Выбрать главу

Tja, dat was wel een goed punt. Hij had er zelf ook al aan gedacht. Toen hij zeker wist dat zijn huidige bevelen werden opgevolgd, stapte hij naar Elayne toe. Hij keek om zich heen en glimlachte onschuldig naar de anderen. Ze hoefden niet te weten dat hij hen wantrouwde. ‘Waarom loer je zo naar iedereen?’ vroeg Elayne zachtjes, ik loer niet, verdomme,’ zei Mart. ‘Buiten. Ik wil even de benen strekken en een luchtje scheppen.’

‘Knotai?’ vroeg Tuon, die opstond.

Hij keek niet naar haar. Die ogen van haar konden dwars door massief staal boren. In plaats daarvan liep hij achteloos de deur uit. Elayne en Birgitte volgden even later.

‘Wat is er?’ vroeg Elayne zachtjes.

‘Er zijn daarbinnen te veel oren,’ zei Mart.

‘Denk je dat er een verspieder in de bevels...’

‘Wacht,’ zei Mart, die haar arm pakte en haar meetrok. Hij knikte vriendelijk naar een paar doodswachtgardisten. Ze gromden ten antwoord. Voor doodswachtgardisten was dat regelrecht praatgraag.

‘Je kunt vrijuit spreken,’ zei Elayne. ik heb ons afgeschermd tegen afluisteraars.’

‘Bedankt,’ zei Mart. ik wil je weg hebben van die bevelspost. Ik zal je vertellen wat ik aan het doen ben. Als er iets misgaat, moet je een andere generaal kiezen, ja?’

‘Mart,’ zei Elayne, ‘als jij denkt dat er een verspieder is...’ ik wéét dat er een verspieder is,’ zei Mart, ‘en dus ga ik die kerel gebruiken. Dat gaat lukken, vertrouw me.’

‘Ja, en je hebt zoveel vertrouwen dat je al een reservestrategie hebt bedacht voor het geval deze mislukt.’

Dat negeerde hij, knikkend naar Birgitte. Ze liep rustig om hen heen, uitkijkend naar iedereen die te dichtbij probeerde te komen. ‘Hoe goed ben je in kaartspelletjes, Elayne?’ vroeg Mart. in... Mart, dit is geen tijd om te gokken.’

‘Het is juist de tijd om te gokken, Elayne. Zie je hoe vreselijk we in de minderheid zijn? Vóél je de grond beven als Demandred aanvalt? We hebben geluk dat hij niet heeft besloten rechtstreeks naar cle bevelspost hier te Reizen en ons aan te vallen. Ik vermoed dat hij bang is dat Rhand zich hier ergens verbergt en hij in een hinderlaag zal lopen. Maar bloed en bloedas, vrouw, hij is stérk. Als we geen gok wagen, zijn we dood. Afgelopen. Begraven.’

Ze werd stil.

‘Ik zal je iets vertellen over kaartspelletjes,’ vervolgde Mart, die zijn vinger opstak. ‘Kaarten is anders dan dobbelen. Bij het dobbelen moet je zo veel mogelijk worpen winnen. Een heleboel worpen, een heleboel winst. Het is willekeurig, snap je? Maar met kaarten niet. Met kaarten moet je je tegenstander zover krijgen dat hij gaat inzetten. Veel gaat inzetten. Dat doe je door hem een tijdje te laten winnen. Of veel te laten winnen.

Dat is hier niet zo moeilijk, aangezien we verschrikkelijk in de minderheid zijn. De enige mogelijkheid om te winnen is door alles op de juiste kaarten in te zetten. Bij het kaarten kun je negenennegentig keer verliezen, maar toch als winnaar eindigen als je het juiste potje wint. Als je vijand maar roekeloos begint te gokken. Als je de verliezen maar kunt uitzitten.’

‘En dat is wat jij doet?’ vroeg Elayne. ‘Doe je alsof we verliezen?’ ‘Bloed en as, nee,’ zei Mart. ‘Dat kan ik niet veinzen. Dat zou hij doorzien. Ik verlies écht, maar ik kijk ook toe. Ik hou wat achter de hand voor dat laatste potje, waarmee ik alles kan winnen.’ ‘Wanneer komen we dan in beweging?’

‘Als de juiste kaarten langskomen,’ antwoordde Mart. Hij hief zijn hand om haar de mond te snoeren, ik zal het weten, Elayne. Ik zal het gewoon wéten, verdomme. Dat is alles wat ik kan zeggen.’

Ze sloeg haar armen over haar gezwollen buik. Licht, ze leek elke dag dikker. ‘Best. En wat wil je met de troepen van Andor?’

‘Ik heb Tam en zijn mannen al ingezet bij de ruïnes langs de rivier,’ antwoordde Mart. ‘Wat de rest van je legers betreft, ik wil graag dat jij bij de voorde gaat helpen. Demandred rekent er waarschijnlijk op dat die Trolloks ten noorden van hier de rivier oversteken en onze verdedigers aan de Shienaraanse kant stroomafwaarts drijven. Dan kan de rest van de Trolloks samen met de Sharanen van de Hoogvlakte omlaag komen om ons over de voorde en stroomopwaarts terug te drijven.

Ze zullen proberen ons in te klemmen, te omsingelen, en dan is het afgelopen. Alleen heeft Demandred een leger stroomopwaarts langs de Mora gestuurd om de rivier in te dammen, en het zal niet lang meer duren voordat hij daarin slaagt. We zullen zien of we dat in ons eigen voordeel kunnen gebruiken. Maar als de rivier eenmaal droogstaat, zullen we een stevige verdediging op z’n plek moeten hebben als de Trolloks over de rivierbedding proberen te komen. Daar zijn jouw legers voor.’

‘Ja, we gaan,’ beloofde Elayne.

‘We?’ blafte Birgitte.

‘Ik ga met mijn troepen mee,’ verklaarde Elayne, die naar de piketlijnen liep. ‘Het wordt me steeds duidelijker dat ik hier niets zal kunnen doen, en Mart wil me weg hebben bij de bevelspositie. Nou, dan ga ik verdomme wel.’

‘De strijd in?’ vroeg Birgitte.

‘We zijn al in de strijd verwikkeld, Birgitte,’ antwoordde Elayne. ‘De Sharaanse geleiders kunnen op ieder gewenst ogenblik tienduizend mannen deze Knobbel laten aanvallen, en deze kloof. Kom. Ik beloof dat je zoveel wachters om me heen mag zetten dat ik niet kan niezen zonder er zeker tien nat te sproeien.’

Birgitte zuchtte en Mart keek haar troostend aan. Ze knikte ten afscheid naar hem en liep met Elayne mee.

Goed, dacht Mart, die zich omdraaide naar het bevelsgebouw. Elayne deed wat ze doen moest en Talmanes had zijn teken begrepen. Nu kwam de echte uitdaging.

Kon hij Tuon zover krijgen dat ze deed wat hij wilde?

Galad leidde de cavalerie van de Kinderen van het Licht in een aanvallende bocht langs de Mora, nabij de ruïnes. De Trolloks hadden daar nog meer vlotbruggen gebouwd. Hun karkassen dreven op het water als een dikke laag herfstbladeren op een vijver. De boogschutters hadden hun werk goed gedaan.

De Trolloks die nu eindelijk overstaken, kregen de Kinderen tegenover zich. Galad boog zich ver naar voren, met de lans stevig in zijn hand, en doorboorde de nek van een reusachtige Trollok met een berenkop. Hij reed al door, de punt van zijn lans druipend van het bloed, terwijl de Trollok achter hem nog niet eens was omgevallen.

Hij stuurde zijn paard Sidama de massa Trolloks in, beukte ze omver en dwong ze om uit de weg te springen. De kracht van een ca-valerieaanval zat hem in de aantallen, en de wezens die Galad opzij dwong, zouden worden vertrapt door de paarden achter hem.

Na zijn aanval kwam er een salvo van Tams mannen, die pijlen afschoten in de grootste groep Trolloks terwijl die de rivieroevers op strompelden. Degenen erachter doken over ze heen en trapten de gewonden in de modder.

Golever en enkele andere Kinderen sloten zich bij Galad aan terwijl hun bestorming – die zich in de lengte uitstrekte langs de voorhoede van de Trolloks – geen vijanden meer trof. Hij en zijn mannen hielden in, draaiden zich met geheven lansen om en galoppeerden terug op zoek naar kleine groepen mannen die waren afgezonderd van de rest en nu alleen vochten.

Het slagveld hier was reusachtig. Galad was bijna een uur bezig met het opzoeken van dergelijke groepjes om hen te redden en naar de ruïnes te sturen, zodat Tam of een van zijn kapiteins hen kon indelen in nieuwe groepen. Langzaam, terwijl hun aantallen afnamen, vermengden de groepen zich met elkaar. Huurlingen waren niet de enigen die nu met de Kinderen meereden. Galad had Geldaners, mannen van de Vleugelgarde en een paar zwaardhanden onder zijn bevel. Kline en Alix hadden allebei hun Aes Sedai verloren. Galad verwachtte niet dat die twee het lang zouden uithouden, maar ze vochten met een angstaanjagende felheid.

Nadat Galad een volgende groep overlevenden naar de ruïnes had teruggestuurd, hield hij Sidama in en klonk alleen het gehijg van het paard terwijl het rustig voortstapte. Dit veld langs de rivier was een bloederige chaos van lichamen en modder geworden. Hoe had Cauton geweten dat hier een onverwachte grote aanval zou plaatsvinden? Misschien had Galad de man toch te laag ingeschat.