Het werd ochtend op de Hoogvlakte van Polov, maar de zon scheen niet op de Verdedigers van het Licht. Vanuit het westen en het noorden kwamen de legers van de Duisternis om deze ene, laatste slag te winnen en schaduw te werpen over de aarde, om een Eeuw in te luiden waarin het gejammer van de slachtoffers door niemand meer zou worden gehoord.
Lan hield zijn zwaard omhoog terwijl hij bij zonsopgang op Mandarb door het kamp galoppeerde.
Boven hem begonnen de wolken bloedrood te verkleuren en de reusachtige vuurbollen te weerspiegelen die oprezen vanaf het naderende Sharaanse leger. Ze vlogen in sierlijke bogen door de lucht en leken traag, maar dat kwam door de grote afstand.
Groepen ruiters vertrokken uit het kamp en sloten zich bij Lan aan. De overgebleven Malkieri reden vlak achter hem, maar zijn leger was als een vloedgolf aangezwollen. Andère kwam bij hem rijden met de vlag van Malkier – de Gouden Kraanvogel – als banier voor alle Grenslanden.
Ze waren verwond, maar niet verslagen. Pas als je een man neersloeg, zag je hoe sterk hij was. De man kon vluchten, maar als hij dat niet deed als hij weer ópstond met bloed in zijn mondhoek en vastberadenheid in zijn ogen – dan wist je het: die man stond op het punt echt gevaarlijk te worden.
De vuurbollen leken sneller te bewegen toen ze naar beneden kwamen en in vurig rode uitbarstingen op het kamp terechtkwamen. De grond beefde. Geschreeuw rees op en vermengde zich met het gedonder van hoefslagen. Nog steeds kwamen er mannen naar hem toe. Mart Cauton had in alle kampen bekend laten maken dat er meer cavalerie nodig was voor Lans voorhoede en om gesneuvelde soldaten te vervangen.
Hij had ook laten weten wat hun dat zou kosten. De cavalerie zou zich in de voorhoede van de gevechten bevinden, de gelederen van Trolloks en Sharanen opbreken en weinig rust krijgen. Bij hen zouden vandaag de meeste slachtoffers vallen.
Toch sloten er zich nog steeds mannen bij hem aan. Grenslanders die eigenlijk te oud waren om nog te rijden. Kooplieden die hun geldbuidel hadden opgeborgen en het zwaard hadden opgenomen. Een verrassend aantal zuiderlingen, onder wie veel vrouwen met borstplaten en stalen of leren mutsen, met speren in de hand. Er waren niet voldoende lansen voor iedereen.
‘De helft van wat erbij komt ziet eruit als boeren in plaats van soldaten!’ riep Andère hem over het hoefgetrappel heen toe.
‘Heb je wel eens een man of vrouw uit Tweewater zien rijden, Andère?’ riep Lan terug.
‘Niet dat ik weet.’
‘Dan zul je nog opkijken.’
Lans cavalerie bereikte de Mora, waar een man in een zwarte jas met lang krullend haar en zijn handen op zijn rug stond te wachten. Logain had nu veertig Aes Sedai en Asha’man bij zich. Hij bekeek Lans leger, hief rustig zijn hand en verfrommelde een reusachtige neerdalende vuurbol alsof het een vel papier was. De hemel knetterde als tijdens een bliksemflits en de brekende vuurbol verspreidde een wolk van vonken en rook. Sintels dwarrelden omlaag, doofden, raakten de snelstromende rivier en bedekten het wateroppervlak met zwarte en witte as.
Lan hield Mandarb in toen hij de Hawalvoorde even ten zuiden van de Hoogvlakte bereikte. Logain stak zijn andere hand naar de rivier uit. Het water begon te wervelen en kwam toen in de lucht omhoog alsof het over een onzichtbare helling stroomde. Het denderde aan de andere kant in een woeste waterval omlaag, terwijl een deel van het water over de oevers van de rivier stroomde.
Lan knikte naar Logain en reed door. Hij ging met Mandarb onder de waterval door en stak de nog natte stenen van de voorde over. Zonlicht filterde fonkelend omlaag door het rivierwater boven hen terwijl hij met Andère en de Malkieri achter hem aan door de tunnel galoppeerde. De waterval denderde links van hem omlaag en verspreidde een dichte waternevel.
Lan huiverde toen hij weer in het licht reed en door de gang naar de Sharanen galoppeerde. Rechts van hem rees de Hoogvlakte op, links waren de moerassen, maar hier lag een strook stevige, vlakke grond. Op de Hoogvlakte bereidden boogschutters, kruisboogschutters en drakenbedieners zich voor om salvo’s op de naderende vijand af te vuren.
Sharanen vooraan, een reusachtig leger van Trolloks er vlak achter, allemaal pal ten westen van de Hoogvlakte. Het gedonder van drakenvuur vanaf de rand van de Hoogvlakte liet de lucht beven, en al snel kregen de Sharanen zelf ook te maken met ontploffingen.
Lan kantelde zijn lans naar voren, mikte op een Sharaanse soldaat die op de Hoogvlakte van Polov af stormde, en zette zich schrap.
Elayne keek met een ruk op en draaide haar hoofd opzij. Dat verschrikkelijke lied, een gebrom, een geneurie, tegelijkertijd mooi en huiveringwekkend. Ze spoorde Maanschaduw aan, aangetrokken tot dat zachte geluid. Waar kwam het vandaan?
Het kwam van ergens dieper in het Seanchaanse kamp aan de voet van de Dasharknobbel. Mart uitfoeteren omdat hij haar niet zijn volledige strategie had verteld kon wachten. Ze moest de bron vinden van dat geluid, dat prachtige geluid, dat...
‘Elayne!’ riep Birgitte.
Elayne spoorde haar paard aan.
‘Elayne! Draghkar!’
Draghkar. Elayne herpakte zich en keek omhoog. De schepsels lieten zich als waterdruppels in het kamp om hen heen vallen. Vrouwelijke wachters lieten hun zwaarden zakken, en hun ogen werden groot terwijl het geneurie doorging.
Elayne weefde een donderslag. Hij schoot bij haar vandaan, spleet de lucht en spoelde over de wachters heen, waarop de vrouwen gilden en hun handen voor hun oren sloegen. Elayne voelde een pijnscheut in haar hoofd en sloot vloekend haar ogen. En toen... toen hoorde ze niets meer.
Dat was de bedoeling.
Ze dwong haar ogen open en zag overal Draghkar met magere lijven en onmenselijke ogen. Ze deden hun bek open om te zingen, maar Elaynes dove oren hoorden hun lied niet. Ze glimlachte en weefde zwepen van Vuur, waarmee ze de schepsels neersloeg. Ze kon hun gekrijs van pijn nu ook niet horen, en dat was wel jammer.
Elaynes vrouwelijke wachters herstelden zich, kwamen overeind uit hun knielende houdingen en lieten hun handen van hun oren zakken. Ze zag aan hun verdoofde blikken dat ook zij niets meer hoorden. Birgitte liet ze al snel de verbaasde Draghkar aanvallen. Drie van die schepsels probeerden op te stijgen om weg te vliegen, maar Birgitte schakelde ze stuk voor stuk uit met pijlen met witte veren, en het laatste monster belandde in een tent een stukje verderop.
Elayne zwaaide om Birgittes aandacht te trekken. De eerste geluiden van de Draghkar waren niet van boven gekomen, maar van verder weg in het kamp. Elayne wees, spoorde Maanschaduw aan en leidde haar troepen tussen de Seanchanen door. Overal lagen mannen met open mond op te staren naar de lucht. Velen leken nog te ademen, maar ze staarden met dode ogen voor zich uit. De Draghkar hadden hun ziel verteerd maar hun lichaam laten leven, als de afgesneden korst van het brood van een rijk man.
Slordig. Deze groep Draghkar – Licht, het waren er meer dan honderd – had ieder een man kunnen doden en zich weer kunnen terugtrekken voordat hun aanwezigheid was opgemerkt. Het verre gebrul van de strijd – de schallende hoorns, de bulderende draken, de sissende vuurbollen, die Elayne nu allemaal voelde als trillingen in de lucht en de grond en met haar verdoofde oren slechts heel vaag kon horen – had de aanval van de Draghkar verhuld. De schepsels hadden kunnen toeslaan en weer vluchten, maar ze waren hebzuchtig geworden.
Haar wachters verspreidden zich en hakten op de verbaasde Draghkar in; vele van hen hielden soldaten vast. De beesten waren geen goede vechters, althans niet zo goed als je met hun gespierde lichamen zou verwachten. Elayne wachtte en bereidde wevingen voor. De Draghkar die probeerden te vluchten, brandde ze uit de lucht.
Zodra de laatste dood waren – voor zover zij kon zien, althans -wenkte Elayne Birgitte dichterbij. Er hing een scherpe stank van verbrand vlees in de lucht. Elayne trok haar neus op en reikte vanaf haar paard omlaag om Birgittes hoofd tussen haar handen te nemen en haar oren te Helen. Haar kindertjes schopten terwijl ze dat deed. Reageerden ze elke keer als ze iemand Heelde, of verbeeldde ze zich dat maar? Elayne legde één arm tegen haar buik terwijl Birgitte achteruitstapte en om zich heen keek.