Выбрать главу

‘Het is al goed,’ zei ze zoetjes. ‘Je kunt ophouden je te verzetten. Rustig maar, Logain. Geef maar toe.’

Zij was met gemak Bekeerd. Kennelijk was het gemakkelijker voor mannen om vrouwen te Bekeren en andersom. Daarom hadden ze zoveel moeite gehad met Logain.

‘Neem hem mee,’ zei Toveine, wijzend naar Logain. ‘Laten we dit voor eens en altijd afhandelen. Hij verdient de vrede van de beloning van de Grote Heer.’

Taims trawanten sleepten Logain mee. Androl keek wanhopig toe. Taim zag Logain overduidelijk als een hoofdprijs. Als ze hem Bekeerden, zou de rest van de Zwarte Toren een makkie zijn. Veel van de jongens hierboven zouden hun lot bereidwillig tegemoet gaan als Logain hun dat opdroeg.

Hoe houdt hij het vol om te blijven vechten, dacht Androl. De statige Emarin was na slechts twee sessies niets meer dan een jammerend wrak geweest, hoewel hij nog niet geheel was Bekeerd. Logain had er nu bijna twaalf ondergaan, en nog altijd verzette hij zich.

Dat zou nu veranderen, want nu had Taim vrouwen. Kort na Toveines bekering waren er elf anderen aangekomen, zusters van de Zwarte Ajah onder leiding van een gruwelijk lelijke vrouw die met veel gezag sprak.

Een suffe bezorgdheid stroomde door Pevara’s binding met Androl. Ze was wakker, maar vol met dat drankje dat voorkwam dat ze kon geleiden. Androls eigen geest voelde betrekkelijk helder. Hoe lang was het geleden dat ze hem hadden gedwongen de rest op te drinken uit de beker die ze eerst aan Emarin hadden gegeven?

Logain... zal het niet veel langer volhouden. Pevara’s gedachten waren vermoeid en vervuld van een toenemende gelatenheid. Wat gaan... Haar gedachten vertroebelden. Ik mag branden! Wat gaan we doen?

Logain schreeuwde van pijn. Dat had hij nog niet eerder gedaan. Het leek Androl een heel slecht teken. Bij de deur stond Evin op wacht. Hij keek ineens over zijn schouder en schrok ergens van.

Licht, dacht Androl. Kan dat... de waanzin zijn, veroorzaakt door de smet? Is het er nog steeds?

Androl merkte voor het eerst op dat hij afgeschermd was. Dat deden ze nooit bij gevangenen, behalve als ze hun dosis dolkwortel lieten uitwerken zodat ze Bekeerd konden worden.

Er ging een steek van paniek door hem heen. Zouden ze hem hierna komen halen?

Androl? stuurde Pevara hem toe. Ik weet iets.

Wat?

Androl begon te hoesten achter de doek om zijn mond. Evin kwam naar hem toe, pakte zijn veldfles en goot water op de doek. Abors – een van Taims onderdanen – hing een stukje verderop rond bij de muur. Hij was degene die het schild in stand hield. Hij keek naar Androl, maar toen trok iets aan de andere kant van de kamer zijn aandacht.

Androl hoestte nog harder, dus maakte Evin de doek om zijn mond los, draaide hem op zijn zij en liet hem het water uitspugen.

‘Stil nu,’ zei Evin, omkijkend naar Abors, maar die stond te ver weg om hem te horen. ‘Pas op dat ze niet boos op je worden, Androl.’

Het Bekeren van een man naar de Schaduw was niet volmaakt. Hoewel het zijn trouw verlegde, veranderde het niet alles aan hem. Het wezen in Evins hoofd had zijn herinneringen, zijn persoonlijkheid en – hopelijk – zijn zwakheden.

‘Heb je ze overtuigd?’ fluisterde Androl. ‘Dat ze me niet moeten vermoorden?’

‘Ja!’ antwoordde Evin, die zich met dolle ogen naar voren boog. ‘Ze zeggen steeds dat je nutteloos bent omdat je niet zo goed kunt geleiden, maar ze hebben geen van allen zin om Poorten te maken om mensen heen en weer te verplaatsen. Ik heb ze verteld dat jij dat voor ze zou doen. Dat doe je toch wel?’

‘Natuurlijk,’ zei Androl. ‘Beter dan doodgaan.’

Evin knikte. ‘Ze hebben je dosis dolkwortel stopgezet. Ze halen jou hierna op, na Logain. M’Hael heeft eindelijk nieuwe vrouwen van de Grote Heer gekregen, vrouwen die niet moe zijn van het doorlopend geleiden. Met hen en Toveine zou het nu snel moeten gaan. M’Hael zou Logain tegen het einde van de dag moeten hebben.’

‘Ik zal ze dienen,’ beloofde Androl. ‘Ik zal trouw zweren aan de Grote Heer.’

‘Dat is mooi, Androl,’ zei Evin. ‘Maar we kunnen je niet loslaten totdat je Bekeerd bent. M’Hael aanvaardt niet zomaar een eed. Het komt wel goed. Ik heb ze verteld dat je makkelijk te Bekeren zou zijn. Dat is toch zo? Je verzet je toch niet?’

‘Ik zal me niet verzetten.’

‘Dank de Grote Heer,’ zei Evin, die zich ontspande.

O, Evin. Je bent nooit erg slim geweest.

‘Evin,’ zei Androl zachtjes, ‘je moet oppassen voor Abors. Dat weet je toch wel?’

‘Ik ben nu een van hen, Androl,’ zei Evin. ‘Ik hoef me geen zorgen meer te maken.’

‘Dat is mooi,’ fluisterde Androl. ‘Dan was het zeker niks, wat ik hem over je heb horen zeggen.’

Evin keek schichtig om zich heen. Die blik in zijn ogen... het was angst. De smet was gereinigd. Jonnet, Emarin en de andere nieuwe Asha’man zouden nooit de waanzin hoeven te doorstaan.

Het manifesteerde zich op uiteenlopende wijzen bij verschillende Asha’man, en niet altijd op hetzelfde ogenblik. Maar angst kwam het vaakst voor. Het kwam in golven. Het verteerde Evin nog toen de reiniging van de smet plaatsvond. Androl had Asha’man gezien die uit hun lijden moesten worden verlost toen de smet hen overstelpte. Hij kende die blik in Evins ogen goed. Hoewel de jongeman was Bekeerd, droeg hij de waanzin nog steeds bij zich. Dat zou ook niet meer veranderen.

‘Wat heeft hij dan gezegd?’ vroeg Evin.

‘Hij vond het niet leuk dat jij was Bekeerd,’ zei Androl. ‘Hij denkt dat je zijn plaats wilt innemen.’

‘O.’

‘Evin... Hij wil je misschien vermoorden. Pas goed op.’

Evin stond op. ‘Dank je, Androl.’

Hij liep weg zonder de doek weer voor Androls mond te doen.

Dat... kan nooit lukken, stuurde Pevara hem slaperig toe.

Ze had niet lang genoeg te midden van hen geleefd. Ze had niet gezien wat de waanzin kon doen en wist niet hoe ze het kon herkennen in de ogen van de Asha’man. Doorgaans, als een van hen zich zó begon te gedragen, zonderden ze hem af en sloten hem op totdat het overging. Als dat niet lukte, deed Taim iets in hun wijn en werden ze niet meer wakker.

Als mannen in de greep van de waanzin niet werden tegengehouden, gleden ze af naar de vernietiging. Ze probeerden degenen die het dichtst bij hen stonden te vermoorden, haalden allereerst uit naar mensen van wie ze hielden.

Androl kende die waanzin. Hij wist dat die ook binnen in hem zat. Je begaat een vergissing, Taim, dacht hij. Je zet onze eigen vrienden tegen ons op, maar wij kennen hen beter dan jij.

Onverwachts haalde Evin met een brul van de Ene Kracht naar Abors uit. Een tel later viel Androls schild weg.

Androl omhelsde de Bron. Hoewel hij niet zo sterk was, had hij wel genoeg kracht om een paar touwen door te branden. Hij maakte zich los uit de touwen die zijn polsen tot bloedens toe hadden geschaafd en keek om zich heen. Tot nu toe had hij deze ruimte nog niet in zijn geheel kunnen overzien.

De kamer was groter dan hij had gedacht, ongeveer zo groot als een kleine troonzaal. Een ronde verhoging bevond zich aan het andere uiteinde, met een dubbele kring Myrddraal en vrouwen erop, onder wie Toveine. Hij huiverde toen hij de Schimmen zag. Licht, maar die oogloze gezichten waren verschrikkelijk.

Taims uitgeputte mannen, de Asha’man die Logain niet hadden kunnen Bekeren, stonden bij de achterste muur. Logain zat op de verhoging, ineengezakt en vastgebonden op een stoel midden in de dubbele kring. Het leek wel een troon. Logains hoofd hing slap opzij en zijn ogen waren dicht. Hij leek iets te fluisteren.

Taim had zich woedend omgedraaid naar Evin, die naast Abors’ smeulende lijk met Mishraile in gevecht was. Evin en Mishraile gloeiden van de Ene Kracht, worstelend op de vloer, en Evin had een mes in zijn handen.

Androl schuifelde naar Emarin toe en viel bijna op zijn gezicht toen zijn benen het begaven. Licht! Hij was zwak, maar hij kreeg het wel voor elkaar om eerst Emarins touwen door te branden en toen die van Pevara. Ze schudde haar hoofd om het helder te krijgen. Emarin knikte dankbaar.