Выбрать главу

‘Dat heb ik geprobeerd,’ antwoordde Elayne. ‘Vanochtend hebben we drie afzonderlijke troepen door een Poort naar de kelder met de saidinpoort gestuurd, maar de Schaduw was voorbereid en had zich ingegraven. Geen van mijn soldaten is teruggekeerd. Ik weet niet of we die saidinpoort wel terug kunnen krijgen, of zelfs maar kunnen vernietigen.’

‘En als we het nou van de andere kant probeerden?’ vroeg Agelmar.

‘De andere kant?’ vroeg Elayne. ‘Je bedoelt van binnen uit de saidinwegen?’

Agelmar knikte.

‘Niemand reist over de saidinwegen,’ wierp Ituralde vol afgrijzen tegen.

‘De Trolloks wel,’ zei Agelmar.

‘Ik ben er geweest,’ zei Perijn, die naar de tafel toe stapte. ‘En het spijt me, heren, maar ik denk niet dat het zou lukken om de saidinpoort van de andere kant in te nemen. Voor zover ik het begrijp, kunnen we hem niet vernietigen, zelfs niet met de Ene Kracht. En we kunnen hem ook niet vasthouden vanaf de andere kant, niet met de Zwarte Wind daarbinnen. Het beste is als we iets verzinnen om die Trolloks uit Caemlin weg te krijgen en dan deze kant van de saidinpoort in handen te houden. Als hij goed wordt bewaakt, kan de Schaduw hem nooit meer tegen ons gebruiken.’

‘Goed dan,’ zei Elayne. ‘We zullen andere mogelijkheden overwegen. Maar ik vind dat we ook een boodschap naar de Zwarte Toren moeten sturen. We hebben hun Asha’man nodig. Hoeveel zijn er daarvan?’

Perijn schraapte zijn keel. ‘U kunt misschien beter oppassen met die plek, Majesteit. Er is daar iets aan de hand.’

Elayne fronste. ‘“Iets”?’

‘Ik weet het niet,’ zei Perijn. ‘Ik heb het er met Rhand over gehad. Hij was er bezorgd om en zei dat hij op onderzoek uit zou gaan. Dus... wees gewoon voorzichtig.’

‘Ik ben altijd voorzichtig,’ zei Elayne verstrooid. ‘Dus hoe krijgen we die Trolloks Caemlin uit?’

‘Misschien kunnen we een groot aanvalsleger verbergen in het Breemwoud, een kleine vijftig roeden ten noorden van Caemlin,’ opperde Brin. ‘Als een kleinere groep soldaten naar de stadspoorten zou gaan om de Trolloks achter zich aan te lokken naar het Woud... Vroeger was ik zelf altijd bang dat een binnenvallend leger het Woud zou gebruiken als dekking en uitvalsbasis voor een bestorming van de stad. Nooit gedacht dat ik die optie zelf nog eens zou overwegen.’

‘Hmm,’ zei Agelmar, kijkend naar een kaart van het terrein rondom Caemlin. ‘Dat zou best eens kunnen werken.’

‘Maar hoe zit het met Kandor?’ vroeg Bashere. ‘De prins heeft gelijk dat het land niet meer te redden is, maar we kunnen de Trolloks niet zomaar toestaan andere landen binnen te vallen.’

Ituralde krabde aan zijn kin. ‘Deze hele zaak zal moeilijk worden. Er zijn drie grote Trollok-legers, en wij zijn gedwongen onze aandacht te verdelen. Ja, ik kom steeds meer tot het besef dat het beter is om ons op één ervan te richten en alleen belemmerende troepen naar de andere twee te sturen.’

‘Het Schaduwleger bij Caemlin is waarschijnlijk het kleinst,’ zei Agelmar, ‘aangezien de afmetingen van de saidinpoort de doorstroom naar de stad hebben beperkt.’

‘Ja,’ beaamde Bashere. ‘Caemlin biedt de beste mogelijkheid om een snelle overwinning te behalen. We moeten daar hard aanvallen, met ons grootste leger. Als we kunnen winnen in Andor, zal dat het aantal fronten waarop we moeten vechten verkleinen, en dat zal van buitengewoon groot voordeel zijn.’

‘Ja,’ zei Elayne. ‘We bieden versterking aan Lan, maar vertellen hem dat het zijn taak is om daar zo lang mogelijk stand te houden. We plaatsen een tweede leger aan de grens van Kandor met het doel om de vijand ook daar te vertragen, of misschien een langzame aftocht, als het daartoe komt. Terwijl die twee fronten worden vastgehouden, kunnen wij onze werkelijke aandacht – en ons grootste leger – richten op het breken van de Trolloks in Caemlin.’

‘Mooi,’ zei Agelmar. ‘Dat bevalt me. Maar welk leger plaatsen we in Kandor? Welk leger kan de Trolloks ophouden zonder dat er heel veel soldaten voor moeten worden ingezet?’

‘De Witte Toren?’ stelde Elayne voor. ‘Als we de Aes Sedai naar Kandor sturen, kunnen zij de Trolloks die over de grens komen vertragen. Dan kunnen wij ons verder bezighouden met Caemlin.’

‘Dat klinkt goed,’ zei Brin.

‘En het vierde front?’ vroeg Ituralde. ‘Shayol Ghul? Weet iemand wat de heer Draak daar wil doen?’

Niemand zei iets.

‘De Aiel bekommeren zich om zijn behoeften,’ zei Amys, die naast een van de clanhoofden stond. ‘U hoeft zich over ons geen zorgen te maken. Stel uw strategieën op, dan voeren wij de onze uit.’

‘Nee,’ zei Elayne beslist.

‘Elayne?’ vroeg Aviendha. ‘We...’

‘Dit is juist wat Rhand wilde voorkomen,’ zei Elayne met krachtige stem. ‘De Aiel werken samen met de rest van ons. De slag bij Shayol Ghul kan wel eens de belangrijkste van alle zijn. Ik wil niet dat er één groep is die denkt dat ze het wel allemaal alleen kunnen. Jullie aanvaarden onze hulp.’

En, voegde ze er in gedachten aan toe, onze leiding. De Aiel waren uitstekende krijgers, maar er waren dingen die ze gewoon niet wilden toegeven. Hoe nuttig cavalerie kon zijn, om maar wat te noemen.

De Aiel waren overduidelijk niet blij met het vooruitzicht op bevelen van natlanders. Ze knepen kwaad hun ogen tot spleetjes.

‘De Aiel zijn uitstekende strijders,’ zei Brin, die naar hen keek. ‘Ik heb tegenover jullie gestaan op de Bloedsneeuw, en ik weet hoe dodelijk jullie kunnen zijn. Maar als de Draak Shayol Ghul aanvalt, zullen we waarschijnlijk de vallei moeten innemen en die dan in handen moeten houden terwijl hij de strijd aangaat met de Duistere. Ik weet niet hoe lang dat zal duren, maar het kan uren kosten. Dagen. Hebben jullie je wel eens moeten ingraven en een langdurige verdedigingsstrijd moeten leveren?’

‘Wij zullen doen wat er gebeuren moet,’ bromde Rhuarc.

‘Rhuarc,’ zei Elayne. ‘Jullie stonden er zelf op om de Vrede van de Draak te ondertekenen. Jullie stonden er zelf op om deel uit te maken van ons verbond. Ik verwacht dan ook dat jullie je aan je woord houden. Jullie zullen doen wat jullie gezegd wordt.’

De vragen van Brin en Ituralde hadden hen boos gemaakt, maar nu ze ronduit te horen kregen wat ze moesten doen, bonden ze in. Rhuarc knikte. ‘Natuurlijk,’ zei hij. ‘Ik heb toh.’

‘Los die in door te luisteren,’ zei Elayne, ‘en je mening te geven. Als we op vier verschillende fronten tegelijk moeten strijden, moeten we dat goed coördineren.’ Ze keek naar de verzamelde generaals. ‘Er schiet me iets te binnen. We hebben vier fronten, en vier grote kapiteins...’

Bashere knikte. ‘Dat is geen toeval.’

‘Nou, het zou toeval kunnen zijn.’

‘Toeval bestaat niet, Hoogheid,’ hield Bashere vol. ‘Als we één ding hebben geleerd tijdens onze reizen met de Draak, dan is dat het wel. Vier kapiteins, vier fronten. We nemen er ieder één, terwijl koningin Elayne ons aanstuurt en de hele oorlogsinspanning overziet.’

‘Ik ga naar de Malkieri,’ zei Agelmar. ‘De meeste Grenslanders vechten daar nu.’

‘En Kandor?’ vroeg Elayne.

‘Als de Aes Sedai daar vechten,’ zei Brin, ‘dan ga ik daar ook heen. Mijn plaats is bij de Witte Toren.’

Hij wil niet in Andor vechten, dacht Elayne. Hij wil niet aan mijn zijde strijden. Hij wil niets meer met onze familie te maken hebben.

‘Wie gaat er dan met mij mee naar Andor?’

‘Ik,’ zei Bashere.

‘Dan ga ik naar Shayol Ghul,’ zei Ituralde knikkend. ‘Om samen met de Aiel te strijden. Iets waarvan ik nooit had verwacht het te zullen meemaken, eerlijk gezegd.’

‘Mooi,’ zei Elayne, die een stoel pakte. ‘Dan verdiepen we ons daar nu in en maken wat afspraken. We hebben een centrale plek nodig van waaruit ik kan werken, en Caemlin is verloren. Voorlopig zal ik Merrilor gebruiken. Dat ligt centraal en er is genoeg ruimte om troepen en bevoorrading doorheen te verplaatsen. Perijn, denk je dat jij toezicht kunt houden op de logistiek in dat kamp? Een Reisterrein opzetten en de geleiders indelen om te helpen bij de communicatie en bevoorrading?’