‘Ik begrijp het. Jij wilt regels. De meeste jongens willen dat, al zeggen ze het tegenovergestelde. Heel goed. Eens nadenken. Ik kan onbeschaafd gedrag niet uitstaan. Dus dien je beleefd en beschaafd te zijn, tegen mijn vrienden en mijn gasten. Dat houdt ook in dat je de Ene Kracht niet tegen ze gebruikt en je boze buien tempert, die naar ik begrepen heb heugenswaardig zijn. Daarmee doel ik ook op je... metgezellen in het zwart. Het zou jammer zijn als ik jou een pak slaag moet geven voor iets wat een ander deed. Volstaat dat? Ik kan er meer verzinnen als je dat nodig vindt.’
Rhand had zijn beker naast de stoel geplaatst. De thee was nu zowel koud als bitter. De sneeuw begon zich onder de vensters op te hopen, ik ben degene die geacht wordt gek te worden, Aes Sedai, maar jij bent het al.’ Hij stond op en beende naar de deur. ik hoop echt dat je niet getracht hebt Callandor te gebruiken,’ zei ze lui achter hem. ik heb gehoord dat die uit de Steen is verdwenen. Het is je gelukt eenmaal te ontsnappen, maar wellicht geen tweede keer.’
Hij bleef pardoes staan en keek om. De vrouw stak die stomme naald weer in het strakke doekje in de ring. De wind sloeg naar binnen en wervelde sneeuw om haar heen maar ze keek niet eens op. ‘Wat bedoel je met ontsnappen?’
‘Wat?’ Ze keek niet op. ‘O. Er zijn ook maar heel weinig zusters in de Toren die wisten wat Callandor was voor je het opnam, maar er liggen verrassende zaken in de schimmelige hoekjes van de librije verborgen. Ik snuffelde er enkele jaren geleden rond, toen het vermoeden begon te ontstaan dat jij aan de borst van je moeder lag te sabbelen. Vlak voordat ik besloot me voor mijn oude dag terug te trekken. Kleine kinderen geven zo’n rommel en ik wist niet of ik je bijtijds kon vinden nadat je niet meer aan de ene kant lekte en voordat zoiets aan de andere kant gebeurde.’
‘Wat bedoel je?’ wilde hij ruw weten.
Toen pas keek Cadsuane op en met haar opwaaiende haren en sneeuw op haar gewaad leek ze een koningin, ik heb je gezegd dat ik onbeschaafdheid niet duld. Als je weer om hulp vraagt, verwacht ik een beleefde vraag. En ik reken op een verontschuldiging voor je gedrag van vandaag.’
‘Wat bedoel je met Callandor?’
‘Er zit een gebrek aan,’ antwoordde ze kortaf. ‘Hij mist de afscherming waardoor de andere sa’angrealen veilig gebruikt kunnen worden. En blijkbaar vergroot hij de smet en veroorzaakt hij een wildheid in de geest. Zolang een man hem gebruikt, tenminste. De enige manier voor jou om het Zwaard dat geen zwaard is veilig te gebruiken, zonder jezelf te doden of bij een poging waanzinnig te worden, is gekoppeld aan twee vrouwen waarvan een de weving stuurt.’
Rhand trachtte zijn schouders fier hoog te houden toen hij wegbeende. Dus het was niet alleen de wildheid van saidin rond Ebo Dar geweest waardoor Adlie was gedood. Hij had de man gedood zodra hij Narishma het zwaard had laten halen.
Cadsuanes stem bleef hem volgen. ‘Denk eraan, jongen. Je mag het heel lief vragen en je verontschuldigen. Misschien aanvaard ik het wel als je verontschuldiging echt gemeend klinkt.’ Rhand hoorde haar amper. Hij had gehoopt Callandor weer te kunnen gebruiken en gehoopt dat hij sterk genoeg zou zijn. Nu bleef er nog maar één andere mogelijkheid open en hij was er doodsbang voor. Hij leek de stem van een andere vrouw te horen. De stem van een dode. Je kunt de Schepper zelf uitdagen.
28
Purperdoorn
Het scheen nauwelijks de plaats voor de uitbarsting die Elayne had gevreesd. Harlonsbrug was een redelijk groot dorp met drie herbergen en genoeg huizen, zodat niemand op een hooizolder hoefde te slapen. Toen Birgitte en Elayne die ochtend de gelagkamer betraden, glimlachte vrouw Dille warm. De dikke herbergierster probeerde zo goed en zo kwaad als dat ging een knix te maken. En niet alleen omdat Elayne een Aes Sedai was. Vrouw Dille was zo in haar schik dat haar herberg ondanks de ondergesneeuwde wegen vol was, dat ze voor bijna iedereen boog. Bij hun binnenkomst werkte Aviendha haastig de laatste happen van haar ochtendmaal van brood en kaas weg, sloeg een paar kruimels van haar groene gewaad en greep haar mantel om zich bij hen te voegen.
Buiten kwam de zon als een bol van mat goud net boven de einder uit. Slechts enkele wolken verstoorden de stralendblauwe lucht; ze waren wit en donzig, niet het soort wolken dat sneeuw meebracht. Het leek een prachtige dag om te reizen.
Maar Adeleas stampte woest de besneeuwde straat door terwijl ze een Wijzevrouw aan haar arm meesleurde. Garenia Rosoinde was een slanke Saldeaanse, die de laatste twintig jaar koopvrouw was geweest, hoewel ze slechts een paar jaar ouder leek dan Nynaeve. Gewoonlijk wekte haar haviksneus een indruk van kracht, van een vrouw die hard kon onderhandelen en geen bakzeil haalde. Maar nu stonden haar donkere ogen wijd open en leek haar mond een geluidloze kreet te slaken. Een groep Kinsvrouwen volgde hen, met hoog opgetrokken rokken vanwege de sneeuw. Ze fluisterden onder elkaar, en van alle kanten kwamen er steeds meer bij. Reanne en de andere leden van de Weefkring liepen voorop, allemaal met grimmige gezichten, behalve Kirstian, die nog bleker leek dan anders. Alise was er ook bij, maar van haar gezicht was helemaal niets af te lezen. Adeleas bleef vlak voor Elayne staan en gaf Garenia zo’n harde duw dat ze op handen en knieën in de sneeuw viel. Ze bleef jammerend zitten. De Kinne verzamelde zich achter haar en steeds meer vrouwen sloten zich bij hen aan.
‘Ik leg dit aan jou voor, omdat Nynaeve het druk heeft,’ zei de Bruine zuster. Ze bedoelde dat Nynaeve wat tijd had gevonden om alleen te zijn met Lan, maar ditmaal speelde niet het geringste glimlachje om haar lippen. ‘Stil, kind!’ snauwde ze tegen Garenia. Die onmiddellijk ophield met haar gesnik. Adeleas knikte tevreden. ‘Dit is niet Garenia Rosoinde,’ zei ze. ik heb haar eindelijk herkend. Zarya Alkaese. Een weggelopen novice. Ze verdween vlak voor Vandene en ik besloten ons terug te trekken om onze geschiedenis van de wereld te schrijven. Ze gaf het toe, toen ik dat tegen haar zei. Het verbaast me dat Careane haar niet eerder herkend heeft; ze waren twee jaar tegelijk novice. De wet is duidelijk, Elayne. Een wegloopster moet zo spoedig mogelijk weer in het wit worden gekleed en onder strikte tucht verkeren tot ze voor een gepaste straf naar de Toren kan worden gevoerd. Daarna zal ze het niet meer in haar hoofd halen om weg te lopen!’
Elayne knikte langzaam en probeerde iets te bedenken. Of Garenia – Zarya – nu wel of niet aan weglopen dacht, ze zou geen gelegenheid meer mogen krijgen. Haar vermogen was heel groot en de Toren zou haar niet laten gaan, zelfs al zou ze de rest van haar leven nodig hebben om de stola te verdienen. Maar Elayne herinnerde zich iets wat ze de vrouw bij hun eerste ontmoeting had horen zeggen. De betekenis ervan was toen niet tot haar doorgedrongen, maar nu wel. Hoe zou Zarya het vinden om het novicewit weer te dragen nu ze zeventig jaar op zichzelf had geleefd? En nog erger: het gefluister bij de Kinne begon te klinken als een dreigend gerommel. Ze hoefde echter niet lang na te denken. Opeens viel Kirstian op haar knieën neer en greep Adeleas’ rok. ik onderwerp mijzelf,’ zei ze kalm. Het was een wonder dat ze met zo’n bloedeloos gezicht op die toon kon praten, ik werd bijna driehonderd jaar geleden in het noviceboek ingeschreven en ben amper een jaar later weggelopen. Ik onderwerp mijzelf en... en smeek om genade.’
Nu was het Adeleas’ beurt om grote ogen op te zetten. Kirstian beweerde uit de Toren te zijn weggelopen toen Adeleas nog een kind was geweest, wellicht nog niet eens was geboren! De meeste zusters geloofden nog steeds niet echt in de leeftijden die de Kinsvrouwen opgaven. Kirstian leek slechts van middelbare leeftijd te zijn. Niettemin herstelde Adeleas zich snel. Hoe oud de ander ook was, Adeleas was al zo lang Aes Sedai als een gewoon mens leefde. Ze straalde haar hoge leeftijd en grote gezag uit. ‘Als dat zo is... kind,’ zei ze, ‘vrees ik dat wij jou ook in het wit moeten steken. Je wordt nog wel gestraft, maar omdat je jezelf hebt aangegeven, zijn er verzachtende omstandigheden.’