Выбрать главу

Morgase had de schoonheid van haar dochter, volwassen en gerijpt. Haar gezicht, haar gestalte, haar aanwezigheid vulde de kamer als een licht dat de andere twee hij haar deed verbleken. Als zij een weduwe in Emondsveld was geweest, dan zou er een rij aanbidders voor de deur hebben gestaan, zelfs al kon ze niet koken en was ze de grootste slons van Tweewater. Hij zag dat ze hem bekeek en dook weg met zijn hoofd, bang dat ze misschien in zijn gezicht zijn gedachten kon lezen. Licht, over de koningin denken als een dorpsvrouw! Idioot!

‘Ge moogt staan.’ zei Morgase met een rijke, warme stem die Elaynes zelfverzekerdheid honderdmaal leek te overtreffen.

Rhand richtte zich net als de anderen op.

‘Moeder..’ begon Elayne, maar Morgase onderbrak haar.

‘Zo te zien, dochter, ben je in een boom geklommen.’ Elayne plukte een achtergebleven stukje schors van haar gewaad en toen ze zag dat ze het nergens kwijt kon, hield ze het in haar hand geklemd. ‘In feite komt het erop neer,’ vervolgde Morgase kalm, ‘dat jij ondanks mijn opdracht een plannetje hebt bedacht om een blik op deze Logain te werpen. Gawein, ik had je hoger ingeschat. Jij moet leren dat je niet slechts je zuster dient te gehoorzamen, maar tegelijkertijd een tegenwicht hoort te zijn voor haar wilde temperament.’ De ogen van de koningin richtten zich op de zware man naast haar en wendden zich weer snel af. Brin bleef onaangedaan staan, alsof hij het niet had gemerkt, maar Rhand dacht dat die ogen alles zagen. ‘Dat is evenzeer de plicht van een zwaardprins, Gawein, als de legers van Andor aanvoeren. Misschien zal je zuster minder kans zien je in problemen te brengen als je oefeningen worden verscherpt. Ik zal de kapitein-generaal vragen erop toe te zien dat je op je reis naar het noorden je tijd niet zult verdoen.’

Gawein schuifelde met zijn voeten alsof hij ertegenin wilde gaan, maar boog toen zijn hoofd. ‘Zoals u beveelt, moeder.’

Elayne maakte een grimas. ‘Moeder, Gawein kan mij niet behoeden voor problemen als hij niet bij me is. Alleen om die reden heeft hij zijn kamers verlaten. Moeder, het kan toch geen kwaad alleen maar naar Logain te kijken. Bijna iedereen in de stad was dichter bij hem dan wij.’

‘Iedereen in de stad is niet de erfdochter.’ Er klonk een scherpe ondertoon door in de stem van de koningin, ‘ik heb die kerel Logain van dichtbij gezien, kind, en hij is gevaarlijk. Gekooid, met Aes Sedai die hem elk moment bewaken, is hij nog steeds even gevaarlijk als een wolf. Ik wenste dat hij nooit in de buurt van Caemlin zou zijn gebracht.’

‘Met hem zal in Tar Valon worden afgerekend.’ De vrouw op de kruk keek niet eenmaal op van haar breiwerk. ‘Het is belangrijk dat de mensen zien dat het Licht wederom het Duister heeft verslagen. En dat zij zien dat jij medeverantwoordelijk bent voor die overwinning.’ Morgase wuifde de woorden weg. ‘Ik zou nog steeds liever hebben gehad dat hij nooit in Caemlin was gekomen. Elayne, ik weet wat er in je omgaat.’

‘Moeder,’ wierp Elayne tegen, ‘ik wil u echt gehoorzaam zijn. Echt, dat wil ik.’

‘Zo?’ vroeg Morgase spottend en lachte toen zachtjes. ‘Ja, je probeert echt een plichtsgetrouwe dochter te zijn. Maar je bent ook voortdurend aan het uitproberen hoe ver je kunt gaan. Nou, ik deed hetzelfde bij mijn moeder. Die durf zal je goed van pas komen als je de troon bestijgt, kind, maar je bent nog geen koningin. Je hebt niet naar me geluisterd en je hebt je blik op Logain gekregen. Wees daar tevreden mee. Op de reis naar het noorden zal het jullie niet worden toegestaan op minder dan honderd pas afstand van hem te komen, jou noch Gawein. Als ik niet wist hoe zwaar je lessen in Tar Valon zullen zijn, zou ik Lini met je meesturen, opdat je gehoorzaamt. Zij zorgt er tenminste voor dat jij je gedraagt zoals je je behoort te gedragen.’

Elayne boog gemelijk haar hoofd.

De vrouw achter de troon leek druk bezig het aantal steken te tellen. ‘Binnen een week,’ zei ze onverwachts, ‘zul je willen terugkeren naar je moeder. Binnen een maand zul je willen vluchten naar het Trekkende Volk. Maar mijn zusters zullen je weghouden van de ontaarde. Dat soort zaken is niet voor jou, nog niet.’ Opeens draaide ze zich op haar kruk om om Elayne strak aan te kijken; haar kalmte was verdwenen alsof die er nooit was geweest. ‘Jij hebt het in je de grootste koningin te worden die Andor ooit heeft gekend, die elk land in meer dan duizend jaar heeft gekend. Het is voor die doel dat wij je zullen vormen, als je er de kracht voor hebt.’

Rhand keek haar strak aan. Zij moest Elaida zijn, de Aes Sedai. Opeens was hij blij dat hij haar hulp niet had ingeroepen, wat voor Ajah ze ook was. Ze straalde een strengheid uit die veel verder ging dan die van Moiraine. Soms had hij aan Moiraine gedacht als staal bedekt met fluweel; bij Elaida was het fluweel slechts verbeelding.

‘Genoeg, Elaida,’ zei Morgase onrustig fronsend. ‘Ze heeft dat vaak genoeg gehoord. Het Rad weeft zoals het Rad wil.’ Heel even zat ze stil naar haar dochter te kijken. ‘Goed, dan is er nog het probleem van deze jongeman,’ en ze maakte een gebaar naar Rhand zonder haar ogen van Elayne af te wenden. ‘Hoe en waarom hij hier kwam en waarom jij tegenover je broer voor hem het gastrecht opeiste.’

‘Mag ik spreken, moeder?’ Toen Morgase instemmend knikte, vertelde Elayne de gebeurtenissen in eenvoudige woorden, vanaf het moment dat ze Rhand over de helling naar de muur zag klimmen. Hij dacht dat ze tot slot zijn onschuld zou verkondigen, maar in plaats daarvan zei ze: ‘Moeder, vaak hebt u me verteld dat ik ons volk moet kennen, van de hoogste tot de laagste, maar telkens als ik iemand ontmoet, staan er tien hovelingen bij. Hoe kan ik in die omstandigheden iets echts of waars te weten komen? Door met deze jongeman te praten heb ik al meer over de mensen van Tweewater geleerd dan ik ooit uit boeken kon halen. Het zegt toch wel iets dat hij van zo ver is gekomen en het rood heeft omgedaan, als zoveel bezoekers uit vrees het wit dragen. Moeder, ik smeek u een trouw onderdaan niet te straffen, een die mij veel heeft geleerd over het volk dat u regeert.’

‘Een trouw onderdaan uit Tweewater,’ zuchtte Morgase. ‘Kind, je zou meer aandacht moeten besteden aan die boeken. Tweewater heeft al zes generaties geen belastinggaarder gezien en de koninginnegarde in geen zeven generaties. Ik waag te zeggen dat zij zelfs zelden de gedachte koesteren dat ze een deel van het rijk vormen.’ Rhand schokschouderde ongemakkelijk en bedacht hoe verbaasd hij was toen hij had gehoord dat Tweewater een deel van het rijk van Andor was. De koningin zag het en glimlachte licht spottend naar haar dochter. ‘Zie je, kind?’

Rhand zag dat Elaida haar breiwerk had neergelegd en hem zat te bekijken. Ze stond op van haar kruk, kwam langzaam van de verhoging en ging voor hem staan. ‘Uit Tweewater?’ zei ze. Ze reikte naar zijn hoofd, maar hij trok zich terug voor ze hem aanraakte en ze liet haar hand vallen. ‘Met dat rood in zijn haar en zijn grijze ogen? Mensen in Tweewater hebben donker haar en donkere ogen, en zijn zelden zo lang.’ Haar hand schoot uit om zijn jasmouw op te schuiven, waardoor een lichte huid zichtbaar werd, huid waar de zon niet vaak op had geschenen. ‘Of zo licht van huid.’

Met veel moeite voorkwam hij dat hij zijn vuist balde. ‘Ik ben geboren in Emondsveld,’ zei hij stijfjes. ‘Mijn moeder kwam van buiten, vandaar mijn ogen. Mijn vader is Tham Altor, een schaapherder en boer, net als ik.’

Elaida knikte langzaam, maar bleef hem strak aankijken. Hij beantwoordde haar blik met een beheersing die in tegenspraak was met zijn verkrampte maag. Hij zag dat zijn vaste blik haar opviel. Hem nog steeds recht aankijkend, bewoog ze langzaam haar hand weer naar hem toe. Hij besloot ditmaal niet terug re schrikken.

Het was zijn zwaard dat ze aanraakte, niet hem. Haar hand sloot zich vlak bij de top om het gevest. Haar vingers verstrakten en haar ogen werden groot van verrassing. ‘Een schaapherder uit Tweewater,’ zei ze zacht, een fluistering bedoeld om door iedereen gehoord te worden, ‘met een zwaard dat het teken van de reiger draagt.’