Выбрать главу

Lan bleef staan en keek de oude generaal aan. ‘Pas op, Agelmar. Ik zou bijna denken dat je me voor zelfzuchtig uitmaakt.’

‘Dat doe ik ook, Lan,’ zei Agelmar. ‘En dat ben je ook.’

Lan vertrok geen spier.

‘Je bent hierheen gekomen om je leven te vergooien voor Malkier. Dat op zich is nobel. Maar nu de Laatste Slag ophanden is, is het ook dom. We hebben je nodig. Er kunnen mannen sterven vanwege jouw koppigheid.’

‘Ik heb ze niet gevraagd om me te volgen. Licht! Ik heb juist al het mogelijke gedaan om ze tegen te houden.’

‘De plicht is zwaarder dan een berg, Dai Shan.’

Nu kromp Lan ineen. Hoe lang was het geleden dat iemand hem zo had kunnen raken met niets meer dan woorden? Hij herinnerde zich nog dat hij datzelfde concept had uitgelegd aan een jongeling uit Tweewater. Een schaapherder die nog argeloos in het leven stond, angstig voor het lot dat het Patroon voor hem had bepaald.

‘Sommige mannen,’ zei Agelmar, ‘zijn voorbestemd om te sterven, en ze vrezen het. Anderen zijn voorbestemd om te leven, en te leiden, en ze vinden het een last. Als je hier wilt blijven strijden totdat de laatste man valt, dan kan dat. Je mannen zouden sterven met liederen over de roem van het gevecht op hun lippen. Of je kunt doen wat wij allebei moeten doen. Terugtrekken als we daartoe gedwongen worden, ons aanpassen, de Schaduw blijven afremmen en hinderen zolang we kunnen. Totdat de andere legers ons te hulp kunnen komen.

We hebben een uitzonderlijk beweeglijk leger. Alle legers hebben je hun beste cavalerie gestuurd. Ik heb negenduizend man lichte Saldeaanse cavalerie, die heel nauwgezet zeer ingewikkelde bewegingen kunnen uitvoeren. We kunnen de Schaduw hier pijn doen, maar hun aantallen zijn te groot. Groter dan ik had verwacht. We zullen ze nog meer pijn doen terwijl we ons terugtrekken. Met elke stap die wij achteruitzetten, zullen we zorgen dat we ze pijn doen. Ja, Lan. Je hebt mij tot generaal van het slagveld benoemd, en dat is mijn raad aan je. Het zal niet vandaag gebeuren, misschien pas over een week, maar we zullen achteruit moeten gaan.’

Lan liep zwijgend door. Voordat hij een antwoord kon verzinnen, zag hij een blauw licht opflitsen in de lucht. Het noodsignaal uit de Kloof. De eenheden die net het slagveld op waren gekomen, hadden hulp nodig.

Ik zal erover nadenken, dacht Lan. Hij zette zijn vermoeidheid van zich af en rende naar de piketlijnen waar de verzorger Mandarb naartoe had gebracht.

Hij hoefde niet mee te rijden in deze uitval, want hij had er net een achter de rug. Toch besloot hij te gaan, en hij riep al naar Bulen dat hij een paard moest pakken voordat het tot hem doordrong. Licht, Lan was gewend geraakt aan de hulp van die man.

Agelmar heeft gelijk, dacht Lan terwijl de verzorgers zich haastten om Mandarb te zadelen. De hengst was schichtig omdat hij Lans stemming aanvoelde. Ze zullen me volgen. Net zoals Bulen. Als ik ze hun dood tegemoet leid in naam van een gevallen koninkrijk... mezelf naar diezelfde dood leid... waarin verschilt dat van Tenobia’s houding?

Niet lang daarna galoppeerde hij terug naar de verdedigingslinies en zag dat de Trolloks daar bijna doorbraken. Hij sloot zich aan bij de gevechten, en voor vannacht hielden ze stand. Uiteindelijk zou dat niet meer lukken. En dan?

Dan... dan zou hij Malkier weer in de steek laten, en doen wat er gebeuren moest.

Egwenes leger had zich verzameld op het zuidelijke deel van de Akker van Merrilor. Ze zouden naar Kandor Reizen zodra Elaynes leger naar Caemlin was gestuurd. Rhands legers waren Thakan’dar nog niet binnengegaan, maar hadden zich verzameld op terreinen aan de noordkant van de Akker, waar ze eenvoudiger bevoorraad konden worden. Rhand beweerde dat de tijd nog niet helemaal rijp was voor zijn aanval. Hopelijk boekte hij vooruitgang met de Seanchanen.

Licht, het verplaatsen van zoveel mensen was een gigantische kopzorg. Aes Sedai maakten Poorten in een heel lange rij, als deuropeningen langs de wand van een grote banketzaal. Soldaten stelden zich op in rijen en wachtten op hun beurt om erdoor te gaan. Veel van de sterkste geleiders waren niet betrokken bij deze taak. Zij zouden straks moeten geleiden in de strijd, en met het maken van Poorten zouden ze hun krachten uitputten voordat het belangrijkste werk moest beginnen.

De soldaten maakten ruimte voor de Amyrlin, natuurlijk. Met de voorhoede op zijn plek en een kamp opgesteld aan de overkant, werd het tijd dat ze overstak. Ze had de ochtend besteed aan vergaderen met de Zaal om de bevoorradingsverslagen en terreinbeoordelingen door te nemen. Ze was blij dat ze de Zaal een grotere rol in de oorlog had toebedeeld. De Gezetenen bezaten gezamenlijk veel wijsheid, aangezien velen van hen al meer dan honderd jaar leefden.

‘Ik hou er niet van om zo lang te moeten wachten,’ mopperde Gawein, die naast haar reed.

Ze keek hem aan.

‘Ik vertrouw op generaal Brins inschatting van het slagveld, en de Zaal ook,’ zei Egwene. Ze reden langs de Illiaanse Gezellen, met op de glanzende borstplaat van elke man de Negen Bijen van Illian. Ze groetten haar, hun gezichten verborgen onder hun kegelvormige helmen met tralies voor het gelaat.

Egwene wist niet zeker of ze het wel prettig vond om hen bij haar leger te hebben. Ze zouden vast trouwer zijn aan Rhand dan aan haar, maar Brin had erop gestaan. Hij zei dat haar leger, hoe groot het ook was, nog een elitegroep als de Gezellen miste.

‘Ik vind nog steeds dat we eerder hadden moeten vertrekken,’ zei Gawein terwijl ze door de Poort naar de grens van Kandor reden.

‘Het heeft maar een paar dagen geduurd.’

‘Een paar dagen waarin Kandor brandde.’ Ze voelde zijn frustratie. Ze voelde ook dat hij van haar hield, ontzettend veel. Hij was nu haar echtgenoot. Het huwelijk was de vorige avond door Silviana bezegeld in een eenvoudige plechtigheid. Egwene vond het nog steeds een vreemde gedachte dat ze haar eigen huwelijk had goedgekeurd. Als je zelf het hoogste gezag was, wat moest je dan? Ze hadden een boodschap gestuurd naar Gaweins moeder en Egwenes ouders, die er allemaal bij waren geweest.

Terwijl ze het kamp aan de Kandoraanse grens in reden, zagen ze Brin, die beknopte bevelen aan de verkenningsgroepen gaf. Toen hij bij Egwene aankwam, stapte hij van zijn paard, maakte een diepe buiging en kuste haar ring. Toen steeg hij weer op en reed verder. Hij was erg eerbiedig, als je bedacht dat hem zo ongeveer de arm op de rug was gedraaid om dit leger aan te voeren. Natuurlijk had hij zijn eisen gesteld en was daaraan tegemoetgekomen, dus misschien had hij hun evengoed een arm op de rug gedraaid. Het leiden van de legers van de Witte Toren was een kans voor hem geweest. Geen enkele man werd graag op een zijspoor gezet. En de grote kapitein had daar om te beginnen al nooit thuisgehoord.

Egwene zag dat Siuan aan Brins zijde reed en glimlachte tevreden. Hij is nu stevig aan ons gebonden.

Ze richtte haar blik op de heuvels langs de zuidoostelijke grens van Kandor. Hoewel ze niet groen waren – maar dat was het bijna nergens ter wereld meer – gaf de vredige sereniteit daar geen enkele aanleiding te denken dat het land erachter in brand stond. De hoofdstad Chachin was nu weinig meer dan puin. Voordat koningin Ethenielle zich had teruggetrokken om zich samen met de andere Grenslanders bij het gevecht aan te sluiten, had ze de leiding over de reddingsoperaties overgedragen aan Egwene en de Zaal. Ze hadden gedaan wat ze konden, hadden verkenners door Poorten naar grote wegen gestuurd op zoek naar vluchtelingen en die vervolgens in veiligheid gebracht. Voor zover het nog ergens veilig te noemen was.

Het grootste Trollok-leger had de brandende steden verlaten en bewoog zich nu zuidoostwaarts naar de heuvels en de rivier die de grens vormde tussen Kandor en Arafel...

Silviana kwam aan Egwenes andere zijde rijden en wierp Gawein alleen een vluchtige blik toe – die twee moesten echt ophouden met dat gekissebis, want het werd vermoeiend – voordat ze Egwenes ring kuste. ‘Moeder.’

‘Silviana.’

‘We hebben nieuws ontvangen van Elayne Sedai.’

Egwene stond zichzelf een glimlachje toe. Allebei, onafhankelijk van elkaar, waren ze naar Elayne gaan verwijzen volgens haar rang in de Witte Toren in plaats van haar burgerrang. ‘En?’