Выбрать главу

‘Als er twintig vrouwen van het Zeevolk zo ver van de zee zijn,’ mompelde Alise, ‘kan ik alles geloven.’ Nynaeve snoof, maar zei niets, waar Elayne blij om was. Alise leek het ondanks Merililles erkenning al moeilijk genoeg te hebben. Daar zouden een scheldpartij of een toeval niet bij helpen.

‘Heel ze dan,’ zei Nynaeve tegen Merilille. Hun ogen gleden tezamen over de voortstrompelende vrouwen, en Nynaeve voegde eraan toe: ‘Als ze erom vragen. Beleefd vragen.’ Merilille glimlachte opnieuw, maar Nynaeve had het Zeevolk uit haar hoofd gezet en keek weer fronsend naar de bijna verlaten boerderij. Er liepen nog steeds een paar geiten over het erf, dat bezaaid was met weggegooid wasgoed, harken en bezems, omgevallen emmers en manden, om nog maar te zwijgen van de in elkaar gezakte bewusteloze Kinsvrouwen. Een handvol kippen was weer aan het krabben en pikken, maar de enige bij kennis zijnde vrouwen tussen de gebouwen waren duidelijk niet van de Kinne. Een paar droegen geborduurd linnen of zijde, anderen hadden ruwe wollen boerenkleren aan, maar het feit dat ze niet waren gevlucht zei genoeg. Reanne had gezegd dat gewoonlijk bijna de helft van de vrouwen op de boerderij buitenstaanders waren. De meesten leken volkomen verbijsterd.

Ondanks haar gemopper verspilde Nynaeve geen tel en nam ze Alise meteen onder haar hoede. Of misschien was het omgekeerd. Het was moeilijk te zeggen, aangezien de Kinsvrouw de Aes Sedai minder achting bewees dan de Weefkring. Misschien was ze nog te verdoofd door de plotselinge ommekeer in haar wereldje. Ze gingen in elk geval samen aan de slag. Terwijl Nynaeve haar merrie meevoerde, gebaarde ze met haar hoed en wees ze Alise erop hoe de verspreide vrouwen teruggebracht konden worden en wat er moest gebeuren wanneer ze weer bij elkaar waren. Reanne was ervan overtuigd geweest dat er minstens één geleidster was met genoeg vermogen om in de cirkel opgenomen te worden. Die heette Garenia Rosoinde. Mogelijk waren er nog twee. Feitelijk had Elayne gehoopt dat ze allemaal verdwenen zouden zijn. Alise wisselde haar gedienstig geknik af met vlakke blikken op Nynaeve, die ze niet op leek te merken. Nu iedereen bezig was met het verzamelen van de vrouwen, was er gelegenheid om het doorzoeken van de manden te hervatten, maar toen Elayne zich naar de pakpaarden wendde die naar de boerderij geleid werden, kreeg ze de Weefkring in het oog. Reanne en het hele stel liepen naar de boerderij. Sommigen haastten zich naar de flauwgevallen vrouwen, anderen naar degenen die nog verbaasd overeind stonden. Het hele stel, maar Ispan viel nergens te bekennen. Ze keek wat beter en vond haar. Tussen Adeleas en Vandene, die elk een arm vasthielden en haar voorttrokken, met hun stofmantels achter hen aan wapperend.

De zusters waren met elkaar verbonden en op de een of andere manier omhulde de saidargloed alleen hen tweeën en niet Ispan. Ze wist niet wie de kleine cirkel leidde en de Duistervriend afschermde, maar zelfs een Verzaker had het scherm niet kunnen breken. Ze bleven staan om een forse vrouw aan te spreken, die gekleed was in gewone wollen kleren. De vrouw staarde verbijsterd naar de leren zak om Ispans hoofd, maar wist wel een knix te maken en naar een witgepleisterd gebouw te wijzen.

Elayne wisselde een boze blik met Aviendha. Nou ja, haar eigen blik was boos. Soms verrieden Aviendha’s ogen niet meer dan die van een steen. Ze gaven hun paarden af aan twee stalknechten uit het paleis en haastten zich achter het drietal aan. Een paar vrouwen die niet tot de Kinne behoorden, probeerden iets over de gebeurtenissen te vragen, en sommigen deden dat nogal hooghartig. Elayne schudde hen echter van zich af en liet een spoor van beledigd gesnuif en opgetrokken neuzen achter. O, wat zou ze er niet voor geven nu reeds de leeftijdloze trekken te bezitten! Het deed haar aan iets denken, maar het verdween zodra ze het probeerde te vatten.

Toen ze de eenvoudige houten deur openduwde van het gebouw waarin het drietal verdwenen was, hadden Adeleas en Vandene Ispan in een stoel gezet en de zak weggehaald. Die lag met hun linnen mantels op een kleine schragen tafel. De kamer had slechts één raam dat in de zoldering zat, maar doordat de zon hoog stond, was het licht goed. Aan de muren waren planken vol grote koperen potten en witte schalen bevestigd. Aan de geur van gebakken brood te merken, leidde de enige andere deur naar een keuken. De deur viel dicht en Vandene keek verstoord op, maar toen ze zag wie er binnenkwamen, werd haar gezicht volstrekt uitdrukkingsloos. ‘Sumeko zei dat de kruiden die Nynaeve haar heeft gegeven, in kracht afnemen,’ zei ze, ‘en het leek ons het beste om haar te ondervragen voordat we haar gedachten opnieuw benevelen. We schijnen nu wat tijd te hebben. Het zou goed zijn om te weten wat de... Zwarte Ajah’ – bij die naam vertrok haar mond van afkeer – ‘in Ebo Dar in haar schild voerde. En wat ze weten.’

‘Ik betwijfel of ze van deze boerderij afweten, aangezien zelfs wij er niet van op de hoogte waren,’ zei Adeleas, nadenkend met een vinger tegen haar lippen tikkend terwijl ze de vrouw in de stoel opnam, ‘maar het is beter om zeker te zijn dan later te wenen, zoals mijn vader placht te zeggen.’ Ispan had net zo goed een dier in een beestenspul kunnen zijn, dat ze nog nooit eerder gezien had, een wezen waarvan ze het bestaan niet had kunnen bevroeden. Ispans lippen krulden zich. Het zweet droop van haar bont-en-blauwe gezicht, en haar donkere kraalvlechten piekten alle kanten uit. Haar kleren waren volkomen verfomfaaid, maar ondanks haar doffe blik was ze beslist minder versuft dan eerst. ‘De Zwarte Ajah is een verzinsel! Een smerig verzinsel,’ sneerde ze, ietwat hees. Het moest behoorlijk warm zijn geweest in die leren zak, en ze had geen water gehad sinds hun vertrek uit het Tarasinpaleis. ‘Het verbaast me dat je het durft te noemen. En mij ervan beschuldigt! Wat ik gedaan heb, heb ik gedaan op bevel van de Amyrlin Zetel.’

‘Elaida?’ spoog Elayne ongelovig. ‘Jij hebt het lef om te beweren dat Elaida jou heeft bevolen om zusters te vermoorden en van de Toren te stelen? Dus Elaida heeft jou alles bevolen wat je in Tyr en Tanchico hebt aangericht? Of bedoel je Siuan? Je leugens zijn zo zielig! Je hebt hoe dan ook de Drie Geloften verzaakt, en dat maakt van jou een Zwarte.’

‘Ik hoef vragen van jullie niet te beantwoorden,’ zei Ispan gemelijk, en ze trok haar schouders op. ‘Jullie zijn in opstand tegen de wettige Amyrlin Zetel. Jullie zullen worden gestraft, misschien wel gesust. Vooral als jullie mij iets aandoen. Ik dien de ware Amyrlin Zetel, en jullie zullen zwaar gestraft worden als jullie mij kwaad doen.’

‘Jij beantwoordt elke vraag die mijn naastzuster je stelt.’ Aviendha probeerde haar mes uit op een nagel van haar duim, maar haar ogen bleven op Ispan gericht. ‘Natlanders vrezen pijn. Ze weten niet hoe ze die moeten verwelkomen of aanvaarden. Als je iets gevraagd wordt, geef je antwoord.’ Haar ogen stonden niet woest, ze sprak zonder te snauwen, maar Ispan schoof naar achteren in haar stoel, ik vrees dat dat niet is toegestaan, zelfs als ze geen ingewijde van de Toren was,’ zei Adeleas. ‘Het is ons verboden om bij een ondervraging bloed te laten vloeien, of toe te staan dat anderen dit namens ons doen.’ Ze zei het met hoorbare tegenzin, maar Elayne wist niet of dit was om het verbod of omdat ze moest toegeven dat Ispan een ingewijde was. Zij had zelf niet echt nagedacht over de vraag of Ispan nog steeds als een ingewijde beschouwd kon worden. Er was een gezegde dat geen enkele vrouw haar band met de Toren kon verbreken voor de Witte Toren de band had doorgesneden, maar eerlijk gezegd werden banden met de Witte Toren nooit en te nimmer beëindigd. Fronsend nam ze de Zwarte zuster op, zo haveloos en nog steeds zo zelfverzekerd. Ispan ging wat rechter zitten en wierp snelle blikken vol leedvermaak op Aviendha – en Elayne. Eerder was ze niet zo zelfverzekerd geweest. Toen had ze gedacht dat ze alleen met Nynaeve en Elayne te maken had. Ze had haar zekerheid teruggevonden door te bedenken dat er oudere zusters aanwezig waren. Zusters die de wet van de Witte Toren zouden handhaven omdat die tot in hun merg zat. Die wet verbood niet alleen het vergieten van bloed, maar ook het breken van botten en nog een aantal andere zaken die elke Ondervrager van de Witmantels zeker zou toepassen. Voor een zitting diende Heling te worden toegediend, en een ondervraging die na zonsopgang begon, moest voor zonsondergang beëindigd worden. Als die na zonsondergang begon, vóór zonsopgang. De wet was nog strenger als het om ingewijden van de Toren ging, vanaf novices tot zusters; saidar mocht niet worden gebruikt in de ondervraging, de bestraffing of de boetedoening. Een boze zuster mocht een novice met de Ene Kracht een draai om haar oren geven, of zelfs een klap op haar billen, maar niet veel meer. Ispan glimlachte haar toe. Glimlachte! Elayne haalde diep adem.