Выбрать главу

Met een brede glimlach trok ze de Ene Kracht door de staaf. Binnen die stroming bevond ze zich op een zee van kracht en energie, varend in een eenzaam vaartuigje terwijl ze de wind omhelsde.

De Trolloks kwamen eindelijk in beweging. Ze brulden en vormden een reusachtige golf van wapens, tanden, stank, en ogen die maar al te menselijk waren. Misschien hadden de Myrddraal de Aes Sedai vooraan gezien en dachten ze dat ze de menselijke geleiders konden aanvallen en vernietigen.

De andere vrouwen wachtten op Egwenes teken. Ze hadden geen cirkel gevormd. Een cirkel was het beste middel voor één gerichte, nauwkeurige stroom van de Ene Kracht. Dat was vandaag niet het doel. Het doel van vandaag was niets meer dan vernietiging.

Toen de Trolloks halverwege de heuvels waren, begon Egwene haar aanval. Ze was altijd ongebruikelijk sterk geweest met Aarde, dus begon ze met de eenvoudigste en meest vernietigende weving die ze kende. Ze stuurde in een lange rij draadjes Aarde de grond onder de Trolloks in en tilde ze omhoog. Met behulp van Vora’s sa’angreaal kostte dat niet meer moeite dan wanneer ze een handvol kiezels in de lucht zou gooien.

Op haar teken begon de hele rij vrouwen wevingen te vormen. De lucht rimpelde van de gloeiende draden. Zuivere stromen van Vuur, van golvende Aarde, van Windvlagen om de Trolloks tegen elkaar aan te blazen en ze over elkaar heen te laten struikelen.

De Trolloks die Egwene de lucht in had gegooid, vielen weer op de grond, vele ervan met ontbrekende benen of voeten. Botten braken en Trolloks schreeuwden van pijn als hun trawanten boven op hen belandden. Egwene liet de tweede rij over de eerste heen strompelen en sloeg toen opnieuw toe. Deze keer richtte ze zich niet op de aarde, maar op metaal.

Metaal in pantsers, in wapens en om polsen. Ze brak bijlen en zwaarden, maliën en af en toe een borstplaat. Scherven metaal werden op dodelijke snelheid in het rond geslingerd. De lucht werd rood van het in het rond sproeiende bloed. De volgende rijen probeerden stil te blijven staan om de vliegende brokstukken te ontwijken, maar de Trolloks achter ze hadden te veel vaart. Ze duwden hun kameraden het gevarengebied in en vertrapten ze.

Egwene doodde ook de volgende golf met ontploffend metaal. Het was moeilijker dan het opwerpen van aarde, maar het was ook minder zichtbaar voor de achterste rijen, zodat ze kon blijven doden zonder dat de Trolloks beseften wat ze deden als ze hun kameraden naar voren duwden.

Toen richtte Egwene zich weer op het opbreken van de aarde. Het had iets meeslepends om zoveel rauwe kracht te gebruiken, wevingen in hun basisvormen uit te sturen. Op dat ogenblik – verminkend, vernietigend, dood en verderf zaaiend onder de vijand – had ze het gevoel dat ze één was met het land. Dat ze het werk deed waarvan de aarde zo lang had gewenst dat iemand het zou doen. De Verwording en het Schaduwgebroed dat daaruit voortkwam, waren een ziekte. Een besmetting. Egwene – brandend van de Ene Kracht, een gloeiend baken van veroordeling – was het louterende vuur dat het land zou genezen.

De Trolloks deden hun best om door de wevingen van de Aes Sedai heen te komen, maar daardoor kwamen er alleen maar steeds meer binnen bereik van de Witte Toren. De Groenen maakten de bijnaam van hun Ajah waar – ze stortten de ene na de andere golf van vernietiging over de Trolloks uit – maar de andere Ajahs deden het ook goed.

De grond beefde en het gejammer van de stervende Trolloks weergalmde door de lucht. Lichamen scheurden. Vlees brandde. Meer dan een paar soldaten aan het front moesten overgeven bij de aanblik. En nog steeds bleven de Aes Sedai de gelederen van de Trolloks bestoken. Bepaalde zusters richtten zich met name op Myrddraal, volgens afspraak. Egwene raakte er zelf ook een en rukte zijn oogloze hoofd van zijn nek met een weving van Vuur en Lucht. Bij elke Schim die ze doodden, vielen ook de vuisten Trolloks die aan hem waren verbonden.

Egwene verdubbelde haar aanval. Ze raakte een rij met een golf van ontploffende aarde en beukte toen een golf van Lucht tegen hun vallende lichamen aan om ze achteruit te duwen, zodat ze boven op de rijen erachter vielen. Ze scheurde gaten in de aarde en liet de stenen in de grond ontploffen. Ze slachtte naar het scheen wel urenlang Trolloks af. Eindelijk brak het Schaduwgebroed op en gingen de Trolloks achteruit, ondanks de zwepen van de Myrddraal. Egwene haalde diep adem – ze begon te verzwakken – en schakelde nog meer Schimmen uit. Eindelijk braken ook zij op en vluchtten weg bij de heuvels.

Egwene zakte onderuit in haar zadel en liet haar sa’angreaal zakken. Ze wist niet hoeveel tijd er was verstreken. De soldaten staarden met grote ogen om zich heen. Hun bloed was vandaag niet nodig geweest.

‘Dat was indrukwekkend,’ zei Gawein, terwijl hij zijn paard naast het hare stuurde. ‘Het leek wel alsof ze stadsmuren aanvielen en probeerden met ladders een belegering op touw te zetten... maar dan zonder de muren of de ladders.’

‘Ze komen terug,’ zei Egwene vermoeid. ‘We hebben maar een klein deel ervan gedood.’

Morgenochtend, of op het laatst de dag erna, zou het Schaduwgebroed het opnieuw proberen. Met nieuwe tactieken, misschien.

Mogelijk zouden ze de aanvallers meer spreiden om het de Aes Sedai lastiger te maken grote groepen tegelijk te doden.

‘We hebben ze verrast,’ zei Egwene. ‘Ze komen de volgende keer met grotere aantallen. Voorlopig, vannacht, hebben we standgehouden.’

‘Je hebt niet alleen maar standgehouden, Egwene,’ zei Gawein glimlachend. ‘Je hebt ze verjaagd. Ik geloof niet dat ik ooit een leger heb gezien dat zo grondig in de pan werd gehakt.’

De rest van het leger scheen het met Gaweins inschatting eens te zijn, want de soldaten begonnen te juichen en met wapens te zwaaien. Egwene onderdrukte haar vermoeidheid en stopte haar sa’angreaal weg. Verderop lieten andere Aes Sedai kleine beeldjes, armbanden, spelden, ringen en staven zakken. Ze hadden alle angrealen en sa’angrealen uit de opslagruimtes in de Witte Toren gehaald – hoe weinig dat er ook waren – en die verdeeld onder de zusters aan het front. Aan het einde van elke dag zouden ze worden ingezameld en afgeleverd bij de vrouwen die de Heling verzorgden.

De Aes Sedai draaiden zich om en reden tussen het juichende leger door terug. De tijd van verdriet zou helaas nog wel komen. De Aes Sedai konden niet elke veldslag leveren. Voorlopig, echter, liet Egwene de soldaten graag van de overwinning genieten, want dit was een van de allerbeste geweest: een overwinning zonder één verloren leven aan hun kant.

‘De heer Draak en zijn verkenners zijn begonnen met de verkenning van Shayol Ghul.’ Bashere wees naar een van de beschaduwde kaarten. ‘Ons verzet in Kandor en Shienar dwingt de Schaduw om steeds meer troepen voor die gevechten in te zetten. Straks zullen de Verwoeste Landen grotendeels verlaten zijn, op een kleine groep verdedigers na. De Draak zal dan gemakkelijker kunnen toeslaan.’

Elayne knikte. Ze voelde Rhand achter in haar geest. Hij was ergens bezorgd om, hoewel hij te ver weg was om er meer van te kunnen voelen. Af en toe kwam hij bij haar op bezoek in haar kamp in het Breemwoud, maar nu was hij aan een van de andere fronten.

Bashere ging door. ‘De Amyrlin zou stand moeten kunnen houden in Kandor, gezien het aantal geleiders dat ze heeft. Om haar maak ik me geen zorgen.’

‘Maar wel om de Grenslanders,’ zei Elayne.

‘Ja. Ze zijn Tarwins Kloof uit geduwd.’

ik had liever gezien dat ze daar stand hadden kunnen houden, maar er zijn gewoon te veel Trolloks. We kunnen er niets aan doen, behalve elk beetje hulp sturen dat we kunnen missen.’

Bashere knikte. ‘Misschien zou heer Mandragoran weer kunnen oprukken als hij meer Aes Sedai of Asha’man had.’

Maar die konden niet gemist worden. Ze had Lan een paar Aes Sedai uit Egwenes leger gestuurd om te helpen bij zijn aanvankelijke terugtocht, en dat had geholpen. Maar als Rhand zelf de Gruwheren daar niet op afstand kon houden...