‘Je bent net zo overtuigend als een stropop,’ zei Nynaeve. ‘We hebben een gezegde in Tweewater. Of de beer de wolf verslaat of de wolf de beer, het konijn verliest altijd. Voer je strijd ergens anders en laat de mensen van Emondsveld erbuiten.’
‘Egwene,’ zei Moiraine een ogenblik later, ‘ga met de anderen naar buiten en laat mij een poosje met de Wijsheid praten.’ Haar gezicht verried niets en Nynaeve zette zich schrap, alsof ze zich klaarmaakte voor een worstelpartij zonder regels.
Egwene sprong overeind. Haar verlangen om haar waardigheid te behouden was zichtbaar in strijd met haar wens een ruzie over haar niet-gevlochten haar met de Wijsheid te vermijden. Het kostte haar echter geen enkele moeite iedereen met haar ogen naar buiten te krijgen. Mart en Perijn schoven haastig en beleefd mompelend hun stoelen naar achteren, terwijl ze probeerden het vertrek niet meteen uit te hollen. Zelfs Lan liep na een seintje van Moiraine naar de deur en trok Thom met zich mee.
Rhand volgde en de zwaardhand sloot de deur achter zich, waarna hij zich als wachtpost in de gang opstelde. Onder Lans ogen liepen de anderen een stukje verder de gang op; ze kregen niet de geringste kans om het gesprek af te luisteren. Toen ze naar zijn zin ver genoeg waren, leunde Lan tegen de muur. Hij stond zo stil dat hij zelfs zonder zijn van kleur wisselende mantel niet gemakkelijk was te zien, tenzij je tegen hem aanliep.
De speelman mopperde dat hij zijn tijd beter kon besteden dan aan zoiets en liep weg met een streng; ‘Denk aan wat ik heb gezegd,’ tegen de jongens. Niemand anders leek geneigd weg te gaan.
‘Wat bedoelde hij?’ vroeg Egwene afwezig, haar ogen gericht op de deur die Moiraine en Nynaeve aan het gezicht onttrok. Ze bleef maar spelen met haar haren alsof ze werd verscheurd tussen het verlangen te verbergen dat ze geen vlecht meer droeg en het verlangen haar mantelkap terug te slaan.
‘Hij heeft ons wat raad gegeven,’ zei Mart.
Perijn keek hem scherp aan. ‘Hij zei dat we onze mond moesten houden tot we zeker wisten wat we gingen zeggen.’
‘Klinkt als een goede raad,’ zei Egwene, maar ze had duidelijk niet echt geluisterd.
Rhand was helemaal in gedachten verzonken. Hoe was het mogelijk dat Nynaeve er deel van uitmaakte? Hoe kon iemand uit Emondsveld betrokken raken bij Trolloks en Schimmen en Ba’alzamons verschijning in hun dromen? Het was waanzinnig. Hij vroeg zich af of Min Moiraine had verteld over Nynaeve. Waar zouden ze daarbinnen over praten?
Hij had geen idee hoe lang hij daar had gestaan, toen de deur eindelijk openging. Nynaeve stapte naar buiten en schrok toen ze Lan zag. De zwaardhand mompelde iets, waardoor ze kwaad haar hoofd in de nek gooide, waarna hij langs haar de kamer in schoof.
Ze wendde zich tot Rhand en voor het eerst besefte hij dat de anderen stilletjes waren verdwenen. Hij wilde niet alleen met de Wijsheid zijn, maar hij kon niet meer weggaan nu Nynaeve hem recht aankeek. Een buitengewoon scherpe en onderzoekende blik, dacht hij verward. Waar hebben ze over gepraat? Hij rechtte zijn rug toen ze dichterbij kwam.
Ze knikte naar Thams zwaard. ‘Het lijkt nu bij je te passen, hoewel ik liever had gezien dat dat niet zo was. Je bent gegroeid, Rhand.’
‘Binnen een paar dagen?’ Hij lachte, maar het klonk gemaakt en ze schudde haar hoofd alsof hij het niet begreep. ‘Heeft ze u overtuigd?’ vroeg hij. ‘Het is echt de enige manier.’ Hij zweeg en dacht aan Mins vonken. ‘Gaat u met ons mee?’
Nynaeves ogen werden groot. ‘Met jullie mee? Waarom zou ik dat doen? Mavra Mallen is uit Devenrit naar Emondsveld gekomen om voor alles te zorgen tot ik terugkom, maar ze wil zo gauw ze kan weer naar huis. Ik hoop nog steeds dat jullie verstandig worden en met mij naar huis gaan.’
‘Dat kunnen we niet.’ Hij dacht dat hij in de openstaande deur iets zag bewegen, maar ze waren alleen in de gang.
‘Jij hebt het me gezegd, en dat deed zij ook.’ Nynaeve fronste haar voorhoofd. ‘Als dat mens er niet bij betrokken was... je kunt Aes Sedai niet vertrouwen, Rhand.’
‘Zo te horen geloof je ons echt,’ zei hij langzaam. ‘Wat is er gebeurd in de dorpsvergadering?’
Nynaeve keek om naar de deur voor ze antwoord gaf, maar er was niets te zien. ‘Het was een rommeltje, maar zij hoeft niet te weten dat we onze zaken niet beter kunnen regelen. Ik geloof trouwens maar één ding: dat jullie allemaal in gevaar verkeren zolang jullie bij haar zijn.’
‘Er is iets gebeurd,’ hield hij vol. ‘Waarom wil je dat we teruggaan, als je zelf denkt dat er een even grote kans bestaat dat we gelijk hebben? En waarom juist jij? De dorpsmeester gaat toch altijd, niet de Wijsheid?’
‘Je bént gegroeid.’ Ze glimlachte en haar geamuseerde stem liet hem met zijn voeten schuifelen. ‘Ik herinner me nog de tijd dat je me niet zou durven vragen waar ik heen wilde of wat ik ging doen. En die tijd is minder dan een week geleden.’
Hij schraapte zijn keel en bleef koppig volhouden. ‘Het klopt niet. Waarom ben je echt hier?’
Ze keek met een schuin oog naar de nog lege deuropening en pakte hem toen bij zijn arm. ‘Laten we onder het lopen verder praten.’ Hij liet toe dat ze hem wegleidde en toen ze ver genoeg van de deur waren om niet afgeluisterd te kunnen worden, begon ze opnieuw. ‘Zoals ik al zei, de vergadering was een rommeltje. Iedereen was het erover eens dat iemand jullie achterna moest gaan, maar het dorp was verdeeld in twee groepen. De ene wilde jullie redden, al was er een behoorlijke ruzie over hoe dat gedaan moest worden, gezien het feit dat jullie bij een... bij iemand als dat mens waren.’
Hij was blij dat ze besefte dat ze voorzichtig moest zijn. ‘De anderen geloofden Tham?’ zei hij.
‘Niet helemaal, maar ze vonden ook dat jullie niet bij vreemdelingen behoorden te zijn, zeker niet bij iemand als dat mens. Hoe dan ook, bijna iedere man wilde mee. Tham, en Bran Alveren met zijn ambtsteken om, en Haral Lohan, tot Alsbet hem omlaag trok. Zelfs Cen Buin. Het Licht redde me van mannen die met hun borsthaar denken. Al weet ik niet of er ook anderen zijn.’ Ze snoof hartgrondig en keek beschuldigend naar hem op. ‘In ieder geval zag ik al aankomen dat het nog een dag zou duren, misschien meer, voor ze een besluit zouden nemen en op de een of andere manier... op de een of andere manier wist ik zeker dat we niet zo lang mochten wachten. Dus heb ik de vrouwenkring bijeengeroepen en ze gezegd wat er gedaan moest worden. Ik kan niet zeggen dat ze het leuk vonden, maar ze zagen in dat het moest gebeuren. En daarom ben ik hier, omdat de mannen van Emondsveld eigenwijze wolkoppen zijn. Ze zijn waarschijnlijk nog steeds aan het bekvechten over wie er moet gaan, hoewel ik bericht heb achtergelaten dat ik het zou regelen.’
Nynaeves verhaal legde haar aanwezigheid uit, maar stelde hem niet gerust. Ze was nog steeds vastbesloten hen mee terug te nemen.
‘Wat heeft ze daarbinnen tegen je gezegd?’ vroeg hij. Moiraine zou zeker op elke opmerking zijn ingegaan, maar als zij er een was vergeten, zou hij het doen.
‘Nog meer van hetzelfde,’ antwoordde Nynaeve. ‘En ze wilde alles van jullie drie weten. Ze wilde zien of ze kon beredeneren waarom jullie... het soort aandacht hebben getrokken die jullie... volgens haar hebben gekregen.’ Ze zweeg en keek hem van opzij aan. ‘Ze probeerde het te verbergen, maar ze wilde vooral weten of een van jullie buiten Tweewater was geboren.’