Выбрать главу

Het stak hem altijd hoe slagveldkaarten vol aantekeningen over troepenindelingen en plaatsingen het leven van mannen reduceerden tot krabbels op papier. Getallen en statistieken. O, hij gaf toe dat de helderheid ervan – de afstandelijkheid – van groot belang was voor een bevelhebber. Toch vond hij het iets vreselijks.

Hier voor hem was een vlam die leefde, maar hier waren ook mannen dood. Nu hij de oorlog niet zelf kon aanvoeren, hoopte hij te kunnen wegblijven van kaarten zoals deze. Hij wist dat hij bij het zien van die voorbereidingen zou rouwen om de soldaten die hij niet kon redden.

Hij voelde een plotselinge kilte en de haartjes op zijn armen gingen rechtop staan in een huivering die het midden hield tussen opwinding en afgrijzen. Er was een vrouw aan het geleiden.

Rhand keek op en zag Elayne verstijfd bij de ingang van de tent staan. ‘Licht!’ riep ze uit. ‘Rhand! Wat doe je hier? Wil je soms dat ik me doodschrik?’

Hij draaide zich om, legde zijn vingers op de kaarten en bekeek haar. Daar was leven. Een blos op de wangen, goudblond haar met iets van honinggeel en rood erin, ogen die brandden als een kampvuur. Haar scharlakenrode gewaad onthulde de lichte bolling van de kinderen die ze droeg. Licht, wat was ze mooi.

‘Rhand Altor?’ vroeg Elayne. ‘Ga je nog iets zeggen, of blijf je me alleen maar aangapen?’

‘Als ik jou niet mag aangapen, wie dan wel?’ vroeg Rhand.

‘Sta niet zo naar me te grijnzen, boerenknul,’ zei ze. ‘Mijn tent binnensluipen? Werkelijk. Wat zouden de mensen zeggen?’

‘Ze zouden zeggen dat ik je wilde zien. Bovendien ben ik niet naar binnen geslopen. De wachters hebben me binnengelaten.’

Ze sloeg haar armen over elkaar. ‘Dat hebben ze me niet verteld.’

‘Ik had ze gevraagd hun mond te houden.’

‘Dan ben je wat mij betreft wel naar binnen geslopen.’ Elayne stapte langs hem heen. Ze rook heerlijk. ‘Alsof Aviendha al niet genoeg was...’

‘Ik wilde niet dat de gewone soldaten me zagen,’ zei Rhand. ‘Ik was bang dat het onrust zou veroorzaken in je kamp. Daarom heb ik de wachters gevraagd om niet te zeggen dat ik er was.’ Hij stapte naar haar toe en legde zijn hand op haar schouder. ‘Ik moest je nog een keer zien, voordat...’

‘Je hebt me in Merrilor gezien.’

‘Elayne...’

‘Het spijt me,’ zei ze, en ze draaide zich weer naar hem om. ‘Ik bén blij om je te zien, en ik bén blij dat je gekomen bent. Ik probeer alleen te bevatten hoe jij in dit alles past. Hoe wij in dit alles passen.’

‘Ik weet het niet,’ zei Rhand. ‘Daar ben ik nooit achter gekomen. Het spijt me.’

Ze zuchtte en ging in de stoel bij haar schrijftafel zitten. ‘Misschien is het wel goed om te ontdekken dat er dingen zijn die je niet met een eenvoudig handgebaar kunt oplossen.’

‘Er is heel veel wat ik niet kan oplossen, Elayne.’ Hij keek naar de schrijftafel en de kaarten. ‘Zoveel.’

Daar moet je niet aan denken.

Hij knielde voor haar neer, en ze trok één wenkbrauw op, totdat hij ietwat aarzelend zijn hand op haar buik legde. ‘Ik wist het niet,’ zei hij. ‘Pas sinds kort, de avond voor de bijeenkomst. Een tweeling, zeggen ze?’

‘Ja.’

‘Dus Tam wordt grootvader,’ zei Rhand. ‘En ik word...’

Hoe moest een man op zulk nieuws reageren? Moest het hem onthutsen, op de kop zetten? Rhand had in zijn leven al veel verrassingen gekregen. Het leek wel alsof hij geen twee stappen meer kon verzetten zonder dat de hele wereld om hem heen veranderde.

Maar dit... dit was geen verrassing. Hij merkte dat hij diep vanbinnen had gehoopt dat hij op een dag vader zou worden. Dat was gebeurd. Het gaf hem een warm gevoel. Eén ding ging goed in de wereld, ook al gingen zoveel andere mis.

Kinderen. Zijn kinderen. Hij sloot zijn ogen, ademde diep in en genoot van de gedachte.

Hij zou ze nooit kennen. Hij zou ze vaderloos achterlaten voordat ze zelfs maar waren geboren. Maar Janduin had hem ook vaderloos achtergelaten, en met Rhand was het ook goed gekomen. Een paar ruwe kantjes alleen, zo hier en daar.

‘Hoe noem je ze?’ vroeg Rhand.

‘Als er een jongetje bij is, denk ik dat ik hem Rhand noem.’

Rhand sloot zijn ogen en hield zich heel stil, met zijn hand op haar buik. Voelde hij daar beweging? Een schoppend voetje?

‘Nee,’ zei Rhand zacht. ‘Vernoem alsjeblieft geen van beide kinderen naar me, Elayne. Laat ze hun eigen leven leiden. Mijn schaduw is zo al lang genoeg.’

‘Wat je wilt.’

Hij keek haar in de ogen en zag dat ze vol genegenheid naar hem lachte. Ze legde haar zachte hand tegen zijn wang. ‘Je wordt een uitstekende vader.’

‘Elayne...’

‘Nee, geen woord,’ zei ze, en ze hief haar vinger. ‘Geen geklets over de dood, over je plicht.’

‘We kunnen niet negeren wat er gaat gebeuren.’

‘Maar we hoeven er ook niet steeds bij stil te staan,’ wierp ze tegen. ‘Ik heb je zoveel geleerd over hoe je een vorst moet zijn, Rhand. Ik schijn één lesje te zijn vergeten. Je mag best rekening houden met de slechtste uitkomst, maar je moet er niet in zwelgen. Je moet je er niet op blind staren. Een koning moet boven alles hoop houden.’

‘Ik héb ook hoop,’ zei Rhand. ‘Ik heb hoop voor de wereld, voor jou, voor iedereen die moet vechten. Dat verandert niets aan het feit dat ik mijn eigen dood heb aanvaard.’

‘Genoeg,’ zei ze. ‘Ik wil het hier niet meer over hebben. Vanavond wil ik rustig eten samen met de man van wie ik hou.’

Rhand zuchtte, maar hij stond op en ging in de stoel naast haar zitten terwijl zij de wachters bij de tentflap vroeg hun maaltijd binnen te brengen.

‘Kunnen we het dan in ieder geval over tactieken hebben?’ vroeg Rhand. ‘Ik ben echt onder de indruk van wat je hier hebt gedaan. Ik denk niet dat ik het zelf beter had gekund.’

‘De grote kapiteins hebben het meeste gedaan.’

‘Ik heb je aantekeningen gezien,’ zei Rhand. ‘Bashere en de anderen zijn geweldige generaals, maar zij denken alleen aan hun eigen veldslagen. Iemand moet hen coördineren, en dat doe je uitstekend. Je hebt hier aanleg voor.’

‘Nee,’ zei Elayne. ‘Wat ik wél heb is een leven lang ervaring als de Erfdochter van Andor die werd klaargestoomd voor potentiële oorlogen. Bedank generaal Brin en mijn moeder maar voor wat je in me ziet. Heb je nog iets in mijn aantekeningen gezien wat je zou veranderen?’

‘Er liggen vijftig roeden tussen Caemlin en het Breemwoud, waar je een hinderlaag wilt leggen voor de Schaduw,’ merkte Rhand op. ‘Dat is gevaarlijk. Stel dat je troepen worden ingehaald voordat ze het Woud bereiken?’

‘Alles hangt ervan af dat ze de Trolloks vóór blijven naar het Woud. Onze aanvalstroepen zullen de sterkste, snelste paarden gebruiken die we hebben. Het zal een slopende wedren worden, dat staat vast, en de paarden zullen halfdood zijn tegen de tijd dat ze het Woud bereiken. Maar we hopen dat de Trolloks dan ook behoorlijk uitgeput zijn. Dat zou ons werk gemakkelijker moeten maken.’

Ze spraken verder over tactieken en de avond werd nacht. Bedienden kwamen aan met het avondmaal, een dikke soep en everzwijn. Rhand had zijn aanwezigheid in het kamp stil willen houden, maar er was niets meer aan te doen nu de bedienden het wisten.

Hij ging rustig zitten voor zijn maaltijd en liet zich meevoeren in het gesprek met Elayne. Welk slagveld liep het meeste gevaar? Welke van de grote kapiteins kon ze het beste als leidraad gebruiken als ze het met elkaar oneens waren, wat vaak gebeurde? Hoe zou dit allemaal werken met Rhands leger, dat nog steeds wachtte op de juiste tijd om naar Shayol Ghul te trekken?

Het gesprek deed Rhand denken aan hun tijd in Tyr, toen ze tussen politieke lessen door kussen van elkaar stalen in de Steen. In die tijd was hij verliefd op haar geworden. Echte liefde, niet de bewondering van een jongen die van een muur viel omdat hij een prinses zag. Destijds had hij niet meer van liefde begrepen dan een boerenjongen met een zwaard iets van oorlog begreep.

Hun liefde kwam voort uit de dingen die ze deelden. Met Elayne kon hij praten over politiek en de last van het regeren. Zij begreep het. Ze begreep het echt, meer dan ieder ander die hij kende. Ze wist hoe het was om beslissingen te nemen die de levens van duizenden mensen veranderden. Ze begreep hoe het was om eigendom te zijn van het volk van een natie. Rhand vond het opmerkelijk dat hun band nog steeds standhield, hoewel ze vaak van elkaar gescheiden waren geweest. In feite leek die band alleen maar sterker geworden nu Elayne koningin was, nu ze samen kinderen hadden verwekt.