Выбрать главу

Ze hadden hem met geweld de mond moeten snoeren, zodat het lawaai geen andere verschrikkingen aanlokte.

De Verwording. Ze konden hier niet overleven. Bij een eenvoudige wandeling waren al twee leden van hun groep omgekomen, en Faile had een stuk of honderd mensen te beschermen. Wachters van de Bond, een paar leden van Cha Faile en de wagenmenners en arbeiders van haar bevoorradingskaravaan. Acht van de wagens reden nog, en die hadden ze voorlopig naar dit kamp meegenomen. Ze zouden waarschijnlijk te veel opvallen om er nog verder mee te reizen.

Faile wist niet eens zeker of ze deze nacht wel zouden overleven. Licht! Hun enige mogelijkheid op redding leek bij de Aes Sedai te liggen. Zouden die opmerken wat er was gebeurd en hulp sturen? Het leek een heel zwakke hoop, maar ze wist niet veel over de Ene Kracht.

‘Goed,’ zei Faile zachtjes tegen degenen die bij haar zaten: Mandevwin, Aravine, Harnan, Setalle en Arrela van Cha Faile. ‘We moeten praten.’

De anderen oogden hol. Waarschijnlijk waren ze net als Faile al sinds hun vroege jeugd bang gemaakt met verhalen over de Verwording. De sterfgevallen bij hun groep, zo snel nadat ze dit land hadden betreden, hadden die verhalen versterkt. Ze wisten hoe gevaarlijk het hier was en schrokken van elk geluidje.

‘Ik zal uitleggen wat ik kan,’ zei Faile, die probeerde hen af te leiden van het verderf om hen heen. ‘Tijdens die bel van kwaad doorboorde zo’n kristal Berisha Sedais voet, net toen ze de Poort maakte.’

‘Een wond?’ vroeg Mandevwin van de andere kant van het vuurtje. ‘Zou dat genoeg zijn om een Poort in de war te sturen? Ik weet maar heel weinig van de zaken van de Aes Sedai, en dat heb ik ook nooit gewild. Maar als een zuster wordt afgeleid, is het dan mogelijk dat ze per ongeluk een doorgang naar de verkeerde plek maakt?’

Setalle fronste haar voorhoofd, en die gezichtsuitdrukking trok Failes aandacht. Setalle was geen adellijke vrouwe of officier, maar ze had wel iets... Ze straalde gezag en wijsheid uit.

‘Weet je iets?’ vroeg Faile aan haar.

Setalle schraapte haar keel. ‘Ik weet... wel iets over geleiden. Ik heb er wat over gelezen, uit belangstelling. Soms, als een weving onjuist wordt uitgevoerd, gebeurt er gewoon niets. Maar soms kunnen de gevolgen rampzalig zijn. Ik heb nog nooit gehoord van een weving die zich zo gedraagt: wel werken, maar helemaal verkeerd.’

‘Nou,’ zei Harnan, kijkend naar de duisternis terwijl hij zichtbaar huiverde, ‘het alternatief is dat ze ons naar de Verwording wilde sturen.’

‘Misschien was ze gedesoriënteerd,’ zei Faile. ‘Mogelijk stond ze zo onder druk dat ze ons naar de verkeerde plek stuurde. Ik ben zelf onder spanning ook wel eens de verkeerde kant op gerend. Zoiets zou het kunnen zijn.’

De anderen knikten, maar alweer keek Setalle bezorgd.

‘Wat is er?’ drong Faile aan.

‘Tijdens de opleiding tot Aes Sedai wordt heel uitvoerig aandacht besteed aan dergelijke omstandigheden,’ antwoordde Setalle. ‘Geen enkele vrouw bereikt de rang van Aes Sedai zonder dat ze leert geleiden onder extreme druk. Er zijn bepaalde... struikelblokken die een vrouw moet overwinnen om de stola te mogen dragen.’

Setalle moet een familielid hebben dat een Aes Sedai is, dacht Faile. Iemand die haar na staat, als ze zoiets vertrouwelijks aan Setalle heeft verteld. Een zus, misschien?

‘Gaan we er dan van uit dat dit een of andere valstrik was?’ Aravine klonk verward. ‘Dat Berisha misschien een Duistervriend was? De Schaduw heeft toch wel belangrijkere dingen te doen dan een eenvoudige karavaan de verkeerde kant op sturen?’

Faile zei niets. De Hoorn was veilig. De kist stond in haar tentje verderop. Ze hadden de wagens er in een kring omheen gezet en alleen dit ene vuurtje gemaakt. De rest van de karavaan sliep, of deed een poging daartoe.

De roerloze, stille lucht gaf Faile het gevoel dat ze werden bekeken door duizend paar ogen. Als de Schaduw een valstrik voor haar karavaan had voorbereid, dan betekende het dat hij op de hoogte was van de Hoorn. In dat geval waren ze in heel groot gevaar. Groter nog dan van de Verwording zelf.

‘Nee,’ zei Setalle. ‘Nee, Aravine heeft gelijk. Dit kan geen opzettelijke valstrik zijn geweest. Als die bel van kwaad niet was gekomen, zouden we nooit door de Poort zijn gestormd zonder te kijken waar die heen leidde. Voor zover wij weten, echter, treden die bellen volkomen willekeurig op.’

Behalve als Berisha gewoon gebruikmaakte van de omstandigheden, dacht Faile. En dan was er nog de dood van die vrouw. Die wond in haar buik had er niet uitgezien alsof hij was veroorzaakt door de kristallen punten. Het had meer op een meswond geleken. Alsof iemand Berisha had aangevallen zodra de Hoorn de Poort door was. Om te zorgen dat ze niet kon vertellen wat ze had gedaan? Licht, dacht Faile. Ik word argwanend.

‘Goed,’ zei Harnan, ‘dus wat gaan we doen?’

‘Dat hangt ervan af,’ zei Faile, kijkend naar Setalle. ‘Kan een van de andere Aes Sedai misschien bepalen waar we naartoe zijn gestuurd?’

Setalle aarzelde alsof ze niet graag onthulde hoeveel ze wist. Toen ze echter weer het woord nam, deed ze dat met zelfvertrouwen. ‘Er bestaat iets wat het lezen van het residu van een weving wordt genoemd. Dus ja, een Aes Sedai zou kunnen ontdekken waar we zijn gebleven. Maar dat residu blijft niet lang hangen: hooguit een paar dagen, bij een krachtige weving. En niet alle geleiders kunnen residuen lezen. Het is een zeldzaam talent.’

Zoals ze sprak, zo gezaghebbend en overtuigd... zoals ze meteen uitstraalde betrouwbaar te zijn. Geen familielid, dus, dacht Faile. Deze vrouw is zélf in de Witte Toren opgeleid. Was ze misschien net als koningin Morgase? Te zwak in de Ene Kracht om Aes Sedai te worden?

‘We wachten één dag,’ besloot Faile. ‘Als er dan niemand naar ons toe is gekomen, gaan we naar het zuiden en proberen zo snel mogelijk uit de Verwording weg te komen.’

‘Ik vraag me af hoe ver we naar het noorden zitten,’ zei Harnan, wrijvend over zijn kin. ‘Ik heb niet veel zin om over bergen te moeten om thuis te komen.’

‘Blijf je liever in de Verwording?’ vroeg Mandevwin.

‘Nou, nee,’ antwoordde Harnan. ‘Maar het zou maanden kunnen duren om naar de veiligheid terug te komen. Maanden van reizen door de Verwording...’

Licht, dacht Faile. Maanden reizen door een plek waar we geluk hebben gehad dat we in één dag pas twee reisgenoten zijn kwijtgeraakt. Ze zouden het nooit redden. Zelfs zonder de wagens zou hun stoet in dit landschap opvallen als een verse wond op een zieke huid. Ze hadden geluk als ze het nog een dag of twee uithielden.

Ze weerstond de neiging om achterom te kijken naar haar tent. Wat zou er gebeuren als ze Mart de Hoorn niet op tijd gaf?

‘Er is nog een andere mogelijkheid,’ zei Setalle aarzelend.

Faile keek haar aan.

‘Die bergtop die we ten oosten van hier zien,’ zei Setalle, overduidelijk schoorvoetend. ‘Dat is Shayol Ghul.’

Mandevwin fluisterde iets wat Faile niet verstond en kneep zijn ogen stijf dicht. De anderen oogden misselijk. Faile begreep echter wat Setalle bedoelde.

‘Daar voert de Herrezen Draak oorlog tegen de Schaduw,’ zei Faile. ‘Een van onze legers zal daar zijn. Met geleiders die ons hier weg kunnen halen.’

‘Inderdaad,’ zei Setalle. ‘En het gebied rondom Shayol Ghul staat bekend als de Verwoeste Landen, landen waarvan men zegt dat de verschrikkingen van de Verwording ze vermijden.’

‘Omdat het er zo verschrikkelijk is!’ zei Arrela. ‘Als ze daar niet naartoe gaan, dan is dat uit angst voor de Duistere zelf!’

‘De Duistere en zijn legers hebben hun aandacht misschien op de gevechten gericht,’ zei Faile langzaam, knikkend. ‘We kunnen niet lang overleven in de Verwording. Hier zijn we voor het einde van de week dood. Maar als de Verwoeste Landen vrij zijn van die verschrikkingen, en als we onze legers daar kunnen bereiken...’

Het leek een veel betere hoop – hoe klein ook – dan te proberen maanden door de gevaarlijkste plek ter wereld te trekken. Ze vertelde de anderen dat ze erover na zou denken en stuurde ze weg.