Выбрать главу

Ze hoorde beweging onder de Gezetenen achter haar. Geschuifel op de bankjes, en het hoorbare geruis van zijden rokken die verschikt werden. Minstens een paar van hen moesten behoorlijk opgewonden zijn. Inderdaad hadden verscheidene zusters voorgesteld dat in het voorbijgaan kon worden afgerekend met de Zwarte Toren. Ondanks de geruchten geloofde niemand dat er meer dan een stuk of tien mannen waren. Het was eenvoudigweg onmogelijk dat honderden mannen zouden willen geleiden. Maar wellicht was het omdat het besef daagde dat Egwene niet van plan was Romanda of Lelaine te noemen.

Aratheile fronste, misschien omdat ze iets opving van wat er in de lucht hing. Pelivar wilde al gaan staan en Donel richtte zich ruzieachtig op. Er zat niets anders op dan door te drukken. Dat was nooit anders geweest.

‘Ik begrijp uw bezorgdheid,’ ging ze even vormelijk door, ‘en ik zal me daar ook mee bezighouden.’ Wat was die merkwaardige strijdkreet van de Bond ook alweer? Ja, het was tijd om de stenen te werpen. ‘Deze verzekering geef ik u als Amyrlin Zetel. Wij blijven hier een maand om uit te rusten, waarna wij Morland verlaten. Wij zullen de grens van Andor niet overschrijden. Daarna zal Morland niet meer door ons worden lastig gevallen, en Andor helemaal niet. Ik weet zeker,’ voegde ze eraan toe, ‘dat de hier aanwezige Morlandse edelen blij zullen zijn om in ruil voor goed zilver te voorzien in onze behoeften. We zullen redelijke prijzen betalen.’ Het had geen zin om de Andoranen te paaien als dat betekende dat de Morlanders de paarden en de voorraadwagens zouden overvallen. De Morlanders keken besmuikt om zich heen. Ze waren hoe dan ook verdeeld. Enerzijds was er een heleboel geld te verdienen aan het bevoorraden van zo’n groot leger. Aan de andere kant: wie kon vrijelijk loven en bieden met zo’n groot leger? Donel leek zowaar te willen overgeven, terwijl Cian blijkbaar bedragen in haar hoofd optelde. Onder de omstanders klonk gemompel. Meer dan gemompel; het was bijna zo luid dat Egwene de klachten verstond. Egwene wilde over haar schouder kijken. De stilte onder de Gezetenen was oorverdovend. Siuan staarde recht voor zich uit en hield haar rok beet alsof ze slechts met de grootste inspanning voor zich kon kijken. En zij had nog wel geweten wat er komen zou. Sheriam, die dat niet geweten had, bleef de Andoranen en Morlanders koninklijk en kalm aankijken, alsof ze elk woord verwacht had. Het was voor Egwene nodig hen te dwingen om het meisje dat ze zagen te vergeten, en een vrouw te horen die de teugels stevig in handen had. Al had ze die nu niet in handen, ze zou die krijgen! Haar stem werd krachtiger. ‘Hoort, en luistert goed. Ik heb beslist; het is aan u om dit te aanvaarden. Of te aanvaarden wat u zeker zal overkomen door uw feilen.’ Toen ze zweeg, wakkerde de wind even aan tot een gehuil; hij trok aan het paviljoen en rukte aan gewaden. Egwene streek kalm haar haren glad. Een paar edelen huiverden en trokken hun mantel dichter om zich heen. Ze hoopte dat hun huiveringen niet alleen door het weer kwamen.

Aratheile wisselde blikken uit met Pelivar en Aemlin, en alle drie keken ze de Gezetenen onderzoekend aan voor ze traag knikten. Ze meenden dat Egwene had verwoord wat de Gezetenen haar hadden ingefluisterd! Desondanks zuchtte Egwene bijna van opluchting. ‘Het zal zijn zoals u zegt,’ zei de edelvrouwe met de harde ogen. Opnieuw tegen de Gezetenen. ‘Wij twijfelen uiteraard niet aan het woord van Aes Sedai, maar u zult begrijpen dat ook wij zullen blijven. Soms is datgene wat je hoort, niet datgene wat je denkt te horen. Niet dat dit hier het geval is, daar ben ik zeker van. Maar wij zullen blijven, zolang u dat doet.’ Donel leek nu echt te gaan overgeven. Waarschijnlijk lag zijn landgoed hier dichtbij. Andoraanse legers in Morland stonden niet bepaald bekend om hun betalingen. Egwene stond op en ze hoorde het geruis van de Gezetenen, die achter haar overeind kwamen. ‘Aldus is besloten. Wij moeten allen spoedig vertrekken, als wij voor het donker ons bed willen bereiken. We kunnen ons echter nog enige tijd veroorloven. Als we elkander nu beter leren kennen, kan dat later misverstanden voorkomen.’ En het zou haar een kans op een gesprek met Talmanes geven. ‘O ja, nog iets waar u allen van op de hoogte dient te zijn. Het noviceboek is nu geopend voor elke vrouw die de proef doorstaat, ongeacht haar leeftijd.’ Aratheile knipperde met haar ogen. Siuan niet, maar Egwene meende een vaag gegrom te horen. Dit hadden ze niet besproken, maar een betere gelegenheid zou er niet komen. ‘Komt. Ik weet zeker dat u allen de Gezetenen wilt spreken. Laat alle vormelijkheid varen.’

Zonder op een aangeboden hand van Sheriam te wachten, stapte ze naar beneden. Ze wilde bijna lachen. De vorige avond was ze bang geweest dat ze haar doel nooit zou bereiken, maar ze was nu bijna halverwege, en het was helemaal niet zo moeilijk gegaan als ze gevreesd had. Natuurlijk bleef die andere helft nog over.

18

Een vreemde roeping

Toen Egwene van haar verhoging was afgedaald, bewoog er even helemaal niemand. Vervolgens begaven de Andoranen en Morlanders zich bijna als één man naar de Gezetenen. Kennelijk was een kinder-Amyrlin – een stropop, een boegbeeld – niet van belang. Niet zolang al die leeftijdloze gezichten aanwezig waren, die op z’n minst toonden dat ze echt met Aes Sedai spraken. Er stonden twee of drie edelen om elke Gezetene. Sommigen met de kin hoog geheven, anderen met beschroomd gebogen hoofd, maar iedereen stond erop gehoord te worden. De snijdende wind voerde hun adem weg en liet mantels opwaaien, die men door de haast om vragen te stellen vergat dicht te houden. Ook Sheriam werd aangeklampt, door een rood aangelopen heer Donel, die afwisselend stond te brallen en houterig boog. Egwene trok Sheriam uit de buurt van Donel. ‘Probeer onopvallend zoveel mogelijk te weten te komen over die zusters en Torenwachters in Andor,’ fluisterde ze haastig. Zodra ze haar liet gaan, eiste Donel haar weer op. Sheriam zag er zowaar ongemakkelijk uit, maar haar frons verdween snel. Donel begon onzeker te kijken toen zij hém ging ondervragen.

Romanda en Lelaine staarden Egwene dwars door de menigte aan met gezichten die uit ijs gehouwen waren, maar beiden waren aangeklampt door een paar edelen, die... iets verlangden. Misschien geruststellingen dat Egwenes woorden geen dubbele bodem bevatten. Wat zouden ze een hekel aan die taak hebben, maar al zouden ze nog zoveel ontwijken en negeren, ze konden die geruststelling niet achterwege laten zonder haar openlijk af te vallen. Zo ver zouden zelfs die twee niet gaan. Niet hier, niet in het openbaar. Siuan glipte naar Egwene toe, haar gezicht een en al nederigheid. Maar haar ogen schoten overal heen, wellicht op de uitkijk naar Romanda of Lelaine die hen zeker kwamen aanpakken, waarbij ze wet, gebruik, fatsoen én aanwezigen zouden vergeten. ‘Shein Chunla,’ fluisterde ze bijna sissend.