van die schepsels beneden, ‘zullen zich straks terugtrekken.’

‘Dat denk ik ook,’ zei Galgan.

Mart wreef over zijn kin. ‘We zullen moeten afwachten wat Demandred met ze doet. Ik ben bang dat de Sharanen misschien vannacht zullen proberen een paar van hun marath’damane ons kamp binnen te krijgen. Ze zijn opmerkelijk toegewijd aan hun zaak. Of ze hebben geen enkel gevoel voor lijfsbehoud.’

Aes Sedai en sul’dam waren niet bepaald schuchter, maar ze waren doorgaans wel voorzichtig. De Sharaanse geleiders waren allesbehalve dat, vooral de mannen.

‘Regel een paar damane voor me om licht te maken bij de rivier,’ zei Mart. ‘En sluit het kamp af, met een kring van damane rondom om uit te kijken naar geleiders. Niemand geleidt, zelfs niet om een verrekte kaars aan te steken.’

‘De... Aes Sedai... zullen dat misschien niet leuk vinden,’ zei generaal Galgan. Ook hij aarzelde voordat hij die woorden uitsprak. Ze waren die naam gaan gebruiken, in plaats van marath’damane, op Marts bevel, hoewel hij had verwacht dat Tuon het zou herroepen. Dat had ze niet gedaan.

Uitvogelen hoe die vrouw nu eigenlijk in elkaar stak zou hem straks echt een genoegen zijn als ze deze ongelooflijke puinhoop allebei overleefden.

Tylee kwam de kamer in lopen. De lange, donkere vrouw met littekens in haar gezicht liep met alle zelfverzekerdheid van een ervaren soldaat. Ze wierp zich op de grond voor Tuon. Er zat bloed op haar kleding en haar pantser was gedeukt. Haar legioen had vandaag een pak slaag gekregen, en ze voelde zich waarschijnlijk als een kleedje dat door de vrouw des huizes was uitgeklopt.

‘Ik ben bezorgd om onze positie hier.’ Mart draaide zich weer om, hurkte neer en keek door het gat. Zoals hij al had voorspeld, waren de Trolloks begonnen zich terug te trekken.

‘Waarom?’ vroeg generaal Galgan.

‘We hebben onze geleiders helemaal uitgeput,’ antwoordde Mart. ‘En we staan met onze rug naar de rivier, een lastige plek om langdurig te verdedigen, vooral tegen zo’n groot leger. Als ze een paar Poorten maken en een deel van het Sharaanse leger vannacht naar deze kant van de rivier verplaatsen, kunnen ze ons verpletteren.’

‘Ik zie wat u bedoelt,’ zei Galgan hoofdschuddend. ‘Ze zijn zo sterk dat ze ons kunnen blijven uitputten, net zolang tot wij zo zwak zijn dat ze een strop om onze nek kunnen gooien en die kunnen aantrekken.’

Mart keek Galgan recht aan. ‘Ik denk dat het tijd wordt dat we deze plek opgeven.’

‘Daar ben ik het mee eens. Het lijkt onze enige reële mogelijkheid,’ zei generaal Galgan knikkend. ‘Waarom kiezen we geen slagveld dat ons meer voordeel oplevert? Zullen uw vrienden uit de Witte Toren instemmen met een aftocht?’

‘We zullen zien,’ zei Mart, die rechtop ging staan. ‘Laat iemand Egwene en de Gezetenen gaan halen.’

‘Ze komen niet,’ zei Tuon. ‘De Aes Sedai willen niet hierheen komen. En ik denk ook niet dat die Amyrlin me in haar kamp toelaat, zeker niet met de beveiliging die ik zou eisen.’

‘Best.’ Mart wuifde naar de Poort in de vloer, waarop de damane hem sloot. ‘We gebruiken een Poort om daardoor te overleggen.’ Tuon kwam niet met tegenwerpingen, dus stuurde Mart boodschappers op pad. Het kostte wat geregel, maar Egwene scheen het wel een goede vondst te vinden.

Tuon vermaakte zichzelf tijdens het wachten door haar troon naar de andere kant van de kamer te laten verplaatsen. Mart snapte niet waarom. Vervolgens begon ze Min lastig te vallen. ‘En die?’ vroeg Tuon toen een slungelig lid van het Bloed binnenkwam en een buiging maakte.

‘Hij gaat binnenkort trouwen,’ antwoordde Min.

‘Geef me eerst het voorteken,’ zei Tuon, ‘en dan pas je interpretatie, alsjeblieft.’

‘Ik wéét wat dit voorteken betekent,’ wierp Min tegen. Ze was op een kleinere troon naast die van Tuon gezet. Het meisje was in zoveel kostbare stoffen en kant gehuld dat je haar had kunnen aanzien voor een muis in een baal zijde. ‘Soms weet ik het meteen, en...’

‘Je geeft me eerst het voorteken,’ zei Tuon op dezelfde toon. ‘En je spreekt me aan als Grootste. Het is een grote eer dat je rechtstreeks tegen me mag spreken. Laat de houding van de Prins van de Raven geen voorbeeld voor je zijn.’

Min hield haar mond, maar ze oogde niet terechtgewezen. Ze ging al te lang met de Aes Sedai om om zich door Tuon te laten koeioneren. Dat zette Mart aan het denken. Hij had wel een vermoeden van waar Tuon mogelijk toe in staat was als ze ontstemd raakte over Min. Hij hield van haar... Licht, daar was hij vrij zeker van, maar hij had zich voorgenomen om altijd een beetje bang voor haar te blijven.

Hij zou een oogje in het zeil moeten houden, zodat Tuon niet besloot om Min te ‘onderwijzen’.

‘Het voorteken voor deze man,’ zei Min, die haar toon – zo te horen – met wat moeite in bedwang hield, ‘is wit kant dat in een vijver drijft. Ik weet dat dit duidt op zijn huwelijk in de nabije toekomst.’

Tuon knikte. Ze wiebelde met haar vingers naar Selucia. De man over wie ze spraken was van het lage Bloed, dus niet hooggeplaatst genoeg om rechtstreeks met Tuon te praten. Zijn hoofd kwam toen hij een buiging maakte zo dicht bij de grond dat het leek alsof hij grote belangstelling had voor kevers en zojuist een exemplaar op de vloer had gezien.

‘Heer Gokhan van het Bloed,’ sprak Selucia, ‘moet naar het front worden verplaatst. Hij mag pas trouwen na het einde van deze oorlog. De voortekenen wijzen erop dat hij lang genoeg zal leven om een vrouw te huwen, en dus zal hij beschermd zijn.’

Min trok een grimas en deed haar mond open, waarschijnlijk om te zeggen dat het niet zo werkte. Mart ving haar blik en schudde zijn hoofd, en ze bond in.

Tuon haalde de volgende naar voren, een jonge soldaat, niet van het Bloed. De vrouw had een lichte huid en geen onaardig gezicht, hoewel Mart verder niet veel van haar kon zien onder dat pantser. De pantsers van mannen en die van vrouwen verschilden niet zo heel veel, en dat vond hij jammer. Mart had een Seanchaanse pantsermaker gevraagd of bepaalde delen van de vrouwelijke borstplaat niet wat meer nadruk zouden moeten krijgen, zogezegd, maar de man had hem aangekeken alsof hij niet goed bij zijn hoofd was. Licht, die mensen hadden geen normen en waarden. Een kerel moest toch weten of hij tegen een vrouw vocht op het slagveld? Dat was alleen maar netjes.