Выбрать главу

Slechts een handjevol Wijzen, degenen die Perijn volgden, was met Elayne meegekomen. Elayne had liever meer geleiders gehad. Toch had ze de Bond en de draken. Dat zou goed moeten maken dat haar enige andere geleiders de Kinsvrouwen waren, velen van hen niet heel erg sterk in de Kracht.

Perijn en zijn leger waren met haar meegekomen. Daartoe behoorden de Vleugelgarde van Mayene, de Geldaanse cavalerie, de Witmantels – ze wist nog steeds niet goed wat ze daarvan vond – en een groep Tweewaterse boogschutters, samen met Tam. Haar leger werd aangevuld met de groep die zich de Wolvengarde noemde. Het bestond voornamelijk uit vluchtelingen die soldaten waren geworden, waarvan slechts een enkeling een opleiding tot soldaat had gevolgd. Kn natuurlijk had ze kapitein Bashere en zijn Legioen van de Draak.

Ze had Basheres strategie voor de slag bij Caemlin goedgekeurd. We zullen de gevechten de bossen in moeten trekken, had hij uitgelegd. De boogschutters zijn dodelijk als ze op de Trolloks vuren zodra die naderen. En als die jongens zich in het bos inderdaad zo gemakkelijk kunnen verplaatsen als ik heb gehoord, zijn ze net zo gevaarlijk als ze eenmaal achteruit zijn gegaan.

De Aiel zouden ook dodelijk zijn in een bos, waar de Trolloks geen mogelijkheid hadden om met hun grote aantallen hun tegenstanders onder de voet te lopen. Bashere zelf reed verderop. Kennelijk had Rhand hem uitdrukkelijk opgedragen een oogje op haar te houden. Alsof Birgitte al niet opsprong elke keer als ze een vinger uitstak.

Rhand kan maar beter blijven leven, want dan zal ik hem eens duidelijk vertellen hoe ik over hem denk, dacht ze terwijl Bashere naderbij kwam, zachtjes overleggend met Birgitte.

Bashere was een man met O-benen en een dikke snor. Hij sprak niet tegen Elayne zoals een man tegen een koningin hoorde te praten... maar de koningin van Saldea was zijn nichtje, dus misschien voelde hij zich gewoon op zijn gemak bij koninklijke lieden.

Hij is de eerste in lijn voor de troon, bracht Elayne zichzelf in herinnering. Een samenwerking met hem zou mogelijkheden bieden om haar banden met Saldea verder aan te halen. De gedachte aan een huwelijk met een van haar kinderen beviel haar nog steeds wel. Ze legde haar hand op haar buik. De kleintjes porden haar nu regelmatig met hun elleboogjes en knietjes. Niemand had haar verteld dat het zo zou lijken op... nou, op indigestie, eigenlijk. Helaas had Melfane tegen alle verwachtingen in toch nog ergens geitenmelk gevonden.

‘Is er nieuws?’ vroeg Elayne toen Birgitte en Bashere aankwamen en Talmanes zijn paard opzij stuurde om ruimte te maken.

‘Verkennersverslagen uit de stad,’ meldde Bashere.

‘Bashere had gelijk,’ zei Birgitte. ‘De Trolloks zijn ingetoomd en de meeste branden zijn geblust. Zeker de helft van de stad staat nog overeind. Veel van die rook die je ziet komt van kookvuren, niet van gebouwen.’

‘Trolloks zijn stom,’ zei Bashere, ‘maar Halfmannen zijn dat niet. De Trolloks zouden met alle plezier de hele stad hebben geplunderd en overal brand hebben gesticht, maar dan zou het gevaar bestaan dat die brand uit de hand zou lopen. Hoe dan ook, we weten niet wat de Schaduw hier wil, maar ze hebben nu in ieder geval de mogelijkheid om de stad nog een tijdje vast te houden, mochten ze dat willen.’

‘Zullen ze dat proberen?’ vroeg Elayne.

‘Dat kan ik echt niet zeggen,’ antwoordde Bashere. ‘We kennen hun doelen niet. Was deze aanval op Caemlin bedoeld om chaos te zaaien en onze legers bang te maken, of was het de bedoeling om een vesting in te nemen en die lange tijd vast te houden als basis om van daaruit onze troepen te bestoken? Tijdens de Trollok-oorlogen namen de Schimmen ook met dat doel steden in.’

Elayne knikte.

‘Majesteit?’ vroeg een stem. Ze draaide zich om en zag een van de mannen uit Tweewater aankomen. Het was een van hun leiders, Tams onderbevelhebber. Dannil, dacht ze, zo heet hij.

‘Majesteit,’ herhaalde Dannil. Hij talmde een beetje, maar sprak toen met enige beschaafdheid. ‘Heer Guldenoog heeft zijn mannen opgesteld in het bos.’

‘Heer Talmanes, hebt u uw draken opgesteld?’

‘Bijna,’ antwoordde Talmanes. ‘Het spijt me, Majesteit, maar ik ben er niet zeker van of de bogen nodig zullen zijn als die wapens eenmaal vuren. Weet u zeker dat u niet wilt beginnen met de draken?’

‘We moeten die Trolloks de strijd in lokken,’ zei Elayne. ‘De plaatsing zoals ik die heb voorgesteld zal het beste werken. Bashere, hoe zit het met mijn strategie voor de stad zelf?’

‘Ik denk dat alles bijna klaar is, maar ik wil het nog even nagaan,’ antwoordde Bashere, die peinzend met zijn knokkels over zijn snor streek. ‘Die vrouwen van u hebben Poorten gemaakt en Mayene heeft ons olie gegeven. Weet u zeker dat u zoiets drastisch wilt doen?’

‘Ja.’

Bashere wachtte op meer antwoord, misschien een verklaring. Toen ze die niet gaf, vertrok hij om de laatste bevelen te geven.

Elayne wendde Maanschaduw en reed langs de rijen soldaten in de voorhoede, dicht bij de bossen. Er was niet veel wat ze nog kon doen in deze laatste ogenblikken terwijl haar bevelvoerders bevelen gaven, maar ze kon wél laten zien dat ze vol vertrouwen rondreed. Waar zij langskwam, hieven de mannen hun pieken hoger en rechtten hun schouders.

Elayne hield haar blik op de smeulende stad gericht. Ze zou niet wegkijken, en ze zou zich niet door woede laten leiden. Ze zou die woede gebruiken.

Bashere keerde korte tijd later terug. ‘Het is gebeurd. De kelders van veel gebouwen die nog overeind staan, zijn gevuld met olie. Talmanes en de anderen staan op hun plek. Als uw zwaardhand terugkeert en zegt dat de Kinsvrouwen klaar zijn om nog meer Poorten te openen, kunnen we beginnen.’

Elayne knikte. Ze haalde haar hand van haar buik toen Bashere ernaar keek. Ze had niet beseft dat ze hem er weer op had gelegd. ‘Wat vindt u ervan dat ik de strijd inga terwijl ik zwanger ben? Is dat een vergissing?’

Hij schudde zijn hoofd. ‘Nee. Het bewijst alleen maar hoe wanhopig onze omstandigheden zijn. Het zal de soldaten aan het denken zetten. Ze van de ernst hiervan doordringen. Bovendien...’

‘Wat?’

Bashere haalde zijn schouders op. ‘Hopelijk zal het ze eraan herinneren dat niet alles op deze wereld stervende is.’

Elayne draaide zich weer om en keek naar de stad in de verte. Boeren brandden in de lente hun akkers af om ze voor te bereiden op nieuw leven. Misschien was dat ook wat Andor nu doorstond.

‘Zeg eens,’ zei Bashere. ‘Gaat u de mannen nog vertellen dat u het kind van de heer Draak draagt?’

Kinderen, verbeterde Elayne hem in gedachten. ‘U neemt aan iets te weten wat al dan niet waar is, heer Bashere.’

‘Ik heb een vrouw en dochter. Ik herken de blik in uw ogen wanneer u de heer Draak ziet. Geen enkele zwangere vrouw raakt haar buik met zoveel eerbied aan als ze kijkt naar een man die niet de vader is.’

Elaynes lippen werden een dunne streep.

‘Waarom verbergt u het?’ vroeg Bashere. ‘Ik heb gehoord wat sommige mannen denken. Ze hebben het over een andere man, een Duistervriend genaamd Mellar, ooit kapitein van uw gardevrouwen. Ik zie in dat die geruchten onwaar zijn, maar anderen zijn minder verstandig. U zou die roddels de nek kunnen omdraaien als u dat wilde.’

‘Rhands kinderen zullen doelwitten zijn,’ legde ze uit.

‘Ach...’ antwoordde hij. Hij wreef weer even over zijn snor.

‘Als u het niet eens bent met mijn beweegredenen, Bashere, zeg het dan. Ik hou niet van slaafsheid.’

‘Ik ben niet slaafs, vrouw,’ zei hij puffend. ‘Maar toch denk ik niet dat uw kind een nog groter doelwit kan worden dan het al is. U bent opperbevelhebber van de legers van het Licht! Ik denk dat uw mannen het verdienen om te weten waar ze voor vechten.’

‘Het gaat u niet aan,’ zei Elayne, ‘en hen ook niet.’

Bashere trok één wenkbrauw naar haar op. ‘De erfgenaam van het rijk,’ zei hij vlak, ‘gaat zijn onderdanen niet aan?’

‘Volgens mij gaat u te ver, generaal.’

‘Misschien wel,’ zei hij. ‘Misschien heeft alle tijd die ik met de Draak heb doorgebracht mijn kijk veranderd. Die man... je kon nooit zien wat hij dacht. De helft van de tijd wilde hij horen wat ik dacht, zo onomwonden mogelijk. De andere helft van de tijd leek het wel alsof hij me in tweeën wilde breken alleen als ik zei dat de lucht er een beetje donker uitzag.’ Bashere schudde zijn hoofd. ‘Denk er gewoon eens over na, Majesteit. U doet me denken aan mijn dochter. Zij zou iets gelijksoortigs hebben kunnen doen, en dit is de raad die ik haar zou geven. Uw mannen zullen moediger strijden als ze weten dat u de erfgenaam van de Herrezen Draak draagt.’