De eerste groep moest zich een weg omhoogbanen tegen de westelijke helling. Silviana stuurde een reeks bliksemschichten naar de Sharanen die aankwamen om hen af te weren.
‘Zodra de infanterie zich een stukje de helling op heeft gewerkt,’ zei Chubain, die naast Egwene reed, ‘laten we de Aes Sedai beginnen... Moeder?’ Chubains stem klonk hoger.
Silviana draaide zich om in het zadel en keek geschrokken naar Egwene. De Amyrlin geleidde niet. Haar gezicht was bleek geworden en ze beefde. Werd ze aangevallen met een weving? Niet dat Silviana kon zien.
Gestalten verzamelden zich boven aan de helling en duwden de Sharaanse infanterie opzij. Ze begonnen te geleiden en er vielen bliksems op het leger van de Witte Toren, elk met een knal die de lucht deed trillen en een verblindend felle lichtflits.
‘Moeder!’ Silviana stuurde haar paard naar Egwene toe. Misschien viel Demandred haar aan. Silviana raakte de sa’angreaal in Egwenes handen aan voor een extra stoot kracht en weefde een Poort. De Seanchaanse vrouw die achter Egwene reed, greep de teugels van de Amyrlin en trok het paard mee naar de veiligheid aan de andere kant van de Poort. Silviana volgde en riep: ‘Houd stand tegen die Sharanen! Vertel de mannelijke geleiders over Demandreds aanval op de Amyrlin Zetel!’
‘Nee,’ zei Egwene zwakjes, wankelend in haar zadel terwijl de paarden een grote tent in liepen. Silviana had haar liever verder weg gebracht, maar ze kende dit gebied niet goed genoeg voor een grotere sprong. ‘Nee, het is niet...’
‘Wat is er?’ vroeg Silviana, die naast haar tot stilstand kwam en de Poort liet dichtgaan. ‘Moeder?’
‘Het is Gawein,’ zei ze, bleek en trillend. ‘Hij is gewond. Ernstig gewond. Hij is stervende, Silviana.’
O, Licht, dacht Silviana. Zwaardhanden! Ze had zoiets als dit al gevreesd sinds de eerste keer dat ze die domme jongen had gezien. ‘Waar?’ vroeg Silviana.
‘Op de Hoogvlakte. Ik moet hem zoeken. Ik gebruik wel Poorten, Reis zijn kant op...’
‘Licht, Moeder,’ zei Silviana. ‘Weet je wel hoe gevaarlijk dat zal zijn? Blijf hier en leid de Witte Toren. Ik zal proberen hem te vinden.’
‘Jij kunt hem niet voelen.’
‘Geef zijn binding aan mij.’
Egwene verstijfde.
‘Je weet dat dat het beste is,’ drong Silviana aan. ‘Als hij sterft, kan het je te gronde richten. Geef mij zijn binding. Dan kan ik hem vinden, en jij bent beschermd voor het geval hij overlijdt.’
Egwene was van afgrijzen vervuld. Hoe durfde Silviana dit zelfs maar voor te stellen? Maar aan de andere kant, ze was een Rode, en die hielden zich niet zo bezig met zwaardhanden. Silviana wist niet wat ze vroeg.
‘Nee,’ besloot Egwene. ‘Nee, daar wil ik niet eens over nadenken. Bovendien, als hij sterft, zou dat mij alleen beschermen door de pijn naar jou over te hevelen.’
‘Ik ben de Amyrlin niet.’
‘Néé. Als hij sterft, zal ik dat overleven en doorgaan met vechten. Het zou inderdaad dom zijn om naar hem toe te springen met een Poort, zoals je zegt, en dus laat ik het jou ook niet doen. Hij is op de Hoogvlakte. We banen ons een weg daarheen, zoals bevolen, en zo komen we ook bij hem. Dat is het beste.’
Silviana aarzelde, maar toen knikte ze. Samen keerden ze terug naar de westkant van de Hoogvlakte, maar Silviana brieste. Dwaze kerel! Als hij doodging, zou Egwene het heel moeilijk krijgen.
De Schaduw hoefde de Amyrlin zelf niet te doden om haar tegen te houden. Hij hoefde alleen maar één stom joch te doden.
‘Wat zijn die Sharanen aan het doen?’ vroeg Elayne zachtjes.
Birgitte hield haar paard in en nam het kijkglas van Elayne over. Ze hief het en keek over de droge rivierbedding naar de helling van de Hoogvlakte, waar een groot aantal Sharaanse troepen zich had verzameld. Ze gromde. ‘Ze wachten waarschijnlijk tot de Trolloks vol zitten met pijlen.’
‘Je klinkt niet erg zeker van je zaak,’ zei Elayne, die haar kijkglas terugnam. Ze hield de Ene Kracht vast, maar gebruikte hem voorlopig niet. Haar leger vocht al twee uur hier bij de rivier. De Trolloks waren langs de hele Mora de rivierbedding in gestormd, maar haar troepen wisten nog te voorkomen dat ze Shienaraans grondgebied bereikten. De moerassen zorgden ervoor dat de vijand niet om haar linkerflank heen kon komen. Haar rechterflank was kwetsbaarder en zou in de gaten moeten worden gehouden. Het zou veel erger zijn als alle Trolloks probeerden de rivier over te steken, maar Egwenes cavalerie viel ze van achteren aan. Dat verlichtte iets van de druk op haar leger.
Mannen hielden de Trolloks op afstand met pieken, en het dunne stroompje water dat nog door de rivierbedding sijpelde was helrood geworden. Elayne bleef met rechte rug zitten kijken naar haar troepen, om zich aan hen te laten zien. De beste mannen van Andor bloedden en stierven hier en hielden met moeite de Trolloks tegen. Het Sharaanse leger leek zich voor te bereiden op een bestorming vanaf de Hoogvlakte, maar Elayne was er niet van overtuigd dat ze nu al zouden aanvallen. De aanval van de Witte Toren op de westkant moest een punt van zorg voor de Sharanen zijn. Dat Mart Egwenes leger hierheen had gestuurd om vanaf de achterzijde van de Hoogvlakte aan te vallen, was een vernuftige zet.
‘Ik ben ook niet heel zeker van mijn zaak,’ zei Birgitte zacht. ‘Helemaal niet. Van veel dingen niet meer, eigenlijk.’
Elayne fronste. Ze had gedacht dat dit gesprek voorbij was. Wat bedoelde Birgitte? ‘Hoe gaat het met je herinneringen?’
‘Het eerste wat ik me nu herinner, is dat ik wakker werd bij jou en Nynaeve,’ antwoordde Birgitte zachtjes. ‘Ik herinner me onze gesprekken over de Wereld der Dromen, maar de plek zelf herinner ik me niet. Het is me allemaal ontglipt, als water door mijn vingers.’
‘O, Birgitte...’
De vrouw haalde haar schouders op. ‘Ik kan niet missen wat ik me niet herinner.’ De pijn in haar stem weersprak haar woorden. ‘Gaidal?’
Birgitte schudde haar hoofd. ‘Niets. Ik heb wel het gevoel dat ik iemand met die naam zou moeten kennen, maar dat is niet zo.’ Ze grinnikte. ‘Zoals ik al zei: ik weet niet wat ik verloren heb, dus het geeft niet.’
‘Lieg je nu?’
‘Bloed en as, natuurlijk lieg ik. Het voelt alsof er een gat vanbinnen zit, Elayne. Een diep, gapend gat waar mijn leven en mijn herinneringen door weglopen.’ Ze wendde haar blik af.
‘Birgitte... Het spijt me.’
Birgitte wendde haar paard en reed een stukje weg, kennelijk niet bereid het hier nog langer over te hebben. Haar pijn straalde in pieken door naar Elaynes geest.
Hoe zou het zijn om zoveel te verliezen? Birgitte had geen jeugd, geen ouders. Haar hele leven, alles wat ze nog wist, besloeg nog geen jaar. Elayne wendde haar paard om achter haar aan te gaan, maar haar wachters gingen opzij om Galad door te laten. Hij was gehuld in het pantser, de tabberd en de mantel van de Kapiteinheer-gebieder van de Kinderen van het Licht.
Elayne perste haar lippen op elkaar. ‘Galad.’
‘Zus,’ zei Galad. ‘Het is vast volkomen zinloos om je te vertellen hoe ongepast het voor een vrouw in jouw toestand is om op het slagveld te zijn.’
‘Als we deze oorlog verliezen, Galad, worden mijn kinderen geboren in de gevangenschap van de Duistere, als ze al geboren worden. Ik vind het de gok wel waard om te vechten.’
‘Zolang je maar niet zelf een zwaard hanteert,’ zei Galad, die zijn hand boven zijn ogen zette en het slagveld bekeek. Die woorden wezen erop dat hij haar toestemming gaf – tóéstemming – om haar troepen aan te voeren.
Strepen licht kwamen omlaag van de Hoogvlakte en raakten de laatste draken die nog werden afgevuurd vanaf het veld vlak achter haar troepen. Zoveel kracht! Demandred had evenveel kracht als Rhand. Als hij die kracht inzet tegen mijn soldaten...
‘Waarom zou Cauton me hierheen halen?’ vroeg Galad zachtjes. ‘Hij wilde een dozijn van mijn beste mannen...’
‘Je vraagt mij toch niet om te raden wat Martrim Cauton denkt, hè?’ vroeg Elayne. ‘Ik ben ervan overtuigd dat Mart alleen maar doet alsóf hij dom is, zodat mensen meer van hem zullen pikken.’