Het Licht verzenge die man, dacht Perijn. Kon hij niet gewoon een keer ergens duidelijke taal over spreken?
Natuurlijk, zelfs Asha’man konden Duistervrienden zijn. Perijn overwoog uit de kuil te klimmen en hen aan te spreken.
‘Kapot gereedschap,’ zei Lanfir achteloos.
Perijn schrok en vloekte toen hij haar naast zich op de richel zag staan, glurend naar de twee mannen.
‘Ze zijn Bekeerd,’ zei ze. ‘Ik heb dut altijd zonde van de moeite gevonden. Je verliest iets in de transformatie. Ze zullen nooit zo goed dienen als wanneer ze uit eigen vrije wil overlopen. O, ze zijn wel trouw, maar het licht is eruit weg. De gedrevenheid, die vonk van vernuft waardoor mensen mensen zijn.’
‘Hou je mond,’ zei Perijn. ‘Bekeerd? Hoe bedoel je? Is dat...’
‘Dertien Myrddraal en dertien Gruwheren.’ Lanfir sneerde. ‘Zoveel ruwheid. Zo zonde.’
‘Ik begrijp het niet.’
Lanfir zuchtte en sprak alsof ze iets aan een kind uitlegde. ‘Zij die kunnen geleiden, kunnen onder de juiste omstandigheden gedwongen tot de Schaduw worden Bekeerd. M’Hael heeft hier wat moeite gehad om het proces zo eenvoudig te laten werken als eigenlijk zou moeten. Hij heeft vrouwen nodig als hij mannen gemakkelijk wil Bekeren.’
Licht, dacht Perijn. Wist Rhand dat dit met mensen kon gebeuren? Waren ze van zins hetzelfde met hem te gaan doen?
‘Ik zou maar oppassen met die twee,’ waarschuwde Lanfir. ‘Ze zijn sterk.’
‘Dan moet je misschien wat zachter praten,’ fluisterde Perijn.
‘Bah. Het is hier heel gemakkelijk om geluid om te buigen. Ik zou uit volle borst kunnen schreeuwen, en dan nog zouden ze me niet horen. Ze zitten te drinken, zie je? Ze hebben de wijn meegebracht. Ze zijn hier in levenden lijve, natuurlijk. Ik denk niet dat hun leider hun heeft gewaarschuwd voor de gevaren daarvan.’
Perijn keek naar de wachters. De twee mannen dronken wijn en kletsten met elkaar. Ineens zakte de ene man opzij, en toen de andere ook. Ze gleden van hun stoel en belandden op de grond.
‘Wat heb je gedaan?’
‘Dolkwortel in de wijn,’ zei Lanfir.
‘Waarom help je me?’ wilde Perijn weten.
‘Ik ben op je gesteld, Perijn.’
‘Je bent een Verzaker!’
‘Dat wás ik,’ zei Lanfir. ‘Maar dat... voorrecht is me afgenomen. De Duistere ontdekte dat ik het voornemen had om Lews Therin te helpen overwinnen. Nu ben ik...’ Ze verstijfde en keek weer naar de lucht. Wat zag ze in die wolken? Iets waarvan ze verbleekte. Even later verdween ze.
Perijn probeerde te besluiten wat hij moest doen. Hij kon haar niet vertrouwen, natuurlijk. Maar ze was wel goed met de wolfsdroom. Ze wist steeds naast hem te verschijnen zonder enig geluid te maken. Dat was moeilijker dan het leek. Ze moest de lucht stilhouden terwijl die door haar aankomst werd verplaatst. Ze moest exact zo landen dat ze geen geluid maakte en ook het geruis van haar kleding voorkomen.
Geschrokken besefte Perijn dat ze deze keer ook haar geur had verborgen. Hij had haar pas geroken – ze rook naar nachtlelies -toen ze tegen hem was gaan praten.
Onzeker kroop hij uit de kuil en liep naar de hut toe. Beide mannen lagen te slapen. Wat gebeurde er met mensen die sliepen in de droom? Gewoonlijk zouden ze daardoor terugkeren naar de wakende wereld, maar ze waren hier in hun eigen lichaam.
Hij huiverde toen hij dacht aan wat er met hen was gedaan. Bekeerd? Had ze het zo genoemd? Licht. Het leek zo oneerlijk. Niet dat het Patroon ooit eerlijk is, erkende Perijn, terwijl hij snel de hut doorzocht.
De droomprikker was onder de tafel in de grond gedreven. Het zilverachtige stuk metaal zag eruit als een lange tentharing, over de hele lengte voorzien van tekeningen. Hij leek op de andere prikker die Perijn had gezien, maar was niet helemaal hetzelfde. Hij trok hem eruit en wachtte toen met zijn hand op zijn hamer, in de verwachting dat Slachter zou verschijnen.
‘Hij is er niet,’ zei Lanfir.
‘Licht!’ Perijn schrok en hief zijn hamer. Hij draaide zich om. ‘Waarom blijf je steeds zo opduiken, vrouw?’
‘Hij zoekt me,’ zei ze, met een blik omhoog. ‘Ik zou dit eigenlijk niet moeten kunnen, en hij koestert verdenkingen. Als hij me vindt zal hij het zeker weten, en dan word ik vernietigd. Gevangengenomen om eeuwig te branden.’
‘Verwacht je soms dat ik medelijden met je heb? Met een Verzaker?’ snauwde Perijn.
‘Ik heb mijn meester gekozen,’ antwoordde ze, terwijl ze hem onderzoekend opnam. ‘Dit is de prijs die ik ervoor betaal. Behalve als ik mezelf ervan kan bevrijden.’
‘Wat?’
‘Ik denk dat jij de beste mogelijkheden hebt om te winnen,’ zei ze. ‘Ik wil dat je wint, Perijn, en ik moet aan je zijde staan als je dat doet.’
Hij snoof. ‘Je hebt nog steeds geen nieuwe listen geleerd, hè? Ga maar met je aanbod naar iemand anders. Ik heb geen belangstelling.’ Hij draaide de droomprikker om en om in zijn handen. Hij had nooit echt kunnen achterhalen hoe de vorige werkte.
‘Je moet aan de bovenkant draaien.’ Lanfir stak haar hand uit.
Perijn keek haar aan.
‘Denk je niet dat ik hem zelf kan pakken als ik hem wil hebben?’ vroeg ze vermaakt. ‘Wie heeft M’Haels slaafjes voor je uitgeschakeld?’
Hij aarzelde, maar toen gaf hij haar de prikker. Ze streek met haar duim van de top naar halverwege de schacht, en vanbinnen klikte er iets. Toen draaide ze aan het uiteinde van de staaf. Buiten kromp en verdween de vage, paarsige wand.
Ze gaf hem de prikker terug. ‘Nog een keer draaien om het veld in te schakelen – hoe langer je draait, hoe groter het wordt – en dan met je vinger langs de schacht schuiven, de andere kant op dan hoe ik het net deed, om hem te vergrendelen. Pas op. De koepel heeft invloed in de wakende wereld en in deze wereld, en zelfs je bondgenoten kunnen er niet meer in of uit. Je kunt erdoorheen komen met een sleutel, maar die ken ik voor deze prikker niet.’
‘Dank je,’ zei Perijn met tegenzin. Aan zijn voeten gromde een van de sluimerende mannen en draaide zich op zijn zij. ‘Is er... Kun je er echt niets tegen doen als je Bekeerd wordt? Helemaal niets?’
‘Je kunt korte tijd verzet bieden,’ zei ze. ‘Maar slechts korte tijd. Zelfs de sterkste zal uiteindelijk door de knieën gaan. Als je een man bent tegenover vrouwen, zullen ze je snel onderwerpen.’
‘Het zou niet mogelijk moeten zijn,’ zei Perijn, die neerknielde. ‘Niemand zou in staat moeten zijn een ander te dwingen over te lopen naar de Schaduw. Ook als al het andere ons wordt afgenomen, zou deze keus aan onszelf moeten blijven.’
‘O, ze hebben de keus ook,’ zei Lanfir, terwijl ze achteloos met haar voet tegen een van de mannen porde. ‘Ze hadden ervoor kunnen kiezen gestild te worden. Dat zou de zwakte uit hen hebben weggenomen, en dan zouden ze nooit Bekeerd kunnen worden.’
‘Dat is niet zo’n beste keus.’
‘Dit is de weving van het Patroon, Perijn Aybara. Niet alle opties zijn goed. Soms moet je de beste uit een stel slechte kiezen en de storm uitzitten.’
Hij keek haar scherp aan. ‘Wil je beweren dat jij dat deed? Je sloot je bij de Schaduw aan omdat het de “beste” optie was? Dat geloof ik geen tel, vrouw. Jij deed het voor de macht. Dat weet iedereen.’ ‘Denk wat je wilt, wolfsjong,’ zei ze, en haar ogen werden hard. ‘Ik heb geboet voor mijn beslissingen. Ik heb pijn gekend, lijden, onverdraaglijk verdriet vanwege alles wat ik in mijn leven heb gedaan. Mijn lijden gaat verder dan jij je ooit kunt voorstellen.’
‘En van alle Verzakers,’ zei Perijn, ‘heb jij het meest bereidwillig je plek gekozen en aanvaard.’
Ze snoof. ‘Denk je dat je verhalen van drieduizend jaar geleden kunt geloven?’
‘Daar kan ik beter op vertrouwen dan op het woord van iemand zoals jij.’
‘Wat je wilt,’ zei ze, en ze keek weer naar de slapende mannen. ‘Als het je helpt het te begrijpen, wolfsjong, moet je weten dat veel mensen denken dat mannen zoals deze worden gedood als ze worden Bekeerd en dat iets anders dan het lichaam overneemt. Sommige mensen denken dat, in ieder geval.’ Ze verdween.