Het was niet makkelijk om een eenvoudig antwoord te geven. Chesa was altijd verfrissend, maar na vandaag lachte Egwene bijna van plezier. Voor Chesa bestonden er geen ingewikkelde zaken. Op het blad stonden twee witte kommen met linzenstamppot, naast een hoge kan met kruidenwijn, twee zilveren bekers en twee lange broodjes. Blijkbaar had Chesa geweten dat Siuan mee zou eten. De damp steeg op van de kommen en de kan. Hoe vaak had Chesa dat blad verwisseld om ervoor te zorgen dat er warm voedsel zou zijn bij Egwenes komst? Eenvoudig en makkelijk. En zo zorgzaam als een moeder. Of een vriendin.
‘Ik moet het bed voor nu vergeten, Chesa. Er wacht mij nog werk vannacht. Wil je ons nu alleen laten?’
Siuan schudde haar hoofd toen de tentflap achter Chesa dichtviel. ‘Weet je zeker dat je haar niet al als klein kind in dienst had?’ mompelde ze.
Egwene nam een kom, een broodje en een lepel en ging met een zucht in haar stoel zitten. Ze omhelsde eveneens de Bron en schermde de tent tegen luisteraars af. Helaas deed saidar haar nog meer beseffen dat haar handen en voeten halfbevroren waren. De delen ertussen waren niet veel warmer. De kom leek net als het broodje bijna te warm om vast te houden. O, wat zou ze het heerlijk gevonden hebben om die hete stenen te hebben.
‘Is er nog iets wat we kunnen doen?’ vroeg ze, terwijl ze wat stamppot naar binnen lepelde. Ze was uitgehongerd, niet verwonderlijk omdat ze alleen ’s ochtends, en ook nog vrij vroeg, echt gegeten had. De linzen en de taaie wortels smaakten als haar moeders beste schotel. ik kan verder niets bedenken, maar weet jij nog iets?’
‘Wat gedaan kon worden, is gedaan. Er is niets anders, tenzij de Schepper zelf een handje wil helpen.’ Siuan nam de andere kom en viel neer op het krukje, waarna ze echter naar haar stamppot bleef staren en erin zat te roeren. ‘Je vertelt het hem toch niet echt, hè?’ zei ze ten slotte, ik zou het niet kunnen verdragen als hij het wist.’
‘Licht! Waarom niet?’
‘Hij zou het uitbuiten,’ zei Siuan duister. ‘O, dat niet. Nee, dat geloof ik niet.’ Op sommige gebieden was ze nogal preuts. ‘Maar die man zou mijn leven tot een Doemkrocht maken!’ En elke dag zijn onderkleren wassen en laarzen en zadel poetsen was dat niet? Egwene zuchtte. Hoe kon zo’n verstandige, schrandere, bekwame vrouw wat dit onderwerp betrof in een warhoofd veranderen? Als een sissende adder kwam haar een beeld voor ogen. Zijzelf op Gaweins knie die liefdesspelletjes speelde. In een taveerne! Ze onderdrukte het beeld met kracht. ‘Siuan, ik heb je ervaring nodig. Ik heb je hersens nodig. Ik kan me niet veroorloven dat jij vanwege heer Brin de helft van je verstand verliest. Als jij jezelf niet in de hand kunt houden, betaal ik hem wat jij hem verschuldigd bent en verbied jou hem nog te zien. Reken maar!’
‘Ik heb gezegd dat ik die schuld zou betalen,’ zei Siuan koppig, ik heb net zoveel eergevoel als die vervloekte héér Garet Brin! Net zoveel en meer! Hij houdt zich aan zijn woord en ik houd me aan het mijne! Bovendien heeft Min me gezegd dat ik dicht bij hem moet blijven omdat we anders beiden zullen sterven. Of zoiets.’ Maar haar rode wangen verrieden haar. Eer of geen eer, wat Min ook gezien mocht hebben, ze was bereid om met alles genoegen te nemen om maar dicht bij die man te zijn!
‘Goed dan. Je bent stapelverliefd, en als ik je opdraag uit zijn buurt te blijven, zul je mij ongehoorzaam zijn of gaan zitten mokken en het restje van je hersens in roze wolkjes verpakken. Wat ga je eraan doen?’
Siuan bleef een tijdje verontwaardigd schelden en mopperen over wat ze die rottige Garet Brin zou willen aandoen. Hij zou nergens van genoten hebben. Sommige bedenksels zou hij niet overleefd hebben. ‘Siuan,’ zei Egwene waarschuwend. ‘Als je nog één keer waagt te ontkennen wat even duidelijk is als je eigen neus, ga ik het hem zeggen én hem het geld geven.’
Siuan pruilde gemelijk. Ze pruilde! Gemelijk! Siuan! ik heb geen tijd om verliefd te zijn. Ik heb nauwelijks tijd om na te denken, tussen al dat werken voor jou én voor hem. En als vanavond alles goed gaat, zal ik twee keer zo druk zijn. Bovendien...’ Haar gezicht betrok en ze verschoof op haar kruk. ‘Stel dat hij mijn gevoelens... niet beantwoordt?’ mompelde ze. ‘Hij heeft nooit geprobeerd me te kussen. Hij let alleen op zijn hemden en zo. Of die schoon zijn.’ Egwene schraapte de kom met haar lepel schoon en was verbaasd dat die al leeg was. Van het brood bleven slechts wat kruimels op haar rok over. Licht, haar maag voelde nog steeds hol. Ze keek hoopvol naar Siuans kom; de ander leek slechts rondjes in de linzen te willen maken.
Opeens viel haar wat in. Waarom had heer Brin erop gestaan dat Siuan haar schuld zou afbetalen, zelfs nadat hij erachter was gekomen wie ze was? Alleen vanwege haar belofte? Het was een belachelijke regeling. Maar het hield haar wel in zijn buurt, wat anders nooit zou zijn gebeurd. Nu ze er toch over nadacht... Ze had zich vele keren afgevraagd waarom Brin had beloofd het leger op te bouwen. Hij moest geweten hebben dat er een zeer grote kans was dat hij zijn hoofd op het beulsblok legde. En waarom had hij haar dat leger aangeboden; een piepjonge Amyrlin zonder echt gezag en, voor zover hij wist, zonder vriendinnen onder de zusters behalve Siuan? Kon het antwoord op al die vragen eenvoudig zijn... omdat hij Siuan liefhad? Nee, de meeste mannen waren lichtzinnig en wispelturig, maar dit was echt een belachelijke gedachte. Toch sprak ze het uit, al was het maar om Siuan een plezier te doen. Het zou haar wat op kunnen beuren.
Siuan snoof ongelovig. Het klonk vreemd, uit zo’n knap gezicht, maar er was niemand die zo betekenisvol kon snuiven als zij. ‘Hij is nog niet helemaal dwaas,’ zei ze droog. ‘In feite heeft hij een goed hoofd op zijn schouders. Meestal denkt hij als een vrouw.’ ik heb je nog steeds niet horen zeggen dat je je gaat beteren, Siuan,’ hield Egwene aan. ‘Dat moet je, hoe dan ook.’
‘Natuurlijk zal ik me beteren. Ik weet niet wat er met me aan de hand is. Alsof ik nooit eerder een man heb gekust!’ Haar ogen vernauwden zich ineens, alsof ze verwachtte dat Egwene dat zou gaan betwisten. ik heb niet mijn héle leven in de Toren doorgebracht. Dit is belachelijk! Over mannen kletsen, uitgerekend vanavond!’ Ze tuurde in haar kom en voor het eerst drong tot haar door dat er voedsel in zat. Ze schepte haar lepel vol en wees naar Egwene. ‘Je zult heel zorgvuldig het juiste tijdstip moeten kiezen. Zorgvuldiger dan ooit. Als Romanda of Lelaine het roer grijpt, krijgen jouw handen nooit meer die kans.’
Belachelijk of niet, iets had beslist Siuans eetlust hersteld. Ze at haar kom nog sneller leeg dan Egwene, en er bleef geen kruimeltje achter. Egwene merkte dat ze met haar vinger door haar eigen lege kom was gegaan. Er zat niets anders op dan de laatste linzen eraf te likken. Het had geen zin om de gebeurtenissen van de komende avond te bespreken. Wat Egwene moest gaan zeggen, en wanneer, hadden ze zo vaak verfijnd en bijgeschaafd dat het haar verbaasde dat ze er nog niet over gedroomd had. Ze had haar rol zelfs slapend kunnen spelen. Maar Siuan stond erop, en hield pas op vlak voor Egwene er zelf een eind aan zou hebben gemaakt. Steeds weer liep ze alles na en opperde mogelijkheden die al tientallen keren besproken waren. Vreemd genoeg was Siuan op zich uitstekend gestemd. Ze bracht zelfs wat humor op – al was het soms galgenhumor – wat de laatste tijd voor haar heel ongebruikelijk was.