Выбрать главу

Hij had bijna gelijk. Egwene merkte het niet toen er nog iemand de tent binnenkwam. Maar Rhand merkte het wel, en hij draaide zich vlug om toen de flappen uiteenweken en het licht binnenlieten. Hij keek fronsend naar de indringer.

Zijn frons verdween zodra hij zag wie er was binnengekomen.

Moiraine.

6

Een handigheidje

Het werd weer stil in het paviljoen. Perijn had een hekel aan lawaai, en de geuren van de mensen waren al niet veel beter: frustratie, woede, angst. Doodsangst.

Veel ervan werd veroorzaakt door de vrouw die bij de ingang van het paviljoen stond.

Mart, geweldige dwaas, dacht Perijn, en hij begon te grijnzen. Het is je gelukt. Het is je echt gelukt.

Voor het eerst in lange tijd gingen de kleuren voor zijn ogen wervelen bij de gedachte aan Mart. Hij zag Mart op een paard, rijdend over een stoffige weg, prutsend met iets in zijn handen. Perijn zette het beeld van zich af. Waar was Mart nu weer naartoe? Waarom was hij niet mee teruggekomen met Moiraine?

Het maakte niet uit. Moiraine was terug. Licht, Moiraine! Perijn wilde naar haar toe lopen om haar te omhelzen, maar Faile greep hem bij zijn mouw. Hij volgde haar blik.

Rhand. Zijn gezicht was bleek geworden. Hij liep struikelend weg bij de tafel, alsof al het andere vergeten was, en baande zich een weg naar Moiraine toe. Aarzelend stak hij zijn hand uit en raakte haar gezicht aan. ‘Bij mijn moeders graf,’ fluisterde Rhand, en toen liet hij zich op zijn knieën voor haar zakken. ‘Hoe kan dit?’

Moiraine glimlachte en legde haar hand op zijn schouder. ‘Het Rad weeft wat het Rad wil, Rhand. Ben je dat vergeten?’

‘Ik...’

‘Niet wat jij wilt, Herrezen Draak,’ zei ze vriendelijk. ‘Niet wat wij allemaal willen. Misschien weeft het zichzelf op een dag weg uit het bestaan. Maar ik denk niet dat die dag vandaag is, of binnenkort.’

‘Wie is die vrouw?’ vroeg Roedran. ‘En waar kletst ze over? Ik...’ Hij brak geschrokken zijn zin af toen iets onzichtbaars hem tegen zijn hoofd raakte. Perijn keek naar Rhand, en toen zag hij de glimlach op Egwenes lippen. Hij ving de geur van haar tevredenheid op, ondanks alle mensen in het paviljoen.

Nynaeve en Min, die verderop stonden, roken geschokt. Hopelijk zou Nynaeve dat nog een tijdje blijven. Schreeuwen tegen Moiraine zou nu niet helpen.

‘Je hebt mijn vraag niet beantwoord,’ zei Rhand.

‘Jawel,’ antwoordde Moiraine vol genegenheid. ‘Het was alleen niet het antwoord dat jij wilde horen.’

Rhand knielde neer, maar toen gooide hij lachend zijn hoofd in zijn nek. ‘Licht, Moiraine! Je bent niks veranderd, hè?’

‘We veranderen allemaal elke dag,’ antwoordde ze, en toen glimlachte ze. ik meer dan sommige anderen, de laatste tijd. Sta op. Ik ben degene die voor jou zou moeten knielen, heer Draak. Wij allemaal.’

Rhand stond op en stapte achteruit om Moiraine verder het paviljoen in te laten lopen. Perijn ving nog een geur op, en hij glimlachte toen Thom Merrilin achter haar de tent in glipte. De oude speelman knipoogde naar Perijn.

‘Moiraine,’ zei Egwene, en ze stapte naar voren. ‘De Witte Toren verwelkomt je met open armen terug. Je diensten zijn niet vergeten.’ ‘Hmmm,’ zei Moiraine. ‘Ja, dat ik een toekomstige Amyrlin heb ontdekt zal wel gunstig op me afstralen. Dat is een opluchting, want ik dacht dat ik voorheen op weg was om gesust te worden, of misschien wel terechtgesteld.’

‘Er zijn dingen veranderd.’

‘Dat blijkt.’ Moiraine knikte. ‘Moeder.’

Ze stapte naar Perijn toe en gaf hem met fonkelende ogen een kneepje in zijn arm.

Een voor een namen de vorsten van de Grenslanden hun zwaarden in hun handen en bogen of maakten kniebuigingen naar haar. Ze schenen haar allemaal persoonlijk te kennen. Veel van de anderen in de tent keken nog altijd met open mond toe, hoewel Darlin overduidelijk wist wie ze was. Hij keek eerder... peinzend dan verward.

Moiraine aarzelde bij Nynaeve. Perijn kon Nynaeves geur niet opvangen. Dat vond hij onheilspellend. O, Licht. Daar gaan we...

Nynaeve klemde Moiraine in een stevige omhelzing.

Moiraine bleef even staan en gaf een beslist geschrokken geur af, met haar handen langs haar lichaam. Uiteindelijk omhelsde ze Nynaeve nogal moederlijk terug en klopte haar op de rug.

Nynaeve liet haar los, stapte achteruit en pinkte een traantje weg. ‘Waag het niet om Lan hierover te vertellen,’ grauwde ze.

‘Ik zou niet durven.’ Moiraine liep door en ging midden in het paviljoen staan.

‘Onuitstaanbaar mens,’ gromde Nynaeve terwijl ze een traan uit haar andere oog wegpinkte.

‘Moiraine,’ zei Egwene. ‘Je bent precies op het juiste ogenblik gekomen.’

‘Een handigheidje van me.’

‘Nou,’ vervolgde Egwene terwijl Rhand weer naar het tafeltje stapte, ‘Rhand... de Herrezen Draak... heeft besloten dit land te gijzelen, en hij weigert zijn plicht te doen totdat we instemmen met zijn eisen.’

Moiraine tuitte haar lippen en pakte het contract voor de Vrede van de Draak op toen Galad dat voor haar op tafel legde. Ze las het vluchtig.

‘Wie is die vrouw?’ vroeg Roedran. ‘En waarom hebben we... Hou daar eens mee op!’ Hij hief zijn hand alsof hij was geslagen met een draadje Lucht en keek kwaad naar Egwene, maar deze keer was het een van de Asha’man geweest, die tevreden rook.

‘Mooi schot, Gradi,’ fluisterde Perijn.

‘Dank u, heer Perijn.’

Gradi kende haar natuurlijk alleen van naam, maar verhalen over Moiraine hadden zich onder de volgelingen van Rhand verspreid.

‘Nou?’ vroeg Egwene.

“‘En het zal geschieden dat wat de mensen hebben gemaakt zal worden gebroken,”’ fluisterde Moiraine. “‘De Schaduw zal over het Patroon van de Eeuw liggen, en de Duistere zal zijn hand weer op de wereld van de mens leggen. Vrouwen zullen wenen en mannen sidderen terwijl de naties van de aarde worden verscheurd als rottende doeken. Niets zal blijven staan of standhouden.’”

De mensen schuifelden met hun voeten. Perijn keek vragend naar Rhand.

“‘Maar er zal iemand worden geboren om de Schaduw te weerstaan,”’ zei Moiraine op luidere toon. ‘“Nogmaals geboren, zoals hij al eerder was geboren en opnieuw zal worden geboren, tot het einde der tijden! De Draak zal Herrijzen, en zijn wedergeboorte zal gepaard gaan met geweeklaag en tandengeknars. In zak en as zal hij de mensen kleden, hij zal de wereld opnieuw breken met zijn komst en alle onderlinge banden verscheuren!

Als de ontketende dageraad zal hij ons verblinden en verbranden, maar de Herrezen Draak zal de Schaduw tegemoet treden bij de Laatste Slag, en zijn bloed zal ons het Licht schenken. Laat uw tranen vloeien, o mensen van de wereld. Ween om uw redding!’”

‘Nou, Aes Sedai,’ zei Darlin, ‘dat klinkt wel erg onheilspellend, als ik het zeggen mag.’

‘Er komt tenminste redding,’ zei Moiraine. ‘Vertel eens, Majesteit. Die voorspelling beveelt u tranen te plengen. Zult u wenen omdat uw redding gepaard gaat met zoveel pijn en zorgen? Of zult u in plaats daarvan wenen óm uw redding? Om de man die voor u zal lijden? De enige van wie we zeker weten dat hij niet meer bij deze strijd zal weglopen?’

Ze keek naar Rhand.

‘Zijn eisen zijn oneerlijk,’ zei Elayne. ‘Hij verlangt van ons dat we onze grenzen zo houden als ze zijn!’

“‘Hij zal zijn volk slaan met het zwaard van de vrede,”’ zei Moiraine, “‘en het vernietigen met het blad.’”

Dat is de Karaethon Reeks, dacht Perijn. Ik heb die woorden eerder gehoord.

‘De zegels, Moiraine,’ drong Egwene aan. ‘Hij wil ze breken. Hij trotseert het gezag van de Amyrlin Zetel.’

Moiraine keek niet verbaasd. Perijn vermoedde dat ze een tijdje had meegeluisterd voordat ze binnenkwam. Dat was echt iets voor haar.

‘O, Egwene,’ zei Moiraine. ‘Ben je het vergeten? “De onbevlekte Toren breekt en buigt de knie voor het vergeten teken...”’

Egwene bloosde.

“‘Er kan geen gezondheid in ons zijn, geen goede dingen kunnen groeien,”’ citeerde Moiraine, “‘want het land is één met de Herrezen Draak, en hij met het land. Ziel van vuur, hart van steen.’”