Gewoontjes, dat was precies wat Elayne van Alise vond. Zeker geen vrouw die Reanne zou doen terugschrikken, zeker niet nu zij de Oudste van de Weefkring was. Met haar rechte rug leek Alise van middelbare leeftijd, niet slank maar ook niet gezet, niet groot en niet klein. Er schemerde wat grijs in haar donkerbruine haar dat zeer praktisch met een lint bijeen was gebonden. Haar gezicht was niet bijzonder, maar wel plezierig. Een vriendelijk gezicht met misschien een iets te grote kin. Toen ze Reanne herkende, gleed er even iets van verrassing over haar gezicht, waarna ze glimlachte. Die glimlach veranderde alles. Ze werd er niet mooi van, of zelfs aantrekkelijk, maar Elayne voelde er zich warm dooi; veilig.
‘Ik had echt niet op jou gerekend... Reanne,’ zei Alise. Ze aarzelde heel even bij de naam. Ze wist kennelijk niet of ze Reannes rechtmatige titel wel kon gebruiken in het bijzijn van Nynaeve, Elayne en Aviendha. Al pratend nam ze hen snel op. Er leek iets Tarabons in haar stem door te klinken. ‘Berowin heeft natuurlijk het nieuws over moeilijkheden in de stad doorgegeven, maar ik wist niet dat het zo erg was dat je weg moest. Wie zijn al die...?’ Haar woorden stierven weg en haar ogen werden groter, toen ze langs hen heen keek. Elayne keek om en uitte bijna enkele krachttermen die ze hier en daar had opgepikt, de laatste dagen vooral van Mart Cauton. Ze begreep ze niet allemaal, de meeste niet – niemand had haar ooit willen uitleggen wat ze precies betekenden – maar je kon er zo heerlijk je gevoelens mee uiten. De zwaardhanden hadden hun verandermantel uitgedaan en de zusters hadden hun kap opgetrokken. Dat was hun verzocht, ook Sareitha, die haar jonge gezicht niet hoefde te verbergen, maar Careanes kap was niet ver genoeg naar voren getrokken en omlijstte haar leeftijdloze trekken. Niet iedereen zou herkennen wat ze zagen, maar wie in de Toren was geweest zou het beslist weten. Careane rukte onder Elaynes woedende blik de kap naar voren, maar het kwaad was al geschied.
Ook anderen op de boerderij hadden scherpe ogen. ‘Aes Sedai!’ schreeuwde een vrouw met een stem die met gemak Tarmon Gai’don had kunnen aankondigen. Misschien deed ze dat ook wel, voor hun wereldje hier. Gegil verspreidde zich als stof in de wind en de boerderij werd al even snel een verstoorde mierenhoop. Hier en daar vielen vrouwen gewoon flauw, maar de meesten zetten het gillend op een lopen. Ze lieten hun pakken en lasten vallen, stootten elkaar om, krabbelden weer overeind en renden verder. Fladderende eenden, kippen en geiten met korte hoorntjes renden en sprongen wild weg om niet onder de voet te worden gelopen. Temidden van dit alles stonden enkele vrouwen met open mond toe te kijken. Dat waren duidelijk vrouwen die hier zonder enige kennis van de Kinne waren beland. Enkelen van hen begonnen, aangestoken door de drukte, ook haastig weg te lopen.
‘Licht!’ blafte Nynaeve, aan haar vlecht trekkend. ‘Een paar rennen de olijfgaard in! Hou ze tegen! We willen zeker geen paniek! Stuur de zwaardhanden! Schiet op!’ Lan trok vragend een wenkbrauw op, maar haar handen gebaarden gebiedend. ‘Schiet op! Voor ze er allemaal vandoor zijn!’ Met een knikje, dat op hoofdschudden leek, stuurde hij Mandarb in galop achter de andere mannen aan. Hij reed met een ruime boog om de uitdijende wanorde tussen de gebouwen heen.
Elayne haalde haar schouders op tegen Birgitte en wenkte haar toen de rest achterna te gaan. Ze was het met Lan eens. Het leek wat te laat om de paniek te stoppen, en zwaardhanden te paard die probeerden om angstige vrouwen terug te halen, waren waarschijnlijk niet de beste manier. Maar ze wist niet hoe ze het kon veranderen, en het had geen zin om ze over de akkers en weilanden te laten vluchten. Ze zouden het nieuws van haar en Nynaeve allemaal willen horen.
Alise deed geen poging om weg te rennen. Ze deed helemaal niets. Haar gezicht werd iets bleker, maar ze staarde Reanne rustig aan. Een kalme blik. ‘Waarom?’ vroeg ze zacht. ‘Waarom, Reanne? Ik kan me niet voorstellen dat je zoiets zou doen! Hebben ze je omgekocht? Onschendbaarheid geboden? Krijg jij de vrijheid terwijl wij de prijs betalen? Ze zullen het waarschijnlijk niet toestaan, maar ik zweer je dat ik ze zal vragen of ik jou ter verantwoording mag roepen. Ja, jij! De regels gelden ook voor jou, Oudste! Als ik er een manier voor weet, zweer ik dat je hier niet glimlachend wegkomt!’ Een heel standvastige blik. Een blik van staal.
‘Het is anders dan je denkt,’ zei Reanne haastig. Ze steeg af en liet de teugels loshangen. Ze greep Alises handen ondanks de poging van de ander om ze los te trekken. ‘O, ik wou dat het anders was gelopen. Zij weten het, Alise. Over de Kinne. De Toren heeft het altijd al geweten. Alles. Bijna alles. Maar dat is niet het belangrijkste.’ Alises wenkbrauwen leken haar haren te bereiken, maar Reanne ging haastig verder. Haar gezicht straalde onder haar brede strohoed. ‘We kunnen terug, Alise. We kunnen het opnieuw proberen. Ze hebben gezegd dat we dat kunnen.’ Alle gebouwen schenen ook leeg te stromen. Vrouwen holden naar buiten om te horen wat de herrie betekende. Ze stonden alleen even stil om hun rok op te tillen en gingen er dan vandoor. Geschreeuw uit het olijfbos maakte duidelijk dat de zwaardhanden bezig waren, maar niet wat ze bereikten. Misschien niet veel. Elayne voelde bij Birgitte een groeiende teleurstelling, en ergernis. Reanne keek naar de verwarring en zuchtte. ‘We moeten ze bij elkaar roepen, Alise. We kunnen terug.’
‘Dat geldt dan voor jou en sommige anderen,’ zei Alise twijfelend, ‘als het waar is. Maar hoe staat het met de rest van ons? De Toren had mij niet zo kort laten blijven als ik sneller had kunnen leren.’ Ze wierp een haastige blik op de nu in kappen gehulde zusters, waarna ze Reanne behoorlijk boos aankeek. ‘Waarvóór zouden we teruggaan? Om opnieuw te horen dat we niet sterk genoeg zijn, om weer weggestuurd te worden? Of houden ze ons de rest van ons leven als novices? Sommigen kunnen dat slikken, maar ik niet. Waarvoor, Reanne? Waarvoor?’
Nynaeve steeg af en trok haar paard aan de teugels mee. Elayne volgde haar, hoewel zij Leeuwin handiger meevoerde. ‘Om bij de Toren te horen, als dat je wens is,’ zei Nynaeve ongeduldig nog voor ze bij de twee Kinsvrouwen stond. ‘Misschien om Aes Sedai te worden. Zelf weet ik niet waarom je een bepaald vermogen moet hebben, als je die dwaze proeven kunt doorstaan. Maar het kan mij niet schelen of je teruggaat of wegrent. Zodra ik hier klaar ben, tenminste.’ Ze zette zich schrap, deed haar hoed af en plantte de vuisten op haar heup. ‘We verknoeien tijd, Reanne, en we hebben veel te doen. Weet je zeker dat hier iemand is die we kunnen gebruiken? Zeg eens op. Als je er niet zeker van bent, kunnen we net zo goed doorgaan. We hoeven misschien niet meer zoveel haast te maken, maar nu we dat ding hebben, wil ik het graag achter de rug hebben.’ Toen zij en Elayne als Aes Sedai werden voorgesteld, de Aes Sedai die hun dit alles beloofden, maakte Alise een verstikt geluid en begon haar wollen rok glad te strijken, alsof ze met beide handen Reannes keel wilde dichtknijpen. Ze deed boos haar mond open – en zweeg vervolgens toen Merilille zich bij hen voegde. De strenge blik verdween niet helemaal, maar mengde zich met iets van verbazing. En met een aanzienlijke behoedzaamheid.
‘Nynaeve Sedai,’ zei Merilille kalm, ‘de Atha’an Miere zijn... ongeduldig... om van hun paarden af te komen. Ik meen dat enkelen om Heling willen vragen.’ Er speelde even een glimlach om haar lippen. Daarmee was de zaak afgedaan, hoewel Nynaeve doormopperde over wat ze zou doen met de eerstvolgende die aan haar twijfelde. Elayne had zelf ook best wat krachttermen willen uiten, maar Nynaeve maakte een uiterst dwaze indruk doordat ze maar door bleef zagen, terwijl zowel Merilille als Reanne gedienstig wachtten tot ze klaar was en Alise het drietal aanstaarde. Dat maakte er een eind aan, of misschien waren het de windvindsters, die met de paarden achter zich kwamen aanlopen. Elk grammetje waardigheid was tijdens de rit verdwenen. Weggesleten door de harde zadels – hun benen leken even stijf als hun gezichten – maar er was geen twijfel aan wie deze vrouwen waren.