Faile ging achteruit terwijl Cha Faile zich om haar heen opstelde en keek naar wat ze in haar armen hield. De Hoorn van Valere, uit de zak getrokken waar ze hem in had gestopt. Ze kon erop blazen...
Nee, dacht ze. Hij is gebonden aan Cauton. Voor haar zou het een doodgewone hoorn zijn.
‘Rustig!’ zei Mandevwin, die zijn strijdros achteruit liet dansen toen een van de beesten er een uithaal naar deed. ‘Verdin, Laandon, we hebben meer speren nodig! Lopen! Die wezens vechten als evers. Lok ze naar voren, doorboor ze!’
De tactiek werkte bij een van de monsters, maar toen Mandevwin schreeuwde, viel de andere hem aan en greep de hals van zijn paard vast. Het schepsel veegde soldaten opzij die probeerden het aan te vallen, en Mandevwin sloeg kreunend tegen de grond.
Met de Hoorn nog in haar armen rende Faile langs een groep Roodarmen die het andere beest hadden weten te doorboren. Ze greep een aangestoken fakkel en gooide die naar het andere monster, waardoor de vacht op zijn rug in brand vloog. Het wezen brulde toen het vuur over zijn rug liep en zijn vacht brandde als droog aan-maakhout. Het werkte Mandevwins dode paard, dat bijna onthoofd was, tegen de grond terwijl het brullend en jankend kronkelde.
‘Neem de gewonden mee!’ beval Faile. Ze pakte een lid van de Bond bij de arm. ‘Zorg voor Mandevwin!’
De man keek met grote ogen naar de Hoorn in haar armen, herpakte zich en knikte, roepend naar twee anderen om hem te helpen bij het tillen.
‘Vrouwe?’ vroeg Aravine, die vlak bij de struiken achter haar stond. ‘Wat is er aan de hand?’
‘Twee Roodarmen probeerden te stelen wat ik bij me had,’ antwoordde Faile. ‘Nu gaan we rijden, de nacht in.’
‘Maar...’
‘Luister!’ zei Faile, wijzend in de duisternis.
In de verte klonken verschillende schreeuwen, in antwoord op de kreten van het stervende beest.
‘Dat geschreeuw zal nog meer verschrikkingen lokken, en de geur van het bloed hier ook. We gaan. Als we vannacht ver genoeg de Verwoeste Landen in kunnen komen, zijn we misschien veilig. Wek het kamp en help de gewonden op paarden. Bereid iedereen voor op een snelle tocht. Schiet op!’
Aravine knikte en rende weg. Faile wierp nog een blik in de richting waarin Harnan en Vanin waren verdwenen. Ze verlangde ernaar hen op te sporen, maar als ze hen ’s nachts wilde volgen zouden ze langzaam moeten bewegen, en dat zou vannacht hun dood betekenen. En bovendien, wie weet tot welke middelen een paar Duistervrienden toegang hadden?
Ze zouden vluchten. En Licht, Faile hoopte dat ze niet nog erger was misleid dan het al leek. Als Vanin om de een of andere reden een namaak-Hoorn had voorbereid, een kopie die hij kon laten vallen en die Faile kon ‘redden’ terwijl hij vluchtte...
Ze zou het nooit weten. Als ze bij de Laatste Slag aankwam met een nephoorn, zou ze misschien wel iedereen verdoemen. Die mogelijkheid plaagde haar terwijl de leden van de karavaan haastig de duisternis in gingen, hopend op het Licht en het geluk om aan de gevaren van de nacht te ontkomen.
36
Onveranderlijke dingen
Er was iets mis met Rhand.
Nynaeve omklemde de stalagmiet diep in de Doemkrocht, zodat de windvlagen haar niet in dat zwarte niets zouden trekken. Moiraine had het het wezen van de Duistere genoemd, maar betekende dat dan niet dat het de Ware Kracht was? Erger nog, als zijn wezen zich in de wereld bevond, betekende dat dan niet dat hij zich had bevrijd?
Wat het ook was, het had een sterk aanzuigende werking en trok alles naar zich toe. Ze vreesde dat als ze losliet, ze naar binnen gesleurd zou worden. Haar stola was er al in verdwenen. Als dat niets haar naar binnen trok, was het afgelopen met haar leven. En misschien ook wel met haar ziel.
Rhand, dacht Nynaeve angstig. Kon ze iets doen om hem te helpen? Hij stond tegenover Moridin en de twee waren verstrengeld, zwaard tegen zwaard. Haast verstard in de tijd. Het zweet druppelde langs Rhands gezicht. Hij sprak niet. Hij knipperde niet eens met zijn ogen.
Zijn voet had die duisternis aangeraakt. Op dat ogenblik was hij verstard, en Moridin ook. Ze leken wel standbeelden. De lucht gierde om hen heen, maar leek niet dezelfde invloed op hen te hebben als op Nynaeve. Ze stonden nu al zeker een kwartier lang zo verstijfd.
Al met al was hun groep nog geen uur geleden de krocht in gegaan om het tegen de Duistere op te nemen.
Nynaeve zag stenen over de grond schuiven en opgeslokt worden in dat zwart. Haar kleding wapperde als in een sterke wind, net als die van Moiraine, die verderop zat en zich ook vasthield aan een stenen tand.
Ze kon de Ene Kracht niet gebruiken. Rhand putte elk beetje uit haar dat hij kon bevatten, ook al leek het er niet op dat hij er iets mee deed. Kon ze bij Moridin komen? Hij leek zich niet te kunnen bewegen. Als ze hem nu eens met een steen op zijn hoofd sloeg? Dat zou beter zijn dan afwachten.
Nynaeve beproefde haar gewicht tegen de trekkracht van dat niets en ontspande haar greep op de stalagmiet. Meteen begon ze te glijden, dus ze trok zichzelf er weer tegenaan.
Ik wil me tijdens de Laatste Slag niét alleen maar vasthouden aan een steen, dacht ze. Of in ieder geval niet de hele tijd aan dezelfde. Ze moest proberen zich te bewegen. Recht vooruitgaan leek te gevaarlijk, maar als ze zich opzij bewoog... ja, er stond nog een stalagmiet een stukje verderop, rechts van haar. Ze liet los en verplaatste zich half glijdend, half schuivend naar de volgende stalagmiet. Van daaraf koos ze een volgende, liet heel behoedzaam de huidige los en greep een andere steen vast.
Het ging heel langzaam. Rhand, jij wolkoppige dwaas, dacht ze. Als hij haar of Moiraine de leiding over de cirkel had laten nemen, dan hadden ze misschien iets kunnen doen terwijl hij in gevecht was!
Ze bereikte een volgende stalagmiet en stopte toen ze rechts van haar iets zag. Bijna gilde ze het uit. Er zat daar een vróuw ineengedoken, dicht tegen de muur, door de rotsen beschut tegen de wind. Ze leek te huilen.
Nynaeve keek naar Rhand, die nog altijd verstard tegen Moridin aan stond, en benaderde toen de vrouw. Dankzij het grotere aantal stalagmieten hier kon Nynaeve veiliger kruipen, aangezien de stenen de trekkracht van het niets tegenhielden.
Nynaeve kwam bij de vrouw aan. Ze was aan de muur geketend. ‘Alanna?’ vroeg Nynaeve. ‘Licht, wat doe jij hier?’
De Aes Sedai knipperde met rode ogen naar Nynaeve. Ze staarde mat voor zich uit, alsof haar geest leeg was. Toen Nynaeve de vrouw omrolde, zag ze dat de hele linkerkant van Alanna’s lichaam met bloed besmeurd was door een meswond in haar buik. Licht! Nynaeve had het aan haar bleke gezicht meteen al moeten zien.
Waarom was ze gestoken en hier achtergelaten? Ze heeft Rhand gebonden, besefte Nynaeve. O, Licht. Het was een valstrik. Moridin had Alanna bloedend achtergelaten en was het gevecht met Rhand aangegaan om hem af te leiden. Als Alanna stierf, zou Rhand – als haar zwaardhand – waanzinnig worden van woede.
Waarom had hij het niet in de gaten gehad? Nynaeve viste in haar buidels op zoek naar kruiden, maar toen onderbrak ze zichzelf. Konden kruiden nu nog wel iets uithalen? Ze moest de Ene Kracht gebruiken om zo’n wond te Helen. Nynaeve scheurde de kleding van de vrouw om een verband te maken, en toen probeerde ze uit saidar te putten voor Heling.
Maar Rhand had de Ene Kracht vast en wilde niet loslaten. In paniek probeerde ze hem van zich af te slaan, maar Rhand hield vast. En strakker, toen ze probeerde hem weg te duwen. Hij leek het tóch te geleiden, hoewel ze de wevingen niet kon zien. Ze voelde iets, maar door de gierende wind en de vreemde aard van de krocht was het alsof er een storm om haar heen raasde. De Kracht was daar op een of andere wijze mee verstrengeld.
Koppige dwaas! Ze had saidar nodig! Hoewel het eigenlijk niet zijn schuld was. Door de aard van de koppeling kon Rhand haar geen kracht geven. Hij had de leiding over de cirkel, dus alleen hij kon geleiden zolang de cirkel standhield.
Nynaeve drukte haar hand tegen Alanna’s wond en voelde zich machteloos. Durfde ze Rhand toe te roepen dat hij haar moest bevrijden uit de cirkel? Als ze dat deed, zou Moridin zich ongetwijfeld naar haar omdraaien en Alanna aanvallen.