Выбрать главу

‘Daar werken we aan,’ zei Faile terwijl Laras’ dienaar de kist op de wagen zette. Ze grimaste toen hij het ding met een klap neergooide en zijn handen afklopte.

Laras knikte en liep haar pakhuis weer in. Faile legde haar hand op de kist. Filosofen beweerden dat het Patroon geen grappen uithaalde. Het Patroon en het Rad bestónden gewoon. Ze gaven nergens om en kozen geen partij. Maar Faile kon zich toch niet aan de indruk onttrekken dat, ergens, de Schepper naar haar grijnsde. Ze had haar huis verlaten met een hoofd vol hoogmoedige dromen, een kind dat dacht dat ze op een grootse zoektocht naar de Hoorn was.

Het leven had die dromen onder haar weggeslagen en haar gedwongen weer overeind te krabbelen. Ze was opgegroeid, was gaan letten op dingen die werkelijk belangrijk waren. En nu... nu had het Patroon met bijna achteloze onverschilligheid de Hoorn van Valere in haar schoot geworpen.

Ze trok haar hand terug en weigerde opzettelijk de kist te openen. Ze had de sleutel, die afzonderlijk bij haar was bezorgd, en ze zóu kijken of de Hoorn werkelijk in de kist zat, maar niet nu. Pas als ze alleen was en het gevoel had dat ze veilig was.

Ze klom op de wagen en zette haar voeten op de kist.

‘Het bevalt me nog steeds niet,’ mopperde Mandevwin bij het pakhuis.

‘Jou bevalt niks,’ zei Vanin, ‘Luister, het werk dat wij doen is belangrijk. Soldaten moeten eten.’

‘Ja, daar heb je wel gelijk in,’ gaf Mandevwin toe.

‘Zeker!’ zei een nieuwe stem. Harnan, ook een Roodarm, kwam bij hen staan. Geen van de drie, merkte Faile op, maakte aanstalten om de dienaren te helpen bij het laden van de wagens. ‘Eten is geweldig,’ zei Harnan. ‘En als er iémand is die verstand heeft van dat onderwerp, Vanin, dan ben jij het.’

Harnan was een stevig gebouwde man met een breed gezicht en een havik op zijn wang getatoeëerd. Talmanes zwoer bij die man, noemde hem een veteraan van zowel de ‘de Zesvoudige Slachting’ als Hinderstap, wat dat ook betekenen moge.

‘Nu kwets je me, Harnan,’ zei Vanin. ‘Dat doet echt pijn.’

‘Dat betwijfel ik,’ zei Harnan lachend. ‘Om jou pijn te doen, moet je eerst door die laag vet heen komen. Volgens mij zijn zelfs Trollok-zwaarden daar niet lang genoeg voor!’

Mandevwin lachte en de drie mannen liepen weg. Faile bekeek de laatste bladzijden van het registerboek en klom van de wagen om Setalle Anan te roepen. De vrouw had haar bijgestaan bij deze karavaantochten. Terwijl ze echter van de wagen klom, merkte Faile op dat niet alle drie de leden van de Bond waren weggelopen. Slechts twee. De mollige Vanin stond er nog. Ze zag hem en bleef staan.

Vanin wendde zich onmiddellijk af en beende naar enkele andere soldaten toe. Had hij haar in de gaten gehouden?

‘Faile! Faile! Aravine zegt dat ze klaar is met het bekijken van de paklijsten. We kunnen gaan.’

Olver klom op de bok naast Faile toen ze daar ging zitten. Hij had per se mee gewild met de karavaan, en de leden van de Bond hadden haar overgehaald om hem mee te laten komen. Zelfs Setalle had gezegd dat het verstandig was om hem mee te nemen. Kennelijk waren ze bang dat Olver zou proberen mee te vechten als ze hem niet doorlopend in het oog hielden. Faile had hem met tegenzin als boodschappenjongen ingezet.

‘Goed dan,’ zei Faile. ‘Dan moeten we maar gaan.’

De wagens kwamen traag in beweging. De hele tocht de stad uit deed ze haar best om niet naar de kist te kijken.

Ze probeerde haar gedachten te verzetten, maar daardoor werd ze alleen maar herinnerd aan een andere dringende zorg. Perijn. Ze had hem slechts heel even gezien tijdens een tocht met voorraden naar Andor. Hij had haar gewaarschuwd dat hij mogelijk nog een andere taak had, maar had daar verder niets over willen vertellen. Nu was hij verdwenen. Hij had Tam aangesteld als stedehouder in zijn plaats, was via een Poort naar het noorden gegaan en verdwenen. Faile was met voorraden naar Shayol Ghul geweest, maar niemand daar had hem sinds zijn gesprek met Rhand nog gezien.

Flet zou toch wel goed met hem gaan? Ze was de dochter van een soldaat en de vrouw van een soldaat, dus ze wist dat ze zich niet overdreven veel zorgen moest maken. Maar toch was ze wel een beetje bezorgd, natuurlijk. Perijn was degene die haar had voorgedragen als hoedster van de Hoorn.

Ze vroeg zich terloops af of hij dat had gedaan om haar weg te houden van het slagveld. Ze zou het niet heel erg vinden als dat erachter zat, hoewel ze hem dat nooit zou vertellen. In feite zou ze, als dit allemaal achter de rug was, doen alsof ze beledigd was om te kijken hoe hij dan reageerde. Hij moest weten dat ze zich niet afzijdig wilde houden en in de watten gelegd wilde worden, ook al wees haar werkelijke naam daar wel op.

Faile reed met haar wagen, de voorste van de karavaan, de Jualdhe-brug op die Tar Valon uit leidde. Ongeveer halverwege begon de brug te beven. De paarden stampten met hun hoeven en gooiden met hun hoofd toen Faile ze inhield en achteromkeek. De aanblik van bewegende gebouwen in Tar Valon bewees dat niet alleen de brug trilde, maar dat het een aardbeving was.

De andere paarden dansten en hinnikten en karren rammelden.

‘We moeten de brug af, vrouwe Faile!’ riep Olver.

‘De brug is veel te lang om aan de overkant te komen voordat de beving voorbij is,’ zei Faile rustig. Ze had in Saldea ook genoeg aardbevingen meegemaakt. ‘We lopen meer gevaar bij een dolle tocht dan als we hier blijven. Deze brug is door Ogier gebouwd. We zijn hier waarschijnlijk veiliger dan op vaste grond.’

En inderdaad, toen de aardbeving ophield, was er nog geen steen van de brug losgekomen. Faile kalmeerde haar paarden en reed door. Hopelijk viel de schade aan de stad mee. Ze wist niet of aardbevingen hier vaker voorkwamen. Met de Drakenberg in de buurt zou het af en toe toch wel eens rommelen?

Toch zat die beving haar dwars. De mensen zeiden dat het land instabiel begon te worden, dat het gekreun van het land overeenkwam met het breken van de hemel door bliksems en donder. Ze had meer dan eens gehoord over de spinnenwebben van barsten die in de rotsen verschenen, zo pikzwart dat ze leken uit te komen in het eeuwige niets.

Zodra de rest van de karavaan de stad uit was, zette Faile haar wagens naast enkele groepen huurlingen, die in de rij stonden bij de Aes Sedai op het Reisterrein. Faile kon het zich niet veroorloven om voorrang te eisen, want ze mocht geen aandacht trekken. Hoe zenuwslopend het ook was, ze ging rustig zitten wachten.

Haar karavaan was de laatste in de rij voor die dag. Uiteindelijk kwam Aravine naar Failes wagen toe, en Olver schoof op om ruimte voor haar te maken. Ze gaf hem een klopje op zijn hoofd. Veel vrouwen reageerden zo op Olver, en meestal léék hij ook onschuldig. Faile was niet overtuigd. Ze kneep haar ogen naar Olver samen terwijl hij tegen Aravine aan kroop. Mart scheen een grote invloed op dat kind te hebben.

‘Ik ben blij met deze zending, vrouwe,’ zei Aravine. ‘Met dit canvas zouden we voldoende moeten hebben om de meeste mannen in het leger van tenten te voorzien. Maar we hebben nog wel leer nodig. Volgens verslagen heeft koningin Elayne haar mannen stevig laten doorlopen, dus we zullen wel verzoeken voor nieuwe laarzen binnenkrijgen.’

Faile knikte verstrooid. Een Poort werd geopend naar Merrilor, en ze zag de legers die zich daar verzamelden. In de afgelopen paar dagen waren ze langzaam terug gestrompeld om hun wonden te likken. Drie fronten, drie rampen van verschillende omvang. Licht. Door de aankomst van de Sharanen en het verraad van de grote kapiteins had de mensheid meer dan een derde van alle soldaten verloren.

Op de Akker van Merrilor overlegden bevelvoerders en herstelden soldaten hun pantsers en wapens, in afwachting van wat er zou komen. Een laatste gevecht.

‘... zullen ook wat meer vlees nodig hebben,’ zei Aravine. ‘We moeten in de komende dagen een paar korte jachtpartijen via Poorten laten uitvoeren, om te kijken wat we kunnen vinden.’

Faile knikte. Het was geruststellend om Aravine bij zich te hebben. Hoewel Faile nog steeds verslagen las en bezoeken bracht aan de kwartiermeesters, maakte Aravines oplettendheid haar werk een stuk gemakkelijker, als een goede sergeant die zorgde dat zijn mannen op orde waren voor een inspectie.