Выбрать главу

Perijn knikte.

‘Alle anderen,’ zei ze, ‘laten we de troepen verdelen en onze strategieën uitwerken. We hebben een duidelijk beeld nodig van hoe we die Trolloks uit Caemlin wegwerken, zodat we het op vlak terrein tegen ze kunnen opnemen.’

Uren later stapte Elayne het paviljoen uit. Haar hoofd tolde van alle tactieken, bevoorradingsbehoeften en troepenverplaatsingen. Als ze met haar ogen knipperde, zag ze de kaarten nog voor zich, volgekrabbeld met Garet Brins aantekeningen.

De andere aanwezigen van de bijeenkomst begonnen weg te druppelen naar hun eigen kampen om hun strijdplannen in gang te zetten. Het was gaan schemeren en er waren lantaarns rondom het paviljoen opgesteld. Elayne herinnerde zich nog vaag dat het middag- en avondmaal naar de tent waren gebracht. Ze had toch gegeten? Er was gewoon zóveel te doen geweest.

Ze knikte naar de vorsten die langsliepen en afscheid namen. De meeste punten van de eerste voorbereidingen waren uitgewerkt. Morgenochtend zou Elayne met haar troepen naar Andor gaan en de eerste fase beginnen van de tegenaanval op de Schaduw.

De grond hier was nu zacht en veerkrachtig, begroeid met hoog groen gras. Rhands invloed hield nog aan, ook al was hij al vertrokken. Terwijl Elayne naar die torenhoge bomen keek, kwam Garet Brin naast haar staan.

Ze draaide zich om, verbaasd dat hij het paviljoen niet al verlaten had. De enigen die daar nu nog waren, waren de bedienden en Elaynes wachters. ‘Brin?’ vroeg ze.

‘Ik wilde alleen maar even zeggen dat ik trots op je ben,’ zei Brin zachtjes. ‘Dat heb je goed gedaan, daarbinnen.’

‘Ik had eigenlijk amper iets toe te voegen.’

‘Jij hebt leiderschap toegevoegd,’ zei Brin. ‘Je bent geen generaal, Elayne, en dat verwacht ook niemand van je. Maar toen Tenobia klaagde dat Saldea onverdedigd achterbleef, was jij degene die haar aandacht weer richtte op dat wat echt belangrijk is. De spanning liep hoog op, maar jij hield ons bijeen, streek rechtopstaande haren glad en voorkwam dat we elkaar aanvlogen. Goed werk, Majesteit. Héél goed werk.’

Ze grijnsde. Licht, maar ze kon niet anders dan stralen bij die woorden. Hij was haar vader niet, maar in veel opzichten was hij meer vader dan ze ooit had gehad. ‘Dank je. En Brin, de Kroon wil zich verontschuldigen voor...’

‘Daar wil ik geen woord over horen,’ kapte hij haar af. ‘Het Rad weeft wat het Rad wil. Ik neem Andor niet kwalijk wat er met me is gebeurd.’ Hij aarzelde. ‘Maar ik wil nog steeds strijden aan de zijde van de Witte Toren, Elayne.’

‘Dat begrijp ik.’

Hij maakte een buiging en beende naar Egwenes deel van het kamp.

Birgitte kwam naar Elayne toe. ‘Terug naar ons kamp, dan maar?’ vroeg ze.

‘Ik...’ Elayne aarzelde toen ze iets hoorde. Een zacht geluid, maar toch diep en krachtig. Ze fronste en liep ernaartoe, met haar hand omhoog om Birgitte de mond te snoeren toen die wilde vragen wat er was.

Ze liepen om het paviljoen heen, over groen gras en bloeiende lenteadem, en het geluid werd gestaag luider. Het was een lied. Een prachtig lied, zoals ze nog nooit had gehoord, zo indringend sonoor dat ze ervan trilde.

Het overspoelde haar, omhulde haar, gonsde in haar lichaam. Het was een vreugdevol lied, een lied van ontzag en verwondering, hoewel ze de woorden niet verstond. Ze liep naar een groep boomlange gestalten toe, die met gesloten ogen hun handen tegen de knoestige stammen drukten van de bomen die Rhand had laten groeien.

Het waren drie dozijn Ogier van uiteenlopende leeftijden. Van ouden met wenkbrauwen zo wit als verse sneeuw tot Ogier zo jong als Loial. Hij stond ook bij hen, en hij had een brede glimlach om zijn lippen terwijl hij met zijn ogen dicht meezong.

Perijn stond er met over elkaar geslagen armen bij, samen met zijn vrouw. ‘Toen je zei dat je de Asha’man wilde benaderen, zette me dat aan het denken. Als we bondgenoten nodig hebben, wat dacht je dan van de Ogier? Toen ik ging kijken of ik kon ontdekken waar Loial gebleven was, bleek dat ze zich al verzamelden om te komen vechten.’

Elayne knikte, terwijl het lied van de Ogier een hoogtepunt bereikte en vervaagde toen de Ogier hun hoofden bogen. Even was alles stil en vredig.

Uiteindelijk deed een stokoude Ogier zijn ogen open en draaide zich om naar Elayne. Zijn witte baard kwam tot halverwege zijn borst en was nog langer dan de witte snor die aan weerskanten van zijn mond naar beneden hing. Hij stapte naar voren en andere ouden, zowel mannen als vrouwen, liepen mee. Loial ook.

‘U bent de koningin,’ zei de oude Ogier, buigend voor haar. ‘Degene die deze reis leidt. Ik ben Haman zoon van Dal zoon van Morel. We zijn gekomen om onze bijlen toe te voegen aan uw strijd.’

‘Dat verheugt me,’ zei Elayne, die naar hen knikte. ‘Drie dozijn Ogier zullen veel kracht kunnen bijdragen aan onze strijd.’

‘Drie dozijn, jong mens?’ Haman lachte rommelend. ‘De Grote Stronk is niet voor zo’n langdurig overleg bijeengekomen om jullie drie dozijn Ogier te sturen. De Ogier zullen naast de mensen strijden. Wij allemaal. Ieder van ons die nog een bijl kan vasthouden.’

‘Schitterend!’ zei Elayne opgetogen. ‘Ik zal jullie goed inzetten.’

Een oudere Ogiervrouw schudde haar hoofd. ‘Zo haastig. Zo onbesuisd. Weet dit, jong mens. Er waren er bij ons die jullie, en de wereld, aan de Schaduw zouden hebben overgelaten.’

Elayne knipperde geschokt met haar ogen. ‘Zouden jullie dat echt hebben gedaan? Ons gewoon... in de steek hebben gelaten? Ons alléén hebben laten vechten?’

‘Sommigen waren daarvoor,’ antwoordde Haman.

‘Ik nam zelf dat standpunt in,’ zei de vrouw. ‘Ik pleitte daarvoor, ook al geloofde ik niet echt dat het juist was.’

‘Wat?’ vroeg Loial, die struikelend naar voren kwam. Dit leek nieuws voor hem te zijn. ‘Niet?’

De vrouw keek hem aan. ‘Er zullen geen bomen meer groeien als de Duistere deze wereld opeist.’

Loial keek verbaasd. ‘Maar waarom deed je dan...’

‘Een standpunt moet worden aangevallen voordat het zichzelf kan bewijzen, mijn zoon,’ zei ze. ‘Pas door goed te redetwisten ontdek je de diepte van je toewijding, dankzij tegenstand. Heb je niet geleerd dat bomen de sterkste wortels krijgen als het hard waait?’ Ze schudde haar hoofd, hoewel ze hem met genegenheid aankeek. ‘Dat wil nog niet zeggen dat je de stedding had moeten verlaten. Niet alleen. Gelukkig is dat opgelost.’

‘Opgelost?’ vroeg Perijn.

Loial bloosde. ‘Nou, weet je, Perijn, ik ben nu getrouwd.’

‘Dat had je nog helemaal niet verteld!’

‘Het is allemaal zo snel gegaan. Ik ben nu getrouwd met Erith. Ze staat daar, zie je? Heb je haar horen zingen? Is haar lied niet prachtig? Getrouwd zijn is niet zo erg, Perijn. Waarom heb je nooit verteld dat het helemaal niet zo erg is? Ik geloof zelfs dat ik het eigenlijk best leuk vind.’

‘Ik ben blij voor je, Loial,’ mengde Elayne zich erin. Ogier konden behoorlijk uitweiden als je niet oppaste. ‘En dankbaar aan jullie allemaal omdat jullie je bij ons aansluiten.’

‘Het is de prijs waard, misschien,’ zei Haman, die zich omdraaide en naar het bosje keek, ‘alleen al om die bomen te zien. In mijn hele leven heb ik mensen alleen nog maar Grote Bomen zien omhakken. Om nu te zien dat iemand ze in plaats daarvan laat groeien... We hebben het juiste besluit genomen. Ja, ja dat is zo. De anderen moeten dit ook zien...’

Loial wenkte Perijn, kennelijk om bij te praten. ‘Mag ik hem nog heel even lenen, Loial?’ vroeg Elayne snel, en ze troonde Perijn mee naar het midden van het bosje.

Faile en Birgitte sloten zich bij hen aan. Loial wachtte achter hen en leek volkomen in beslag genomen door de machtige bomen.

‘Ik wil je een taak geven,’ zei Elayne zacht tegen Perijn. ‘Het verlies van Caemlin bedreigt de bevoorrading van onze legers. Ondanks klachten over voedselprijzen hadden we iedereen te eten gegeven en voorraden aangelegd voor de komende strijd. Die voorraden zijn nu weg.’