Выбрать главу

‘En Cairhien?’ vroeg Perijn.

‘Daar is nog wat voedsel,’ zei Elayne. ‘En ook in de Witte Toren en Tyr. Baerlon heeft flinke voorraden metalen en poeder. Ik moet nog uitzoeken wat we uit de andere naties kunnen halen en kijken hoe het met hun voedselvoorraden staat. Het zal ongelooflijk veel werk zijn om de voorraden en rantsoenen voor alle legers te coördineren. Ik wil graag dat één persoon over het geheel de leiding neemt.’

‘En je dacht aan mij?’ vroeg Perijn.

‘Ja.’

‘Het spijt me, Elayne,’ zei Perijn. ‘Maar Rhand heeft me nodig.’

‘Rhand heeft ons allemaal nodig.’

‘Maar mij nog meer,’ zei Perijn. ‘Min heeft het gezien, zei hij. Als ik niet bij hem ben tijdens de Laatste Slag, zal hij sterven. Bovendien heb ik nog een paar gevechten te leveren.’

‘Ik doe het wel,’ zei Faile ineens.

Elayne keek haar fronsend aan.

‘Het is mijn plicht om de zaken voor het leger van mijn man te regelen,’ zei Faile. ‘U bent zijn leenvrouwe, Majesteit, dus uw behoeften zijn zijn behoeften. Als Andor het bevel voert over de Laatste Slag, dan zal Tweewater zorgen dat de legers te eten krijgen. Geef me toegang tot Poorten die groot genoeg zijn om met wagens doorheen te rijden, geef me soldaten om mijn wagens te verdedigen, en geef me inzage in de gegevens van alle kwartiermeesters. Ik zal zorgen dat het geregeld wordt.’

Het was logisch en rationeel, maar niet wat Elayne nodig had. In hoeverre kon ze deze vrouw vertrouwen? Faile had bewezen dat ze goed was in politiek. Dat was nuttig, maar beschouwde ze zichzelf echt als een onderdaan van Andor? Elayne keek de vrouw onderzoekend aan.

‘Er is geen betere persoon voor deze taak, Elayne,’ zei Perijn. ‘Faile zal zorgen dat het geregeld wordt.’

‘Perijn,’ zei Elayne. ‘Er is hier nog iets anders mee gemoeid. Kan ik je even onder vier ogen spreken?’

‘Ik vertel haar toch wat het is zodra wij hier klaar zijn, Majesteit,’ zei Perijn. ‘Ik heb geen geheimen voor mijn vrouw.’

Faile glimlachte.

Elayne keek naar de twee en zuchtte. ‘Egwene is naar me toe gekomen tijdens onze voorbereidingen voor de strijd. Er is een bepaald... voorwerp dat belangrijk is voor de Laatste Slag en dat bij iemand moet worden bezorgd.’

‘De Hoorn van Valere,’ zei Perijn. ‘Die hebben jullie nog, hoop ik.’

‘Ja. In de Toren, verborgen. We hebben hem uit de bergruimte gehaald. Gisteravond is er in die kamer ingebroken. Ik weet dat alleen vanwege bepaalde beschermingen die we er geplaatst hadden. De Schaduw weet dat we de Hoorn hebben, Perijn, en de dienaren van de Duistere zoeken hem. Ze kunnen hem niet gebruiken, want hij is met Mart verbonden zolang hij leeft. Maar als de Schaduw hem in handen kan krijgen, kan hij voorkomen dat Mart hem gebruikt. Of erger nog, hem doden en dan zelf op de Hoorn blazen.’

‘U wilt hem ongemerkt verplaatsen,’ zei Faile, ‘en de karavanen inzetten om te verhullen waar u hem naartoe brengt.’

‘We zouden hem liever gewoon rechtstreeks aan Mart geven,’ beaamde Elayne, ‘maar hij kan wel eens... lastig zijn. Ik had gehoopt dat hij bij deze bijeenkomst zou zijn.’

‘Hij is in Ebo Dar,’ zei Perijn. ‘Bij de Seanchanen.’

‘Heeft hij je dat verteld?’ vroeg Elayne.

‘Niet exact,’ antwoordde Perijn met een onbehaaglijke blik. ‘We hebben... een soort band. Ik kan soms zien waar hij is en wat hij doet.’

‘Die man is nóóit waar hij moet zijn,’ klaagde Elayne.

‘En toch,’ zei Perijn, ‘komt hij daar uiteindelijk altijd naartoe.’

‘De Seanchanen zijn de vijand,’ zei Elayne. ‘Mart schijnt dat niet te begrijpen, als je nagaat wat hij heeft gedaan. Licht, ik hoop maar dat hij zichzelf niet in de nesten werkt...’

‘Ik zal dit doen,’ zei Faile. ‘Ik zorg voor de Hoorn van Valere. Ik zal hem bewaken en zorgen dat hij bij Mart terechtkomt.’

‘Ik wil jullie echt niet krenken,’ zei Elayne, ‘maar ik aarzel om deze taak toe te vertrouwen aan iemand die ik niet goed ken. Daarom kwam ik naar jou toe, Perijn.’

‘Dat wordt dan een probleem, Elayne,’ zei Perijn. ‘Als ze echt op zoek zijn naar de Hoorn, dan zullen ze van jou en Egwene verwachten dat je hem aan iemand geeft die je goed kent. Kies Faile. Er is niemand die ik meer vertrouw dan haar, maar ze zal niet worden verdacht omdat ze geen rechtstreekse banden heeft met de Witte Toren.’ Elayne knikte langzaam. ‘Goed dan. Ik zal je nog laten weten hoe hij wordt bezorgd. Begin voorlopig maar met het verplaatsen van goederen, zodat dat alvast loopt. Te veel mensen zijn op de hoogte van de Hoorn. Zodra we hem aan je hebben gegeven, zal ik vijf verdachte afgezanten van de Witte Toren op pad sturen en de juiste geruchten verspreiden. Hopelijk zal de Schaduw aannemen dat een van die gezanten de Hoorn heeft. Ik wil de Hoorn op een plek hebben die niemand verwacht, in ieder geval tot we hem aan Martrim kunnen overhandigen.’

‘Vier fronten, heer Mandragoran,’ herhaalde Bulen. ‘Dat zeggen de boodschappers. Caemlin, Shayol Ghul, Kandor en hier. Ze willen proberen de Trolloks hier en in Kandor vast te houden terwijl ze hun best gaan doen om eerst die in Andor te verslaan.’

Lan gromde en stuurde Mandarb om de stinkende berg dode Trolloks heen. De karkassen dienden als verdedigingswal nu zijn vijf Asha’man ze als donkere, bloederige heuvels voor de Verwording hadden opgestapeld, waar het Schaduwgebroed zich verzamelde.

De stank was verschrikkelijk, natuurlijk. Veel van de wachters die hij op zijn ronden was tegengekomen, hadden twijgblad op hun vuren gegooid om de geur te verdrijven.

Het was bijna avond, de gevaarlijkste uren. Gelukkig maakten die donkere wolken aan de hemel de nachten zo donker dat ook de Trolloks moeite hadden om nog iets te zien. De schemering was voor hen echter een gunstige tijd, een tijd waarin het zicht van mensen tekortschoot, maar de ogen van Schaduwgebroed niet.

De kracht van de vernietigende aanval van Grenslanders had de Trolloks teuggedrongen naar de ingang van de Kloof. Lan kreeg elk uur meer versterking van piekeniers en andere voetsoldaten om hem te helpen zijn positie te handhaven. Al met al zag het er nu veel beter uit dan een dag eerder.

Maar het bleef grimmig. Als wat Bulen zei waar was, zou zijn leger hier blijven als vertragingstroep. Dat betekende dat hij minder soldaten zou hebben dan hem lief was. Maar hij kon deze tactiek wel begrijpen.

Lan reed het gedeelte binnen waar de Shienaraanse lansiers hun paarden verzorgden. Een gestalte maakte zich van hen los en kwam naast Lan rijden. Koning Easar was een gedrongen man met een witte knot, pas aangekomen vanaf de Akker van Merrilor na een lange dag van strategieën opstellen. Lan wilde vanuit het zadel naar hem buigen, maar hij stopte toen koning Easar naar hém boog.

‘Majesteit?’ vroeg Lan.

‘Agelmar heeft zijn strategie voor dit front meegebracht, Dai Shan,’ zei koning Easar, die naast hem kwam rijden. ‘Hij wil die graag met ons bespreken. Het is belangrijk dat u erbij bent. We vechten onder de vlag van Malkier. Daar zijn we het allemaal over eens.’

‘Tenobia?’ vroeg Lan, oprecht verbaasd.

‘In haar geval was wat aanmoediging nodig, maar ze is bijgedraaid. Ik heb ook gehoord dat koningin Ethenielle Kandor zal verlaten en hierheen zal komen. De Grenslanden vechten samen in deze slag, en dat doen we onder uw leiding.’

Ze reden door in het vervagende licht, terwijl rij na rij lansiers Easar groette. De Shienaranen waren de beste zware cavalerie ter wereld, en ze hadden talloze keren op deze rotsen gevochten – en het leven gelaten – ter verdediging van de weelderige landen ten zuiden van hier.

‘Ik ga mee,’ beloofde Lan. ‘Wat u me hebt gegeven, weegt zo zwaar als drie bergen.’

‘Weet ik,’ zei Easar. ‘Maar we zullen u volgen, Dai Shan. Totdat de hemel scheurt, totdat de stenen onder onze voeten splijten en tot dat het Rad zelf stopt met draaien. Of, het Licht zegene ons, totdat elk zwaard wordt begenadigd met vrede.’

‘En Kandor? Als de koningin hierheen komt, wie leidt die slag dan?’