Выбрать главу

Hij zweeg even, maar toen lachte hij en reikte in zijn jaszak. Hij haalde er drie schijven van cuendillar uit, elk met een kronkellijn door het midden. Hij legde ze op tafel.

‘Hoe zal ze weten wanneer?’ vroeg hij.

‘Ze zal het weten,’ antwoordde Moiraine eenvoudig.

Egwene rook sceptisch, en Perijn kon het haar niet kwalijk nemen. Moiraine had altijd geloofd dat je de weving van het Patroon moest volgen en moest buigen voor de wentelingen van het Rad. Perijn zag het anders. Hij vond dat je je eigen pad bepaalde en op je eigen kracht moest vertrouwen als er iets moest gebeuren. Op het Patroon kon je niet rekenen.

Egwene was een Aes Sedai. Het leek erop dat ze vond dat ze het net zo moest zien als Moiraine. Of ze was bereid hiermee in te stemmen gewoon om die zegels in handen te krijgen.

‘Ik zal ze breken als ik het gevoel heb dat het moet gebeuren,’ zei ze, en ze pakte de zegels.

‘Dan onderteken je dus.’ Rhand pakte het document, terwijl de klerken nog klaagden over de haast waarmee ze moesten werken. Er stonden nu meerdere aanvullingen op de achterkant. Een van de klerken slaakte een kreet en reikte naar het zand, maar Rhand deed iets met de Ene Kracht en droogde de inkt ogenblikkelijk terwijl hij het document voor Egwene neerlegde.

‘Ja,’ zei ze, en ze stak haar hand uit voor een pen. Ze las de bepalingen zorgvuldig, terwijl de andere zusters over haar schouders meekeken. Ze knikten een voor een.

Egwene zette haar handtekening.

‘En nu de rest,’ zei Rhand, die zich omdraaide om de reacties te peilen.

‘Licht, hij is slim geworden,’ fluisterde Faile tegen Perijn. ‘Besef je wat hij heeft gedaan?’

‘Wat?’ vroeg Perijn, krabbend in zijn baard.

‘Hij heeft iedereen meegenomen van wie hij wist dat die hem zouden steunen,’ fluisterde Faile. ‘De Grenslanders, die zo ongeveer alles zouden ondertekenen om hulp te krijgen in hun thuislanden. De Domani, die hij onlangs nog heeft geholpen. De Aiel... nou, goed, wie weet wat de Aiel op enig ogenblik zullen doen? Maar de redenering blijft overeind.

Toen liet hij Egwene de anderen verzamelen. Het is geniaal, Perijn. Nu zij deze coalitie tégen hem had meegebracht, hoefde hij eigenlijk alleen haar maar te overtuigen. Zodra hij haar naar zijn kant had overgehaald, zouden de anderen voor gek staan als ze zich afzijdig hielden.’

En inderdaad, terwijl de vorsten het document ondertekenden – Berelain als eerste en gretigste – begonnen degenen die Egwene hadden gesteund te schuifelen. Darlin stapte naar voren en pakte de pen. Hij aarzelde nog even, maar toen tekende hij.

Gregorin volgde. Toen de Grenslanders, om beurten, gevolgd door de koning van Arad Doman. Zelfs Roedran, die deze hele bijeenkomst nog steeds een aanfluiting leek te vinden, tekende. Perijn vond dat merkwaardig.

‘Hij maakt een hoop spektakel,’ zei Perijn tegen Faile, ‘maar hij weet dat dit goed is voor zijn koninkrijk.’

‘Ja,’ beaamde ze. ‘Hij heeft zich als een hansworst gedragen, deels om iedereen op het verkeerde been te zetten, zodat ze hem niet voor vol zouden aanzien. Dit document bepaalt dat de huidige grenzen van naties blijven zoals ze zijn. Dat is een gigantisch voordeel voor iemand die probeert zijn bewind te stabiliseren. Maar...’

‘Maar?’

‘De Seanchanen?’ zei Faile zachtjes. ‘Als Rhand hen overhaalt, geeft hij hun dan toestemming om de landen te houden die ze nu hebben? De vrouwen die damane zijn? Mogen ze zo’n halsband omdoen bij elke vrouw die een voet binnen hun grenzen zet?’

Het werd stil in de tent. Misschien had Faile luider gesproken dan haar bedoeling was. Perijn had er soms moeite mee te onthouden wat gewone mensen wel en niet konden horen.

‘Ik bekommer me om de Seanchanen,’ zei Rhand. Hij stond bij de tafel en keek toe terwijl elke vorst het document bekeek, overlegde met zijn of haar raadslieden en dan tekende.

‘Hoe?’ vroeg Darlin. ‘Ze willen geen vrede met u sluiten, heer Draak. Ik denk dat ze dit document ongeldig zullen maken.’

‘Als we hier klaar zijn,’ zei Rhand zacht, ‘ga ik naar ze toe. Ze zullen tekenen.’

‘En zo niet?’ wilde Gregorin weten.

Rhand legde zijn hand met gespreide vingers op tafel. ‘Dan moet ik ze misschien vernietigen. Of in ieder geval hun vermogen om in de nabije toekomst nog oorlog te voeren.’

Het werd weer stil in het paviljoen.

‘Zou u dat kunnen?’ vroeg Darlin.

‘Dat weet ik niet zeker,’ bekende Rhand. ‘Als ik het kan, verzwakt het me mogelijk op een tijdstip waarop ik al mijn kracht nodig heb. Licht, het is misschien mijn enige keus. Een verschrikkelijke keus. Toen ik ze de vorige keer verliet... We mogen ze niet de mogelijkheid geven om ons in de rug aan te vallen terwijl wij tegen de Schaduw vechten.’ Hij schudde zijn hoofd, en Min stapte naar voren en pakte zijn arm. ‘Ik vind er wel iets op. Hoe dan ook.’

Het ondertekenen ging door. Sommigen deden het met veel zwier, anderen achtelozer. Rhand liet Perijn, Gawein, Faile en Garet Brin ook tekenen. Hij scheen te willen dat iedereen hier die mogelijk een leidersstatus zou gaan bekleden zijn of haar naam op het document zette.

Uiteindelijk was alleen Elayne nog over. Rhand stak de schrijfveer naar haar uit.

‘Je vraagt iets heel moeilijks van me, Rhand,’ zei Elayne. Ze had haar armen over elkaar geslagen en haar goudblonde haar glansde in het licht van zijn bollen. Waarom was de hemel buiten donker geworden? Rhand leek niet ongerust, maar Perijn vreesde dat de wolken de hemel weer hadden opgeslokt. Een gevaarlijk teken, als ze nu oprukten terwijl Rhand ze ooit had weggehouden.

‘Ik weet dat het moeilijk is,’ zei Rhand. ‘Misschien als ik je iets in ruil geef...’

‘Wat dan?’

‘De oorlog,’ zei Rhand. Hij wendde zich tot de vorsten. ‘Jullie wilden dat een van jullie de Laatste Slag leidde. Zouden jullie Andor, en de koningin ervan, in die rol aanvaarden?’

‘Te jong,’ zei Darlin. ‘Te groen. Niet beledigend bedoeld, Majesteit.’

Alsalam snoof. ‘Moet jij zeggen, Darlin. De helft van de monarchen hier heeft zijn of haar troon nog niet eens een jaar!’

‘En de Grenslanders dan?’ vroeg Alliandre. ‘Zij vechten al hun hele leven tegen de Verwording.’

‘Wij zijn onder de voet gelopen,’ zei Paitar. Hij schudde zijn hoofd. ‘Geen van ons kan dit coördineren. Andor is een even goede keus als iedere andere.’

‘Andor heeft zelf te lijden onder een invasie,’ merkte Darlin op.

‘Dat geldt voor jullie allemaal, of dat zal snel gebeuren,’ zei Rhand. ‘Elayne Trakand is een leider tot op het bot. Ze heeft mij veel bijgebracht van wat ik over leiderschap weet. Ze heeft tactieken geleerd van een grote kapitein, en ik ben ervan overtuigd dat ze zal putten uit de kennis van alle grote kapiteins. Iemand móét leiding geven. Aanvaarden jullie haar allemaal in die rol?’

De anderen knikten schoorvoetend. Rhand wendde zich tot Elayne.

‘Goed dan, Rhand,’ zei ze. ‘Ik zal het doen, en ik zal tekenen, maar jij kunt maar beter iets vinden op die Seanchanen. Ik wil de handtekening van hun keizerin op dit document zien. We zijn geen van allen veilig totdat dat is gebeurd.’

‘En hoe zit het met de vrouwen die door de Seanchanen gevangen worden gehouden?’ vroeg Rhuarc. ‘Ik geef toe, Rhand Altor, dat het onze bedoeling was om een bloedvete tegen die indringers uit te roepen zodra belangrijkere veldslagen gewonnen waren.’

‘Als hun keizerin ondertekent,’ zei Rhand, ‘zal ik een ruil voorstellen: goederen in ruil voor de geleiders die ze hebben ontvoerd. Ik zal proberen ze over te halen de landen af te staan die ze hebben ingenomen en terug te keren naar hun eigen grondgebied.’

‘En als ze weigeren?’ vroeg Egwene hoofdschuddend. ‘Laat je ze ook tekenen zónder op die punten toe te geven? Ze hebben duizenden slaven, Rhand.’

‘We kunnen ze niet verslaan,’ zei Aviendha zachtjes. Perijn keek naar haar. Ze rook gefrustreerd, maar vastberaden. ‘Als we oorlog tegen ze voeren, verliezen we.’