Выбрать главу

Hij begon te aanvaarden dat ze dat niet deden. Hij begon te aanvaarden dat het niet erg was, zolang ze hun best maar deden. Wat die eigenschap van hem ook was die hem de mogelijkheid gaf om de juiste kant van dingen te zien, het was overduidelijk een zegen van het Licht. Het was niet goed om anderen te minachten omdat zij daar niet mee waren geboren. Net zoals het niet goed was om een man te minachten omdat hij was geboren met slechts één hand en dus een minder goede zwaardvechter was.

Veel van de levenden die hij tegenkwam, zaten op de grond op de weinige plekken waar geen lijken of bloed lagen. Die mannen oogden niet als de winnaars van een strijd, hoewel de Asha’man deze dag hadden gered. De truc met de lava had hun soldaten de ademruimte gegeven die ze nodig hadden om zich te hergroeperen en aan te vallen.

Die slag was kort en fel geweest. Trolloks gaven zich niet over, en ze konden de monsters ook niet toestaan zich uit het gevecht los te maken en te vluchten. Dus hadden Galad en de anderen gevochten en gebloed en waren er nog doden gevallen lang nadat duidelijk was dat ze zouden overwinnen.

De Trolloks waren nu dood. De overgebleven mannen zaten over de deken van lijken uit te staren. Alsof ze verdoofd waren door het vooruitzicht om op zoek te moeten gaan naar de paar overlevenden tussen de honderdduizenden doden.

De ondergaande zon en verstikkende wolken kleurden het licht rood en wierpen een bloederige glans over de gezichten.

Galad kwam uiteindelijk bij de lange heuvel aan die de scheidslijn vormde tussen de twee slagvelden. Hij beklom hem langzaam en probeerde niet te denken aan hoe fijn een bed zou voelen. Of een slaapvlonder op de vloer. Of gewoon een platte rots ergens op een stil plekje waar hij zich in zijn mantel kon oprollen.

De frisse lucht boven op de heuvel was een schok voor hem. Hij rook nu al zo lang de stank van bloed en sterfte dat de reine lucht de verkeerde geur leek te hebben. Hij schudde zijn hoofd en liep langs vermoeide Grenslanders die door Poorten sjokten. De Asha’man waren vertrokken om de Trolloks in het noorden op afstand te houden, zodat heer Mandragorans legers konden ontkomen.

Voor zover Galad had gehoord, waren de Grenslanderlegers nog maar een fractie van wat ze waren geweest. Het verraad van de grote kapiteins was het diepst gevoeld door heer Mandragoran en zijn mannen. Galad werd misselijk van die gedachte, want deze strijd was niet gemakkelijk geweest voor hem of ieder ander bij Elayne. Het was verschrikkelijk geweest. En toch, hoe erg het bij hen ook was geweest, bij de Grenslanders was het er nog erger aan toegegaan.

Galad wist met moeite zijn maag te bedaren terwijl zijn uitzicht van boven op de heuvel onthulde hoeveel aasvogels er voor een feestmaal waren neergestreken. De onderdanen van de Duistere vielen, en andere onderdanen van de Duistere vraten zich vol.

Uiteindelijk trof Galad Elayne. Haar hartstochtelijke woorden, uitgesproken tegen Tam Altor en Arganda, voelden als een klap in zijn gezicht.

‘Mart heeft gelijk,’ zei ze. ‘De Akker van Merrilor is een goed slagveld. Licht! Ik wou dat we de mensen meer tijd konden geven om te rusten. We hebben maar een paar dagen, hooguit een week, voordat de Trolloks ook bij Merrilor zijn.’ Ze schudde haar hoofd. ‘We hadden die Sharanen moeten zien aankomen. Als het erop begint te lijken dat de Duistere slechte kaarten in de hand heeft, zal hij natuurlijk gewoon een paar nieuwe kaarten aan het spel toevoegen.’

Galads trots eiste van hem dat hij bleef staan terwijl hij luisterde naar Elaynes overleg met de andere bevelvoerders. Maar voor één keer verloor zijn trots het, liet hij zich op een kruk vallen en zakte naar voren.

‘Galad,’ zei Elayne, ‘je moet echt even een Asha’man vragen om je vermoeidheid weg te nemen. Het is dwaasheid om ze als verschoppelingen te blijven behandelen.’

Galad rechtte zijn rug. ‘Het heeft niks met de Asha’man te maken,’ snauwde hij. Te geprikkeld. Hij was moe. ‘Deze vermoeidheid herinnert me aan wat we vandaag hebben verloren. Het is een uitputting die mijn mannen ook moeten doorstaan, en dus doe ik het ook, anders vergeet ik hoe moe zij zijn en zet ik ze te veel onder druk.’

Elayne keek hem fronsend aan. Hij maakte zich er allang niet meer druk over of zijn woorden haar misschien beledigden, Het leek toch wel alsof hij niet eens kon zeggen dat het een mooie dag was of dat zijn thee heet was zonder dat hij haar daar om de een of andere reden mee tegen de haren in streek.

Het zou fijn zijn geweest als Aybara er niet vandoor was gegaan. Die man was een leider – een van de weinigen die Galad ooit had ontmoet – waar je daadwerkelijk een gesprek mee kon voeren zonder je druk te hoeven maken dat je hem zou krenken. Misschien zou Tweewater een goede plek zijn om de Witmantels onder te brengen.

Al was er natuurlijk wel iets van een geschiedenis van kwaad bloed tussen hen. Maar daar kon hij aan werken...

Ik noemde ze Witmantels, dacht hij even later. In mijn hoofd noemde ik de Kinderen net Witmantels. Dat was hem lang niet meer overkomen.

‘Majesteit,’ zei Arganda. Hij stond naast Logain, de leider van de Asha’man, en Havien Nurelle, de nieuwe bevelhebber van de Vleugelgarde. Talmanes van de Bond van de Rode Hand kwam aansjokken met een paar bevelvoerders van de Saldeanen en het Legioen van de Draak. Ouder Haman van de Ogier zat een stukje verderop op de grond en staarde met een verdoofde blik naar de zonsondergang.

‘Majesteit,’ vervolgde Arganda, ‘ik besef dat u dit beschouwt als een grote overwinning...’

‘Het is ook een grote overwinning,’ kapte Elayne hem af. ‘We moeten de mannen ervan overtuigen dat ze het zo moeten zien. Nog geen acht uur geleden ging ik ervan uit dat ons hele leger zou worden afgeslacht. We hebben gewonnen.’

‘Ten koste van de helft van onze troepen,’ zei Arganda zachtjes.

‘Wat mij betreft een overwinning,’ drong Elayne aan, ‘aangezien we een volledige vernietiging verwachtten.’

‘De enige overwinnaar vandaag is de slager,’ zei Nurelle zacht. Hij oogde getergd.

‘Nee,’ zei Tam Altor, ‘ze heeft gelijk. De troepen moeten begrijpen wat hun verliezen hebben opgeleverd. We móéten dit als een overwinning behandelen. Het moet zo worden opgetekend in de geschiedenissen, en de soldaten moeten ervan worden overtuigd om het zo te zien.’

‘Dat is een leugen,’ hoorde Galad zichzelf zeggen.

‘Niet waar,’ zei Altor. ‘We hebben vandaag vele vrienden verloren. Licht, maar dat geldt voor ons allemaal. Maar de Duistere wil juist dat we ons op dat sterven richten. Zeg maar eens dat ik ongelijk heb. We moeten naar het Licht kijken, niet naar de Schaduw, anders wordt het onze ondergang.’

‘Door hier te winnen,’ zei Elayne, met opzettelijk nadruk op dat woord, ‘hebben we onszelf tijd gegeven. We kunnen ons verzamelen bij Merrilor, ons daar ingraven en met ons allen een laatste grote verdediging opzetten tegen de Schaduw.’

‘Licht,’ fluisterde Talmanes. ‘We gaan dit nog een keer doormaken, of niet?’

‘Ja,’ zei Elayne met tegenzin.

Galad keek uit over de velden vol doden en huiverde. ‘Merrilor zal nog erger zijn. Het Licht sta ons bij... het wordt daar nóg erger.’

33

De tobak van de prins

Perijn achtervolgde Slachter door de lucht.

Hij sprong van een wervelende, zilverzwarte wolk achter Slachter aan, die alleen als waas te zien was tegen de verkoolde hemel. De lucht pulseerde met het ritme van bliksemflitsen en felle windvlagen. De ene na de andere geur bestookte Perijn, zonder enige logica. Modder in Tyr. Een aangebrande pastei. Rottend afval. Een doodslelie.

Slachter landde op een wolk verderop en draaide zich binnen een oogwenk met een aangespannen boog om. De pijl vloog zo snel dat de lucht knalde, maar Perijn wist het projectiel met zijn hamer opzij te slaan. Hij landde op dezelfde donderwolk als Slachter en beeldde zich in dat de ondergrond massief was, en de dampen van de stormwolk werden vast.

Perijn rende door een kolkende donkergrijze mist, de bovenlaag van de wolk. Hij botste op Slachter, die een schild en zwaard opriep. Perijns hamer sloeg een ritme op het schild dat gelijke tred hield met het gebrul van de donder. De bliksem flitste bij elke klap.