Выбрать главу

Nynaeve haastte zich naar de vrouwen die de Kinne leidden. Haar gezicht straalde bemoedigend, en Reanne en de anderen glimlachten zichtbaar opgelucht, hoewel ze steelse blikken op Lan wierpen. Hem beschouwden ze als de wolf waar hij op leek. Maar het kwam door Nynaeve dat Sumeko niet zoals de anderen verslapte, wanneer een Aes Sedai hun richting op keek. Nynaeve had gezworen dat ze deze vrouwen hun eigenwaarde zou teruggeven, al begreep Aviendha niet helemaal waarom. Nynaeve was zelf een Aes Sedai; geen enkele Wijze zou ooit iemand zeggen tegen andere Wijzen in te gaan. Hoe wonderwel dat ook tegenover de andere Aes Sedai werkte, zelfs Sumeko gedroeg zich enigszins onderdanig ten opzichte van Nynaeve. De Weefkring vond het op zijn minst merkwaardig dat zulke jonge vrouwen als Elayne en Nynaeve aan andere Aes Sedai opdrachten gaven, die gehoorzaamd werden. Zelf vond Aviendha het ook vreemd; hoe kon vermogen in de Kracht, dat je evenzeer was aangeboren als de kleur van je ogen, nu zwaarder wegen dan levensjaren? Maar de oudere Aes Sedai gehoorzaamden inderdaad, en dat was voldoende voor de Kinsvrouwen. Ieine, die bijna net zo groot was als Aviendha, en haast even donker als het Zeevolk, beantwoordde elke blik van Nynaeve met een onderdanige glimlach. Dimana, met haar vuurrode haar met witte lokken, boog daarentegen steeds haar hoofd als Nynaeve keek, en de geelblonde Sibelle verborg haar zenuwachtige gegiechel achter haar hand. Ondanks hun Ebodaraanse klederdracht kwam alleen de magere Tamarla met haar olijfkleurige huid uit Altara, en dan nog niet eens uit Ebo Dar zelf.

Zodra Nynaeve dichterbij kwam weken zij uiteen. Een geknielde vrouw werd zichtbaar. Haar handen waren op haar rug vastgebonden en over haar hoofd zat een leren zak. Haar fraaie kleren waren gescheurd en stoffig. Zij was evenzeer de reden voor hun ongerustheid als Merililles blik of de Verzakers. Misschien wel meer. Tamarla trok de kap weg, waardoor de met kralen versierde vlechtjes van Ispan Shefar in de war kwamen. Ze probeerde op te staan en wist moeizaam gebukt overeind te komen voor ze wankelde en weer in elkaar zakte. Ze knipperde met haar ogen en giechelde dwaas. Het zweet stroomde over haar wangen en haar leeftijdloze trekken werden ontsierd door enkele kneuzingen die ze had opgelopen toen ze gevangen werd genomen. Aviendha vond dat ze te mild behandeld was.

De kruiden die Nynaeve haar gedwongen had te slikken, benevelden nog steeds haar geest en verslapten haar knieën. Kirstian schermde haar echter nog steeds af met elk beetje Kracht dat ze kon oproepen. De Schaduwloper had zelfs als ze niet verdoofd was geweest, onmogelijk kunnen ontsnappen. Kirstian had evenveel vermogen als Reanne – volgens Aviendha was ze sterker dan de meeste Aes Sedai – maar zelfs Sumeko plukte zenuwachtig aan haar rok en vermeed naar de knielende vrouw te kijken.

‘Ze hoort nu toch wel aan de zusters te worden overgedragen?’ Reannes hoge stem klonk zo onzeker dat hij bij de door Kirstian afgeschermde Zwarte zuster leek te horen. ‘Nynaeve Sedai, wij... wij horen een... Aes Sedai niet te... bewa... Niet voor haar te zorgen.’

‘Inderdaad,’ voegde Sumeko er haastig aan toe. En bezorgd. ‘De Aes Sedai dienen haar onder hun hoede te nemen.’ Sibella beaamde dat, en knikjes en instemmend gemompel rimpelden door de Kinne heen. Zij waren er ten diepste van overtuigd dat Aes Sedai ver boven hen stonden. Ze gaven waarschijnlijk eerder de voorkeur aan het bewaken van een Trollok dan van een Aes Sedai.

De afkeurende blikken van Merilille en de andere zusters veranderden, toen Ispan Shefars gezicht onthuld werd. Sareitha Tomares, die haar met bruine franje omzoomde stola nog maar enkele jaren droeg en nog steeds niet het leeftijdloze uiterlijk had verkregen, staarde haar aan met een afkeer die de Schaduwloper nog vijftig pas verder gegeseld zou hebben. Adeleas’ en Vandenes handen grepen hun rok vast en leken hun haat amper te beheersen voor de vrouw die hun zuster was geweest en die hen had verraden. Maar hun blikken op de Weefkring waren niet veel beter. Ook zij wisten in hun hart dat de Kinne ver beneden hen stond. Er zat nog veel meer achter, maar de verraadster hoorde bij de Witte Toren, en alleen Aes Sedai hadden recht op haar. Aviendha was het ermee eens. Een Speervrouw die haar speerzusters verried, kreeg geen snelle, eervolle dood. Nynaeve trok enigszins ruw de zak weer over Ispan Shefars hoofd. ‘Tot nu toe hebben jullie het goed gedaan, en dat zullen jullie blijven doen,’ zei ze ferm tegen de Kinsvrouwen. ‘Als ze tekenen vertoont dat ze bijkomt, giet dan nog wat van mijn brouwsel door haar keel. Het houdt haar even duizelig als een geit vol mede. Knijp haar neus dicht als ze niet wil slikken. Zelfs een Aes Sedai slikt als je haar neus dichtknijpt en dreigt om haar een draai om de oren te verkopen.’ Reannes mond viel open en haar ogen werden net als die van haar vriendinnen heel groot. Sumeko knikte langzaam, en haar ogen waren bijna even groot als die van de anderen. Als Kinsvrouwen ‘Aes Sedai’ zeiden, leken ze het over de Schepper te hebben. De gedachte om de neus van een Aes Sedai dicht te knijpen, zelfs die van een Schaduwloper, beschilderde hun gezicht met afschuw. Aan hun uitpuilende ogen te zien vonden de Aes Sedai het nog veel afgrijselijker. Merilille staarde Nynaeve aan en wilde wat opmerken. Toen stond Elayne echter al bij haar, en sprak de Grijze zuster haar aan, waarbij ze nog net een afkeurende blik voor Birgitte over had. Ze sprak steeds harder, wat aangaf hoe opgewonden ze was. Gewoonlijk was Merilille heel omzichtig. ‘Elayne, je moet met Nynaeve praten. Die vrouwen zijn verward en nu al zo bang als wat. Het helpt niet als zij hen nog meer van hun stuk brengt. Als de Amyrlin Zetel ze werkelijk naar de Toren wil laten komen...’ ging ze door, waarbij ze langzaam haar hoofd schudde als om dat en wellicht nog veel meer te ontkennen. ‘... Als ze dat van plan is, moeten die vrouwen een goed beeld van hun plaats hebben, en...’

‘Dat wil de Amyrlin,’ onderbrak Elayne. Bij Nynaeve was een ferme toon een vuist onder je neus; bij Elayne was het een kalme zekerheid. ‘Zij krijgen de kans om het opnieuw te proberen, maar ook als zij falen zullen ze niet worden weggezonden. Geen enkele geleidster zal ooit nog door de Toren worden losgelaten. Allen zullen deel uitmaken van de Witte Toren.’

Aviendha voelde verstrooid aan haar mes; ze vroeg het zich af. Egwene, Elaynes Amyrlin Zetel, had vrijwel hetzelfde gezegd. Ook zij was een vriendin, maar zij had haar hart gezet op Aes Sedai zijn. Aviendha zelf wilde niet bij de Witte Toren horen. Ze betwijfelde ten zeerste of Sorilea of een andere Wijze dat wilde. Merilille zuchtte en sloeg haar handen in elkaar, en hoewel ze uiterlijk kalm bleef, vergat ze nog steeds zachtjes te praten. ‘Zoals je zegt, Elayne. Maar wat Ispan betreft, kunnen we gewoon niet toestaan...’ Elayne hief haar hand gebiedend op. Na kalme zekerheid volgde heerschappij. ‘Laat af, Merilille. Jullie moeten de Schaal der Winden bewaken. Daar heeft iedereen de handen vol aan. Daar heb jij je handen vol aan.’

Merilille wilde wat zeggen, maar deed haar mond weer dicht en neeg gehoorzaam haar hoofd. Onder Elaynes standvastige blik bogen ook de andere Aes Sedai hun hoofd. Enkelen deden het met tegenzin, hoe verholen ook, maar niet allemaal. Sareitha pakte haastig het schotelvormige pak bij haar voeten op, dat in lagen witte zijde was gewikkeld. Als ze de Schaal der Winden tegen haar boezem drukte, konden haar armen er maar net omheen. Ze glimlachte angstvallig naar Elayne alsof ze wilde aangeven dat ze hem echt goed bewaakte.