Выбрать главу

‘Aravine,’ zei Faile. ‘Je hebt nog nooit een Poort gebruikt om bij je familie in Cairhien te gaan kijken.’

‘Er is daar niets meer voor me, vrouwe.’

Aravine weigerde koppig toe te geven dat ze een edele was geweest voordat ze door de Shaido was ontvoerd. Nou, in ieder geval gedroeg ze zich niet zoals sommige andere voormalige gai’shain, gedwee en onderworpen. Als Aravine vastbesloten was om haar verleden te laten rusten, dan zou Faile haar die mogelijkheid graag geven. Dat was wel het minste wat ze die vrouw verschuldigd was.

Terwijl zij zaten te praten, klom Olver van de wagen om te gaan kletsen met een paar van zijn ‘ooms’ onder de Roodarmen. Faile keek opzij toen Vanin met twee andere verkenners van de Bond langsreed. Hij sprak opgewekt met hen.

Je vat die blik van hem verkeerd op, hield Faile zichzelf voor. Er is niets verdachts aan die man. Je bent alleen maar schichtig vanwege de Hoorn.

Maar toch, toen Harnan kwam vragen of ze iets nodig had – er kwam elk half uur een lid van de Bond om dat te vragen – vroeg ze hem naar Vanin.

‘Vanin?’ zei Harnan vanaf de rug van zijn paard. ‘Goeie kerel. Hij kan soms ontzettend klagen, vrouwe, maar laat u daardoor niet afschrikken. Hij is onze beste verkenner.’

‘Dat kan ik me amper voorstellen,’ zei ze. ‘Ik bedoel, hoe moet hij zich snel of geruisloos bewegen met dat grote lichaam van hem?’

‘Daar zou u nog van opkijken, vrouwe,’ zei Harnan lachend. ‘Ik pest hem graag, maar hij is echt heel goed.’

‘Heeft hij wel eens problemen veroorzaakt?’ vroeg Faile, die probeerde haar woorden zorgvuldig te kiezen. ‘Vechtpartijen? Dingen gepikt uit de tent van andere mannen?’

‘Vanin?’ Harnan lachte. ‘Hij leent je brandewijn als je hem zijn gang laat gaan, en dan krijg je de fles grotendeels leeg terug. En goed, hij heeft misschien in het verleden wel eens iets gestolen, maar ik ken hem niet als een vechtersbaas. Hij is een goeie kerel. U hoeft zich geen zorgen om hem te maken.’

In het verleden wel eens iets gestolen? Maar Harnan keek alsof hij daar niet verder op in wilde gaan. ‘Dank je,’ zei ze, maar ze bleef ongerust.

Harnan hief een hand naar zijn hoofd in een soort saluut en reed weg. Het duurde nog eens drie uur voordat er een Aes Sedai naar hen toe kwam. Berisha kwam aanwandelen en bekeek de karavaan aandachtig. Ze had een hard gezicht en een slank lichaam. De andere Aes Sedai die op het Reisterrein werkten waren inmiddels teruggekeerd naar Tar Valon, en de zon zakte al naar de horizon.

‘Voedsel en canvas,’ zei Berisha, kijkend in Failes registerboek. ‘Op weg naar de Akker van Merrilor. We hebben ze vandaag al zeven karavanen gestuurd. Waarom nóg een? Ik denk dat de vluchtelingen uit Caemlin dit minstens even goed zouden kunnen gebruiken.’

‘De Akker van Merrilor wordt straks de plek van een grote strijd,’ zei Faile, die met moeiie haar geduld bewaarde. Aes Sedai vonden het niet prettig als je tegen hen snauwde. ‘Ik denk niet dat het gauw te veel zal zijn.’

Berisha snoof. ‘Ik zeg dat het te veel is.’ De vrouw leek chronisch ontevreden, alsof ze zich ergerde omdat ze niet mee kon vechten.

‘De Amyrlin denkt daar anders over,’ antwoordde Faile. ‘Een Poort, alstublieft. Het wordt al laat.’ En als je over verspilling wilt praten, waarom denk je er dan niet aan dat je me helemaal de stad uit hebt laten komen en hier hebt laten wachten, in plaats van me rechtstreeks vanaf het terrein van de Witte Toren te sturen?

De Zaal van de Toren wilde één Reisterrein voor grote verplaatsingen van troepen of voorraden, om beter zicht te kunnen houden op wie Tar Valon in of uit ging. Faile kon die voorzorgsmaatregel wel begrijpen, ook al was het soms frustrerend.

Ambtenarij was ambtenarij, en Berisha begon zich eindelijk voor te bereiden op het maken van een Poort. Voordat ze echter een Poort kon weven, begon de grond te rommelen.

Niet weer, dacht Faile met een zucht. Nou, je had wel vaker kleinere naschokken na een...

Verderop spleten enkele scherpe, zwartkristallen punten de grond en schoten wel tien of vijftien voet de lucht in. Een ervan doorboorde het paard van een Roodarm. Er vloog een fontein van bloed de lucht in toen de punt in een oogwenk dwars door dier en man heen ging.

‘Bel van kwaad!’ riep Harnan.

Andere kristallen punten – sommige zo dun als een speer, andere zo breed als een man – barstten uit de grond omhoog. Faile probeerde uit alle macht haar paarden in bedwang te houden. Ze dansten opzij, waardoor haar kar draaide en bijna omviel terwijl zij aan de leidsels hing.

Overal rondom was het een en al waanzin. De punten kwamen in groepen uit de grond omhoog, elk zo scherp als een scheermes. Een van de wagens versplinterde toen kristallen de linkerkant ervan vernielden. Voedingsmiddelen tuimelden op het dode gras. Sommige paarden waren dol van angst, wagens kieperden om. De kristallen punten bleven omhoogkomen en overal op het verlaten veld verschijnen. Er rees geschreeuw op uit het dorp aan het einde van de brug vanuit Tar Valon.

‘Poort!’ brulde Faile, nog altijd worstelend met haar paarden. ‘Schiet op!’

Berisha sprong achteruit toen er vlak voor haar voeten punten uit de grond omhoogschoten. Ze keek er met een bleek gezicht naar, en toen pas besefte Faile dat er iets bewóóg in die schimmige kristallen. Het leek wel rook.

Een kristallen punt kwam omhoog en doorboorde Berisha’s voet. Ze gilde en viel op haar knieën, net toen een streep licht de lucht spleet. Gelukkig hield de vrouw haar weving in stand. De streep licht draaide met de traagheid van een gletsjer en opende zich tot een Poort die groot genoeg was voor een wagen.

‘Door de Poort!’ riep Faile, maar haar stem ging ten onder in de chaos. Kristallen barstten uit de grond heel dicht aan haar linkerkant en sproeiden aarde in haar gezicht. Haar paarden dansten en begonnen toen te galopperen. Omdat ze niet volledig de macht over het span wilde kwijtraken, stuurde Faile ze naar de Poort. Maar vlak voordat ze erdoorheen zou gaan, hield ze de dieren ineens in.

‘De Poort!’ riep ze naar de anderen. Weer werd haar stem niet gehoord. Gelukkig namen de Roodarmen de roep over, reden langs de chaotische rij, grepen de leidsels van wagens en leidden ze naar de Poort. Andere mannen raapten de mensen op die op de grond waren geworpen.

Harnan denderde langs met Olver. Hij werd gevolgd door Sandip en Setalle Anan, die zich achter op zijn paard aan hem vastklemde. Er kwamen steeds sneller kristallen uit de grond. Een ervan barstte omhoog vlak bij Faile, en vol afgrijzen zag ze dat de rokerige bewegingen binnenin vormen aannamen. Gestalten van mannen en vrouwen, schreeuwend alsof ze daarbinnen opgesloten zaten.

Ze deinsde achteruit. Verderop ratelde de laatste wagen door de Poort. Weldra zou dit veld uit niets anders dan kristallen bestaan. Een paar achtergebleven leden van de Bond hielpen de gewonden op paarden, maar twee van hen sneuvelden toen de kristallen ineens vertakkingen kregen die er aan de zijkanten uit schoten. Het was tijd om te gaan. Aravine kwam langs en greep Failes leidsels om hen naar de veiligheid te trekken.

‘Berisha!’ riep Faile. De Aes Sedai knielde naast de opening, en het zweet gutste van haar bleke gezicht. Faile sprong van de bok van de wagen en greep de vrouw bij haar schouder, terwijl Aravine de wagen door de Poort trok.

‘Kom mee!’ zei Faile tegen Berisha. ‘Ik draag je wel.’

De vrouw wankelde en viel opzij, met haar handen tegen haar buik gedrukt. Faile besefte geschrokken dat er bloed om haar vingers opwelde. Berisha staarde naar de lucht en haar lippen bewogen, maaier kwam geen geluid naar buiten.

‘Vrouwe!’ Mandevwin kwam aangalopperen. ‘Het kan me niet schelen waar hij heen leidt! Wc moeten erdoor!’

‘Wat...’

Ze brak haar zin af toen Mandevwin haar bij haar middel greep en optilde, terwijl de kristallen om hen heen omhoogschoten. Hij galoppeerde door de opening, met haar in zijn armen.