‘Nog iets anders nodig?’ vroeg Ara plotseling. Hij had mooi praten over andermans vreemde uitspraak, maar zowel hij als baas Fits sprak alsof zijn mond vol pap zat. ‘Meer handdoeken? Meer heet water?’
‘Niets,’ zei Thom op galmende toon. Met gesloten ogen wuifde hij lui. ‘Ga maar van de avond genieten, later zorg ik er wel voor dat je meer dan voldoende voor je diensten wordt beloond.’ Hij liet zich nog dieper in de kuip zakken, tot alleen nog zijn ogen en neus net boven het water uit kwamen.
Ara’s ogen gleden naar de krukken waar hun kleren en eigendommen lagen opgestapeld. Hij keek naar de boog, maar staarde het langst naar Rhands zwaard en Perijns bijl. ‘Zijn er ook moeilijkheden op het platteland?’ vroeg hij onverwachts, in Waterland of hoe je het ook noemt?’
‘Tweewater,’ zei Mart, elke lettergreep apart uitsprekend. ‘Het is Tweewater, en die moeilijkheden...’
‘Hoe bedoel je, ook?’ vroeg Rhand. ‘Zijn er dan problemen hier?’
Perijn die genietend lag te weken, mompelde: ‘Heerlijk! Heerlijk!’
Thom trok zich wat op en deed zijn ogen open.
‘Hier?’ Ara snoof. ‘Moeilijkheden? Mijnwerkers die aan het knokken zijn in het ochtendduister, zijn geen moeilijkheden. Of...’ Hij zweeg en keek hen even aan. ‘Ik bedoel het Geldaanse soort problemen,’ zei hij ten slotte. ‘Nee, ik denk het niet. Niets dan schapen op het platteland, nietwaar? Niet kwaad bedoeld. Ik bedoel alleen maar dat het er rustig is. Toch is het een vreemde winter geweest. Vreemde dingen in de bergen. Ik hoorde gisteren dat er Trolloks in Saldea zijn. Maar ja, de Grenslanden, niet?’ Zijn mond bleef wat openstaan en bij sloot hem abrupt, verrast dat hij zoveel had gezegd.
Rhand verstrakte bij het woord ‘Trolloks’ en probeerde het te maskeren door een wasdoekje boven zijn hoofd uit te knijpen. Toen de man doorpraatte, ontspande hij zich, maar niet iedereen hield zijn mond.
‘Trolloks?’ snoot Mart. Rhand spatte water naar hem, maar Mart veegde het met een grijns weg. ‘Laat mij jou eens wat vertellen over Trolloks...’
Voor het eerst mengde Thom zich in het gesprek: ‘Waarom zou je? Ik word er nogal moe van om mijn eigen verhalen van jou terug te horen.’
‘Hij is een speelman,’ zei Perijn en Ara keek hem aan met een geringschattende blik.
‘Ik heb de mantel gezien. Treed je op?’
‘Wacht eens even,’ protesteerde Mart. ‘Wat maak je me nou, Thoms verhalen navertellen? Zijn jullie allemaal...’
‘Jij vertelt ze gewoon niet zo goed als Thom,’ onderbrak Rhand hem haastig en Perijn haakte in. ‘Jij voegt steeds van alles toe, je probeert ze mooier te maken en dat zijn ze nooit.’
‘En je haalt ze ook door elkaar,’ voegde Rhand eraan toe. ‘Laat het maar liever aan Thom over’.
Ze praatten allemaal zo snel dat Ara hen met open mond aan zat te staren. Mart keek met grote ogen rond, alsof alle anderen opeens gek geworden waren. Rhand vroeg zich af hoe hij hem de mond kon snoeren zonder hem onder water te duwen.
De deur klapte open en Lan kwam binnen, met de bruine mantel over zijn ene schouder. Hij nam een vlaag koelere lucht mee die even de hete dampen verdreef.
‘Nou,’ zei de zwaardhand handenwrijvend, ‘hier heb ik al die tijd op gewacht.’ Ara pakte een emmer op, maar Lan wuifde hem opzij. ‘Nee, ik zorg er zelf wel voor.’ Hij liet zijn mantel op een van de krukken vallen, werkte de badknecht ondanks zijn protesten de kamer uit en sloot de deur stevig achter hem. Daar bleef hij even met gebogen hoofd luisteren en toen hij zich weer naar de anderen omdraaide, klonk zijn stem ijzig en zijn koude ogen boorden zich in Mart. ‘Het is maar goed dat ik op het juiste moment terugkwam, boerenjongen. Luister jij niet naar wat je gezegd wordt?’
‘Ik deed niets,’ verweerde Mart zich. ‘Ik wou hem alleen iets vertellen over de Trolloks, niets over...’ Hij zweeg en schoof achteruit voor de ogen van de zwaardhand, helemaal tot de achterkant van de kuip.
‘Praat niet over Trolloks,’ zei Lan grimmig. ‘Dénk niet eens aan Trolloks.’ Onder boos gesnuif vulde hij voor zichzelf een kuip. ‘Bloed en as, ben je vergeten dat de Duistere ogen en oren heeft waar je ze het minst verwacht? Als de Kinderen van het Licht zouden horen dat er Trolloks achter je aanzitten, zouden ze jou verdraaid graag in handen willen krijgen. Voor hen is dat hetzelfde als je een Duistervriend noemen. Misschien ben je het niet gewend, maar tot we op onze plaats van bestemming zijn, kun je maar beter zo weinig mogelijk mensen vertrouwen, tenzij vrouw Alys of ik je wat anders vertellen.’
Toen hij de naam benadrukte die hij voor Moiraine gebruikte, dook Mart in elkaar.
‘Er was iets wat die kerel ons niet wou vertellen,’ zei Rhand. ‘Iets over problemen, maar hij wou niet zeggen wat het was.’
‘Waarschijnlijk de Kinderen,’ zei Lan, die nog meer heet water in zijn kuip goot. ‘De meeste mensen vinden hen een probleem. Maar sommigen niet en hij kende jullie niet goed genoeg om het erop te wagen. Voor zover hij wist, had je alles ook meteen kunnen doorgeven aan de Witmantels.’
Rhand schudde het hoofd; deze plaats klonk nog erger dan Tarenveer ooit kon zijn.
‘Hij zei dat er Trolloks waren in... in Saldea, toch?’ zei Perijn.
Lan smeet zijn lege emmer kletterend op de tegels. ‘Jullie blijven maar bezig, niet? Er zijn altijd Trolloks in de Grenslanden, smid. Knoop nou eens in je oren dat wij niet meer aandacht willen trekken dan muizen op een akker. Concentreer je daarop. Moiraine wil jullie allemaal levend in Tar Valon krijgen en ik zal ervoor zorgen als het kan, maar als jullie haar in gevaar brengen...’
Daarna was de badkamer een poel van stilte, en ook tijdens het aankleden werd er niets gezegd.
Toen ze de badkamer uitkwamen, zagen ze Moiraine aan het einde van de gang met een slank meisje dat niet veel groter was dan zijzelf. Rhand dacht tenminste dat het een meisje was, al was haar donkere haar kort geknipt en droeg ze een wambuis en een mannenbroek. Moiraine zei iets en het meisje keek scherp naar de jongens, knikte toen naar Moiraine en haastte zich weg.
‘Zo,’ zei Moiraine toen ze dichterbij kwamen. ‘Ik weet zeker dat het bad jullie allemaal hongerig heeft gemaakt. Baas Fits beeft ons een eetkamer voor onszelf gegeven.’ Ze praatte over van alles en nog wat toen ze zich omdraaide om hen voor te gaan. Over hun kamers en de drukte in de stad en dat de herbergier hoopte dat Thom de gelagkamer met wat muziek en een paar verhalen zou opvrolijken. Ze zei niets over het meisje, als het een meisje was geweest.
In de afgezonderde eetkamer stond een gepoetste eiken tafel met tien stoelen eromheen en op de vloer lag een dik kleed. Toen ze binnenkwamen, draaide Egwene zich om van het knapperende vuur in de schouw, waar ze haar handen stond te warmen. Haar glanzende uitgekamde haar viel tot op haar schouders. Rhand had in de lange stilte in de badkamer volop de gelegenheid gehad om na te denken. Lans voortdurende waarschuwingen om niemand te vertrouwen en voorai het feit dat Ara bang was om hén te vertrouwen, had hem doen beseffen hoe alleen zij eigenlijk waren. Het leek of ze niemand buiten hun eigen groepje konden vertrouwen, en hij wist nog steeds niet in hoeverre ze Moiraine of Lan konden vertrouwen. Ze hadden alleen elkaar. En Egwene bleef Egwene. Moiraine zei dat het haar toch zou zijn overkomen, dat aanraken van de Ware Bron. Ze kon het niet tegenhouden en dat betekende dat het niet haar schuld was. En ze bleef Egwene.
Hij deed zijn mond open om zich te verontschuldigen, maar Egwene verstrakte en draaide hem haar rug toe voor hij een woord kon zeggen. Hij staarde mistroostig naar haar rug en slikte in wat hij had willen zeggen. Goed dan. Als ze zich zo wil gedragen, dan kan ik er ook niets aan doen.
Baas Fits was een en al bedrijvigheid toen hij binnenkwam; hij werd gevolgd door vier vrouwen in witte schorten die al even lang waren als het zijne. Ze brachten een blad met drie geroosterde kippen, zilveren en aardewerken schalen en afgedekte potten mee. De vrouwen begonnen meteen de tafel te dekken, terwijl de herbergier voor Moiraine boog.