Ze wendde zich tot Gregorin. “in trots verovert hij, dwingt hij de trotsen om te zwichten.”’
Tot de Grenslanders: “‘Hij roept de bergen op te knielen...’”
Tot het Zeevolk: ‘“... en de zeeën om te wijken.’”
Tot Perijn, en vervolgens Berelain: “‘En de hemelen zelf om te buigen.’”
Tot Darlin: “‘Bid dat het hart van steen zich tranen herinnert...’”
En uiteindelijk tot Elayne: ‘“... En de ziel van vuur, liefde.” Jullie kunnen hier niet tegen vechten. Niemand van jullie. Het spijt me. Denken jullie dat hij dit zelf heeft bedacht?’ Ze stak het document omhoog. ‘Het Patroon is evenwicht. Het is geen goed of kwaad, geen wijsheid of onzin. Voor het Patroon maken die dingen niet uit, maar het zal evenwicht vinden. De vorige Eeuw eindigde met een Breken, en dus zal de volgende beginnen met vrede. Zelfs al moet het jullie door de keel worden gepropt als medicijnen gegeven aan een krijsende peuter.’
‘Mag ik iets zeggen?’ Een Aes Sedai met een bruine stola stapte naar voren.
‘Dat mag,’ zei Rhand.
‘Dit is een wijs document, heer Draak,’ zei de Bruine. Ze was een stevige vrouw, die met meer onomwondenheid sprak dan Perijn van een Bruine zou verwachten. ‘Maar ik zie er een belangrijke zwakke plek in, die al eerder ter sprake is gebracht. Zolang de Seanchanen van dit verdrag uitgesloten zijn, zal het niets betekenen. Er zal geen vrede komen zolang zij blijven veroveren.’
‘Dat is een probleem,’ beaamde Elayne met over elkaar geslagen armen. ‘Maar niet het enige. Rhand, ik begrijp wat je probeert te doen en ik waardeer het echt. Dat neemt niet weg dat dit document fundamenteel onhoudbaar is. Als een vredesverdrag kans van slagen wil hebben, moeten beide partijen vrede blijven nastreven vanwege de voordelen die dat oplevert.
Dit verdrag biedt geen mogelijkheid om geschillen te beslechten. En die zullen er komen, want dat gebeurt altijd. Elk document van deze aard moet een oplossing bieden voor het regelen van dergelijke zaken. Je moet iets verzinnen waardoor overtredingen kunnen worden bestraft zonder dat de andere landen een grootscheepse oorlog beginnen. Zonder die wijziging zullen kleine grieven zich opstapelen en zal in de loop der jaren de druk zich zodanig opbouwen dat er een ontploffing van komt.
Zoals het nu ligt, worden de naties nagenoeg gedwongen zich op de eerste de beste te storten die de vrede verstoort. Het weerhoudt ze er niet van een regering van stromannen aan te stellen in het gevallen koninkrijk, of zelfs in een ander koninkrijk. Na verloop van tijd vrees ik dat dit verdrag als ongeldig zal worden beschouwd, en wat hebben we eraan als het alleen op papier bescherming biedt? Het eindresultaat hiervan zal oorlog zijn. Grootschalige, verschrikkelijke oorlog. Er zal een tijdje vrede zijn, vooral zolang degenen die jou eerbiedigen nog leven. Maar voor elk jaar van vrede dat je wint, zal er een jaar van grotere vernietiging volgen zodra alles uit elkaar valt.’
Rhand legde zijn vingers op het document. ‘Ik zal vrede sluiten met de Seanchanen en hier een bepaling in opnemen: als hun keizerin niet tekent, wordt het document nietig verklaard. Gaan jullie dan allemaal akkoord?’
‘Dat lost het kleinere probleem op,’ zei Elayne zacht, ‘maar niet het grotere, Rhand.’
‘Er is hier een nóg groter probleem,’ zei een nieuwe stem.
Perijn draaide zich verbaasd om. Aviendha? Zij en de andere Aiel hadden zich tot nu toe niet in het geruzie gemengd. Ze hadden alleen maar toegekeken. Perijn was al bijna vergeten dat ze er waren.
‘Jij ook al?’ vroeg Rhand. ‘Kom je over de scherven van mijn dromen lopen, Aviendha?’
‘Stel je niet aan, Rhand Altor,’ zei de vrouw, die naar hem toe liep en haar vinger op het document legde. ‘Je hebt toh.’
‘Ik heb jullie erbuiten gelaten,’ wierp Rhand tegen, ik vertrouw jou, en alle Aiel.’
‘Staan de Aiel er niet in?’ vroeg Easar. ‘Licht, hoe kan ons dat zijn ontgaan!’
‘Het is een belediging,’ zei Aviendha.
Perijn fronste. Ze rook heel ernstig. Van elke andere Aiel zou hij verwachten dat die scherpe geur werd gevolgd door een opgetrokken sluier en een geheven speer.
‘Aviendha,’ zei Rhand glimlachend. ‘De anderen willen me opknopen omdat ik ze erin heb gezet, en jij bent boos omdat jullie eruit zijn gelaten?’
‘Ik eis nu mijn gunst van je op,’ zei ze. ‘Dit is het. Zet de Aiel in je document, in je “Vrede van de Draak”. Anders verlaten we je.’
‘Jij spreekt niet voor hen allemaal, Aviendha,’ wierp Rhand tegen. ‘Je kunt niet...’
Alle Wijzen in de tent kwamen achter Aviendha staan, allemaal tegelijk. Rhand knipperde met zijn ogen.
‘Aviendha draagt onze eer,’ zei Sorilea.
‘Wees niet zo dom, Rhand Altor,’ voegde Melaine eraan toe.
‘Dit is iets van de vrouwen,’ zei Bair. ‘We zijn pas tevreden als we net zo worden behandeld als de natlanders.’
‘Is dit soms te moeilijk voor ons?’ vroeg Amys. ‘Beledig je ons door erop te zinspelen dat we zwakker zijn dan de rest?’
‘Jullie zijn allemaal gek!’ riep Rhand. ‘Beseffen jullie wel dat dit document jullie zou verbiéden tegen elkaar te vechten?’
‘Nee, niet om te vechten,’ zei Aviendha. ‘Alleen om te vechten zonder reden.’
‘Maar oorlogvoeren is jullie doel,’ zei Rhand.
‘Als je dat gelooft, Rhand Altor,’ zei ze kil, ‘dan heb ik je echt slecht onderwezen.’
‘Ze spreekt wijze woorden,’ zei Rhuarc, die voor aan de menigte kwam staan. ‘Ons doel was om ons voor te bereiden op jouw behoefte aan ons tijdens deze Laatste Slag. Ons doel was om sterk genoeg te zijn om behouden te blijven. We zullen een ander doel nodig hebben. Ik heb bloedvetes voor je begraven, Rhand Altor, en ik wil ze niet meer opnemen. Ik heb nu vrienden die ik liever niet zou doden.’
‘Waanzin,’ zei Rhand hoofdschuddend. ‘Goed dan, ik zet jullie erin.’
Aviendha leek tevreden, maar iets zat Perijn niet lekker. Hij begreep de Aiel niet. Licht, hij begreep Gaul niet eens, en die was al heel lang bij hem. Toch had hij gemerkt dat de Aiel zich prettiger voelden als ze iets omhanden hadden. Zelfs wanneer ze zich ontspanden, waren ze alert. Terwijl andere mannen spelletjes speelden of dobbelden, deden de Aiel vaak iets nuttigs.
‘Rhand,’ zei Perijn, die naar voren stapte en hem bij de arm pakte. ‘Kan ik je heel even spreken?’
Rhand aarzelde, maar toen knikte hij en maakte een handgebaar. ‘We zijn nu afgeschermd, en niemand kan ons horen. Wat is er?’
‘Nou, er viel me net iets op. De Aiel zijn een soort gereedschap.’
‘Ja...’
‘En gereedschap dat je niet gebruikt, gaat roesten.’
‘Daarom vallen ze elkaar aan,’ zei Rhand, wrijvend over zijn slapen. ‘Om hun vaardigheden op peil te houden. Daarom had ik ze hiervan uitgesloten. Licht, Perijn! Volgens mij wordt dit een ramp. Als we hen in dit document opnemen...’
‘Ik denk niet dat je nu nog veel keus hebt,’ zei Perijn. ‘De anderen ondertekenen het verdrag nooit als de Aiel ervan uitgesloten zijn.’
‘Ik weet niet of ze het hoe dan ook wel zullen ondertekenen.’ Rhand keek verlangend naar het vel papier op tafel. ‘Het was zo’n mooie droom, Perijn. Iets goeds voor de mensheid. Ik dacht dat ik ze had. Totdat Egwene me uitdaagde, dacht ik dat ik ze had.’
Het was maar goed dat andere mensen Rhands gevoelens niet konden ruiken, anders zou iedereen hier weten dat hij nooit zou weigeren het tegen de Duistere op te nemen. Rhand liet er niets van zien op zijn gezicht, maar Perijn wist dat hij vanbinnen zo zenuwachtig was geweest als een jongen voor zijn eerste scheerbeurt.
‘Rhand, zie je het niet?’ vroeg Perijn. ‘De oplossing?’
Rhand keek hem fronsend aan.
‘De Aiel,’ zei Perijn. ‘Het gereedschap dat moet worden gebruikt. Een verdrag dat moet worden gehandhaafd...’
Rhand aarzelde, maar toen grijnsde hij breed. ‘Je bent geweldig, Perijn.’
‘Zolang het over smeden gaat, weet ik wel het een en ander.’