Выбрать главу

Maar het leek erop dat hij nog niet in het midden was aangekomen. Ze ontmoette Elayne. ‘Elayne, wat erg,’ zei ze, niet voor het eerst.

De goudharige vrouw hield haar blik naar voren gericht. ‘Caemlin is verloren, maar de stad is de natie niet. We moeten deze bijeenkomst houden, maar wel snel, zodat ik terug kan naar Andor. Waar is Rhand?’

‘Die neemt de tijd,’ antwoordde Egwene. ‘Zo is hij altijd geweest.’ ‘Ik heb Aviendha gesproken,’ zei Elayne, terwijl haar vos stampte en snoof. ‘Ze heeft de nacht met hem doorgebracht, maar hij heeft haar niet verteld wat hij vandaag wil doen.’

‘Hij heeft het over eisen gehad,’ zei Egwene, toekijkend terwijl de vorsten en hun volgelingen zich verzamelden.

Darlin Sisnera, koning van Tyr, was de eerste. Hij zou haar steunen, ondanks het feit dat hij zijn kroon aan Rhand te danken had. De Seanchaanse dreiging zat hem nog altijd danig dwars. De man van middelbare leeftijd met zijn donkere puntbaard was niet bijzonder knap om te zien, maar hij was beheerst en zeker van zichzelf. Hij boog vanuit het zadel naar Egwene, en zij stak haar ring uit.

Hij aarzelde, maar toen steeg hij af en kwam naar haar toe. Hij boog zijn hoofd en kuste haar ring. ‘Het Licht verlichte u, Moeder.’

‘Ik ben blij u hier te zien, Darlin.’

‘Zolang uw belofte maar standhoudt. Poorten naar mijn thuisland zodra ik ze nodig heb.’

‘Het zal gebeuren.’

Hij boog opnieuw, kijkend naar een man die vanaf de andere kant naar Egwene toe reed. Gregorin, stedehouder van Illian, was in veel opzichten Darlins gelijke, maar niet alle. Rhand had Darlin benoemd tot stedehouder van Tyr, maar de Hoogheren hadden verzocht hem tot koning te laten kronen. Gregorin bleef enkel een stedehouder. De lange man was de laatste tijd afgevallen en zijn ronde gezicht – met de gebruikelijke Illiaanse baard – begon er ingevallen uit te zien.

Hij wachtte niet tot Egwene hem aanspoorde. Hij sprong van zijn paard, greep haar hand, maakte een zwierige buiging en kuste haar ring.

‘Ik ben blij dat jullie je geschillen opzij hebben kunnen zetten om je in deze onderneming bij me aan te sluiten,’ zei Egwene, die hun aandacht afleidde van hun wederzijdse boze blikken.

‘De bedoelingen van de Draak zijn... verontrustend,’ zei Darlin. ‘Hij koos mij als leider van Tyr omdat ik tegen hem in ging toen ik dat nodig vond. Ik geloof dat hij naar de stem van de rede zal luisteren als ik hem die voorleg.’

Gregorin snoof. ‘De Draak is volkomen redelijk. We moeten met een goed argument komen, dan denk ik dat hij zal luisteren.’

‘Mijn Hoedster heeft een paar woordjes voor ieder van u,’ zei Egwene. ‘Luister alsjeblieft naar wat ze te zeggen heeft. Uw medewerking zal niet worden vergeten.’

Silviana reed naar voren en nam Gregorin terzijde om met hem te praten. Er viel niet veel belangrijks te zeggen, maar Egwene had gevreesd dat deze twee elkaar in de haren zouden vliegen, en Silviana’s opdracht was om ze bij elkaar uit de buurt te houden.

Darlin keek haar met een schattende blik aan. Hij leek haar te doorzien, maar klaagde niet terwijl hij zijn paard besteeg.

‘U lijkt van streek, koning Darlin,’ zei ze.

‘Sommige oude geschillen gaan dieper dan de oceaan, Moeder. Ik kan me bijna afvragen of deze bijeenkomst het werk van de Duistere is, in de hoop dat we elkaar vernietigen en zijn werk voor hem opknappen.’

‘Ik begrijp het,’ zei Egwene. ‘Misschien is het beter als u uw mannen op het hart drukt – of nogmaals op het hart drukt, als u dat al hebt gedaan – dat er vandaag geen “ongelukjes” mogen gebeuren.’

‘Een verstandig voorstel.’ Hij boog en trok zich terug.

Ze stonden allebei aan haar kant, net als Elayne. Geldan zou voor Rhand staan, als datgene wat Elayne over koningin Alliandre had gezegd waar was. Geldan was niet zo machtig dat Alliandre Egwene zorgen baarde, maar de Grenslanders waren een andere zaak. Rhand scheen ze te hebben overgehaald.

Hun vlaggen wapperden boven de respectievelijke legers, en alle vorsten waren er, behalve koningin Ethenielle. Zij was in Kandor om de vluchtelingenstromen te begeleiden die uit haar thuisland wegtrokken. Ze had echter wel een aanzienlijke groep soldaten hier achtergelaten – onder wie Antol, haar oudste zoon -, waarmee ze aangaf dat ze wat hier gebeurde net zo belangrijk vond voor het voortbestaan van Kandor als de gevechten langs de grens.

Kandor. Het eerste slachtoffer van de Laatste Slag. Ze zeiden dat het hele land in brand stond. Zou Andor het volgende zijn? Tweewater?

Rustig blijven, hield Egwene zichzelf voor.

Het beviel haar helemaal niet om te moeten bedenken wie er ‘voor’ wie was, maar het was haar plicht. Rhand kon de Laatste Slag niet persoonlijk aansturen, zoals hij ongetwijfeld zou wensen. Zijn missie was om tegen de Duistere te strijden, en hij zou geen aandacht of tijd overhebben om ook nog eens als generaal op te treden. Egwene had zich voorgenomen deze bijeenkomst te verlaten met de toezegging dat de Witte Toren de verzamelde troepen tegen de Schaduw zou aanvoeren, en ze was niet van zins de verantwoordelijkheid over de zegels af te staan.

Hoeveel vertrouwen kon ze schenken aan de man die Rhand was geworden? Hij was niet meer de Rhand met wie ze was opgegroeid. Hij leek meer op de Rhand die ze had leren kennen in de Aielwoestenij, maar dan met meer zelfvertrouwen. En, misschien, meer sluwheid. Hij was behoorlijk bedreven geworden in het Spel der Huizen.

Geen van die veranderingen in hem was noodzakelijkerwijs slecht, aangenomen dat hij nog voor rede vatbaar was.

Zag ze daar nu de vlag van Arad Doman? Het was niet zomaar de vlag, het was de vlag van de kóning, wat aangaf dat hij meereed met de troepen die zojuist op de akker waren aangekomen. Had Rodel Ituralde eindelijk de troon bestegen, of had Rhand iemand anders gekozen? De vlag van de Domaanse koning wapperde naast die van Davram Bashere, de oom van de koningin van Saldea.

‘Licht.’ Gawein stuurde zijn paard naast het hare. ‘Die vlag...’

‘Ik zie hem,’ zei Egwene. ik zal Siuan moeten opsporen. Hebben haar bronnen gezegd wie de troon heeft bestegen? Ik was al bang dat de Domani zonder leider de strijd in zouden gaan.’

‘De Domani? Ik had het daarover.’

Ze volgde zijn blik. Er kwam een nieuw leger aan, kennelijk gehaast, onder de banier van de rode stier. ‘Morland,’ zei Egwene. ‘Dus Koedran heeft eindelijk besloten zich bij de rest van de wereld aan te sluiten.’

De pas aangekomen Morlanders maakten meer ophef dan ze waarschijnlijk verdienden. Hun uitrusting was in ieder geval fraai: gele en rode tunieken met maliën, koperen helmen met brede randen. Hun rode riemen droegen het symbool van de aanstormende stier. Ze kwamen aan vanuit het noordwesten, hielden afstand van de Andoranen en stelden zich op achter de Aiel.

Egwene keek naar Rhands kamp. Nog steeds geen spoor van de Draak zelf.

‘Kom,’ zei ze, terwijl ze Spikkels in de richting van de Morlandse troepen dreef. Gawein volgde, en Chubain nam een groep van twintig soldaten mee.

Roedran was een gezette man gehuld in rood en goud. Egwene hoorde zijn paard bijna kreunen bij elke stap. Zijn wijkende haar was meer grijs dan zwart, en hij bekeek haar met een onverwacht doordringende blik. De koning van Morland was weinig meer dan de regent van één stad, Lugard, maar haar verslagen wezen erop dat deze man vrij succesvol bezig was zijn macht uit te breiden. Over een paar jaar had hij misschien echt een koninkrijk dat hij het zijne kon noemen.

Roedran stak een vlezige hand op en liet zijn stoet halt houden. Ze hield haar paard in en wachtte tot hij naar haar toe kwam, zoals gebruikelijk was. Dat deed hij niet.

Gawein mompelde een vloek. Egwene stond zichzelf een glimlachje toe. Zwaardhanden konden nuttig zijn, al was het maar om uit te drukken wat zij niet mocht uitdrukken. Uiteindelijk dreef ze haar paard naar voren.

‘Zo.’ Roedran bekeek haar van top tot teen. ‘Jij bent de nieuwe Amyrlin. Een Andoraanse.’