Выбрать главу

Kom op... dacht Elayne.

De Trolloks rukten op en baanden zich een weg naar de boogschutters toe. Een grote groep Trolloks maakte zich los van de voorhoede en boog af naar het oosten. De weg langs het Breemwoud was die kant op, en het was logisch dat de Trolloks die in handen wilden krijgen om vervolgens daarlangs Elaynes troepen te omsingelen. Of dat dachten de Schimmen althans.

‘Terug het Woud in!’ beval Elayne, zwaaiend met haar zwaard. ‘Opschieten!’

De kruisboogschutters schoten elk nog een schicht af en smolten toen weg. Ze renden het bos in en baanden zich een weg door het kreupelhout. De Tweewaterse mannen sprongen op de grond en slopen behoedzaam tussen de bomen door. Elayne draaide zich om en draafde rustig het bos in. Een stukje verderop kwam ze aan bij een banier van Alliandres Geldaners die met pieken en hellebaarden in rijen opgesteld stonden.

‘Zorg dat je achteruitgaat,’ riep Elayne hun toe. ‘We willen ze verder naar binnen lokken!’ Dieper het bos in, waar de siswai’aman ze opwachten.

De soldaten knikten. Elayne kwam langs Alliandre zelf, die te paard zat met een kleine wacht om haar heen. De donkerharige koningin maakte vanuit het zadel een buiging naar Elayne. Haar mannen hadden liever gezien dat hun koningin Berelain ging helpen in het ziekenhuis van Mayene, maar Alliandre had dat geweigerd. Misschien was haar beslissing mede ingegeven doordat ze had gezien dat Elayne haar troepen zelf aanvoerde.

Elayne liet hen achter toen de eerste Trolloks grommend en schreeuwend het Woud bereikten. Ze zouden het lastig krijgen, vechtend in het bos. De mensen konden de dekking van de bomen veel effectiever toepassen. Ze konden de reusachtige Trolloks die door de bossen kwamen denderen in een hinderlaag laten lopen, ze van achteren beschieten en de pezen doorsnijden. Vliegende troepen boogschutters en kruisboogschutters konden vanuit dekking schieten. Als ze het goed aanpakten, zouden de Trolloks niet eens in de gaten hebben van welke kant de pijlen kwamen.

Terwijl Elayne haar koninginnegarde naar de weg leidde, hoorde ze in de verte ontploffingen en geschreeuw van Trolloks. De mannen bij de katapult smeten Aludra’s brulstaven tussen de bomen door naar de Trolloks toe. Lichtflitsen weerkaatsten tegen donkere boomstammen.

Elayne bereikte de weg net op tijd om de Trolloks, geleid door enkele Myrddraal in pikzwarte mantels, te zien aankomen. Ze zouden Elaynes legertje snel kunnen flankeren, maar de Bond van de Rode Hand had de draken al op de weg opgesteld. Talmanes stond met zijn handen op zijn rug boven op een stapel kisten en keek uit over zijn leger. De banier van de Rode Hand wapperde achter hem, een bloederige handpalm op een witte achtergrond met rode franje. Aludra schreeuwde metingen, richtingen en af en toe een vloek tegen drakenbedieners die fouten maakten of te langzaam werkten.

De draken stonden voor Talmanes opgesteld, honderd stuks, in vier rijen over de brede weg en zelfs op de akker erlangs. Elayne was nog te ver weg om hem het bevel tot vuren te horen geven. Dat was misschien maar goed ook, want de donder die volgde deed haar tanden rammelen alsof de Drakenberg zelf had besloten uit te barsten.

Maanschaduw bokte hinnikend, en het kostte Elayne moeite om in het zadel te blijven. Ze stopte de oren van het paard dicht met een weving van Lucht toen de drakenbedieners hun wapens opzij rolden en de tweede rij het vuur lieten openen.

Elayne stopte haar eigen oren ook dicht terwijl ze Maanschaduw kalmeerde. Birgitte bleef vechten met haar eigen doodsbange rijdier, dat uiteindelijk wegsprong, maar Elayne schonk er weinig aandacht aan. Ze tuurde door de rook die de hele weg aan het oog onttrok. De derde rij draken rolde naar voren.

Hoewel haar oren dichtgestopt zaten, vóélde ze de beving van de grond en het schudden van de bomen. De vierde ronde volgde, en ze voelde de trillingen in haar botten. Elayne ademde een paar keer in en uit om haar hart te laten bedaren en wachtte tot de rook optrok.

Eerst zag ze Talmanes, met een rechte rug. De eerste rij draken was weer op de weg gerold en bijgeladen. Bij de andere drie rijen waren de mannen gehaast bezig nieuw poeder en de grote metalen bollen erin te stoppen.

Een sterke bries vanuit het westen verdreef de rook voldoende om iets te kunnen zien... Elayne slaakte een kreet.

Duizenden Trolloks lagen in smeulende brokken op de weg, en vele waren er zelfs helemaal af geblazen. Armen, benen, plukken ruig haar, stukken vlees lagen verspreid tussen kuilen van zeker twee passen breed. Waar ooit vele duizenden Trolloks waren, bleven nu alleen nog zwart bloed, gebroken botten en rook over. Veel boomstammen waren versplinterd. Van de Myrddraal die voorop hadden gelopen, was helemaal niets meer te zien.

De drakenbedieners lieten hun aanmaakstokken zakken en vuurden hun nieuwe projectielen niet af. Een paar overlevende Trolloks achteraan strompelden het bos weer in.

Elayne keek grijnzend naar Birgitte. De zwaardhand keek met ernstige ogen naar de Gardevrouwen die achter haar paard aan renden om het te vangen.

‘Nou?’ vroeg Elayne, die haar oren weer ontstopte.

‘Ik geloof...’ zei Birgitte. ‘Die dingen zijn rommelig. En onnauwkeurig. En verrekte handig.’

‘Ja,’ zei Elayne trots.

Birgitte schudde haar hoofd. Haar paard werd bij haar teruggebracht en ze steeg weer op. ‘Ik dacht altijd dat een man en zijn boog het gevaarlijkste samenspel waren dat dit land ooit zou kennen, Elayne. Nu – alsof het nog niet erg genoeg is dat mannen openlijk geleiden en de Seanchanen geleiders inzetten voor de strijd – hebben we die dingen. Het bevalt me niet, welke kant dit opgaat. Als elke jongen met een ijzeren buis een heel leger kan vernietigen...’

‘Snap je het niet?’ vroeg Elayne. ‘Er komt geen oorlog meer. Wij winnen dit, en dan kómt er vrede, zoals Rhand het wil. Niemand behalve de Trolloks zal nog ten strijde trekken als hij weet dat hij met zulke wapens te maken krijgt!’

‘Misschien,’ zei Birgitte. Ze schudde haar hoofd. ‘Misschien heb ik wel minder vertrouwen in de wijsheid van mensen dan jij.’ Elayne snoof en hief haar zwaard naar Talmanes, die het zijne trok en naar haar opstak. De eerste stap in het vernietigen van dit Trollok-leger was gezet.

11

Gewoon een huurling

‘Ik besef dat er in het verleden... meningsverschillen tussen ons I zijn geweest,’ zei Adelorna Bastine, die met Egwene door het kamp reed. Adelorna was een slanke, vorstelijk ogende vrouw, en haar schuinstaande ogen en donkere haar verwezen naar haar Saldeaanse afkomst, ik zou niet willen dat u ons als vijanden ziet.’

‘Dat heb ik nooit gedaan,’ antwoordde Egwene behoedzaam, ‘en dat doe ik nu ook niet.’ Ze vroeg niet wat Adelorna bedoelde met ‘ons’. Ze was een Groene, en Egwene vermoedde al een tijdje dat Adelorna de Kapitein-generaal was, de naam die de Groenen het hoofd van hun Ajah gaven.

‘Dat is goed,’ zei Adelorna. ‘Sommige vrouwen in de Ajah hebben dwaas gehandeld. Ze zijn... op hun fouten gewezen. U zult geen verder verzet krijgen van degenen die het meest van u hadden moeten houden, Moeder. Wat er ook gebeurd is, laat het begraven zijn.’

‘Laat het begraven zijn,’ beaamde Egwene vermaakt. Nú, dacht ze. Na wat er allemaal is gebeurd, proberen de Groenen me nú op te eisen?

Nou, ze zou hen gebruiken. Ze was bang geweest dat haar betrekkingen met hen niet meer te redden waren. Toen ze Silviana als Hoedster had gekozen, had dat velen doen besluiten haar te behandelen als een vijand. Egwene had geruchten gehoord dat veel vrouwen hadden verwacht dat ze de Rode Ajah zou kiezen, ondanks het feit dat ze niet alleen een zwaardhand had, maar ook nog met hem getrouwd was.

‘Mag ik iets vragen?’ begon Egwene. ‘Is er iets specifieks gebeurd dat deze... overbrugging van onze verschillen heeft veroorzaakt?’

‘Sommigen sluiten bewust de ogen voor wat u hebt gedaan tijdens de Seanchaanse invasie, Moeder,’ zei Adelorna. ‘U hebt bewezen de geest van een strijder te hebben. Van een generaal. Dat is iets wat de Groene Ajah niet mag negeren. Sterker, we moeten het omhelzen als voorbeeld. Zo is besloten, en zo hebben de leiders van de Ajah gesproken.’ Adelorna keek Egwene in de ogen en boog haar hoofd.