‘Er is nimmer een ter’angreaal gevonden die het geleiden van een vrouw kan beheersen,’ zei Velina koel en afgemeten, maar bijna meisjesachtig hoog, war een vreemde tegenstelling opleverde met haar arendsneus en scherpe, schuine ogen. Ze was een Gezetene voor de Witte Ajah en in alles een sprekend voorbeeld van een Witte zuster, afgezien van haar strijdlustig uiterlijk. Haar eenvoudige sneeuwwitte gewaad leek streng en koud. ‘Er zijn maar heel weinig ter’angrealen gevonden die dezelfde werking hebben. Daaruit volgt vanzelfsprekend dat, als er een, of meer dan een, hoe onmogelijk dat ook mag zijn, gevonden zou worden, er niet meer dan twee of hooguit drie vrouwen tegelijk mee overheerst kunnen worden. Daaruit volgt dat de verslagen van die zogenaamde Seanchanen zeer sterk overdreven zijn. Als er vrouwen aan “halshanden” bestaan, kunnen ze niet geleiden. Duidelijk niet. Ik ontken niet dat deze mensen Ebo Dar hebben ingenomen, en Amador en misschien nog meer, maar zij zijn beslist niet meer dan een schepping van Rhand Altor. Wellicht wil hij de mensen angst aanjagen zodat ze naar hem toe vluchten. Net als die Profeet van hem. Je moet nuchter blijven denken.’ ik ben erg blij dat je Amador en Ebo Dar tenminste niet ontkent, Velina,’ zei Shevan droog. Ze kon inderdaad gortdroog zijn. De Bruine zuster, die even lang was als de meeste mannen, was broodmager en had een spits gezicht met een lange kin, en het geheel werd er door een krans van krullen niet beter op. Met haar spinachtige vingers streek ze haar stola en rok van donker gloudglanzende zijde glad. Haar stem kreeg iets van geamuseerde spot. ‘Ik voel me niet zo gelukkig met uitspraken over wat mogelijk of onmogelijk is. Neem nou dat kruid van niet zo lang geleden. Iedereen “wist” dat alleen een schild van een zuster een vrouw ervan kon weerhouden te geleiden. Dan komt er een eenvoudig kruid, dolkwortel, en iedereen kan je thee schenken waardoor je urenlang onmogelijk kunt geleiden. Handig voor woeste wilders, neem ik aan, maar een onaangename verrassing voor wie denkt alles te weten, nietwaar? Misschien leert iemand binnenkort weer hoe je ter’angrealen kunt maken.’ Elaida’s mond verstrakte. Ze hield zich niet met onmogelijkheden bezig, en als het drieduizend jaar lang geen enkele zuster gelukt was om ter’angrealen te maken, dan kon niemand dat. En dat was dat. Het was de kennis die door haar vingers glipte terwijl ze die geheim had willen houden, die Elaida’s tong deed krullen. Ondanks al haar pogingen wist iedere ingewijde in de Toren van dolkwortel. En niemand was blij met die kennis. Niemand wilde graag kwetsbaar zijn voor iedereen met kennis van kruiden en wat heet water. Die kennis was erger dan vergif, hetgeen de Gezetenen haar ook duidelijk hadden gemaakt.
Bij het noemen van het kruid begon Duhara zorgelijk te kijken. Ze verstrakte nog meer en haar handen grepen haar rok, die zo donkerrood was dat het tegen zwart aanliep. Sedore slikte zelfs, en haar vingers kromden zich om de fraaie leren map die Elaida haar gegeven had, terwijl de Gele zuster met haar ronde gezicht zich toch gewoonlijk gedroeg met kille sierlijkheid. Andaya huiverde zelfs en trok haar stola met grijze franje onwillekeurig om zich heen. Elaida vroeg zich af wat ze zouden doen als ze erachter kwamen dat de Asha’man het Reizen opnieuw ontdekt hadden. Op dit ogenblik konden ze het nauwelijks opbrengen over hen te spreken. Ze was er tenminste in geslaagd die kennis tot een handvol zusters te beperken, ik geloof dat we ons beter met belangrijke dingen kunnen bezighouden, nietwaar?’ zei Andaya beslist, die haar zelfbeheersing weer hervond. Haar lichtbruine haren waren glanzend geborsteld en vielen in golven over haar rug. Haar met zilveren linten afgezette blauwe gewaad was gesneden in de stijl van Andor, maar haar Tarabonse tongval was nog steeds goed hoorbaar. Hoewel ze niet echt klein of slank was, deed zij Elaida altijd denken aan een mus die op het punt staat op een tak te hippen. Ze zag er helemaal niet uit als een onderhandelaar, hoewel haar faam verdiend was. Haar glimlach was niet erg plezierig, en leek ook een beetje op die van een mus. Misschien kwam dat door de manier waarop ze haar hoofd hield. ‘IJdele gissingen die kostbare tijd verknoeien. De wereld hangt aan een draad, en zelf wens ik geen waardevolle tijd te laten wegsijpelen door te kakelen over wat vanzelfsprekend wordt geacht of te kletsen over wat elke dwaas en novice weet. Heeft iemand iets bruikbaars op te merken?’ Voor een mus kon ze behoorlijk van zich afbijten. Velina’s gezicht werd rood en dat van Shevan donkerder. Rubinde vertrok haar lippen bij de woorden van de Grijze zuster. Misschien was het als glimlach bedoeld, maar het leek meer een verwrongen grijns. Met haar ravenzwarte haar en ogen als saffieren zag de Mayeense er gewoonlijk uit alsof ze dwars door een stenen muur kon lopen, en nu, met haar handen in de zij, leek ze bereid er door twee tegelijk te gaan. ‘We hebben afgehandeld wat we konden afhandelen, Andaya. Het meeste althans. De opstandelingen worden vastgehouden door de sneeuw in Morland, en we gaan de winter zo heet voor ze maken dat ze in de lente terugkruipen om zich te verontschuldigen en om boetedoening te smeken. Met Tyr rekenen we af zodra we erachter zijn gekomen waar die verdwenen hoogheer Darlin heen is. Dat doen we ook met Cairhien zodra we Caraline Damodred en Toram Riatin uit hun schuilplaatsen hebben gewerkt. Altor draagt op dit ogenblik de kroon van Illian, maar daar is men ook aan bezig. Tenzij jullie nog een plan hebben om de man de Toren in te sleuren, of die zogenaamde Asha’man te doen verdwijnen, heb ik de zaken van mijn eigen Ajah om me mee bezig te houden.’ Andaya richtte zich hoog en waarachtig beledigd op. Duhara’s ogen vernauwden zich: als men sprak over geleiders, werd er altijd een vlammend vuur in haar hoofd ontstoken. Shevan klakte met haar tong alsof het om ruziënde kinderen ging – hoewel ze zoiets wel leuk scheen te vinden – en Velina trok haar wenkbrauwen op omdat ze zeker meende te weten dat Shevan het op haar gemunt had. Dat was allemaal wel aardig, maar dit liep uit de hand. ‘De zaken van de Ajahs zijn belangrijk, dochters.’ Elaida verhief haar stem niet maar ieder hoofd wendde zich naar haar. Ze legde het ivoren snijwerk bij de rest van haar verzameling in het kistje dat versierd was met rozen en gouden krullen, verschoof zorgvuldig de plaats van haar schrijfkist en brievendoosje, zodat de drie gelakte kistjes keurig naast elkaar op tafel stonden, en pas toen ze allemaal doodstil waren geworden, ging ze door. ‘De zaken van de Toren zijn echter belangrijker. Ik vertrouw erop dat jullie mijn bevelen prompt uitvoeren. Ik zie te veel luiheid in de Toren. Ik ben bang dat Silviana het erg druk gaat krijgen als de zaken niet snel en goed worden uitgevoerd.’ Het was haar enige dreigement. Ze glimlachte slechts. ‘Zoals u beveelt, Moeder,’ mompelden zes stemmen, die minder zeker klonken dan de spreeksters wilden. Zelfs Duhara’s gezicht was doodsbleek toen ze hun knixen maakten. Twee Gezetenen waren ontzeteld, en een handvol had een aantal dagen als boetedoening mogen boenen en schrobben. Gezien hun rang was dat zo vernederend dat het Versterving van de Geest mocht worden genoemd. Shevan en Sedore knepen inderdaad hun lippen op elkaar, omdat ze zich maar al te goed het schrobben en het werk in de wasserijen herinnerden. Niemand was echter nog naar Silviana gestuurd voor Versterving van het Vlees. Niemand wilde dat. De Meesteres der Novices kreeg elke week twee of drie zusters in haar kamer voor een door hun Ajah opgelegde boetedoening. Het was ook mogelijk dat ze er zelf om vroegen. Een kastijding was, hoe pijnlijk ook, sneller achter de rug dan een maand lang de tuinpaden aanharken. Silviana had echter aanzienlijk minder medelijden met zusters dan met haar novices en Aanvaarden. Meerdere zusters hadden zich de dagen erna toch afgevraagd of het werk met schop en hark niet beter was geweest. Ze schuifelden zo snel mogelijk naar de deur om weg te komen. Gezetenen of niet, niemand zou zo hoog in de Toren zijn gekomen zonder rechtstreeks bevel van Elaida. Ze speelde met haar gestreepte stola en haar glimlach werd er een van vermaak. Ja, zij was de Meesteres van de Witte Toren. Wat voor een Amyrlin Zetel ook juist was. Voor het haastige groepje Gezetenen de deur bereikt had, ging de linkerdeur open en kwam Alviarin binnen. De smalle witte stola van de Hoedster viel bijna helemaal weg tegen haar zijden gewaad, waarbij Velina’s kledij bijna goedkoop leek.