Выбрать главу

‘Heer Agelmar weet wel wat hij moet doen,’ zei Elayne. ‘Hopelijk zal hij de Trolloks kunnen weghouden bij dichter bevolkte gebieden.’ Bashere gromde. ‘Een aftocht zoals deze – bijna een vlucht – biedt bijna nooit de mogelijkheid om het verloop van een slag te sturen.’ Bashere wees op de kaart van Shienar.

Elayne bekeek hem. Het pad van de Trolloks zou dwars door bevolkte gebieden gaan. Fal Dara, Mos Shirare, Fal Moran... En tegen Gruwheren haalden stadsmuren niets uit.

‘Stuur een boodschap aan Lan en de edelen van Shienar,’ zei ze zacht. ‘Laat ze Fal Dara en Ankor Dail in brand steken, samen met Fal Moran en dorpen zoals Medo. Ze branden al alle akkers plat en evacueren de steden. Laat de burgers naar Tar Valon gaan.’

‘Het spijt me,’ zei Bashere zacht.

‘Het is toch wat er gebeuren moet?’

‘Ja,’ gaf Bashere toe.

Licht, wat een puinhoop. Nou, wat had je dan verwacht? Dat het netjes en ordelijk zou verlopen?

Voetstappen op de bladeren kondigden Talmanes aan, die naderde met een van zijn bevelvoerders. De Cairhienin oogde moe. Iedereen oogde moe. Een week van strijd was nog maar het begin, maar de spanning van het gevecht nam af. Nu kwam het echte werk van de oorlog. Overdag vechten of wachten tot je weer moest vechten, ’s nachts slapen met je zwaard in je hand.

Elaynes huidige standplaats in het bos – ze waren vanochtend een paar duizend meter verder naar het zuiden begonnen, maar hun aftocht door het bos hield hen in beweging – was uitstekend. Drie stroompjes die eenvoudig toegankelijk waren, meer dan genoeg ruimte voor de soldaten om te kamperen, en bomen op de heuvel die dienstdeden als uitkijktorens. Jammer dat ze deze plek morgenochtend weer moesten verlaten.

‘De Trolloks hebben het hele zuidelijke deel van het bos in handen,’ vertelde Bashere, die met zijn knokkels over zijn snor wreef. ‘Ze vermijden de open plekken. Dat betekent dat we onze cavalerie niet effectief kunnen inzetten.’

‘De draken zijn hier zo goed als nutteloos, Majesteit,’ meldde Talmanes, die de tent binnenkwam. ‘Nu de Trolloks niet meer op de wegen komen, kunnen we weinig schade aanrichten. Het is bijna onmogelijk om de drakenkarren door het bos te verplaatsen, en als we al een schot kunnen afvuren, raken we meer bomen dan Schaduwgebroed.’

‘En hoe zit het met die... hoe noemde Aludra ze ook alweer?’

‘Haar drakentanden?’ zei Talmanes. ‘Die zijn beter. De draak schiet dan een heleboel stukken metaal af in plaats van één grote bal. De spreiding is groot en ze werken vrij goed in het bos, maar toch haalt het veel te weinig uit om de moeite waard te zijn.’

‘Ik denk dat de voordelen die het bos ons opleverde zijn uitgeput,’ zei Bashere, die een paar Trollok-tekens op hun kaarten verplaatste. ‘We hebben er een flink aantal gedood, maar ze worden slimmer, houden zich in de dichte bossen op en proberen ons te omsingelen.’

‘Wat is uw voorstel?’

‘Behoedzaam achteruitgaan,’ antwoordde Bashere. ‘Naar het oosten toe.’

‘Naar de Erinin? Er is geen brug zo ver naar het noorden,’ zei Talmanes.

Bashere knikte. ‘Dan weet je wat ik ga vragen. Je hebt een groep mannen die bruggen kunnen bouwen. Stuur ze erheen met een paar draken om ze te beschermen en laat ze vlotbruggen bouwen, pal ten oosten van ons. Wij komen er vlak achteraan. Het open terrein daar zal onze cavalerie en de draken de mogelijkheid bieden meer schade aan te richten. We kunnen erop rekenen dat de Erinin de Trolloks vertraagt, vooral als we die bruggen eenmaal in brand steken. Een paar draken daar zouden ze nog verder moeten vertragen. We gaan verder naar het oosten, naar de Alguenya, en voeren daar een herhaling van stappen uit. Dan zijn we op de weg naar Cairhien. We gaan naar het noorden en zoeken een geschikte plek om ons in te graven – ik denk dat ik de volmaakte plek weet – en dan draaien we ons om en nemen het op tegen de Schaduw met Cairhien achter ons.’

‘Denkt u echt dat we helemaal daarheen zullen moeten gaan?’ vroeg Elayne.

Bashere tuurde op de kaart alsof hij dwars door het perkament naar het land dat erop was afgebeeld keek. ‘We brengen beroering in deze strijd,’ zei hij zacht, ‘maar we besturen hem niet. We rijden erop mee zoals je op een op hol geslagen paard meerijdt. Ik kan niet voorspellen waar de galop zal eindigen. Ik kan het paard omleiden, door de doornstruiken heen sturen, maar ik kan het niet tot staan brengen, niet zolang de Trolloks blijven komen.’

Elayne fronste. Ze kon zich geen eindeloze aftocht veroorloven. Ze moest dat Schaduwgebroed zo snel en zo grondig mogelijk verslaan, zodat ze met de rest van haar troepen naar Lan en Egwenes legers kon gaan om de invasies vanuit het noorden een halt toe te roepen.

Dat was hun enige mogelijkheid om te winnen. Anders zou het niet uitmaken hoe het gevecht tussen Rhand en de Duistere afliep. Licht, wat een puinhoop!

‘We doen het.’

Perijn legde zijn hamer op zijn schouder en luisterde naar de zwetende jonge boodschapper die Elaynes bevelen doorgaf. Er streek een lichte bries door de takken van het bos achter hen. De Ogier vochten daarbinnen. Hij was bang geweest dat ze zouden weigeren de bomen in gevaar te brengen, maar hun strijdlust... Licht, Perijn had nog nooit zoveel woestheid gezien.

‘Die tactieken zijn niet slecht,’ zei Tam terwijl hij de bevelen doorlas. ‘De koningin heeft er kijk op.’

Perijn wuifde de jonge boodschapper weg. Hij liep langs Galad en enkele van zijn Witmantel-bevelvoerders, die stonden te overleggen. ‘Ze luistert goed naar lieden die verstand hebben van tactiek,’ zei Perijn, ‘en ze bemoeit zich er verder niet mee.’

‘Dat bedoel ik ook, jongen,’ zei Tam glimlachend. ‘Leiding geven draait er niet altijd om dat je mensen vertelt wat ze moeten doen. Soms is het de kunst om mensen die weten wat ze doen gewoon niet voor de voeten te lopen.’

‘Wijze woorden, Tam,’ zei Perijn, die naar het noorden keek. ik stel voor dat je ze ter harte neemt, aangezien jij nu de leiding hebt.’ Perijn zag Rhand voor zijn geestesoog. De kleuren wervelden. Rhand stond met Moiraine te praten op een kale rotsrichel. Ze waren bijna klaar voor hun tocht naar Shayol Ghul. Perijn voelde een trekkracht van Rhand komen, steeds sterker. Weldra zou Rhand hem nodig hebben.

‘Perijn?’ vroeg Tam. ‘Wat is dat voor onzin? Hoezo heb ik de leiding?’

‘Jij moet onze troepen aanvoeren, Tam,’ antwoordde Perijn. ‘De mannen werken nu samen. Laat je helpen door Arganda, Gallenne en Galad.’

Verderop hield Gradi een Poort open waar de gewonden van de meest recente schermutseling doorheen werden gestuurd voor Heling. Berelain bestierde het ziekenhuis aan de andere kant, dat de Gele Ajah in Mayene had opgezet. De lucht die door de Poort kwam voelde warm.

‘Ik weet niet of ze naar me zullen luisteren, Perijn,’ voerde Tam aan. ik ben maar een gewone boer.’

‘Ze luisterden voorheen ook naar je.’

‘Dat was toen we door de wildernis reisden,’ zei Tam. ‘Jij was altijd in de buurt. Ze gehoorzaamden mij vanwege jouw gezag.’ Hij wreef over zijn kin. ik heb het gevoel, door hoe je maar steeds naar het noorden blijft kijken, dat je niet van zins bent hier nog veel langer te blijven.’

‘Rhand heeft me nodig,’ zei Perijn zacht, ik mag branden, Tam, ik haat het, maar ik kan niet hier in Andor bij jou blijven vechten. Iemand moet Rhand rugdekking geven, en dat... nou, dat zal ik moeten zijn. Ik wéét het gewoon. Vraag me niet hoe.’

Tam knikte. ‘Dan gaan we gewoon naar Arganda of Gallenne, geven die de leiding over onze mannen. Koningin Elayne geeft toch de meeste bevelen, en...’

‘Mannen!’ brulde Perijn, kijkend naar de verzamelde soldaten. Arganda stond te overleggen met Gallenne. Ze draaiden zich om naar Perijn, net als de leden van de Wolvengarde, Galad en zijn Witmantels. De jonge Bornhald richtte een donkere blik op Perijn. Die man werd steeds onvoorspelbaarder. Hopelijk kon Galad hem weghouden van de brandewijn.