Выбрать главу

De strekking was duidelijk. Adelorna was de leidster van de Groene Ajah. Het zou niet gepast zijn om dat rechtstreeks te zeggen, maar het was een teken van vertrouwen en eerbied dat ze Egwene dit liet weten.

Als je echt vanuit onze Ajah was verheven, zei ze ermee, zou je hebben geweten wie onze leidster was. Je zou onze geheimen hebben gekend. Ik geef ze aan je. Het gebaar toonde ook iets van dankbaarheid. Egwene had Adelorna’s leven gered toen de Seanchanen de Witte Toren aanvielen.

De Amyrlin behoorde tot geen enkele Ajah. Voor Egwene gold dit nog meer dan voor elk van haar voorgangsters, want zij had nooit tot een Ajah behoord. Toch was het een ontroerend gebaar. Ze legde dankbaar haar hand op Adelorna’s arm en gaf haar vervolgens toestemming om te gaan.

Gawein, Silviana en Leilwin reden een stukje verderop, waar Egwene hen heen had gestuurd toen Adelorna vroeg om een gesprekje onder vier ogen. Die Seanchaanse... Egwene wist niet zeker of ze haar dichtbij moest houden om een oogje op haar te houden, of haar ver, ver weg moest sturen.

Wat Leilwin haar over de Seanchanen had verteld was nuttig geweest. Voor zover ze kon bepalen, had Leilwin haar de volledige waarheid verteld. Voorlopig hield Egwene haar dicht bij zich, al was het maar omdat haar nog regelmatig nieuwe vragen over de Seanchanen te binnen schoten. Leilwin gedroeg zich meer als een lijfwacht dan als een gevangene – alsof Egwene haar veiligheid zou toevertrouwen aan een Seanchaanse. Ze schudde haar hoofd en reed tussen de tenten en kampvuren van het leger door. De meeste tenten waren leeg, aangezien Brin de mannen in gelederen had opgesteld. Hij verwachtte dat de Trolloks binnen het uur zouden komen.

Egwene trof Brin in een tent bijna in het midden van het kamp, waar hij rustig bezig was met het bestuderen van zijn kaarten en papieren. Yukiri was er ook. Egwene steeg af en stapte naar binnen.

Brin keek scherp op. ‘Moeder!’ riep hij uit, waarop ze verstijfde.

Ze keek omlaag. Er zat een gat in de vloer van de tent, en ze was er bijna in gestapt.

Het was een Póórt. Aan de andere kant zag ze lucht en keek ze van bovenaf op het Trollok-leger dat de heuvels overstak. In de afgelopen week waren er vele schermutselingen geweest. Egwenes boogschutters en ruiters hadden Trolloks afgeslacht die in groten getale naar de heuvels en de grens met Arafel op weg waren.

Egwene tuurde door de Poort in de grond. Hij hing heel hoog, ver buiten het bereik van bogen, maar ze werd duizelig toen ze erdoor omlaag keek.

ik weet niet of dit nou heel erg slim is,’ zei ze tegen Brin, ‘of ontzettend dom.’

Brin glimlachte en keek weer naar zijn kaarten. ‘Oorlogen win je dankzij inlichtingen, Moeder. Als ik kan zien wat ze doen – waar ze proberen ons te omsingelen en hoe ze versterkingen aanvoeren – kan ik me voorbereiden. Dit is beter dan een uitkijktoren. Ik had het veel eerder moeten bedenken.’

‘De Schaduw heeft Gruwheren die kunnen geleiden, generaal,’ waarschuwde Egwene. ‘Ze kunnen u tot as verbranden als ze u door die Poort zien kijken. En dan heb ik het nog niet eens over Draghkar gehad. Als een zwerm van die wezens erdoorheen zou proberen te vliegen...’

‘Draghkar zijn Schaduwgebroed,’ zei Brin. ik heb gehoord dat ze sterven als ze door een Poort gaan.’

‘Ja, dat is zo,’ gaf Egwene toe, ‘maar dan hebt u hier een zwerm dode Draghkar. En geleiders kunnen er nog steeds door aanvallen.’ ‘Die gok neem ik. Het voordeel dat dit biedt is onvoorstelbaar.’ ik heb toch liever dat u verkenners door de Poort laat kijken,’ zei Egwene, ‘in plaats van dat met eigen ogen te doen. U bent belangrijk. Een van onze belangrijkste middelen. Gevaren zijn onvermijdelijk, maar probeer ze alstublieft zo veel mogelijk te beperken.’

‘Ja, Moeder,’ beloofde hij.

Ze bekeek de wevingen even en keek Yukiri aan. ik heb het zelf aangeboden, Moeder,’ zei Yukiri voordat Egwene kon vragen waarom een Gezetene was opgetrommeld voor zoiets eenvoudigs als een Poort. ‘Hij vroeg ons of het vormen van een Poort als deze – horizontaal, in plaats van verticaal – mogelijk was. Het leek me een mooie uitdaging.’

Egwene was niet verbaasd dat hij naar de Grijzen was gegaan. Onder hen bestond in toenemende mate een bijzondere belangstelling voor Reiswevingen, zoals de Gelen zich vooral toelegden op Helende wevingen en de Groenen op strijdwevingen. De Grijzen leken het Reizen te zien als een onderdeel van hun roeping als tussenpersonen en afgevaardigden.

‘Kun je me onze eigen troepen laten zien?’ vroeg Egwene.

‘Zeker, Moeder,’ antwoordde Yukiri, die haar Poort sloot. Ze opende een andere, waardoor Egwene omlaag keek op de gelederen van haar leger, dat zich defensief opstelde in de heuvels.

Dit was inderdaad beter dan kaarten. Geen enkele kaart kon de indeling van een landschap geheel overbrengen, of hoe de troepen zich bewogen. Egwene had het gevoel dat ze op een nauwkeurige mi-niatuurversie van het landschap neerkeek.

Ineens werd ze duizelig. Ze stond op het randje van een diepte van honderden voet. Haar hoofd tolde, en ze stapte achteruit en haalde diep adem.

‘Je zou er een touw omheen moeten hangen,’ zei Egwene. iemand zou er zo in kunnen stappen.’ Of vooroverduikelen als ze erin staat te staren...

Brin gromde, ik heb Siuan al op pad gestuurd om iets te halen.’ Hij aarzelde. ‘Maar dat vond ze geloof ik niet zo leuk, dus misschien komt ze terug met iets volkomen nutteloos.’

‘Ik heb eens nagedacht,’ zei Yukiri. ‘Zouden we zo’n Poort niet een beetje anders kunnen maken, zodat hij alleen licht doorlaat? Als een raam? Dan zou je erop kunnen staan en naar beneden kunnen kijken zonder angst dat je erdoor valt. Met de juiste wevingen zou je hem misschien zelfs onzichtbaar kunnen maken vanaf de andere kant...’

Erop staan? Licht. Dan moet je wel gek zijn.

‘Heer Brin,’ zei Egwene, ‘uw gelederen zien er erg degelijk uit.’

‘Dank u, Moeder.’

‘Maar ik zie een gebrek.’

Brin keek op. Een andere man zou zich misschien aangevallen voelen, maar hij niet. Misschien kwam het doordat hij zoveel ervaring had met Morgase. ‘Hoezo?’

‘U stelt de troepen op zoals gebruikelijk,’ legde Egwene uit. ‘Boogschutters vooraan en op de heuvels om de oprukkende vijand te vertragen, zware cavalerie om aan te vallen en zich dan weer terug te trekken. Piekeniers om de gelederen in stand te houden, lichte cavalerie om onze flanken te beschermen en te voorkomen dat we worden omsingeld.’

‘De beste strategieën zijn vaak degene die zich bewezen hebben,’ zei Brin. ‘We hebben dan misschien een groot leger, met al die Draakgezworenen, maar we zijn nog steeds in de minderheid. We kunnen het niet agressiever aanpakken dan ik hier doe.’

‘Ja, dat kan wel,’ zei Egwene rustig. Ze keek hem in de ogen. ‘Dit is anders dan elke slag die u ooit hebt geleverd, en uw leger is anders dan alle legers die u ooit eerder hebt geleid, generaal. U hebt een groot voordeel waar u geen rekening mee houdt.’

‘Bedoelt u de Aes Sedai?’

Verdomd als het niet waar is, dacht ze. Licht, ze was te veel met Elayne opgetrokken.

‘Ik heb wel rekening met jullie gehouden, Moeder,’ zei Brin. ‘Het was mijn bedoeling de Aes Sedai in te zetten als versterking bij de aftocht, zodat we de mannen kunnen aflossen met frisse soldaten.’

‘Mijn verontschuldigingen, heer Brin,’ zei Egwene. ‘Uw strategieën zijn wijs, en ik ben het beslist met u eens dat enkele Aes Sedai daarvoor moeten worden ingezet. Maar de Witte Toren heeft haar leden niet duizend jaar opgeleid en voorbereid om de Laatste Slag als verstérkingstroepen uit te zitten.’

Brin knikte en haalde een paar documenten van onder zijn stapel. ‘Ik heb wel andere... actievere mogelijkheden overwogen, maar ik wilde mijn boekje niet te buiten gaan.’ Hij gaf haar de papieren.